Praktijkovereenkomst Reglement 2014
Download
Report
Transcript Praktijkovereenkomst Reglement 2014
PRAKTIJKOVEREENKOMST
ROC TOP MODEL
2014-2015
Vastgesteld op 30 juni 2014
PRAKTIJKOVEREENKOMST ROC TOP MODEL 2014-2015
Vastgesteld d.d. 30 juni 2014
De bepalingen van de praktijkovereenkomst
Inleiding
Deze bepalingen van de praktijkovereenkomst behoren bij het Voorblad van de
praktijkovereenkomst van ROC TOP.
In aanmerking nemende:
a) dat onderwijs in de praktijk van het beroep deel uitmaakt van elke beroepsopleiding volgens
de WEB;
b) dat de deelnemer is ingeschreven bij de onderwijsinstelling voor een beroepsopleiding als
bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) op grond van een
onderwijsovereenkomst;
c) dat de door de deelnemer in het kader van deze overeenkomst te verrichten activiteiten een
leerfunctie hebben.
d) dat de artikelen 7.2.8 en 7.2.9 van de WEB bepalingen bevatten met betrekking tot de
beroepspraktijkvorming, de totstandkoming van de praktijkovereenkomst en de vervangende
praktijkplaats.
e) dat het praktijkbedrijf, waar de deelnemer zijn BPV wil volgen, moet beschikken over een
gunstige beoordeling door het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven zoals bedoeld
in artikel 7.2.10 van de WEB.
f) dat Partijen met inachtneming van de wettelijke bepalingen de gemaakte afspraken willen
vastleggen in de onderhavige praktijkovereenkomst.
Doel praktijkovereenkomst
Het doel van deze praktijkovereenkomst is het vastleggen van afspraken over
beroepspraktijkvorming, zodat het uitbreiden van kennis en ervaring gerealiseerd kan worden dat
noodzakelijk is voor het voltooien van een beroepsopleiding in het kader van de WEB.
Artikel 1 Beoordeling
1. De onderwijsinstelling heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling of de deelnemer
de eindtermen of competenties behorend tot de beroepspraktijkvorming heeft gerealiseerd.
2. De procedure van de beoordeling en de wijze van examinering staat beschreven in de ROC
TOP examenregeling en de brochure Examenvoorlichting. Partijen verklaren door
ondertekening kennis te hebben genomen van de procedure van de beoordeling en de wijze
van examinering en daarmee in te stemmen.
3. In de beoordeling betrekt de onderwijsinstelling het oordeel van het praktijkbedrijf met
inachtneming van de desbetreffende in de ROC TOP examenregeling opgenomen regels.
4. Wanneer dat is overeengekomen stelt het praktijkbedrijf aan het eind van beroepspraktijkvorming een rapportage op over het functioneren van de deelnemer tijdens de
beroepspraktijkvorming bij het praktijkbedrijf.
Artikel 2 Deelname examens
De deelnemer wordt door het praktijkbedrijf in staat gesteld deel te nemen aan toetsen of
examens van de onderwijsinstelling die tijdens de periode van de beroepspraktijkvorming
plaatsvinden.
Artikel 3 Beoordeling beroepspraktijkvorming
1. Het praktijkbedrijf verklaart zich bereid beoordeling van de beroepspraktijkvorming, indien
mogelijk, op de praktijkplaats te faciliteren.
2. De deelnemer aan de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) verklaart door ondertekening van
deze overeenkomst ermee in te stemmen dat het praktijkbedrijf recht heeft op inzage in het
resultatenoverzicht van de deelnemer in het deelnemersvolgsysteem.
Artikel 4 Taakbeschrijving
Het praktijkbedrijf stelt voor aanvang van de beroepspraktijkvorming een taakbeschrijving op voor
de deelnemer. Deze wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de onderwijsinstelling.
De deelnemer is ermee bekend dat de beroepspraktijkvorming plaats vindt op dagen en
tijdstippen die voor de betreffende branche gebruikelijk zijn en dat de beroepspraktijkvorming
derhalve ook kan plaatsvinden tijdens schoolvakanties, in weekeinden en avonduren.
Artikel 5 Einde praktijkovereenkomst
Deze overeenkomst eindigt:
a) door het eindigen van de onderwijsovereenkomst tussen de deelnemer en de
onderwijsinstelling;
b) door het verstrijken van de termijn waarop deze praktijkovereenkomst van toepassing is, dan
wel op het moment dat een overstap naar een andere opleiding binnen de onderwijsinstelling
wordt gemaakt;
c) bij onderling goedvinden van de onderwijsinstelling, de deelnemer en het praktijkbedrijf, nadat
dit schriftelijk door partijen is bevestigd;
d) indien de deelnemer zich, ondanks nadrukkelijke waarschuwing, niet houdt aan de
gedragsregels volgens artikel 11 van deze overeenkomst, nadat dit schriftelijk is bevestigd
door het praktijkbedrijf en/of onderwijsinstelling;
e) indien de onderwijsinstelling, de deelnemer of het praktijkbedrijf zijn verplichtingen,
voortvloeiend uit de wet of de praktijkovereenkomst, niet (meer) nakomt;
f) wanneer, indien daar sprake van is, de arbeidsovereenkomst tussen de deelnemer en het
praktijkbedrijf wordt beëindigd;
g) door ontbinding of door verlies van rechtspersoonlijkheid van het praktijkbedrijf
h) wanneer het praktijkbedrijf ophoudt het in de praktijkovereenkomst bedoelde beroep of het
genoemde bedrijf uit te oefenen;
i) wanneer de erkenning van het praktijkbedrijf (zoals bedoeld in de WEB) is ingetrokken;
j) indien één der partijen op grond van zwaarwegende omstandigheden beëindiging van deze
overeenkomst noodzakelijk acht en in redelijkheid niet verlangd kan worden de overeenkomst
te laten voortduren.
Bij voortijdige beëindiging van de praktijkovereenkomst stelt de partij die de overeenkomst
beëindigt de andere partijen daarvan schriftelijk op de hoogte.
Artikel 6 Vervangende praktijkplaats
Indien de onderwijsinstelling en het betrokken Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na
het sluiten van deze praktijkovereenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig
beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet, of ontbreekt, het praktijkbedrijf niet langer beschikt
over een gunstige beoordeling (zoals bedoeld in artikel 7.2.10. van de WEB) of er sprake is van
andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren plaatsvindt,
bevorderen de onderwijsinstelling en het betrokken KBB dat een toereikende vervangende
praktijkplaats beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 7 Verzekeringen
De deelnemer verklaart door ondertekening van deze overeenkomst te beschikken over een
adequate ziektekostenverzekering en een adequate aansprakelijkheidsverzekering
Artikel 8 Aansprakelijkheid
1. Het praktijkbedrijf is niet aansprakelijk voor schade die de deelnemer bij anderen veroorzaakt
als gevolg van diens opzet of bewuste roekeloosheid. Ook de onderwijsinstelling is in die
gevallen niet aansprakelijk.
2. Het praktijkbedrijf is jegens de deelnemer aansprakelijk voor schade die de deelnemer tijdens
of in verband met de beroepspraktijkvorming lijdt, tenzij het praktijkbedrijf aantoont dat zij de
in artikel 7:658, lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde verplichtingen is nagekomen, of dat
de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de
deelnemer.
3. De onderwijsinstelling is niet aansprakelijk voor de schade die tijdens of in verband met de
beroepspraktijkvorming door de deelnemer aan het praktijkbedrijf of aan derden is
toegebracht.
4. Het praktijkbedrijf verklaart door ondertekening te zijn verzekerd tegen het financiële risico
van (bedrijfs)aansprakelijkheid als bedoeld in lid 2 en 3, ook tegenover deelnemers.
5. De onderwijsinstelling heeft ten behoeve van de deelnemer een verzekering afgesloten voor
de aansprakelijkheid van de deelnemer. Deze aansprakelijkheidsverzekering geeft een
secundaire dekking van door een deelnemer aan eigendommen van derden toegebrachte
schade gedurende de tijd dat hij in het kader van de beroepspraktijkvorming tijdelijk werk
verricht bij het praktijkbedrijf. In dit kader wordt onder eigendommen van derden verstaan:
a) eigendommen van het praktijkbedrijf
b) eigendommen van derden onder beheer van het praktijkbedrijf
De aansprakelijkheidsverzekering die de onderwijsinstelling afluit biedt een speciale,
secundaire dekking voor de beroepspraktijkvorming, en ook dekking voor het financiële risico
van ongevallen tijdens werk- en reisuren.
Artikel 9 Gedragsregels
1. De deelnemer is verplicht zich te houden aan de binnen het praktijkbedrijf in belang van orde,
veiligheid en gezondheid gegeven regels, voorschriften en aanwijzingen van het
praktijkbedrijf. De deelnemer wordt over deze regels ingelicht.
2. Het praktijkbedrijf treft, overeenkomstig de Arbeidsomstandighedenwet, maatregelen die
gericht zijn op de bescherming van de lichamelijke en geestelijke veiligheid van de deelnemer.
Artikel 10 Seksuele intimidatie, discriminatie en agressie en/of geweld
1. Het praktijkbedrijf treft maatregelen die gericht zijn op de bescherming van de lichamelijke en
geestelijke integriteit van de deelnemer en op voorkoming of bestrijding van vormen van
seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en/of geweld.
2. Indien de deelnemer in het praktijkbedrijf wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie,
discriminatie, agressie en/of geweld:
a) heeft hij/zij het recht de werkzaamheden onmiddellijk neer te leggen zonder dat dit een
reden is voor een slechte beoordeling;
b) dient hij/zij bij werkonderbreking het voorval direct te melden bij de praktijkbegeleider en
de onderwijsbegeleider of – indien dat niet mogelijk is- de vertrouwenspersoon van de
onderwijsinstelling.
Artikel 11 Geheimhouding
De deelnemer is verplicht alles geheim te houden wat hem/haar onder geheimhouding wordt
toevertrouwd of wat er als geheim te zijner/harer kennis is gekomen of waar van hij/zij het
vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet begrijpen. Het praktijkbedrijf stelt de deelnemer op de
hoogte van zaken die in elk geval onder de geheimhouding vallen.
Artikel 12 Afwezigheid
1. De deelnemer is verplicht in geval van afwezigheid en bij terugkomst na afwezigheid
onverwijld de praktijkbegeleider hiervan op de hoogte te stellen, conform de regels van het
praktijkbedrijf. Ook is de deelnemer verplicht de bedoelde afwezigheid en terugkomst te
melden bij de onderwijsbegeleider van de onderwijsinstelling .
2. Voor de afwezigheid tijdens de beroepspraktijkvorming gelden voor de deelnemer de regels
zoals die door het praktijkbedrijf worden gehanteerd evenals de regels die in de
onderwijsovereenkomst tussen deelnemer en onderwijsinstelling zijn afgesproken.
3. In geval van ongeoorloofde afwezigheid van de deelnemer meldt de praktijkbegeleider dit
onverwijld aan de onderwijsbegeleider.
4. De deelnemer aan de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) verklaart door ondertekening van
deze overeenkomst ermee in te stemmen dat het praktijkbedrijf inzage heeft in de gegevens
van de deelnemer in de aanwezigheidsregistratie in het deelnemersvolgsysteem.
Artikel 13 Nieuwe overeenkomst
Indien de deelnemer de beroepspraktijkvorming niet binnen de gestelde tijdsduur zoals vermeld in
de praktijkovereenkomst met goed gevolg heeft afgerond kunnen de onderwijsinstelling, de
deelnemer en het praktijkbedrijf een gewijzigd praktijkvormingstraject overeenkomen. Daartoe
wordt een nieuwe praktijkovereenkomst aangegaan.
Artikel 14 Problemen tijdens de beroepspraktijkvorming; Klachten
1. Bij problemen of conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming richt de deelnemer zich in
eerste instantie tot de praktijkbegeleider en/of de onderwijsbegeleider. Deze trachten in
gezamenlijk overleg met de deelnemer tot een oplossing te komen.
2. Wanneer de deelnemer vindt dat het probleem of conflict niet naar zijn tevredenheid is
opgelost, kan de deelnemer een klacht indienen bij de onderwijsbegeleider van de
onderwijsinstelling. De onderwijsbegeleider spreekt met de deelnemer af wanneer hij
terugkomt op de klacht of verwijst de deelnemer door naar de klachtenprocedure van de
onderwijsinstelling. De regels en procedures omtrent klachten zijn opgenomen in de Klachten
en geschillenregeling. Deze liggen ter inzage op de uitvoeringslocatie en zijn in te zien in
Trajectplanner (https://roctop.trajectplanner.nl)_en/of op www.roctop.nl.
Artikel 15 Nederlands recht
Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands Recht van toepassing.
Artikel 16 Slotbepaling
1. In de gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet, beslissen de onderwijsinstelling en het
praktijkbedrijf na voorafgaand overleg met de deelnemer. Indien het gaat om zaken die de
verantwoordelijkheid van het Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven raken, wordt het
betreffende Kenniscentrum daarbij betrokken.
2. Tevens verklaren de deelnemer en het praktijkbedrijf door ondertekening dat zij de
documenten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen en/of die als aanhangsel/bijlage
aan de overeenkomst zijn toegevoegd, hebben ontvangen en/of daarvan kennis hebben
genomen.
DATUM IN CALIBRI 20