06.1 Plan van aanpak MRDH elektrisch

Download Report

Transcript 06.1 Plan van aanpak MRDH elektrisch

Vergadering: 113 april 2016 BCVA
114 april 2016 BCEV
Agendapunt:
Plan van Aanpak MRDH-elektrisch
De regionale aanvraag voor de Green Deal Laadinfrastructuur (GDL)
Inleiding
In navolging van het SER-Energieakkoord (2013) zijn in het voorjaar van 2015 het Rijk, een aantal
decentrale overheden en een aantal marktpartijen de Green Deal Laadinfrastructuur (GDL)
overeengekomen. Een belangrijke overweging hierbij was dat een adequate laadinfrastructuur een
noodzakelijke voorwaarde is voor een succesvolle doorontwikkeling van de elektrische auto en het
benutten van exportkansen voor Nederland. De groei van het aantal laadpunten is een vereiste voor
elektrische mobiliteit, en dat vraagt om kostenverlaging en groei van het wagenpark. Op korte
termijn zijn laadpunten nog niet rendabel te exploiteren en zijn bijdragen van de overheid tot en
met 2018 noodzakelijk. De GDL is daarmee een op kostenreductie gericht stimuleringsprogramma
voor openbare laadinfrastructuur, waardoor rendabele commerciële exploitatie na 2018 mogelijk
wordt. De GDL wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).
Met het oog op die ambitie is een budget van € 5,7 miljoen vastgesteld, waaruit rijksbijdragen aan
gemeenten kunnen worden verleend. Een aantal belangrijke condities daarbij zijn:
1. de rijksbijdrage is gelijk aan gemeentelijke bijdrage met een maximum van € 900 per paal;
2. per laadpaal is minimaal € 500 vanuit private bijdragen beschikbaar;
3. de rijksbijdrage per laadpaal is € 900 voor aanvragen vóór 1 mei 2016;
4. de rijksbijdrage wordt uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering in het Gemeente- en
Provinciefonds en wordt verdeeld over de looptijd van 3 jaar.
Inmiddels heeft RVO.nl meerdere signalen ontvangen dat de huidige rijksbijdrage van € 900
ontoereikend is. In navolging van Kamermoties, gesprekken tussen ministeries van EZ, IenM en
Financiën en contact met Brussel (waar de GDL is bekrachtigd) komt er mogelijk in 2017 aanvullend
rijksbudget beschikbaar voor de uitrol van de laadinfrastructuur. De regiogemeenten van de MRDH
kijken daar naar uit om de financiële druk van huidige ambities te verzachten, en pleiten voor een
inwerkingtreding met terugwerkende kracht.
Project MRDH-elektrisch
Het project MRDH-elektrisch heeft als doel het faciliteren van een toekomstbestendige openbare
laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen voor deelnemende regiogemeenten van de MRDH.
Daarmee levert het project een bijdrage aan het vormgeven van kostenreductie in een bredere
marktontwikkeling om een innovatieve concurrerende markt te realiseren. In opdracht van de
bestuurlijke commissies van de Vervoersautoriteit (3 februari) en Economisch Vestigingsklimaat (4
februari) heeft er daarom intensieve kennisuitwisseling plaatsgevonden op grond waarvan de
regiogemeenten een gefundeerde keuze hebben kunnen maken voor (1) een vergunning (in eerste
instantie aan Allego), (2) een opdracht aan een marktpartij op basis van contractstukken van Den
Haag of (3) deelnemen aan de concessie die volgt uit de aanbesteding van Rotterdam. Iedere variant
kent een eigen visie, criteria en financiering. Iedere gemeente heeft op basis hiervan een eigen
politiek-bestuurlijke afweging gemaakt en interne besluitvorming georganiseerd. Voorliggende plan
van aanpak is opgesteld ten behoeve van de Green Deal Laadinfrastructuur (GDL). Op basis hiervan
verzoeken de regiogemeenten een bijdrage in de financiering van openbare laadpalen. In dit plan
zijn daarom de planning, de financiering en de verplichte private bijdrage van particulieren en/of
bedrijven opgenomen.
Toelichting op het totaaloverzicht
1. Prognoses laadpalen
Alle 23 regiogemeenten van de MRDH hebben inmiddels besloten hoe ze verder invulling geven
aan de aanpak van openbare laadinfrastructuur. Ter voorbereiding op deze GDL-aanvraag is door
de regiogemeenten bepaald hoeveel laadpalen zij gaan plaatsen in de jaren 2016, 2017 en 2018.
Dit plan van aanpak bevestigt de bestuurlijke intentie van iedere gemeente. Deze gemeentelijke
ambities zijn gebaseerd op een toekomstprognose in GIS (Geografische Informatie Systemen) die
Over Morgen heeft uitgevoerd. Die prognose heeft per buurt de verwachte ontwikkeling van het
aantal elektrische auto’s en de behoefte aan openbare laadpalen in beeld gebracht tot 2020. Op
basis van die prognosekaarten is per gemeente een bestuurlijke afweging gemaakt voor de
komende 3 jaar, inclusief bekende groeicijfers, reeds ingediende aanvragen en de daarbij
behorende financiële consequenties. Het totaaloverzicht (pagina 9) is daar het resultaat van.
2. Contractvarianten
De regiogemeenten hebben aangegeven hoe ze laadinfrastructuur verder willen vormgeven.
Daarbij is door allen een keuze gemaakt tussen (1) een vergunning, (2) een eigen opdracht
(mogelijk Ecotap) en (3) deelname aan de concessie van Rotterdam. Voor laadpalen die worden
geplaatst basis van een vergunning is geen gemeentelijke bijdrage nodig en wordt dus ook geen
rijksbijdrage vanuit de GDL aangevraagd. De meeste gemeenten kiezen echter voor meer regie
op hun openbare ruimte en het plaatsingsbeleid, en daarmee voor een opdracht of concessie.
3. Haagse contractvorm
De gemeente Den Haag heeft met ingang van 1 januari 2016 een contract met Ecotap, waar zij de
laadpalen en het beheer & onderhoud ervan inkopen. De gemeente Den Haag investeert zelf
voor 100 procent in het laadnetwerk en is tevens de exploitant (winst en verlies). Inmiddels
hebben ook enkele andere gemeenten aangegeven opdracht te gaan verlenen, waarbij Den Haag
heeft aangeboden voor contracten met Ecotap te ondersteunen in het contractmanagement. De
intergemeentelijke afspraak is dat deze contracten worden gesloten voor 1 juli 2016. Hiervoor is
een aanzienlijk hogere gemeentelijke bijdrage dan € 900,- nodig, maar daar krijgt men wel
volledig grip (invloed op prijs en looptijd) en de exploitatie van deze laadpunten (winst en verlies)
voor terug. Deze gemeenten vragen een bijdrage uit de GDL.
4. Contract na aanbesteding Rotterdam
Een meerderheid van gemeenten heeft gekozen voor het participeren in de aanbesteding van de
gemeente Rotterdam. Het contract wordt uiterlijk 1 augustus getekend, en dan kunnen
deelnemende gemeenten laadpalen plaatsen onder deze concessie. Voor al deze gemeenten
geldt dat zij gebruik wensen te maken van de GDL van € 900 per laadpaal. De bijdrage is
vermoedelijk lager dan in het opdrachtmodel doordat de gemeente voor een langere duur
verplichtingen aan gaat met de markt met minder tussentijdse flexibiliteit.
5. Aantal laadpalen en gevraagde rijksbijdrage GDL
De keuze van gemeenten levert een totale bestuurlijke ambitie van de regiogemeenten voor de
komende 3 jaar waarvoor GDL kan worden aangevraagd. Het totaal aantal laadpalen 2.657,
hetgeen een rijksbijdrage betekent van € 2.391.300. Zoals eerder gesteld is het mogelijk dat de
rijksbijdrage van de GDL wordt opgehoogd. De MRDH pleit er voor dat deze met terugwerkende
kracht zal plaatsvinden.
6. Gemeentelijk budget zeker gesteld
Het Ministerie van Economische Zaken verleent een rijksbijdrage aanvullend op gemeentelijk
budget. Voor de beoordeling door RVO.nl is het van belang dat de decentrale overheid het
budget heeft gereserveerd, zodat ook een grote zekerheid is op het daadwerkelijk realiseren van
de genoemde ambitie. Voor gemeenten waarvan het budget is vastgesteld voor 1 mei wordt hun
2
bijdrage via de najaarscirculaire in 2016 uitbetaald. Gemeenten die dat voor 8 juli hebben
geregeld worden daar tijdig aan toegevoegd. Gemeenten die na 8 juli 2016 maar vóór 30
september 2016 hun budget vaststellen ontvangen hun rijksbijdrage via de voorjaarscirculaire
van 2017.
7. Verdeling over de jaren
In het kader van deze aanvraag is de regiogemeenten tenslotte ook gevraagd aan te geven hoe
de uitbreiding van de infrastructuur wordt verdeeld over de jaren 2016, 2017 en 2018. Ook deze
aantallen zijn opgenomen in het totaaloverzicht. Na goedkeuring vindt de uitbetaling door RVO.nl
echter plaats middels de decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds in het najaar van 2016.
Private bijdragen aan de financiering
De rijksbijdrage vindt plaats onder voorwaarde van een verplichte minimumbijdrage van € 500 per
laadpaal door private partijen. Deze private partij kan een marktpartij zijn (leasemaatschappij,
werkgever, autodealer of autofabrikant) of de EV-rijders zelf. De MRDH-gemeenten zetten
verschillende varianten in voor het financieren van de openbare laadinfrastructuur. Dat hierdoor
twee modellen van het verkrijgen van middelen vanuit de EV-rijder naast elkaar komen te staan ziet
de MRDH als een kans om de uitvoerbaarheid hiervan goed met elkaar te kunnen vergelijken.
1. Bijdragen marktpartijen
Ondanks dat op Rijksniveau de participatie van marktpartijen in de GDL niet is gelukt, zijn in andere
regio’s verschillende initiatieven geweest voor het maken van afspraken met autofabrikanten en
leasemaatschappijen. De MRDH acht het van groot belang inzet te plegen om ook in deze regio
marktpartijen te bewegen een bijdrage te leveren aan de financiering van laadpalen. Struikelblokken
hierbij zijn onder meer dat het gaat om openbare laadpalen, die ook met een bijdrage vanuit de
markt geen privaat ‘eigendom’ worden, dat de bijdrage per paal lastig toe te rekenen is naar een
korting voor die specifieke financier of gebruiker, dat voor fabrikanten van plug-in hybride auto’s de
urgentie lager is en dat externe (markt)partijen geen invloed hebben op het uiteindelijk
plaatsingsbeleid van gemeente/exploitant. Toch zal de MRDH in maart en april 2016 met minimaal
zes bedrijven (leasemaatschappijen en autofabrikanten) contact leggen, gericht op het bereiken van
overeenstemming over private bijdragen. Ondanks deze inspanningsverplichting is de concrete
uitkomst hiervan helaas niet te voorspellen.
2. Bijdragen EV-rijder door toeslag per kWh
In de Rotterdamse aanbesteding wordt opgenomen de private bijdrage te realiseren aan de hand
van een verhoogd kWh-tarief voor huidige laadpalen én in 2016, 2017 en 2018 nog te plaatsen
laadpalen. Dat geldt voor laadinfrastructuur in Rotterdam en de regiogemeenten die meedoen met
de Rotterdamse concessie. Daarbij gaat het om 1262 huidige en 1.862 nog te plaatsen laadpalen.
Samenvatting: Ieder volledig jaar laden levert per paal (€ 0,02 x 4.000 kWh) gemiddeld € 80 op.
Door de groei van het aantal palen met 621 per jaar is cumulatieve groei aanzienlijk, dus ook het
aantal ‘laadjaren’. In het vijfde jaar is de benodigde ruim € 900.000 private bijdrage opgehaald.
3
Toelichting: Met een tariefverhoging van € 0,02 per kWh op het reguliere tarief van € 0,26 wordt de
private bijdrage van € 500 voor alle nog te plaatsen laadpalen geïncasseerd door de exploitant en
periodiek afgedragen aan de gemeente. De private bijdrage die noodzakelijk is voor de ambitie is
(1.777 x € 500) € 900.000. Met een toeslag van € 0,02 per kWh vraagt dit een totale afname van
ruim 45 miljoen kWh om dit private deel bij elkaar te verdienen. Met een gemiddeld jaarlijks
verbruik van 4.000 kWh per paal over de gehele periode, betekent dit 11.250 volledige ‘laadjaren’.
Uiteraard is het daadwerkelijke jaarlijkse gebruik bepalend, maar uit berekeningen van EV-consult is
daarmee de terugverdienperiode ruim vier jaar. Dat past ook binnen de exploitatietermijn die loopt
tot 2024. Het is mogelijk dat in het begin van 2021 de toeslag wordt afgeschaft.
jaar
aantal
laadpalen
opbrengst
cumulatief laadjaren
toevoeging laadjaren x € 80
2016
1.262
621
0
€0
2017
1.883
621
1.883
€ 150.613
2018
2.503
621
4.386
€ 350.880
2019
3.124
7.510
€ 600.800
2020
3.124
10.634
€ 850.720
2021
3.124
13.758
€ 1.100.640
Inkomsten uit private bijdrage Rotterdams model.
In 2021 is het bedrag voor private bijdragegeïncasseerd
€ 1.200.000
1
€ 1.000.000
2
€ 800.000
1
opbrengst laadjaren
x € 80
2
benodigde private
bijdrage
€ 600.000
€ 400.000
€ 200.000
€0
1
2
3
4
5
6
Inkomsten uit private bijdrage en benodigde bedrag:
Het verbruik van de laadpalen in de betreffende MRDH-gemeenten is momenteel lager dan 4.000
kWh per jaar per paal. De laadpalen van EVnetNL zijn bijvoorbeeld niet allemaal vraaggestuurd
geplaatst, waardoor deze palen een lager gemiddeld verbruik laten zien. De huidige palen worden
wel vraaggestuurd geplaatst. Met het oog op de te verwachte groeispurt van EV in 2018 en de
verbruikscijfers die momenteel al in Utrecht en Amsterdam te zien zijn, is een verbruik van circa
4.000 kWh in deze regio in de nabije toekomst wel reëel. In Den Haag is nu het gemiddelde gebruik
al circa 3.900 kWh per jaar. Om er zorg voor te dragen dat de toeslag per kWh ook daadwerkelijk ten
goede komt aan de gemeenten, zal dit in een overeenkomst met de marktpartij worden geregeld.
4
3. Bijdragen EV-rijder door verkoop abonnement
Het uitgangspunt van Den Haag en de met Den Haag samenwerkende gemeenten inzake de private
bijdrage is eveneens dat de EV-rijder bijdraagt aan de kosten van de nieuwe publieke laadpalen in de
periode 2016, 2017 en 2018. Daarbij gaat het om 632 huidige en 795 nog te plaatsen laadpalen.
Samenvatting: Ieder volledig jaar levert per laadpaal ofwel € 120 voor twee abonnementen ofwel
(€0,05 x 4.000 kWh) € 200 aan verhoogd tarief. Den Haag verwacht dat gemiddeld bij 75 procent
van de laadpalen abonnementen worden verkocht. Door de groei van het aantal palen met 265
per jaar is de cumulatieve groei aanzienlijk, dus ook het aantal ‘abonnementjaren’ en ‘laadjaren’.
In het vierde jaar is de benodigde € 400.000 private bijdrage opgehaald.
Toelichting: De gemeente Den Haag vindt het van groot belang dat de gebruiker geen extra drempel
ervaart om een laadpaal te gebruiken of, nog erger, geen elektrische auto aan te schaffen. Om de
private bijdrage te incasseren biedt de gemeente Den Haag (en de gemeenten onder contractbeheer
van Den Haag) daarom een abonnement van € 5 per maand aan elektrische rijders om tegen een
lager kWh tarief te kunnen laden op de gemeentelijke palen. Zonder abonnement wordt een
marktconforme prijs gevraagd van € 0,30 per kWh (ex BTW). Voor elektrische rijders met een
abonnement geldt een tarief van € 0,25 per kWh (ex BTW). De ‘korting’ van € 0,05 is voor elektrische
rijders een aantrekkelijke financiële prikkel. Vrijwel alle plug-in voertuigen hebben namelijk een
batterij van 8 tot 12 kWh, waardoor het abonnement al bij circa 10 laadbeurten per maand (100
kWh) aantrekkelijk is. Volledig elektrische voertuigen zullen gezien hun grotere accucapaciteit zelfs
sneller profiteren.
De private bijdrage die nodig is voor Den Haag en de gemeenten onder diens contractbeheer is (795
x € 500) bijna € 400.000. In het Haagse model levert een abonnementsjaar € 60 op en een jaar laden
voor het dure tarief € 200. De Haag verwacht hierbij dat bij 75 procent van de laadpalen
abonnementen zullen worden verkocht. De overige inkomsten komen uit de toeslag op het tarief,
waarbij natuurlijk ook geldt dat het daadwerkelijke jaarlijkse gebruik in kWh bepalend is. Hier wordt
eveneens gerekend met gemiddeld jaarlijks verbruik van 4.000 kWh per paal (het huidige
gemiddelde is 3.900 kWh). In dit model start de terugverdien van de private bijdrage 1 juli 2016. Uit
berekeningen van Over Morgen blijkt dat medio 2019 de private bijdrage is terugverdiend. Ook dit
valt binnen de contracttermijn met Ecotap.
jaar
aantal
laadpalen
laadjaren
abonnementen
opbrengst
(25% palen,
(75% palen x2 cumulatief
abonnementen vanaf juli
toevoeging vanaf juli 2016) abonnementjaren x € 60
2016)
opbrengst
cumulatief laadjaren x
laadjaren
€ 200
totale
opbrengst
2016
632
265
474
474
€ 28.440
79
79
€ 15.800
€ 44.240
2017
920
265
1.346
1.820
€ 109.170
224,25
303,25
€ 60.650
€ 169.820
2018
1.208
265
1.743
3.563
€ 213.750
290,5
593,75
€ 118.750
€ 332.500
2019
1.496
0
2.141
5.703
€ 342.180
356,75
950,5
€ 190.100
€ 532.280
Inkomsten uit private bijdrage Haagse model. De privatebijdrage is medio 2019 geïncasseerd.
5
€ 600.000
3
€ 500.000
4
€ 400.000
1
opbrengst
abonnementen x € 60
2
opbrengst laadjaren x
€ 200
3
totale opbrengst
4
benodigde
private bijdrage
1
€ 300.000
€ 200.000
2
€ 100.000
€0
1
2
3
4
Inkomsten uit private bijdrage en benodigde bedrag:
De gemeente Den Haag en de gemeenten onder diens contractbeheer zijn zelf de laadexploitant en
zij kopen de levering, installatie, beheer en onderhoud in bij Ecotap conform het opdrachtmodel. In
het contract is opgenomen dat de gemeente de tarieven bepaalt. Voor abonnementhouders gaat de
gemeente Den Haag aan Ecotap verzoeken dit (administratief) door te voeren. Het geld dat
abonnees betalen per maand (€ 5,-) wordt geïncasseerd door de gemeente. Er worden nieuwe
(Haagse) laadpassen uitgegeven,en abonnees met een andere laadpas kunnen hun huidige
laadpasnummer doorgeven ter verrekening. De gemeente Den Haag heeft de praktische
uitvoerbaarheid hiervan getoetst bij marktpartijen met laadpassen als The New Motion en EV-Box.
De gemeente Den Haag heeft als beleid dat laadpalen worden geplaatst binnen 200 meter van één
of meerdere (vaste) gebruikers ofwel het perspectief op meerdere op basis van de
toekomstprognose. Dat betekent dat er altijd tenminste twee gebruikers per paal zijn, zodat goed
gebruikte laadpalen mogelijk zelfs meer dan twee abonnementhouders kunnen hebben en dus
sneller de private bijdrage ophalen. Gebruikers die geen abonnement afnemen betalen bij een
afname van circa 100 kWh per maand en de extra €0,05 ook dezelfde € 5 mee. Aangezien de
gemeenten het beleid voeren dat voor de plaatsing van een extra laadpaal één aanvrager en/of
meerdere potentiele gebruikers (toekomstprognose) nodig zijn, wordt de benodigde private bijdrage
van € 500 voor de Green Deal binnen 48 maanden betaald door de EV-rijders van de regio.
Innovatie in opladen en elektrisch vervoer
De regiogemeenten van de MRDH vinden het uitbreiden van de laadinfrastructuur een belangrijke
opgave. Tegelijkertijd is er een ruime blik naar innovaties, waarbij gemak en kostenreductie
belangrijke aspecten zijn. Efficiënt gebruik van de laadpalen is daar een onderdeel van. Hiervoor
starten de gemeenten Rotterdam en Den Haag een gezamenlijke proef met een
connectiviteitstarief, waarbij een kleine toeslag ná het opladen wordt gerekend voor EV-rijders die
buiten de nachturen (van 08.00 tot 22.00) een plaats bezet houden. Als gebruikers dan alsnog
besluiten langer te blijven staan is dit goed voor de businesscase. Dit kan voor plug-in hybride (ca. 8
kW batterij) dus best een prikkel zijn, want die betalen maar ca. € 1,70 voor een volle accu.
6
Daarnaast houden de gemeenten ontwikkelingen als smart charging, laadeilanden, laadstraten en
snelladers nauwlettend in de gaten. Inzake snelladers is daarbij van belang te onderkennen dat op
dit moment nog slechts een klein deel van de elektrische auto’s daar geschikt voor is, en voor de
groei van elektrisch vervoer het comfort van laden op parkeerplaatsen stevig meeweegt in de
aanschaf van een elektrisch voertuig. Interessante ontwikkelingen zijn daarbij uiteraard ook dat
elektrische auto's als een buffer in het elektriciteitsnet kunnen dienen juist doordat een groot deel
van het laden op het werk en in de woonwijken plaatsvindt, terwijl snelladers juist een forse
verzwaring van het energienet vergen.
Parallel aan de uitrol van MRDH-elektrisch concretiseert de MRDH ook de economische impact van
laadpalen en elektrisch vervoer. MRDH en InnovationQuarter zijn namelijk benieuwd naar de kansen
die elektrisch vervoer en laadpalen in het bijzonder kunnen bieden voor het verbeteren van de
concurrentiekracht van de regio. Daarom wordt het gesprek aangegaan met ondernemers en
kennisinstellingen op gebied van elektrisch vervoer. Hierbij ligt de focus op vragen als welke
ontwikkelingen op de langere termijn men verwacht en met welke verdienmodellen, wat belangrijke
trends zijn in product- en dienstontwikkeling en hoe laadpalen of aanverwante producten en
diensten kunnen bijdragen aan economische groei in de regio.
Organisatie van de aanvraag Green Deal Laadinfrastructuur
De regiogemeenten hebben zich bestuurlijk uitgesproken over hun ambitie en de wijze waarop zij
aan hun ambitie willen gaan voldoen. Alle wethouders Verkeer & Vervoer, verzameld in de
Bestuurlijke Commissie Vervoersautoriteit en alle wethouders Economie, verzameld in de
Bestuurlijke Commissie Economisch Vestigingsklimaat onderschrijven deze regionale aanpak en
betrokken gemeenten hebben er mee ingestemd dat hun voorzitters het aanvraagformulier
(bijgevoegd) van de GDL namens hen te ondertekenen. Hierbij wordt de RVO.nl ook direct gevraagd
de bijdrage uit te betalen aan de betreffende regiogemeenten via het gemeentefonds in het najaar
van 2016. De rijksbijdrage wordt vastgesteld met een standaard bestuursovereenkomst
(bijgevoegd), waarin doelstelling, verplichtingen en voorwaarden zijn opgenomen. Ook deze
overenkomst wordt namens de gemeenten door beide voorzitters ondertekend. Op grond van de
Gemeenschappelijke Regeling van de MRDH is de voorzitter van de bestuurscommissie
Vervoersautoriteit daartoe gemachtigd namens de 23 deelnemende gemeenten.1
Na indiening van de aanvraag en het faciliteren van de verdere procesafspraken tussen gemeenten
en bestaande exploitanten, ligt de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak bij de
regiogemeenten. Daartoe wordt ondersteunend contractmanagement georganiseerd bij zowel de
gemeente Rotterdam als Den Haag. Voor beide geldt dat daarvoor contact wordt opgenomen met
betrokken gemeenten, en dat daarvoor aanvullende afspraken worden gemaakt. Vanuit dat
contractmanagement wordt ook RVO.nl periodiek op de hoogte gehouden over het verloop van
uitvoering van het plan van aanpak, inclusief de ervaringen met het verkrijgen van de private
bijdragen. Er vindt geen formele eindverantwoording of eindafrekening plaats, aangezien dat niet
door RVO.nl wordt gevraagd. De MRDH neemt de verantwoordelijkheid om het inmiddels goed
georganiseerde kennisnetwerk laadinfrastructuur op reguliere basis voort te zetten.
1
Op grond van artikel 33d van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is de voorzitter van de MRDH bevoegd de
regiogemeenten in en buiten rechte te vertegenwoordigen én bevoegd dat te mandateren aan de voorzitter van de
bestuurscommissie VA. In de gemeenschappelijke regeling van de MRDH 2014 is dit opgenomen in artikel 3:3. De
mandatering naar de voorzitter van de bestuurscommisie VA is geregeld in het Mandaatbesluit van de MRDH.
7
Samenvatting van de GDL-aanvraag:
De regiogemeenten van de MRDH hebben de bestuurlijke ambitie een bijdrage te leveren aan de
uitbreiding van het netwerk van laadpalen, om daarmee de kostenverlaging en groei van het
wagenpark mogelijk te maken en een bijdrage te leveren aan het versterken van de regionale
kenniseconomie. Hiertoe is met elkaar de ambitie afgesproken van de uitbreiding van bijna 3.000
laadpalen de komende 3 jaar. Daarbij is door de afzonderlijke gemeenten een keuze gemaakt voor
het vergunningenmodel, het opdrachtmodel of het concessiemodel. In het kader van de GDLaanvraag legt de MRDH het volgende aan de RVO.nl voor:
1. De GDL aanvraag wordt ingediend namens de gemeenten Brielle, Capelle aan den IJssel,
Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, LeidschendamVoorburg, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Rotterdam,
Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar Westland, Westvoorne en Zoetermeer.
2. De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Maassluis, en Ridderkerk dienen geen aanvraag
in omdat zij kiezen voor een vergunning en daarom geen gemeentelijke bijdrage hebben.
3. Deze gemeenten vragen GDL aan voor de plaatsing van 2.657 laadpalen in de periode 20162018, hetgeen een rijksbijdrage betekent van € € 2.391.300 (€ 900 per paal). De rijksbijdrage
wordt vastgesteld met een standaard bestuursovereenkomst.
4. De rijksbijdrage wordt aan iedere gemeente afzonderlijk uitbetaald. Gemeenten die hun
eigen bijdrage voor 8 juli hebben gereserveerd krijgen de rijksbijdrage in het najaar
uitbetaald via het Gemeentefonds. Gemeenten die hun bijdrage later vaststellen ontvangen
de rijksbijdrage in het voorjaar van 2017.
5. De MRDH zet zich in om private bijdrage te krijgen vanuit marktpartijen.
6. De gemeenten onder contractbeheer van Rotterdam innen private bijdrage van de EV-rijder
middels een toeslag op alle laadpalen van € 0,02 voor de periode van maximaal 5 jaar.
7. De gemeenten onder contractbeheer van Den Haag innen private bijdrage van de EV-rijder
middels een abonnementensysteem voor de periode van maximaal 4 jaar.
8. De contractbeheerders en de MRDH onderhouden periodiek contact met de RVO over de
uitvoering van het plan van aanpak. Er vindt geen eindafrekening plaats.
9. De MRDH continueert de intergemeentelijke kennisdeling en kennisontwikkeling gericht op
het ondersteunen van de gemeenten en het versterken van de regionale kenniseconomie.
10. De voorzitter van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is gemachtigd de
aanvraag en de standaard bestuursovereenkomst te ondertekenen op grond van de
Gemeenschappelijke Regeling MRDH.
11. De regiogemeenten kijken uit naar een mogelijke verhoging van de rijksbijdrage voor
laadinfrastructuur en pleiten voor inwerkingtreding met terugwerkende kracht.
Aldus vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH (BCVA) van 13 april 2016 en
de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (BCEV) van 14 april 2016.
De voorzitters namens deze,
Dhr. P.J. Langenberg,
voorzitter Bestuurscommissie
Vervoersautoriteit MRDH
Mw. I.K. van Engelshoven
voorzitter Bestuurscommissie
Economisch Vestigingsklimaat
8
gemeente
huidige
voorraad
totaal*
huidige
voorraad
vergunninggemeenten
Albrandswaard
25
25
Barendrecht
42
42
Brielle
Capelle aan den IJssel
Delft
Den Haag
Hellevoetsluis
Krimpen aan den IJssel
huidige
voorraad
opdrachtgemeenten
huidige
vooraad
concessiegemeenten
prognose
2020
ambitie
OverMorgen 3 jaar
18
18
27
27
42
42
480
480
20
78
45
45
213
85
85
38
20
182
383
1080
20
107
72
20
60
60
50
50
600
600
40
8
8
Lansingerland
3
3
275
50
LeidschendamVoorburg
29
29
382
146
89
45
14
Vergunning Opdracht
(Allego)
aanvraag
Green
Concessie Deal
Rotterdam aantal
38
20
60
50
600
40
38
20
40
38
aanvraag
Green Deal
budget
gemeente
budget
vastgesteld
2016
2017 2018
€ 18.000
ja
6
8
6
€ 54.000
04-jul
20
20
20
€ 45.000
1 juli- 1 okt
20
20
10
€ 540.000
ja
200
200
200
€ 36.000
30-jun
10
15
15
€ 34.200
ja
12
13
13
ja
10
10
10
58
44
44
30
30
€ 27.000
146
146
€ 131.400
ja
Maassluis
14
Midden Delfland
11
11
46
20
20
20
€ 18.000
ja
5
7
8
Nissewaard
46
46
184
83
83
83
€ 74.700
ja
30
28
25
Pijnacker-Nootdorp
25
25
226
65
65
65
€ 58.500
ja
48
17
0
121
60
221
65
65
€ 58.500
05-jul
35
15
15
€ 810.000
ja
300
300
300
€ 90.000
05-jul
30
30
40
€ 108.000
07-jul
40
40
40
Ridderkerk
50
Rijswijk
22
Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
50
22
900
900
28
28
43
43
2400
198
160
45
60
65
900
900
100
100
120
120
900
100
120
Wassenaar
14
14
132
50
50
50
€ 45.000
ja
15
17
18
Westland
38
38
285
110
110
110
€ 99.000
05-jul
0
55
55
Westvoorne
10
10
40
30
30
30
€ 27.000
ja
10
10
10
Zoetermeer
66
200
130
130
€ 117.000
september
7112
2.912
2.657
€ 2.391.300
totaal
1961
130
131
* inclusief al betaald nog te plaatsen
632
1.262
130
255
795
1.862
40
60
30
889
909
859
10
Aanvraag
Rijksbijdrage Laadinfrastructuur
Een goede laadinfrastructuur is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle doorontwikkeling van de elektrische auto en
voor het benutten van economische kansen voor Nederland.
Heeft u als decentrale overheid (gemeente, provincie of regio) concrete plannen om een opdracht, concessie of vergunning te
verstrekken voor laadinfrastructuur voor elektrische auto's? Dan kunt u met dit formulier een aanvraag doen voor een
rijksbijdrage. Indien uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden, ontvangt u binnen drie weken een bestuursovereenkomst.
Over dit formulier
-
Met dit formulier doet u een aanvraag voor de Rijksbijdrage Laadinfrastructuur.
Meer informatie over de Rijksbijdrage Laadinfrastructuur vindt u op www.rvo.nl/laadinfrastructuur.
1 Bedrijfsgegevens
1.1
Bedrijfsgegevens
Naam
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Straat en huisnummer
Grote Marktstraat
Postcode en plaats
2511 BH
43
Den Haag
1.2 Contactpersoon
Naam
Gert de Visser
Functie
Strategisch Adviseur Economisch Vestigingsklimaat
Telefoon
06-17029931
E-mail
[email protected]
1.3 Ondertekenaars bestuursovereenkomst
Naam
Dhr. P.J. Langenberg
Functie
Naam
Functie
Voorzitter Bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH
Wethouder Mobiliteit, Duurzaamheid en Cultuur gemeente Rotterdam
Mw. I.K. van Engelshoven
Voorzitter Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat MRDH
Wethouder Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwijs gemeente Den Haag
2 Aanvraag
Als u voor meerdere gemeentes/provincies aanvraagt, beantwoord de vragen dan voor elke
gemeente apart.
2.1 Hoeveel laadpalen gaat u plaatsen?
Verschillend per gemeente, zie plan van aanpak
2.2 Wanneer verwacht u de laadpalen te plaatsen? (vermeld maand en jaartal)
Januari 2016 tot en met 31 december 2018
2.3 Krijgt de laadpaalexploitant een opdracht, een concessie of een vergunning?
Verschillend per gemeente, zie plan van aanpak
11
2.4 Wat is de (verwachte) contractdatum met de exploitant?
Verschillend per gemeente, zie plan van aanpak
2.5 Voor hoeveel jaar is de opdracht/vergunning/concessie aan de laadpaalexploitant verstrekt?
Verschillend per gemeente, zie plan van aanpak
3 Checklist bijlagen
Kruis aan welke bijlagen u meestuurt
Planning waaruit blijkt wanneer de plaatsing van de infrastructuur plaatsvindt
Financieel plan en toezegging van bijdragende partijen
(Concept)besluit plaatsing infrastructuur
Bewijs van uw bijdrage, als u de laadexploitant een vergunning verleent (bijvoorbeeld een subsidieverlening)
Een machtiging van iedere gemeente/provincie, als u een gebundelde aanvraag namens meerdere decentrale overheden indient
4 Verklaring en ondertekening
Ik verklaar hiermee deze aanvraag volledig en juist te hebben ingevuld
Datum: 13 april 2016
Dhr. P.J. Langenberg
Voorzitter van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH
Datum: 14 april 2016
Mw. I.K. van Engelshoven
Voorzitter van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat MRDH
5 Vervolg
U verstuurt het formulier digitaal
Stuur het ingevulde formulier inclusief bijlagen naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, [email protected]. U
ontvangt dan per omgaande een ontvangstbevestiging. Indien uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden, ontvangt u binnen
drie weken een bestuursovereenkomst.
Meer informatie
Heeft u vragen, kijk dan op www.rvo.nl. Of neem telefonisch contact met ons op: 088 042 42 42 (lokaal tarief).
12