..waar ík de school voor mijn kinderen kan kiezen ...vol

Download Report

Transcript ..waar ík de school voor mijn kinderen kan kiezen ...vol

12
weekend 15 en 16 februari 2014
weekend 15 en 16 februari 2014
ONZE REDACTEURS HEBBEN HUN ANTWOORD
KLAAR OP DE VERKIEZINGSSLOGAN
VAN KRIS PEETERS
«In welk Vlaanderen wil
u leven?» De campagneslogan van ministerpresident Kris Peeters (CD&V)
werd na een inbraak in diens villa in
Puurs snel gekaapt en veranderd in «In een Vlaanderen zonder inbraken, Kris!». Ja, in welk Vlaanderen
willen wíj eigenlijk leven? We vroegen het aan
enkele redacteurs van deze krant, jong en minder
jong, stedelingen en buitenlui, mannen en vrouwen. U leest het, ze liggen van meer wakker dan
alleen maar inbrekers. Er kan nog wat veranderen om Vlaanderen aangenamer te maken.
Anke Michiels,
redactrice NINA
Frank Depoorter,
chef sport
...vol ambitie en geloof
in de toekomst
Ik wil leven in een Vlaanderen
waar nieuwe stadions verrijzen,
zoals in Gent. Als ik op de E40
voorbij de Ghelamco Arena rij,
voel ik grootse ambities. Die
stadions mogen voor mijn part
zelfs half in het Brussels Gewest
liggen en half van Anderlecht,
half van de nationale ploeg zijn.
Boodschap aan Brugge: bouw
er vooral twéé nieuwe als het
moet. Hoe futuristischer, hoe
liever. Waar niet gebouwd
wordt, heerst geen geloof in
de toekomst.
Voorts hef ik het glas op een
Vlaanderen waar Zdenek Stybar
scheldtirades noch lauw bier
naar zijn hoofd geslingerd krijgt
omdat hij Tsjech is en wereldkampioen wordt in een fijne
maar kleine Vlaamse sport.
Laten we hoger mikken.
Misschien moeten we de Tour
nog eens winnen, zoals Lucien
Van Impe in 1976. Dan zou een
verloren WK’tje veldrijden zo
veel minder pijn doen.
Wat nog? Een Vlaanderen waar
ministers-presidenten – ook
andere excellenties mogen zich
aangesproken voelen – te allen
tijde iets belangrijkers aan hun
hoofd hebben dan mee op de
foto staan glimmen als een
Vlaming ergens iets wint. Op de
Spelen van Londen 2012 haalden we ocharme één keer brons
voor 6,4 miljoen inwoners.
Topsport is nochtans een
kwestie van beleid.
Wanneer krijgen
we dat stateof-the-art topsportcentrum
waar alle knowhow, alle talent,
alle disciplines gebundeld worden? Voor Rio 2016 is het alweer
te laat, maar vijf à tien medailles
in Tokio 2020 is niét onmogelijk.
Bovenal wil ik leven in
een Vlaanderen waar sport
lichaamscultus belichaamt. Kinderen hoeven niet naar school
van 8 uur ’s morgens tot zes uur
’s avonds, mevrouw Gennez.
Als we al eens begonnen met
dagelijks één verplicht lesuurtje
sport. Goed voor de volksgezondheid en de sociale zekerheid is het sowieso, maar misschien creëert het bij wijze van
prettig neveneffect zelfs een
cultuur waarbinnen de topsport
floreert.
En nu we toch aan het dromen
zijn: is het on-Vlaams of te veel
gevraagd dat Bart De Wever en
Elio Di Rupo, lichtjes geïntoxiceerd, samen een samba
inzetten wanneer de Rode
Duivels — Walen, Vlamingen en
Brusselaars met wortels in de
hele wereld — straks de World
Cup winnen?
...waar ík de school
voor mijn kinderen
kan kiezen
Een goeie school voor je kind.
Dat wil elke moeder. Een goeie
school: dat is er één waarvan je
buik zegt dat je kind er zal
aarden en dat de juffen er het
beste met je kleine voorhebben.
Dat is er één in de buurt van
waar je woont – want fietsen is
tof en gezond — én dit alles
binnen het onderwijsnet van
jouw overtuiging. Klinkt
simpel. Is het niet.
Afgelopen maandag moest ik
kleinste zoon (1,5 jaar) alvast
‘aanmelden’ voor zijn eerste
schooljaar. En dus vertrouwde ik
de computer mijn voorkeurlijst
toe van vijf scholen – gerangschikt van ‘topfavoriet’ tot ‘nou,
liever niet’ — waar het mannetje
in 2015 mogelijk naartoe kan.
Mógelijk. Want het systeem –
ontwikkeld om het kamperen
voor schoolpoorten van kleuteren basisscholen te bestrijden –
zette in het verleden al eens hele
buurten in de kou. ‘Nergens
plek, sorry.’ Daardoor werden
ouders verplicht ver buiten de
stad een school te zoeken. Nu is
mijn vraag: zal er plaats zijn voor
de kleinste, of niet? Woon ik
dicht genoeg bij de gewenste
school om zijn inschrijving te
verdienen? Of moet ik het stellen met schoolkeuze
nummer vijf – een
pak verder van de
voordeur en bovendien Freinet,
terwijl ik stedelijk verkies. En
natuurlijk zal er wel érgens in
Antwerpen plaats zijn. En dat zal
óók wel een oké school zijn.
(Tenslotte: dit is Vlaanderen,
mensen, we zijn in het licht der
grote
wereldproblemen
rotverwend.) Maar een moeder
wil nu eenmaal geen second best
voor haar kind.
De oplossing? Extra scholen.
Geen stalen containers met
provisoire klasjes maar echte,
stenen gebouwen met lessenaars en smartboards, een leraarskamer en rumoerige refter.
Het aantal kinderen ís er en het
onderwijs moet qua capaciteit
navenant zijn. Punt. Want het
aanmelden en computergestuurd verdelen van de vrije
plekjes is niet ideaal, weten we:
met wat pech valt je kind uit de
boot en kan jij elke ochtend, hop
hop, de auto in naar een school
uit je buurt. De andere manier is
ook niet je dat: vaders en moeders die postvatten voor de
schoolpoort en als volslagen
idioten de nacht doorbrengen
op straat. Maar wat zal ik voor
m’n grootste zoon doen, volgend
jaar, om hem in te schrijven in
een middelbare school — waar
het online aanmelden nog niet
is ingevoerd? Juist. Kamperen.
Bivakkeren. En in stilte protesteren. Want dit kan beter — dat
ziet zelfs het kleinste kind.
Wij willen leven
in een Vlaanderen...
...waar een kebabvlaming
even normaal wordt
als een frietchinees
Jan Segers,
politiek journalist
...waar een vuist
zonder kracht is
Ik was 13 in 1978. Ik hoor het
hem nog zingen en mezelf
meezingen, een paar jaar later
op de Lokerse Feesten. Vlaanderen boven / waar men de heer
nog kan loven / waar de mensen
belangrijk zijn / en de buiken
omvangrijk zijn / Vlaanderen
buiten / waar de vogeltjes fluiten / Vlaanderen mijn land / bij
het Noordzeestrand. Net zo min
als Raymond ben ik een Vlaamsnationalist. Ik ben graag Belg,
zoals ik me ook graag Italiaan
mag voelen van smaak en papillen, Fransman van tongval en
grillen, Hollander van hoogmoed en Portugees van weemoed. Maar evenmin voel ik
schroom om Vlaanderen mijn
land te noemen bij het Noordzeestrand, net als Van het Groenewoud, en le plat pays qui est
le mien, net als Brel. Bereid tot
zelfrelativering, jawel, maar
niet tot de dwaze zelfverachting
die het woord Vlaanderen
opwekt bij oude en jonge neobelgicisten. Het is te makkelijk,
vind ik, om dat cruciale facet van
je identiteit — de grond waar je
bent opgegroeid, de taal van je
moeder — af te zweren omdat
het helaas bezoedeld is geraakt
door politieke partijen wier
agenda je niet deelt.
Veel van het Vlaanderen uit
1978 dat Raymond bezong, is
35 jaar later voltooid verleden
tijd. Gelukkig maar. (West-)
Vlaanderen is nog altijd waar
een g soms een h is, maar waar
AVV niet langer VVK is. Mossel
met friet en kip aan ’t spit lusten
we nog steeds, maar tegelijk
wordt hier gekookt tegen de
sterren op. Vlaanderen is niet
langer waar een diploma geen
zin heeft, zoals in de crisisjaren
van toen, en de koning geen
kind heeft, zoals Boudewijn.
Vlaanderen is niet langer waar
de vrouw aan de vaat staat en
de camera traag gaat. Die Oscar
komt eraan, de vaatwas doet
de rest. Vlaanderen is niet eens
meer waar de premier nogal
vaag praat. Leo Tindemans is
vervangen door een Waal die
nogal traag praat.
Gelukkig is er nog iets van het
Vlaanderen uit 1978 dat intact is
gebleven. Voor mij de mooiste
verzen uit het lied: waar het
volk goedlachs is / en een vuist
zonder kracht is.
Waar vuisten zonder kracht
zijn, daar, in dat Vlaanderen, in
dat vlakke land dat het mijne is,
wil ik leven. ’t Is te zeggen: tot ik
het geld heb om naar Città della
Pieve te verhuizen.
Isolde Van den Eynde,
redactrice algemeen
...waar een baksteen
in de maag verteerbaar blijft
Ik wil leven in een Vlaanderen waar je geen fortuin van je
ouders nodig hebt om een huis te kopen. En waar alleenstaanden niet moeten leven in een kleine maar ‘betaalbare’ studio.
Ik droom niet van een grote lap grond met een fermette, een
pastoriewoning of een designarchitectuurwoning. Ik droom
kleiner. En misschien zou ik er tout court niet van dromen, als
de huurprijzen niet de pan uit zouden swingen. Want dan pas
begin je erover na te denken om die grote som ‘weggegooid’
geld in iets van jezelf te investeren.
13
Dietert Bernaers,
redacteur algemeen
José Masschelin,
gerechtsjournalist
...dat veilig maarniet zuuris
Een zo risicoloos mogelijk Vlaanderen, zonder dat het azijnig wordt. Dát
wil ik. Een samenleving die maximaal
beschermt tegen reële gevaren,
maar niet chagrijnig, betuttelend of
bemoeizuchtig is. Minder GAS-boetes,
meer jacht op echte misdadigers.
De staat mag nog tien keer worden
hervormd, politie en gerecht zullen
de hoekstenen blijven als het op veiligheid aankomt. Vlaanderen moet
meer investeren in een intelligente en
krachtige politie. Ook al blijft justitie
federale materie, toch kan onze deelstaat ertoe bijdragen dat ook ons
gerecht eindelijk sneller en performanter werkt. Zowel voor politie als
gerecht: die geestdodende ambtelijke
aanpak moet eruit. Gezond verstand,
graag.
Om maar één dreiging aan te halen:
ons welvarende Vlaanderen wordt de
komende jaren volgens specialisten
nog meer een magneet voor steeds
brutalere (rondtrekkende) dieven,
inbrekers en straatrovers. Misdrijven
Elke Van
Huffel,
redactrice
algemeen
...waar
een mens nog
mag feesten
«Totaal onleefbaar voor mens en
dier.» Zo luidt de dramatische uitleg
van de boze buren van Tomorrowland, die het festival liever geen twee
weekends zien plaatsvinden deze
zomer. Zijn we gek geworden? 6 dagen op 365 wat hinder, maar in ruil
zet Tomorrowland België wel op de
kaart. Eindelijk heeft ons land een
— positief — gezicht in het buitenland: Dutroux is eindelijk niet meer
de eerste naam die buitenlanders
associëren met ons kleine landje.
Toch moeten enkele verzuurde Vlamingen een rechtszaak aanspannen.
Daar word ik moedeloos van. Voor
mij graag een Vlaanderen waar ik
ongestoord mag feesten.
waarvan iédereen het slachtoffer kan
worden. De daders zijn zeer mobiel en
hen opsporen na de misdrijven is vaak
onbegonnen werk. In het beste geval
wordt de put gedempt als het kalf
verdronken is. Als ze deze plaag wil
stoppen, zal de politie veel meer
proactief te werk moeten gaan. Permanente controles in gevoelige buurten, dat hebben we nodig. Dat kost
uiteraard geld, menselijke inzet,
middelen en vooral ook inzicht. Vergelijk het met verkeersacties. Dankzij
doortastende snelheidscontroles rijden we nu met z’n allen veel trager en
is het aantal verkeersdoden in tien jaar
tijd gehalveerd. Dit mooie resultaat
zouden we ook kunnen behalen als
potentiële rovers beseffen dat ze in
Vlaanderen wél tegen de lamp kunnen lopen en dat het hier geen speeltuin is.
Als het over verkeer gaat, dan hebben
we het begrepen: beter voorkomen
dan genezen. Dit is evengoed mogelijk
in de strijd tegen de criminaliteit. In
zo’n wakker Vlaanderen wil ik leven.
Stefan
Vanderstraeten,
redacteur
consument
...zoals het nu is
In welk Vlaanderen ik wil leven? In
een Vlaanderen zoals het nu is. Elk
ander antwoord zou ongepast zijn.
Sinds ik 15 jaar geleden afstudeerde,
heb ik nooit één dag zonder werk
gezeten. En als de ene helft van een
koppel van tweeverdieners zitten
citytrips en restaurantbezoeken er
nog altijd meer dan geregeld in.
Toegegeven: niet iedereen kan dat
zeggen. Er zijn wel degelijk mensen
die financieel amper rondkomen,
maar net daarom heb ikzelf niet het
minste recht om welke beterschap
dan ook te eisen. Omdat dit alleen
zou verbleken tegenover zij die
wel in de miserie zitten. Maar heel
eerlijk: als ik me elke zaterdag
opnieuw door die consumerende
massa in de supermarkt, cinema of
zelfs brasserie moet wurmen, dan
denk ik telkens weer: ook anno 2014
zijn er bitter weinig Vlamingen die
echt reden tot klagen hebben.
Evelien Delgouffe,
redactrice vips
...waar we niet (alleen)
gekeurd worden op looks
Als showbizz-redactrice heb ik
er natuurlijk voor gekozen om
24 op 24 in een wereld te circuleren
waar het voornamelijk om looks
draait. Een fascinerende biotoop
waar een microklimaat van Chanel
Nr 5 heerst en waar Louboutins en
blonde haarextensions extra bonuspunten opleveren. Leuk om er in rond
te dwalen, maar even leuk om er weer
van te ontsnappen.
Al kan ‘de gewone wereld’ amper nog
als toevluchtsoord dienen, ook daar
wordt nauwelijks nog voorbij dat
‘eerste laagje’ gekeken. Ook ikzelf doe
er weinig aan om daar iets aan te
veranderen. Zelden stap ik de deur uit
zonder een streep eyeliner en twee in
de blos gezette wangen. Omdat ik me
goed voel achter die opgesmeerde
façade. Maar ook: omdat ik de indruk
heb dat ik dan beter aanvaard word in
deze (oppervlakkige) maatschappij. Ik
krijg sneller een complimentje toegeworpen en de conducteur kijkt al
Frieda
Joris,
senior
writer
eens de andere kant op wanneer mijn
treinabonnement weer vervallen is.
Maar het werkt ook in de andere
richting. Het gebeurt dat volstrekt
onbekenden een oordeel klaarhebben
nog voor ze me kennen. Zo werd ik
recent nog «ros gepimpte snol»
genoemd terwijl ik nietsvermoedend
over straat wandelde. Ook mijn autokeuze — een Opel Corsa uit ’97 — kon
toen op weinig goedkeuring rekenen.
Ik geef toe dat ik die krakende kar wel
eens 100 meter verder durf te parkeren wanneer er een vip-feestje in het
Casino van Knokke aan de gang is en
de entree versperd wordt door Lamborghini’s en Ferrari’s, maar sinds
wanneer keuren we mensen louter af
op wat we zien zonder te weten wie ze
zijn? De beste Miss België is niet
noodzakelijk de knapste en rood haar
—ook al is het uit een potje — is niet per
definitie ordinair. Hop naar een
vooroordeel-vrij Vlaanderen, dus.
Deadline 25/5, al mag dat altijd nog
iets vroeger.
Frank
Dereymaeker,
redacteur
economie
...zonder angst
Voor geldgebrek, voor vreemdelingen, voor oorlog, voor diefstal, voor
ziekte, voor fraude, voor vossen, voor
verlies, voor overstromingen, voor
ontslag, voor vrijdag de dertiende,
voor spinnenwebben, voor honger,
voor overvallen, voor anderstaligen,
voor afluisterpraktijken, voor luchtverontreiniging, voor ongevallen,
voor faillissementen, voor monsters,
voor geel, zwart, bruin, rood en al wat
anders is. Ik wil leven in een Vlaanderen waar bange, blanke mannen
geen angst meer kunnen zaaien.
Waar de mensen belangrijk zijn en
de buiken iets minder omvangrijk
zijn. En waar buiten de vogeltjes
fluiten.
...dat bulkt
van de jobs
Een job is niet alles. Gezondheid en
familie staan een trapje hoger. Maar
veel begint bij een job. Wie een baan
heeft, voelt zich niet uitgesloten,
maakt zich nuttig en krijgt de kans
om een eigen kwaliteitsvol leven op
te bouwen. Op voorwaarde dat die
job eerlijk wordt vergoed én belast.
Alleen is jobcreatie nog te veel een
verkiezingsslogan. Te weinig beseft
de politiek dat dit een flinke inspanningen vergt van de bedrijven. Geef
de ondernemers dan ook de kans om
banen te scheppen. Stop met het
uitdelen van premies of nutteloze
subsidies, maar kies voor een ondernemingsvriendelijk klimaat. Want
iedere extra job betekent meer inkomsten, en hopelijk ook meer blije
Vlamingen.
...met Franse joie
de vivre, Italiaanse
sprezzatura, Spaanse
alegria, Duitse
Gründlichkeit,
maar vooral: veel goesting
om Vlaming te zijn
Katrien Stragier,
redactrice politiek
...dat deel uitmaakt
van het geweldige land
dat België is
Rudy Nuyens,
redacteur voetbal
...waar jonge moeders
de luxe hebben van
een boeiende job én
tijd met hun kinderen
Karen Sleurs,
redactrice algemeen
...dat de Belgische
miljarden voor
de aankoop van nieuwe
gevechtsvliegtuigen
overhevelt
naar de subsidiepot
voor onderwijs
Bart Fieremans,
redacteur sport
...waar mijn vriend en ik
overal hand in hand over
straat durven te wandelen
Jelle Brans, chef vips
...waar men mij niet
lastigvalt met enquêtes
over de vraag in welk
Vlaanderen ik wil leven
Jan Devriese, columnist
...waar het leven
geen koers hoeft te zijn
Bart Audoore,
redacteur wielrennen
...waar de wereld begint
in plaats van te stoppen
Guy Van Vlierden,
redacteur algemeen
...waar de
achterdeur
niet op slot
moet
Joost Freys,
redacteur
algemeen
**
**