18-1-2017 Besluit ernst verontreiniging en spoedeisendheid

Download Report

Transcript 18-1-2017 Besluit ernst verontreiniging en spoedeisendheid

Afdeling Projectmanagement en ruimtelijke kwaliteit
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Korte Nieuwstraat 6
6511 PP Nijmegen
Telefoon 14024
Telefax
(024) 329 95 81
E-mail
[email protected]
Ashendene 26 BV
Groot Bentveld 3
2116 BE Bentveld
Postbus 9105
6500 HG Nijmegen
162589268
Datum
Ons kenmerk
Contactpersoon
18-1-2017
PK40/D162589268
S. Broekman
Onderwerp
Datum uw brief
Doorkiesnummer
Besluit ernst verontreiniging en
spoedeisendheid sanering St.
Teunismolenweg 15 te Nijmegen Locatiecode:
NM026800026
3292434
Geachte directie,
In 2013 en 2014 ontvingen wij onderzoeksrapporten over een mogelijk geval van ernstige
bodemverontreiniging. Het gaat om de bodemverontreiniging aan Sint Teunismolenweg 15 in
Nijmegen.
Wij stellen vast dat op deze locatie geen sprake is van een geval van ernstige
bodemverontreiniging.
Wij zullen het besluit 19 januari 2017 bekend maken op de publicatiesite van de gemeente
Nijmegen (http://bekendmakingen.nijmegen.nl).
Hierbij ontvangt u het besluit dat hierop betrekking heeft en de bekendmaking met informatie over
de inzage van relevante stukken en de mogelijkheid om beroep in te dienen.
Voor informatie kunt u contact opnemen met de heer S. Broekman, telefoonnummer 0243292434 of de heer Lemmen, telefoonnummer 024-3299051.
Met vriendelijke groet,
Namens de Burgemeester en wethouders van Nijmegen,
Drs. Y.M.G. Michels
Bureauhoofd leefomgevingskwaliteit
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
1
Afschriften:
- NXP Semiconductors Nijmegen, N. Rutten, Gerstweg 2, 6534 AE Nijmegen
- Bakker van Vorst BV, IJburglaan 1469, 1087 KH Amsterdam
- Bureau Leefomgevingskwaliteit (PK40), S. Broekman (PK40)
- Bureau Leefomgevingskwaliteit (PK40), M. Lemmen (PK40)
- Handhaving, H. Roelofs (PK40)
- wijkmanager: M. Hooijman (WM00)
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
2
BESLUIT VASTSTELLING ERNST BODEMVERONTREINIGING EN SPOEDEISENDHEID
SANERING DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE
GEMEENTE NIJMEGEN
(Artikel 29, 37 Wet bodembescherming)
Datum besluit: 18-1-2017
Nummer besluit: D162589268
Locatiecode: NM026800026
Adres: St. Teunismolenweg 15 in Nijmegen
1 INLEIDING
In 2013 en 2014 ontvingen wij onderzoeksrapporten over een mogelijk geval van ernstige
bodemverontreiniging. Het gaat om de bodemverontreiniging aan Sint Teunismolenweg 15 in
Nijmegen
In deze beschikking nemen wij een besluit over de ernst van de bodemverontreiniging en de
spoedeisendheid van de sanering. Als sprake is van een spoedeisende sanering stellen wij ook
vast wanneer uiterlijk met de sanering gestart moet worden.
De gebruikte onderzoeken geven inzicht in de ligging van alle (mogelijke)
verontreinigingsbronnen en de globale ligging van de interventiewaardecontouren.
Bodemrapporten
De volgende stukken hebben wij betrokken bij de voorbereiding van de beschikking:
- Historisch onderzoek, Bedrijfsterrein aan de Sint Teunismolenweg 15-25 (oneven) te
Nijmegen. Samenvatting informatie m.b.t, Hofstede cs milieuadviseurs, fgh.nijm.11195.r01,
01-12-2011
- Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 te Nijmegen. Verkennend en nader
bodemonderzoek conform NEN 5740, Hofstede cs milieuadviseurs, ash.nijm.12201.r01
versienummer 3, 07-01-2013
- Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 te Nijmegen. Monitoring
grondwaterverontreiniging, Hofstede cs milieuadviseurs, ash.nijm.12201.r02 versienummer 2,
09-01-2013
- Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 (oneven) te Nijmegen Monitoring
grondwaterkwaliteit, en onderzoek diep grondwater, Hofstede cs milieuadviseurs,
ash.nijm.12201.r03 versienummer 1, 09-12-2013
- Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 (oneven) te Nijmegen Monitoring
grondwaterkwaliteit 2014, Hofstede cs milieuadviseurs, ash.nijm.12201.r04 versienummer 2,
21-11-2014
- brief Hofstede cs milieuadviseurs aan Ashendene 26, onderwerp „Sint Teunismolenweg 15 en
17-23 – Correspondentie over bodemverontreiniging‟, kenmerk ash.nijm.12201.b04,
- 1 juli 2014
- Grondwaterkwaliteit St. Teunismolenweg te Nijmegen (inventarisatie gegevens) , Royal
Haskoning, 9V7258.01/R00003/422650/DenB, 11-8-2010
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
3
-
-
-
Nader bodemonderzoek (fase 1 en 2) St. Teunismolenweg 15 te Nijmegen, Royal Haskoning,
9R6710.01/R0002/EDV/NBOJ/Nijm, 26-6-2006
Verkennend Bodemonderzoek op het bedrijfsterrein van Digital Equipment Parts Center BV
St. Teunismolenweg te Nijmegen, Grontmij NV, 29.BWT/MvD, juli 1990
Actualisatie bodemkwaliteit NXP Nijmegen. Gerstweg 2 te Nijmegen, Royal Haskoning,
9R8933.01/R0001/Nijm, 7-1-2008
Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 (oneven) te Nijmegen Monitoring
grondwaterkwaliteit 2015, Hofstede cs milieuadviseurs, ash.nijm.12201.r05 versienummer 2,
23-10-2015
Terreinen aan de Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 (oneven) te Nijmegen Monitoring
grondwaterkwaliteit 2016, Hofstede cs milieuadviseurs, ash.nijm.12201.r06 versienummer 2,
16-8-2016
Historisch Onderzoek Sint Teunismolenweg nr 136, Register, 2004
Aanvullend bodemonderzoek Sint Teunismolenweg 15-25 te Nijmegen, Royal Haskoning, 269-2007, conceptrapport 9S3942.01/R0001/nijm
Aanvullend historisch en grondwateronderzoek locatie St. Teunismolenweg te Nijmegen,
Haskoning Nederland B.V., 15-10-2009, ref. 9T4861.01N0001/Nijm
2 BESLUIT
Wij stellen vast dat op deze locatie geen sprake is van een geval van ernstige
bodemverontreiniging.
Wij stellen daarom geen tijdstip vast waarop met saneren moet worden begonnen.
Bij dit besluit hoort een actuele kadastrale kaart van de locatie. De kadastrale kaart geeft de
huidige kadastrale situatie weer. Door dit besluit ontstaat geen beperking volgens de Wet
kenbaarheid publiek rechtelijke beperkingen onroerende zaken op het perceel.
3 WETTELIJK BEPAALD VOORSCHRIFT
Wanneer de verontreiniging in de bodem wordt gesaneerd, verminderd of verplaatst moet
daarvan mogelijk wel melding worden gedaan volgens artikel 28 van de Wbb.
4 MOTIVERING
Beschrijving situatie
Locatie
De locatie is gelegen op het industrieterrein Winkelsteeg aan de Sint Teunismolenweg 15 in
Nijmegen. Dit industrieterrein ligt in het midden van Nijmegen ten zuiden van de spoorlijn
Nijmegen Den Bosch en ten oosten van het Maas-Waalkanaal. Het terrein wordt aan alle zijde
omringd door bedrijfsterreinen. Het terrein heeft de bestemming bedrijfsdoeleinden maar ligt
momenteel braak. Het terrein heeft een oppervlak van bijna 3,5 hectaren.
Geohydrologie
De bodem op de locatie bestaat tot 16 meter minus maaiveld uit een laag matig grove tot uiterst
grove grindhoudende zanden. Dit is het eerste watervoerende pakket. Daaronder bevindt zich
een slecht doorlatende scheidende laag van circa 3 meter dik, die uit kleihoudend materiaal
bestaat. Daaronder bevindt zich weer een pakket grove zanden en grindhoudend materiaal, tot
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
4
circa 100 meter minus maaiveld. Dit is het tweede watervoerende pakket. Binnen dit pakket
komen op wisselende diepten kleilaagjes voor die geen aaneensluitend geheel vormen.
Het grondwater bevindt zich op circa 4 meter minus maaiveld. Regionaal is sprake van een
westelijke stromingsrichting. Als gevolg van een grote grondwateronttrekking op korte afstand ten
zuidoosten van de locatie in het tweede watervoerend pakket (met onttrekkingsfilters tussen de
25 en 56 meter minus maaiveld) is sprake van een zuidoostelijke stromingsrichting van het
grondwater. In verticale richting is er sprake van een infiltratie van het eerste watervoerende
pakket naar het tweede watervoerende pakket.
De locatie ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied, maar zoals al gezegd wel in de
directe nabijheid van een grote grondwateronttrekking.
Verontreiniging
De locatie is vanaf 1958 bebouwd en in verschillende fasen daarna uitgebreid. Het gebouw is
vanaf 1958 in gebruik geweest door diverse bedrijven. Het pand is omstreeks 2012 gesloopt.
Op het terrein zijn door de diverse activiteiten van deze bedrijven verdachte deellocaties te
onderscheiden. Ter plaatse van de voormalige galvano afdeling in de noordelijke hoek van het
pand is een VOCl-verontreiniging aangetoond.
In de vaste bodem zijn in de grond geen overschrijdingen aangetoond met VOCl‟s. In het
grondwater wordt alleen in peilbuis 305 wordt de interventiewaarde overschreden voor Cis 1,2dichlooretheen (cis), voor per (tetrachlooretheen) wordt de tussenwaarde overschreden. In de
overige peilbuizen in de nabijheid van peilbuis 305 wordt voor geen van deze stoffen de
tussenwaarde overschreden. De verontreiniging is niet tot op streefwaarde niveau in beeld
gebracht. In horizontale en verticale richting is de verontreiniging echter voldoende in beeld
gebracht. In verticale richting ligt de contour van de tussenwaarde op 10 meter minus maaiveld.
In horizontale richting is de verontreiniging eveneens tot beneden de tussenwaarde afgeperkt. De
oppervlakte van het gebied met een sterke verontreiniging met cis beperkt zich tot peilbuis 305.
3
Het totale bodemvolume met een sterke grondwaterverontreiniging bedraagt minder dan 100 m .
De verontreiniging is veroorzaakt voor 1987.
Nabij gelegen verontreiniging en gevalsdefinitie
In de nabijheid van de grondwaterverontreiniging St Teunismolenweg 15 bevinden zich nog meer
grondwaterverontreinigingen met VOCl‟s.
Een aandachtspunt is daarom of de verontreiniging St. Teunismolenweg 15 geldt als apart geval
van bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wbb, of dat deze verontreiniging behoort tot
hetzelfde geval van bodemverontreiniging als de andere nabij gelegen
grondwaterverontreinigingen.
Deze vraag wordt beoordeeld door de feitelijke situatie te vergelijken met de gevalsdefinitie uit de
Wbb.
Een geval van bodemverontreiniging is volgende de gevalsdefinitie van de Wbb: geval van
verontreiniging of dreigende verontreiniging van de bodem dat betrekking heeft op grondgebieden
die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in technische,
organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen;
Van technische samenhang is sprake, indien de verontreiniging(en) het gevolg is/zijn van één
bepaald productieproces, installatie of mechanisme.
Met organisatorische samenhang wordt bedoeld, dat de verontreiniging(en) het gevolg is/zijn van
één bepaalde organisatorische eenheid of veroorzaker.
Van ruimtelijke samenhang is sprake als verontreinigingen in aan elkaar grenzende of in elkaars
nabijheid gelegen grondgebieden voorkomen.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
5
De feitelijke situatie wordt beschreven aan de hand van de meest actuele rapporten over de
grondwaterverontreiniging in de bodem van St. Teunismolenweg 15 en de directe omgeving.
Deze beschrijving volgt hierna.
het actualisatierapport voor de locatie Gerstweg 2 van 7-1-2008 van Royal Haskoning
Het rapport „Actualisatie bodemkwaliteit NXP Nijmegen‟ van 7 januari 2008 in opdracht van NXP
Semiconductors Nijmegen (hierna: actualisatierapport), betreft het terrein van NXP op de locatie
Gerstweg 2 te Nijmegen. Op deze locatie bevindt zich een omvangrijke verontreiniging met
VOCl‟s. Het actualisatierapport bevat ook informatie over een mogelijke relatie met
grondwaterverontreiniging in de nabijheid van de locatie Gerstweg 2. Onder meer is de invloed op
de grondwaterstroming in beeld gebracht, van aanwezige diepe grondwateronttrekkingen op de
locatie Gerstweg 2 van NXP. Over de invloed van deze onttrekkingen op het grondwater in de
omgeving staat in de conclusies van het actualisatierapport (hoofdstuk 9): ´Als gevolg van
onttrekkingen op het NXP-terrein wordt het grondwater op het terrein en in de nabije omgeving
naar de (zuidoostelijk gelegen) putten getrokken. Deze aantrekkende invloed geldt voor zowel de
horizontale als de verticale richting. Grondwater uit het eerste watervoerend pakket stroomt
neerwaarts naar het tweede watervoerend pakket (infiltratie). Grondwater in het tweede
watervoerend pakket onder de derde scheidende laag stroomt in opwaartse richting (diepe kwel).‟
Voorts staat in de conclusies van het actualisatierapport over de invloed van de onttrekkingen „dat
3
de verontreiniging bij de huidige onttrekking van circa 400.000 m /jaar volledig beheerst wordt.‟
Ook staat in deze conclusies „dat een (groot) deel van de verontreiniging in het tweede
watervoerend pakket afkomstig is van één of meerdere bronlocaties op de westelijk gelegen
bedrijventerreinen‟.
De aan elkaar grenzende percelen St. Teunismolenweg 15 en St. Teunismolenweg 17-23 liggen
ten westen van de locatie Gerstweg 2. Ook bevinden zich op deze locaties
grondwaterverontreinigingen met VOCL‟s. Dit geeft aanleiding om te beoordelen of de
grondwaterverontreiniging op de locatie Gerstweg 2 mede afkomstig kan zijn van de locaties St.
Teunismolenweg 15 en St. Teunismolenweg 17-23.
Dit laatste beoordelen wij mede aan de hand van de twee rapporten „Terreinen aan de Sint
Teunismolenweg 15 en 17-23 (oneven) te Nijmegen‟ van Hofstede cs Milieuadviseurs van 9
januari 2013 en 9 december 2013. Hierin is de grondwaterverontreiniging op deze locaties in
beeld gebracht. Vervolgens heeft Hofstede c.s. een rapport uitgebracht „Monitoring
grondwaterkwaliteit 2014‟ d.d. 10 november 2014 naar aanleiding van de jaarlijkse monitoring
van de grondwaterkwaliteit op Sint Teunismolenweg 15 en 17-23. Deze rapporten over de St.
Teunismolenweg zijn opgesteld in opdracht van Ashendene 20 BV en Ashendene 26 BV te
Bentveld.
Rapport Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 van 9 januari 2013 van Hofstede CS Milieuadviseurs
Volgens de samenvatting en conclusies (hoofdstuk 6) van het rapport van 9-1-2013 is de
aanleiding voor het daarin beschreven onderzoek “de grondwaterverontreiniging met vluchtige
gechloreerde koolwaterstoffen (VCK) die in voorgaande onderzoeken op de terreinen is
geconstateerd. Het brongebied daarvan ligt op St. Teunismolenweg 17-23 ter plaatse van een
voormalig bedrijfspand. Van daaruit heeft zich een „pluim‟ verspreid in oostelijke richting tot op
Sint Teunismolenweg 15 en mogelijk daarbuiten. Op het oostelijk gelegen bedrijfsterrein van NXP
wordt op grote schaal grondwater onttrokken. Deze onttrekking heeft enerzijds de oostelijk
oriëntatie van de pluim veroorzaakt, anderzijds voorkomt de onttrekking momenteel de verdere
verspreiding ervan.” Volgens de samengevatte resultaten van het onderzoek heeft deze
grondwaterverontreiniging “zich in oostelijke richting verspreid tot op het terrein aan de Sint
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
6
Teunismolenweg 15 en mogelijk ook tot op de Gerstweg en het terrein van NXP ten oosten
daarvan.”
Naast de bevindingen over de bronlocatie is in het onderzoek, dat is beschreven in het rapport
van 9 januari 2013, is een ander brongebied ontdekt (paragraaf 5.1): “Opmerkelijk is de sterk
verhoogde concentratie in peilbuis 201 ter plaatse van de voormalige Galvano-afdeling. Hier is
sprake van een tweede brongebiedje. De omvang daarvan is met peilbuizen 300 t/m 312 tot rond
de tussenwaarden afgeperkt.” Dit brongebiedje ligt ten noorden van de pluim die afkomstig is van
brongebied St. Teunismolenweg 17-23.
Volgens paragraaf 5.4 van het rapport is hier “sprake van een afzonderlijk „geval van ernstige
bodemverontreiniging‟.”
Dit op St. Teunismolenweg 15 gelegen brongebied is de grondwaterverontreiniging waarop het
onderhavige besluit betrekking heeft.
Volgens het eerder genoemde actualisatierapport van Haskoning is een deel van de
verontreiniging op het NXP terrein afkomstig van een of meerdere westelijk gelegen
bronpercelen. Volgens het rapport van Hofstede van 9 januari 2013 is de verontreiniging van het
westelijk gelegen brongebied op St. Teunismolenweg 17-23 verspreid naar St. Teunismolenweg
15 en mogelijk ook tot op de Gerstweg en het NXP-terrein. Naar aanleiding van deze bevindingen
is het een aandachtspunt of de verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15 is
vermengd met de andere grondwaterverontreinigingen. Indien verontreinigingen zijn vermengd is
dat eventueel relevant voor de gevalsdefinitie.
Rapport Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 van 9 december 2013 van Hofstede CS
Milieuadviseurs
In de Samenvatting (hoofdstuk 1) van het rapport van 9 december 2013 is aangegeven dat
onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van het diepe grondwater. "Het doel daarvan is het beter
onderbouwen van de „gevalsdefinitie' van de verontreiniging op Sint Teunismolenweg 15. Met
name dient te worden vastgesteld in hoeverre sprake is van vermenging met de andere 'gevallen
van bodemverontreiniging'.
 “Bij het onderzoek naar de kwaliteit van het diepe grondwater zijn op twee strategisch
gekozen locaties series peilbuizen geplaatst met filters op 5,5, 10, 20, 30 en 40 meter diepte."
In beide series peilbuizen (nr. 400 en 401) komen in dit rapport tot 30 meter diep verhoogde
concentraties VOCI voor in de range van 10-20 µg/L. Op beide locaties is op 40 meter diepte
een verhoogde concentratie VOCI in de range van 150-300 µg/L gemeten.
 In de samenvatting van het rapport wordt geconcludeerd "dat het geval 'Sint Teunismolenweg
15' niet significant is vermengd met de gevallen 'Sint Teunismolenweg 17-23' en 'NXP'. De
'buitencontouren' van de afzonderlijke gevallen raken elkaar mogelijk, maar voor wat betreft
de sterkst verontreinigde gebieden is er sprake van duidelijk afzonderlijke vlekken. Eventuele
vermenging, zo die al optreedt aan de grenzen, heeft enkel betrekking op zeer licht
verontreinigd grondwater. Het geval Sint Teunismolenweg 15 kan bij een kosteneffectieve
aanpak afzonderlijk worden gesaneerd, zonder dat deze sanering de overige gevallen van
bodemverontreiniging beïnvloedt."
Rapporten Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 van 21 november 2014, 23 oktober 2015 en 16
augustus 2016 van Hofstede CS Milieuadviseurs
De rapporten bevatten verslagen van monitoringsrondes op de deze percelen. Veel van de eerder
geplaatste peilbuizen zijn in 2014 niet meer zijn teruggevonden. Waarschijnlijk zijn ze verloren
gegaan bij het bouwrijp maken van het terrein in 2012 -2013.
 De resultaten van de monitoring in 2014 voor St. Teunismolenweg 15 zijn in het rapport als
volgt beschreven: 'In het brongebiedje op Sint Teunismolenweg 15 zijn peilbuizen 201, 300
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
7


en 305 herbemonsterd. In alle peilbuizen zijn aanzienlijk lagere concentraties gemeten, dan
bij voorgaande rondes. In 2014 zijn in het algemeen slechts nog licht verhoogde
concentraties gevonden. Enkel in diepe peilbuis 305 (10 m-mv) overschrijdt de concentratie
PER nog de tussenwaarde. De verontreiniging die eerder is gevonden is niet geheel
verdwenen, maar de concentraties zijn door onbekende oorzaken wel dermate gedaald, dat
hier geen sprake meer is van een 'ernstig geval', waarvoor een saneringsnoodzaak geldt.' De
in 2015 en 2016 uitgevoerde monitoringen bevestigen dit beeld in hoofdzaak. In de drie nog
aanwezige peilbuizen worden nog maximaal streefwaardeoverschrijdingen gevonden. De
enige uitzondering hierop is dat in peilbuis 305 in 2015 en 2016 voor PER nog de
tussenwaarde wordt overschreden en in 2016 voor CIS nog de interventiewaarde.
In 2016 is in het brongebied St. Teunismolenweg 15 ook een diepe peilbuis geplaatst (nr.
402). Tot 30 meter diep zijn voor PER, TRI en CIS maximaal streefwaarde overschrijdingen
aangetroffen. Op 40 meter werd voor CIS de interventiewaarde net overschreden.
In 2015 en 2016 werden in de diepe peilbuis 401 op 40 m diep aanmerkelijk hogere gehalten
aangetroffen dan in de eerdere metingen. Dat geldt ook voor peilbuis 400 op 10, 30 en 40 m.
In 2015 werd in de ondiepe peilbuis 400 (10 mmv) voor het eerst een overschrijding van de
tussenwaarde aangetroffen (voor PER) en van de interventiewaarde (voor CIS).
Beoordeling vermenging met andere verontreinigingen
De volgende omstandigheden zijn relevant voor de beoordeling van mogelijke vermenging tussen
de verontreiniging St. Teunismolenweg 15 en de andere verontreinigingen, waardoor er mogelijk
samenhang tussen de verschillende verontreinigingen zou kunnen zijn.
• Het ondiepe brongebied op St. Teunismolenweg 15 is in de eerste monitoring (rapport januari
2013) horizontaal voor het grootste deel afgeperkt tot de streefwaarde en voor een klein deel
tot de tussenwaarde. Verticaal is de verontreiniging in het brongebied in de monitoring van
2016 afgeperkt tot de streefwaarde. Uit de onderzoeken is niet gebleken dat sterke
verontreiniging van het brongebied is vermengd met andere sterke verontreiniging in de
omgeving. Er is een concrete aanwijzing voor het ontstaan van het brongebied, namelijk een
Galvano-afdeling die op de plek van het brongebied is getekend op een plattegrondtekening
van het bedrijf Friden Holland NV uit 1970.
• Er zijn aanwijzingen dat de interventiewaarde overschrijding op 40 m diep in peilbuis 402 ter
plaatse van het brongebied St. Teunismolenweg 15 een andere oorzaak heeft dan het
ondiepe brongebied:
o De stroming van het diepe grondwater is in de loop der jaren mogelijk meermalen
gewijzigd onder invloed van het verplaatsten en tijdelijk stopzetten van de
grondwateronttrekkingen op Gerstweg 2. De diepe peilbuis 402 ligt op 30 meter afstand
van peilbuis 400 waarin op 40 m diep eveneens sterke verontreinigen zijn aangetroffen.
Mogelijk staan de sterke verontreinigingen in de diepe peilbuizen 400 en 402 met elkaar
in verbinding.
o In het rapport „Grondwaterkwaliteit St. Teunismolenweg te Nijmegen‟ (Royal Haskoning,
11 augustus 2010) zijn de mogelijke ondiepe en diepe verontreinigingscontouren
gevisualiseerd van de grote grondwaterverontreiniging die is ontstaan op Gerstweg 2 en
St. Teunismolenweg 17-23. De diepe contouren zijn groter dan de ondiepe. Het later
ontdekte ondiepe brongebied op het noordelijk deel van St. Teunismolenweg 15 ligt
buiten de ondiepe streefwaardecontouren. De nieuwe diepe peilbuis 402 ligt hier
ongeveer op de diepe interventiewaardecontour.
• In het kader van het aanvullend onderzoek op St. Teunismolenweg 15, dat is beschreven in
het rapport van 9 december 2013, zijn twee peilbuizen (400 en 401) geplaatst op twee
strategisch gekozen locaties.
Peilbuis 401 bevindt zich tussen het brongebied St. Teunismolenweg 15 en de
verontreiniging van het brongebied van St. Teunismolenweg 17-23.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
8
•
Peilbuis 400 bevindt zich tussen het brongebied St. Teunismolenweg 15 en het NXP-terrein
met de daarop gelegen grondwateronttrekkingen.
Er zijn aanwijzingen dat de hoge concentraties in de diepe peilbuizen 400 en 401 een andere
oorzaak hebben dan het brongebied op St. Teunismolenweg 15. De volgende
omstandigheden wijzen erop dat de hoge concentraties in de peilbuizen 400 en 401
afkomstig kunnen zijn van de verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 17-23
of de verontreiniging op het NXP-terrein:
 "In beginsel zouden de hoge concentraties VCK op 40 meter diepte afkomstig kunnen zijn
van het brongebied op Sint Teunismolenweg 17-23. De peilbuizen staan tussen dit
brongebied en de (voormalige) onttrekkingsbronnen op het NXP-terrein, dus
'stroomafwaarts'." (rapport Hofstede 9-12-2013, paragraaf 6.3).
 De voorganger van NXP, Philips, heeft van 1983 tot 1987 tijdelijk geen grondwater
onttrokken (Actualisatierapport NXP-terrein 2008, paragraaf 2.4.3). Mogelijk heeft toen de
autonome, westelijke stroming weer de overhand gekregen en is de verontreiniging van
het NXP-terrein (Gerstweg 2) of van de pluim van het brongebied St. Teunismolenweg
17-23 verspreid richting de huidige peilbuizen 400 en 401.
 In het rapport „Grondwaterkwaliteit St. Teunismolenweg te Nijmegen‟ (Royal Haskoning,
11 augustus 2010) zijn de mogelijke ondiepe en diepe verontreinigingscontouren
gevisualiseerd van de grote vermengde grondwaterverontreiniging die is ontstaan op
Gerstweg 2 en St. Teunismolenweg 17-23. De peilbuizen 400 en 401 liggen binnen de
diepe interventiewaardecontour.
Op grond van de volgende factoren is het onwaarschijnlijk dat de verontreiniging in Peilbuizen
400 en 401 afkomstig is van het brongebied St Teunismolenweg 15:
 "Peilbuis 401 staat loodrecht op de oostelijke stromingsrichting van het grondwater, op
enige tientallen meters afstand van het brongebiedje op nummer 15. De hier gevonden
verontreiniging kan dus niet afkomstig zijn van nummer 15." (brief van Hofstede CS
Milieuadviseurs 1 juli 2014
 Peilbuis 400 staat wel enigszins stroomafwaarts (zuidoostelijk) van het brongebiedje op
nummer 15. In algemene zin worden in een bronlocatie (veel) hogere concentraties
gemeten, dan in het bijbehorende verspreidingsgebied. In peilbuis 400 zijn diep en
ondiep juist hogere concentraties gemeten dan in het ondiepe brongebied.
Op grond van het voorgaande concluderen we dat het kleine ondiepe brongebied op St.
Teunismolenweg 15 niet is veroorzaakt door de grondwaterverontreinigingen van het brongebied
St. Teunismolenweg 17-23 of het NXP-terrein.
Het is niet uit te sluiten dat verontreiniging afkomstig van het brongebied St. Teunismolenweg 15
in het verleden heeft bijgedragen aan andere grondwaterverontreiniging in de nabije omgeving,
maar het ontbreekt aan voldoende concrete aanwijzingen dat dit daadwerkelijk is gebeurd. Wij
verwachten niet dat aanvullend onderzoek hierover nog meer duidelijkheid zal kunnen geven. Op
grond van het uitgevoerde onderzoek kan niet worden geconcludeerd dat de verontreiniging van
het kleine brongebied St. Teunismolenweg 15 een oorzaak is van de nabije grote
grondwaterverontreiniging die is veroorzaakt op St. Teunismolenweg 17-23 en Gerstweg 2. Er is
geen sprake van (relevante) vermenging van de verontreiniging van het brongebied St.
Teunismolenweg 15 en de andere verontreinigingen.
Hierna worden de voorgaande bevindingen getoetst aan de gevalsdefinitie van de Wet
bodembescherming.
Vergelijking van de feitelijke situatie met de drie samenhangen van de gevalsdefinitie
Door te toetsen of de technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang cumulatief (alle drie)
aanwezig zijn tussen enerzijds het brongebied van St. Teunismolenweg15 en anderzijds de
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
9
verontreinigingen van het brongebied St. Teunismolenweg17-23 of de verontreiniging op
Gerstweg 2, kunnen wij beoordelen of de verontreiniging van brongebied St. Teunismolenweg 15
een afzonderlijk geval van bodemverontreiniging is.
Technische samenhang
Van technische samenhang is sprake, indien de verontreiniging(en) het gevolg is/zijn van één
bepaald productieproces, installatie of mechanisme.
De grondwaterverontreiniging op St. Teunismolenweg 15 ligt op de plek (deellocatie) waar een
galvano-afdeling is getekend op een plattegrondtekening van het bedrijf Friden Holland NV, dat in
het verleden gevestigd was op St. Teunismolenweg 15. Dit is de enige concrete informatie over
een mogelijke oorzaak van VOCL-verontreiniging op deze deellocatie. Daarmee is de Galvanoafdeling de meest waarschijnlijke oorzaak voor de verontreiniging van het brongebied St.
Teunismolenweg 15.
In het actualisatieonderzoek uit 2008 over het NXP-terrein (Gerstweg 2) worden diverse
verdachte deellocaties op de locatie Gerstweg 2 genoemd waar in het verleden
chloorkoolwaterstoffen zijn gebruikt. Een conclusie van dit onderzoek luidt 'dat een (groot) deel
van de verontreiniging in het tweede watervoerend pakket afkomstig is van één of meerdere
bronlocaties op de westelijk gelegen bedrijventerreinen'. Op grond van deze informatie uit het
actualisatie onderzoek uit 2008 is minimaal een deel van de VOCL-verontreiniging op Gerstweg 2
door activiteiten op Gerstweg 2 veroorzaakt. Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat de
verontreiniging op Gerstweg 2 mede is veroorzaakt door de verontreiniging die is ontstaan op het
westelijk gelegen perceel St. Teunismolenweg 17-23. Echter zoals hiervoor al is al
geconcludeerd, heeft de bronlocatie St. Teunismolenweg 15 de verontreiniging op Gerstweg 2
niet mede veroorzaakt.
De verontreinigingen van het brongebied St. Teunismolenweg 15 en Gerstweg 2 zijn veroorzaakt
door verschillende productieprocessen. Gezien het voorgaande is er geen technische samenhang
tussen het brongebied St. Teunismolenweg 15 en de verontreiniging op Gerstweg 2
De precieze oorzaak van de VOCL-verontreiniging op de St. Teunismolenweg 17-23 is niet
bekend. De bedrijfshal die hier in 1979 werd gebouwd was onderverdeeld in vier afzonderlijke
units. Hierin zijn verschillende bedrijven gevestigd geweest, zoals Printronix, Holec,
Transformatoren, Digital, Breed en De Gelderlander. Meerdere bedrijven hebben hier mogelijk
gewerkt met oplosmiddelen en kunnen daarbij de verontreiniging hebben veroorzaakt.
De activiteiten van deze bedrijven, die de VOCL-verontreiniging waarschijnlijk hebben
veroorzaakt, horen niet tot hetzelfde (productie)proces dat de VOCL-verontreinig op St.
Teunismolenweg 15 heeft veroorzaakt.
Een aandachtspunt hierbij is dat het bedrijf Digital de beide locaties St Teunismolenweg 15 en 1723 van de eerste helft jaren 80 tot eind jaren 90 heeft gebruikt. Volgens een overzicht in een
notitie van Haskoning in opdracht van Ashendene van 15-10-2009 (rapport 4834 op de
Nijmeegse website Mileu-Atlas), heeft Digital mogelijk op beide locaties VOCI's als
ontvettingsmiddel gebruikt. In het overzicht is aangegeven dat hierover in de dossierstukken gaan
nadere informatie is aangetroffen. De enige bekende Hinderwetaanvraag van Digital voor de
locatie St. Teunismolenweg 17-23 dateert uit 1983 en betreft een trainingscenter. Op deze
Hinderwetwetaanvraag staan geen aanwijzingen dat op deze locatie chemicaliën werden
gebruikt, Op een andere Hinderwetaanvraag van Digital voor de locatie St. Teunismolenweg 15
uit 1982 staan wel aanwijzingen dat chemicaliën werden gebruikt.
Het ontbreekt aan voldoende concrete aanwijzingen dat Digital VOCI's heeft gebruikt op St.
Teunismolenweg 17-23. Het gegeven dat Digital gedurende langere gelijktijdig op beide locaties
werkzaam was, betekent dan ook niet dat er technische samenhang is tussen het brongebied St.
Teunismolenweg 15 en het brongebied St. Teunismolenweg 17-23.
Overigens is ook niet zeker dat Digital VOCI's heeft gebruikt op de locatie St. Teunismolenweg
15.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
10
Concluderend is er geen technische samenhang tussen de VOCI-verontreinigingen op St.
Teunismolenweg 15 en het brongebied St. Teunismolenweg 17-23.
Organisatorische samenhang
Met organisatorische samenhang wordt bedoeld, dat de verontreiniging(en) het gevolg is/zijn van
één bepaalde organisatorische eenheid of veroorzaker.
Uit de bevindingen over de technische samenhang blijkt dat er eveneens geen organisatorische
samenhang is tussen enerzijds de verontreiniging van brongebied St. Teunismolenweg 15 en
anderzijds de verontreinigen van brongebied St. Teunismolenweg 17-23 en Gerstweg 2. De
verontreinigingen van brongebied St. Teunismolenweg 15 en de andere verontreinigingen zijn
veroorzaakt door verschillende productieprocessen van verschillende bedrijven, die onderling niet
zijn gelieerd. Er is daarom geen sprake van een organisatorische samenhang.
Ruimtelijke samenhang
Van ruimtelijke samenhang is sprake als verontreinigingen in aan elkaar grenzende of in elkaars
nabijheid gelegen grondgebieden voorkomen.
In het onderhavige geval raken de streefwaardecontouren van de verontreiniging St.
Teunismolenweg 15 en de verontreinigingen St. Teunismolenweg 17-23 en Gerstweg 2 elkaar
wellicht (rapport Hofstede. 9-12-2013, paragraaf 6.3). Aangezien het geval van verontreiniging
wordt begrensd door de streefwaardecontour, is in deze situaties sprake van ruimtelijke
samenhang.
Conclusie samenhangen en gevalsdefinitie
In het onderhavige geval is er geen technische en organisatorische samenhang tussen enerzijds
de verontreiniging St. Teunismolenweg 15 en anderzijds de verontreinigingen St.
Teunismolenweg 17-23 en Gerstweg 2. Er is niet voldaan aan de voorwaarde dat de drie
samenhangen cumulatief aanwezig moeten zijn, om verschillende verontreinigingen als een
gezamenlijk geval van bodemverontreiniging te kunnen beschouwen. De VOCL-verontreiniging
van het brongebied St. Teunismolenweg 15 is een apart geval van bodemverontreiniging zoals
bedoeld in de Wbb.
Ernst
Of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is afhankelijk van de concentraties
van de verontreiniging én van de hoeveelheid grond of grondwater die verontreinigd is.
De hoeveelheid grond en/of grondwater waarin de interventiewaarden van tetrachlooretheen (per)
3
en cis 1,2-Dichlooretheen worden overschreden is niet groter dan 25 respectievelijk 100 m . Wij
stellen dus vast dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
In het ontwerpbesluit van 1 juni 2015 dat is voorafgegaan aan het onderhavige besluit werd de
verontreiniging van het brongebied aangemerkt als geval van ernstige bodemverontreiniging.
Deze beoordeling was vooral gebaseerd op het eerste monitoringsrapport van januari 2013,
waarin in de peilbuizen op verschillende plekken in de kern van het brongebied
interventiewaarde-overschrijdingen in het grondwater werden aangetroffen. In de volgende
monitoringsronde (rapport december 2013) waren de gemeten concentraties in deze peilbuizen
aanzienlijk lager. In de laatste drie monitoringen (2014-2016) werden in deze peilbuizen nog
slechts streefwaarde-overschrijdingen gemeten, met uitzondering van peilbuis 305, waarin bij elke
ronde voor één stof een tussenwaarde-overschrijding (2014 en 2015) of een interventiewaardeoverschrijding (2016) werd gemeten.
In de laatste drie monitoringen is niet meer gebleken dat de hoeveelheid
grondwater waarin de interventiewaarden worden overschreden groter is dan 100 m3.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
11
Ter plaatse van het brongebied zijn bij bodemonderzoek naar verontreiniging in de vaste grond
geen verhoogde gehalten aangetroffen (Terreinen aan de
Sint Teunismolenweg 15 en 17-23 te Nijmegen, Verkennend en nader bodemonderzoek
conform NEN 5740, Hofstede CS, 7 januari 2013) .
De criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging, namelijk de aanwezigheid van 100
m3 sterk verontreinigd grond water en/of 25 m3 sterk verontreinigde grond worden niet (meer)
over schreden. Ter plaatse van het brongebied St. Teunismolenweg 15 is niet langer sprake van
een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Spoedeisendheid
De spoedeisendheid hoeft alleen bepaald te worden voor een geval van ernstige verontreiniging.
Omdat geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging wordt de spoedeisendheid niet
bepaald.
5 ZIENSWIJZEN
Naar aanleiding van het ontwerpbesluit konden belanghebbenden zienswijzen indienden van 5
juni tot en met 16 juli 2015. Op 15 juli zijn schriftelijke zienswijzen ingekomen van het bedrijf NXP
Semiconductors Netherlands BV (NXP). Het bedrijf is gelegen aan de Gerstweg 2 recht
tegenover het perceel St. Teunismolenweg 15, waarvan de zijkant ook aan de Gerstweg ligt.
Voorts grenzen de streefwaardecontour van de grondwaterverontreiniging aan de St.
Teunismolenweg 15 en de grondwaterverontreiniging St. Teunismolenweg 17-23 en Gerstweg 2
aan elkaar.
NXP is belanghebbend bij het onderhavige besluit en de zienswijzen zijn tijdig ingediend.
De zienswijzen van NXP betreffen de volgende onderwerpen:
1. Motivering ten aanzien van spoedeisendheid
2. Verbod grondwateronttrekking
3. Onaanvaardbare risico‟s door contact en gebruik van het grondwater‟
4. Motivering technische en organisatorische samenhang
Zienswijze 1. Onvoldoende motivering ten aanzien van spoedeisendheid
Voor de risico inventarisatie is alleen een standaard risico inventarisatie uitgevoerd, terwijl in de
motivering duidelijk wordt aangevoerd dat de grondwateronttrekking in de omgeving ook water uit
het Ie watervoerend pakket stroomt neerwaarts naar 2e watervoerend pakket. De
onttrekkingen verplaatsen de verontreiniging van nr. 15 zowel in horizontale (oostelijke) als
verticale richting. Als de onttrekkingen worden beëindigd is er mogelijk wel sprake van een
onaanvaardbaar risico en een onbeheersbare situatie, en daarmee spoedeisendheid (noot 1).
Deze factoren zijn niet betrokken bij de beoordeling van spoedeisendheid (risico van
verspreiding). Gezien de omstandigheden is een standaard beoordeling van spoedeisendheid
onvoldoende. Er wordt in de motivering ten aanzien van spoedeisendheid niet beargumenteerd
waarom met een standaard risicobeoordeling kan worden volstaan zonder in te gaan op de
specifieke omstandigheden, zoals het risico van verspreiding van de verontreiniging (noot 2).
De beide noten in de zienswijze verwijzen naar ABRS uitspraak 201208891/1/A4 van 14
augustus 2013
Reactie:
Wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, moet
volgens de Wbb (artikel 37 lid 1) worden vastgesteld of er risico‟s zijn waardoor spoedige
sanering noodzakelijk is. Hieruit kan worden afgeleid dat, wanneer wordt vastgesteld dat er geen
geval van ernstige verontreiniging is, niet hoeft te worden vastgesteld of er risico‟s zijn. Dit laatste
blijkt ook uit de Circulaire bodemsanering 2013 waarin staat (paragraaf 2.2): “Als er geen sprake
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
12
is van een geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient
te worden gesaneerd.”
Voor het ontwerpbesluit is een standaardrisicobeoordeling uitgevoerd, omdat in het
ontwerpbesluit werd uitgegaan van de aanwezigheid van een geval van ernstige verontreiniging.
Nu in het definitieve besluit wordt vastgesteld dat er geen geval van ernstige
bodemverontreiniging is, hoeft niet te worden beoordeeld of er risico‟s zijn en kan een
standaardrisicobeoordeling achterwege blijven.
Een verdergaande risicobeoordeling dan een standaardrisicobeoordeling is volgens de Circulaire
uitsluitend aan de orde “Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat (een deel van) de
aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico‟s
oplevert”. Nu een standaardrisicobeoordeling achterwege kan blijven bij het huidige besluit,
waarin wordt vastgesteld dat er geen geval van ernstige bodemverontreiniging is, is een
verdergaande risicobeoordeling eveneens niet aan de orde. De in de zienswijzen genoemde
jurisprudentie is in de onderhavige casus niet aan de orde en leidt daarom niet tot een andere
conclusie.
Ook indien wij in het definitieve besluit zouden hebben vastgesteld, dat er wel een geval van
ernstige bodemverontreiniging is, zouden wij hebben kunnen volstaan met een
standaardbeoordeling. Het is echter niet meer nodig om dat hier uit te leggen, nu in het nieuwe
besluit wordt vastgesteld dat er geen geval van ernstige bodemverontreiniging is.
Zienswijze 2. Verbod grondwateronttrekking niet voldoende begrensd
In 3.2 wordt aangegeven dat er geen grondwateronttrekking mag plaatsvinden op of nabij de
verontreiniging. Er is niet bepaald wat met “nabij de verontreiniging” inhoudt. Door deze
bepaling op te nemen zonder grenzen aan te geven worden derden (waaronder voornamelijk
NXP en Ashendene 20 als buren) beperkt in hun mogelijkheden om - om hun moverende
redenen - grondwater te onttrekken. NXP zal door deze bepaling beperkt worden in de
mogelijkheden. Niet valt in te zien waarom er geen begrenzing van de beperking kan worden
vastgesteld.
Reactie op zienswijze 2: Verbod grondwateronttrekking niet voldoende begrensd
In paragraaf 3.2 van het ontwerpbesluit stond dat er geen grondwateronttrekking mag
plaatsvinden zonder onze instemming.
De bedoelde beperking is geen bepaling die het college aan het ontwerpbesluit had verbonden.
Het is een verkorte weergave van bestaande wettelijke bepalingen, die wij in het ontwerpbesluit
hadden vermeld, om gebruikers van gronden nabij de verontreiniging te informeren over een
bestaande wettelijke beperking voor het gebruik van de gronden. De artikelen van de betreffende
wettelijke bepalingen zijn tussen haakjes vermeld, in dit geval artikel 28 en 39 Wbb.
De in het ontwerpbesluit genoemde beperking is niet meer aan de orde, nu in het definitieve
besluit wordt vastgesteld dat er geen geval van ernstige bodemverontreiniging is. Daarom is deze
beperking in het definitieve besluit niet meer genoemd.
In plaats daarvan is in het definitieve besluit ter informatie vermeld: “Wanneer de verontreiniging
in de bodem wordt gesaneerd, verminderd of verplaatst moet daarvan mogelijk wel melding
worden gedaan volgens artikel 28 van de Wbb.”
Overigens maakt de aanwezigheid van het brongebied St. Teunismolenweg 15 niet, dat de
meldingsplicht van artikel 28 Wbb nu van toepassing is op de onttrekkingen die zich bevinden op
het perceel van NXP. De verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15 wordt
namelijk niet verplaatst door deze onttrekkingen. Dit laatste blijkt uit de eerdere paragraaf
“Beoordeling vermenging met andere verontreinigingen” in dit besluit. Deze beoordeling is
uitgevoerd om na te gaan of de verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15 onder
invloed van de onttrekkingen op het perceel van NXP vermengd zou kunnen zijn met
nabijgelegen grondwaterverontreinigingen met VOCl.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
13
De conclusie van deze beoordeling luidt dat er geen sprake is van (relevante) vermenging van de
verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15 en de andere verontreinigingen.
Hieruit volgt dat de jarenlange grondwateronttrekkingen op het NXP-terrein de verontreiniging van
het brongebied St. Teunismolenweg 15 niet verplaatsen. De zienswijze geeft geen aanleiding om
in het onderhavige besluit de bestaande wettelijke beperking in de vorm van een meldingsplicht te
begrenzen.
Voorts zijn wij niet bevoegd om de wettelijke meldingsplicht uit de Wet bodembescherming te
beperken, hetgeen op zichzelf al een reden is om niet aan de zienswijze tegemoet te komen.
Zienswijze 3. Contact en gebruik van het grondwater (van de verontreiniging) kan
onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen (3.2 van het ontwerpbesluit)
Gezien de bekende aanwezige grondwateronttrekkingen (bij NXP) is het onbegrijpelijk dat wordt
beweerd dat bij het gebruik van of het contact met verontreinigde grondwater een
onaanvaardbaar risico met zich mee kan brengen, terwijl bekend is dat die onttrekkingen reeds
bestaan.
Gezien het gevaar van onaanvaardbare risico‟s bij contact met of gebruik van het
verontreinigde grondwater en het risico van verspreiding is het onbegrijpelijk, althans
onvoldoende gemotiveerd, waarom geen maatregelen worden voorgeschreven om
onaanvaardbare risico‟s te vermijden.
Reactie op zienswijze 3
In paragraaf 3.2 van het ontwerpbesluit stond dat er geen grondwateronttrekking mag
plaatsvinden zonder onze instemming. Hierbij waren tevens ter informatie kort de redenen voor
deze beperking vermeld. Een van deze redenen is: “Het gebruik van of het contact met het
verontreinigde grondwater kan onaanvaardbare risico's met zich meebrengen.”
In de reactie op zienswijze 2 is al aangegeven dat de in het ontwerpbesluit genoemde beperking
niet meer aan de orde is, nu in het definitieve besluit wordt vastgesteld dat er geen geval van
ernstige bodemverontreiniging is. Daarom is de bijbehorende uitleg over de reden van deze
beperking ook niet meer opgenomen in het definitieve besluit.
Voorts is verontreinigd grondwater, dat wordt opgepompt door de onttrekkingen op het NXP
terrein op Gerstweg 2, niet afkomstig van de verontreiniging van het brongebied St.
Teunismolenweg 15. Dit blijkt uit hetgeen eerder in dit besluit is geschreven onder de kop
“Beoordeling vermenging met andere verontreinigingen” en uit onze reactie op zienswijze 2. Voor
zover de grondwateronttrekkingen op Gerstweg 2 wel verontreinigd grondwater oppompen, is de
verontreiniging van dit grondwater volgens diverse onderzoeken ontstaan op Gerstweg 2 en/of St.
Teunismolenweg 17-23.
Zienswijze 4. Technische samenhang en organisatorische samenhang onvoldoende
gemotiveerd:
In de motivering wordt geconcludeerd dat er geen technische en organisatorische samenhang
zou bestaan. Ter onderbouwing wordt er wel vermeld dat verschillende bedrijven op St.
Teunismolenweg 17-23 actief zijn geweest. Er is echter niet onderzocht welke activiteiten deze
ondernemingen hier hebben verricht en of deze in verband kunnen worden gebracht met de
aangetroffen verontreinigingen.
Een onderzoek van de voor deze bedrijven verleende Hinderwetvergunningen ontbreekt.
Gevolg is dat de motivering voor het besluit ten aanzien van de technische en organisatorische
samenhang geen deugdelijke en afdoende motivering voor handen is. Er is vooral niet onderzocht
welke activiteiten de aangetroffen verontreiniging hadden kunnen veroorzaken.
Samenhang zou aanwezig kunnen zijn gedurende de periode dat Digital beide locaties (nr 15 en
nrs 17-23) gebruikte. Wat dat aangaat is het opmerkelijk dat ten aanzien van Digital de verleende
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
14
milieuvergunningen wel de basis vormen voor de conclusie dat de verontreinigingen niet
toegerekend kunnen worden aan Digital.
Niet is aangevoerd waarom op basis van de aangetroffen vergunningen van Digital kan worden
uitgesloten dat de verontreiniging op 17-23 net als die van nr 15 door Digital zijn veroorzaakt
terwijl in een rapport wordt aangegeven dat Digital op beide locaties VOCL als
ontvettingsmiddel heeft gebruikt.
De motivering ten aanzien van organisatorische samenhang is niet consequent en biedt
onvoldoende basis voor de getrokken conclusie.
Reactie op zienswijze 4
Naar aanleiding van de onderzoeken van Hofstede op St. Teunismolenweg 15 is hiervoor onder
de kop „Beoordeling vermenging met andere verontreinigingen‟ geconcludeerd dat het kleine
brongebied op St. Teunismolenweg 15 niet is veroorzaakt door de grondwaterverontreinigingen
van het brongebied St. Teunismolenweg 17-23 of het NXP-terrein. Onderzoek naar
bedrijfsactiviteiten op St. Teunismolenweg 17-23 is daarom niet relevant als mogelijke oorzaak
voor de verontreiniging St. Teunismolenweg 15, waarover dit besluit gaat. Toch is er nog een
situatie mogelijk waarbij bedrijfsactiviteiten op St. Teunismolenweg 17-23 relevant kunnen zijn
voor de gevalsdefinitie van de verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15. Dat is
het geval indien de veroorzaker van het brongebied St. Teunismolenweg 15 ten tijde van de
veroorzaking ook actief was op St. Teunismolenweg 17-23. In dat geval moet worden onderzocht
of er mogelijk technische of organisatorische samenhang is tussen de beide
grondwaterverontreinigingen St. Teunismolenweg 15 en St. Teunismolenweg 17-23.
Om organisatorische samenhang te kunnen concluderen moeten beide verontreinigingen zijn
veroorzaakt door een bedrijf dat op beide locaties actief was. Om technische samenhang te
kunnen concluderen moeten beide verontreinigingen het gevolg zijn van één bepaald
productieproces, installatie of mechanisme. Een minimale voorwaarde voor beide samenhangen
is dus dat een bedrijf op beide locaties de verontreiniging heeft veroorzaakt.
Dit kan worden nagegaan door middel van historisch onderzoek waarin aan de hand van
historische documenten, zoals vergunningen, wordt nagegaan welke activiteiten werden
ondernomen en welke stoffen aanwezig waren op diverse deellocaties van een bepaald adres.
Bij ons zijn de volgende historische onderzoeken bekend, die allemaal de beide locaties St.
Teunismolenweg 15 en 17-23 omvatten. Deze onderzoeken zijn te raadplegen op de Milieuatlas
op de website van de gemeente Nijmegen.
- HO nr 136 uit 2004 (jaartal vermeld op bijlage tekening) door ReGister Historisch
onderzoeksbureau bv, in opdracht van gemeente Nijmegen (bestand
_Historisch_onderzoek_136.pdf); Dit staat op de Milieuatlas bij het onderdeel Verdachte
bodemlocaties.
- Notitie van 18 april 2005 van Haskoning Nederland BV, „Historisch onderzoek locatie St
Teunismolenweg 15 te Nijmegen, in opdracht van Ashendene-Leeuwenstein BV. De notitie is
een bijlage bij nadere onderzoeken van Haskoning 26 juni 2006 en 26 september 2007. Deze
staan op het onderdeel Bodemonderzoeken van de Milieuatlas;
- Notitie van 15 oktober 2009 van Haskoning Nederland BV, Aanvullend historisch en
grondwateronderzoek locatie St. Teunismolenweg te Nijmegen, in opdracht van AshendeneLeeuwenstein BV. De notitie staat als Nader onderzoek op het onderdeel Bodemonderzoeken
van de Milieuatlas;
Het Register-onderzoek is onderdeel van een uniform grootschalig project met historische
onderzoeken. De Haskoning-notitie uit 2009 is een aanvulling op de Haskoning-notitie uit 2005. In
de Haskoning-notitie uit 2009 is expliciet gezocht naar mogelijke bronnen voor de VOCLverontreiniging in het grondwater op St. Teunismolenweg 17-23.
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
15
In de historische onderzoeken is vermeld welke beschikbare historische informatie is
geraadpleegd, waaronder de bestaande archieven met vervallen Hinderwet- en Wet
milieubeheer- en bouwvergunningen. De opmerkingen uit de zienswijze, dat onvoldoende
onderzoek is gedaan naar activiteiten en naar Hinderwetvergunningen op St. Teunismolenweg
17-23, is niet verder onderbouwd en gezien het uitgevoerde historisch onderzoek ook
ongegrond.
De Haskoning-notitie uit 2009 bevat een overzicht waarin staat welke bedrijven in welke periode
vanaf het begin (1958) actief waren op de locaties St.Teunismolenweg 15 en 17-23.
Volgens dit overzicht zijn er op St. Teunismolenweg 17-23 zeven bedrijven geweest die op grond
van hun activiteiten mogelijk hebben gewerkt met VOCl-houdende stoffen of waarbij dit niet is uit
te sluiten. Wat betreft de oorzaak van de VOCl-verontreiniging op St. Teunismolenweg 17-23
concludeert de Haskoning-notitie: “In z'n algemeenheid geldt dat er op basis van de beschikbare
historische informatie niet één specifieke veroorzaker aan te wijzen is, er zijn meerdere potentiële
veroorzakers werkzaam geweest op de locatie.”
Volgens de Haskoning notitie uit 2009 waren de volgende twee bedrijven actief op St.
Teunismolenweg 15 én 17-23:
- Friden Holland en Singer nv en later Tealtronic: van 1958 tot eind jaren 70 (rond 1977 failliet
gegaan);
- Digital: van 1984 tot vermoedelijk eind jaren 90.
Dit geeft aanleiding om na te gaan of een minimaal een van deze bedrijven de beide
verontreinigingen op St. Teunismolenweg 15 én 17-23 (mede) heeft veroorzaakt, waardoor er
sprake zou kunnen zijn van organisatorische of technische samenhang.
Er zijn aanwijzingen dat Friden Holland/Singer/Tealtronic op St. Teunismolenweg 15 activiteiten
hebben verricht waardoor de VOCL-verontreiniging kan zijn ontstaan. Dit bedrijf was ook
eigenaar/gebruiker van de locatie St. Teunismolenweg 17-23, maar in de uitgevoerde historische
onderzoeken is niet achterhaald wat het bedrijf heeft gedaan op 17-23. Dit is naar onze mening
onvoldoende om technische of organisatorische samenhang aan te nemen.
In het ontwerpbesluit hebben wij reeds als volgt beoordeeld of er sprake is van technische
samenhang door de aanwezigheid van Digital op beide locaties: “Volgens een overzicht in een
notitie van Haskoning in opdracht van Ashendene van 15-10-2009 (rapport 4834 op de
Nijmeegse website Mileuatlas), heeft Digital mogelijk op beide locaties VOCI's als
ontvettingsmiddel gebruikt. In het overzicht is aangegeven dat hierover in de dossierstukken gaan
nadere informatie is aangetroffen. De enige bekende Hinderwetaanvraag van Digital voor de
locatie St. Teunismolenweg 17-23 dateert uit 1983 en betreft een trainingscenter. Op deze
Hinderwetwetaanvraag staan geen aanwijzingen dat op deze locatie chemicaliën werden
gebruikt, Op een andere Hinderwetaanvraag van Digital voor de locatie St. Teunismolenweg 15
uit 1982 staan wel aanwijzingen dat chemicaliën werden gebruikt.
Het ontbreekt aan voldoende concrete aanwijzingen dat Digital VOCI's heeft gebruikt op St.
Teunismolenweg 17-23. Het gegeven dat Digital gedurende langere gelijktijdig op beide locaties
werkzaam was, betekent dan ook niet dat er technische samenhang is tussen het brongebied St.
Teunismolenweg 15 en het brongebied St. Teunismolenweg 17-23.
Overigens is ook niet zeker dat Digital VOCI's heeft gebruikt op de locatie St. Teunismolenweg
15. Concluderend is er geen technische samenhang tussen de VOCI-verontreinigingen op St.
Teunismolenweg 15 en het brongebied St. Teunismolenweg 17-23.”
Aansluitend hierop kan nog worden vermeld dat er wel een concrete aanwijzing is voor het
ontstaan van de verontreiniging van het brongebied St. Teunismolenweg 15, namelijk de
Galvano-afdeling die op de plek van het brongebied is getekend op een plattegrondtekening van
het bedrijf Friden Holland NV uit 1970. De oudste set Hinderwettekeningen van Digital voor St.
Teunismolen 15 dateert van 29-4-1982 en hoort bij de Hinderwetvergunning van 24-1-1983. Op
de plek van de Galvano-afdeling uit de tekening van 1970 staat op de Digital-tekening uit 1982
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
16
een computerruime. De aangrenzende ruimtes zijn een kantoor en een grote opslagruimte. Dit
maakt het onwaarschijnlijk dat Digital de verontreiniging ter plaatse van het brongebied St.
Teunismolenweg 15 heeft veroorzaakt.
Volgens de zienswijze van NXP is niet voldoende gemotiveerd waarom kan worden uitgesloten
dat Digital de verontreiniging op beide locatie heeft veroorzaakt. Hierover overwegen wij: op basis
van de beschikbare historische informatie, waaronder Hinderwetvergunningen, is het niet
aannemelijk dat Digital beide verontreinigingen heeft veroorzaakt. Wij kunnen echter geen
sluitend bewijs leveren dat Digital niet een of beide verontreinigen (mede) heeft veroorzaakt,
maar dat is ook niet nodig om te kunnen concluderen dat er geen organisatorische en geen
technische samenhang is. Om te kunnen concluderen dat er wel organisatorische of technische
samenhang is moeten er naar onze mening voldoende concrete bewijzen zijn dat Digital wél
beide verontreinigingen heeft veroorzaakt. Dergelijke bewijzen ontbreken. Datzelfde geldt voor
Friden Holland/Singer/Tealtronic.
Naar aanleiding van de zienswijze hebben medewerkers van de gemeente Nijmegen nogmaals
de gearchiveerde (vervallen) Hinderwet- en Wet milieubeheerdossiers van bedrijven nogmaals
doorgenomen. Hierbij werd geen nieuwe informatie aangetroffen die duidt op gebruik van VOCl‟s
bij bedrijven die actief waren op St. Teunismolenweg 15 én 17-23.
Concluderend is er wel voldoende onderzoek verricht naar bedrijfsactiviteiten die de
grondwaterverontreinigingen op St. Teunismolenweg 15 en 17-23 kunnen hebben veroorzaakt.
Op basis van dit onderzoek kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van organisatorische
of technische samenhang tussen beide verontreinigingen.
De zienswijze is ongegrond.
Concluderend geven de zienswijen geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
6 MOGELIJKE HERZIENING, KAART, GRONDSLAG, PROCEDURE
Mogelijke herziening
Dit besluit is genomen op basis van de door de melder overgelegde gegevens. Bij de
voorbereiding van het besluit is bij ons geen twijfel gerezen over de juistheid en/of volledigheid
van de overgelegde gegevens. Als in een later stadium blijkt dat deze gegevens niet juist en/of
volledig zijn of de feitelijke situatie is veranderd, kunnen wij een nieuw besluit nemen. Wij zijn niet
verantwoordelijk voor de schade die daardoor kan ontstaan.
Ligging van de verontreiniging
Bijgevoegd is een actuele kadastrale kaart van de locatie (voorzien van kadastrale gemeente,
sectie en bladnummer) waarop de ligging van de kern van de verontreiniging is aangegeven. De
kadastrale kaart geeft de huidige kadastrale situatie weer. Door dit besluit ontstaat geen
beperking volgens de Wet kenbaarheid publiek rechtelijke beperkingen onroerende zaken op het
kadastrale perceel
Grondslag
Dit besluit is gebaseerd op de Wet bodembescherming van 1 januari 2006 en de volgende
documenten:
 Het vigerende Besluit bodemkwaliteit
 De vigerende Regeling bodemkwaliteit
 Verordening bodembescherming Nijmegen, vastgesteld door de gemeenteraad van Nijmegen
op 26 januari 2011.
 De vigerende Circulaire bodemsanering
 Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit Gemeente Nijmegen
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
17


De Nota Bodembeheer van september 2012, vastgesteld door de Nijmeegse gemeenteraad
op 3 oktober 2012.
Beleidsnota Bodem 2012, de Gelderse wegwijzer door bodemland; vastgesteld door het
college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen op 30 oktober 2012 en in werking
getreden per 1 november 2012.
Procedure
Voor het voorbereiden van dit besluit volgen wij de procedurele bepalingen van titel 3.4 van de
Algemene Wet Bestuursrecht. Voor de procedure verwijzen wij naar de bijgevoegde tekst voor de
bekendmaking.
Namens burgemeester en wethouders van Nijmegen,
H. Tiemens
Wethouder financiën, duurzaamheid (klimaat & energie), groen & water, mobiliteit
Afdeling Projectmanagement en ruimtelijke kwaliteit
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Afdeling Projectmanagement en Ruimtelijke kwaliteit
Bureau Leefomgevingskwaliteit (PK40)
Bekendmaking op het elektronische gemeenteblad van de gemeente Nijmegen via:
http://www.overheid.nl op 19-1-2017
Definitief besluit Wet bodembescherming ‘St. Teunismolenweg 15’ Nijmegen
Vanaf 2013 tot en met 2016 ontving het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente
Nijmegen onderzoeksrapporten over een mogelijk geval van ernstige bodemverontreiniging. Het
gaat om een grondwaterverontreiniging aan St. Teunismolenweg 15 in Nijmegen.
Het College heeft besloten dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Belanghebbenden hebben de gelegenheid gehad om hun zienswijze te geven over het ontwerpbesluit.
Op de eerdere bekendmaking is één reactie binnengekomen. Het nu genomen besluit wijkt af van
het ontwerp-besluit.
Inzage
U kunt het besluit en de erbij horende stukken gedurende 6 weken inzien vanaf 19-1-2017 bij de
gemeentelijke Informatiebalie in de Stadswinkel, Mariënburg 30 in Nijmegen.
Ook kunt u het besluit en de erbij behorende stukken inzien via onderstaande snelkoppelingen
vanaf 19-1-2017.
Beroep en voorlopige voorziening
Belanghebbenden die het niet eens zijn met het besluit kunnen met ingang van 19-1-2017
gedurende de beroepstermijn van 6 weken een beroepschrift indienen. Geen beroep kan worden
ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen
zienswijzen naar voren heeft gebracht over het ontwerp-besluit.
Het besluit wordt van kracht na afloop van de beroepstermijn van 6 weken. Dit geldt niet wanneer
iemand in de beroepstermijn beroep instelt en tevens vraagt om een voorlopige voorziening te
treffen. Het besluit wordt dan niet van kracht voordat op het verzoek om een voorlopige
voorziening te treffen is beslist. Bij het verzoek om een voorlopige voorziening moet u een
onderbouwing geven van het spoedeisend belang dat bestaat bij de voorlopige voorziening.
Een verzoek om voorlopige voorziening kunt u alleen indienen wanneer u beroep heeft ingesteld.
Als u beroep wilt instellen moet u het beroepschrift richten aan de Raad van State, Voorzitter van
de Afdeling bestuursrecht, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. De voorlopige voorzienig moet u
vragen bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrecht.
Voor het behandelen van het beroep en een verzoek om voorlopige voorziening zijn griffierechten
verschuldigd. Hierover kunt u informatie krijgen bij de Raad van State, telefoon (070) 426 42 51,
website www.raadvanstate.nl
Voor informatie kunt u contact opnemen met de heer S. Broekman, telefoonnummer 0243292434 of de heer M. Lemmen, telefoonnummer 024-3299051.
Snelkoppelingen naar het besluit en de onderliggende stukken
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
1
Actualisatieonderzoek
NXP 2008
Monitoring
grondwaterverontreiniging
9-1-2013
Monitoring
grondwaterverontreiniging
9-12-2013
Historisch onderzoek 112-2011
Nader bodemonderzoek
(fase1 en 2) 26-6-2006
Verkennend en nader
bodemonderzoek 7-12013
Verkennend
bodemonderzoek
Grontmij juli 1990
Brief Hofstede 1 juli 2014
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150943791
Grondwaterkwaliteit
(inventarisatie gegevens)
Haskoning 11-8-2010
Monitoring
grondwaterverontreiniging
21-11-2014
Monitoring grondwater
23-10-2015
Monitoring
grondwaterkwaliteit 16-82016
HO nr 136 2004
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150942665
Zienswijze NXP
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D170035954
HO 18-4-2005
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150942652
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150942654
Aanvullend en HO 15-102009
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150942667
Tekening kadastrale kaart
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D170039925
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150945698
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150945705
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150945720
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150942654
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150945683
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150940290
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D170039972
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D150945709
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D152129882
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D162531049
http://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=D151902062
Gemeente Nijmegen
Bureau Leefomgevingskwaliteit
Vervolgvel
2