11.0 M. Vossestein - Provincie Fryslân
Download
Report
Transcript 11.0 M. Vossestein - Provincie Fryslân
Noordstra, lepie
Van:
Verzonden:
Aan:
Onderwerp:
Bijlagen:
Statengriffie provinsje Fryslân
dinsdag 13 mei 2014 13:28
‘[email protected]’
FW: Nota “Natuur als natuurbeheerder’
Natuur als natuurbeheerder.pdf
Geachte heer Vossestein
Uw mail is in goede orde ontvangen en zal ter kennis worden gebracht aan de leden van Provinciale Staten.
Het stuk wordt geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende statenvergadering.
Het is aan de verschillende fracties of zij inhoudelijk op uw mail willen reageren.
Mei freonlike groetnis,
lepie Noordstra
PROVI N
—
Steategriffy
058 2925822
i.noordstra @fryslan.nI
4*seeøs
AE
steaten
Tweebaksmarkt 52 (besikersadres)
Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden
www.frvslan.nI
S
Tink oan it milieu foar t jo beslute dizze mail te printsjen / Denk aan het milieu voor u besluit deze mali te printen
Van: Marcel Vossestein [mailto: m [email protected]]
Verzonden: zaterdag 10 mei 2014 09:06
Aan: staten; Provincie Fryslan; secr_gs_kramer
Onderwerp: Fw: Nota “Natuur als natuurbeheerder”
Aan de leden van Provinciale Staten en het College van Gedeputeerde Staten
van de provincie Friesland.
Nunspeet, 10 mei 2014
Betreft: Achtergronden van het natuur- en faunabeleid als handreiking bij de standpunt bepaling inzake
voor u actuele natuuronderwerpen.
Geachte mevrouw, heer,
Graag maak ik van de gelegenheid gebruik u mijn reactie toe te sturen op de Rijksnatuurvisie Natuurlijk
Verder alsmede op het Gelderse Faunabeheerplan voor edelhert, damhert, wild zwijn, ree en moeflon en
besprekingen van daarmee samenhangende stukken, die fiks bijdroegen tot de inhoud van de nota
“Natuur als natuurbeheerder”.
Uit berichten in de media leid ik af dat binnen uw Organisatie een reeks aan natuuronderwerpen en vooral
ook fauna-onderwerpen in procedure zijn en daarbij zullen mijn inzichten en visie nuttig kunnen zijn.
Het lijkt me dat deze informatie ook in brede zin nuttig voor u zal zijn. Graag wens ik u voor juiste oordelen
en beleidskeuzes alle wijsheid toe.
1
Met vriendelijke groet,
Marcel Vossestein
Driestweg 18
8071 BT Nunspeet
0341-250463
From: Marcel Vossestein
Sent: Wednesday, May 07, 2014 9:54 AM
To: Reactieijunt Natuurvisie ; Vaste Kamercommissie EZ ; Staatssecretaris Min EZ ; Provinciale Staten Gelderland
Statenleden prov Gelderland ; Jan Jacob van Dilk; Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur
Subject: Nota “Natuur als natuurbeheerder”
Aan het Reactiepunt Rijksnatuurvisie Natuurlijk Verder, de Vaste
Kamercommissie en de staatssecretaris van Economische Zaken, mevrouw S.
Dijksma, de leden van Provinciale Staten en het College van Gedeputeerde
Staten van de Provincie Gelderland en en de Raad voor de Leefomgeving en
Infrastructuur als adviserend orgaan en de ontvangers van mijn observaties.
Nunspeet, 7 mei 2014
Betreft:
Nota “Natuur als ,zatuurbeheerder” als reactie op de Rijksnatuurvisie Natuurlijk Verder, ter
informatie voor de betrokken Vaste Kamercommissie en staatssecretaris.
Daarnaast vooral ook als mijn zienswijzen op het Faunabeheerplan voor edelhert, damhert, wild
zwijn, ree en moeflon en daarmee samenhangende stukken van de Provincie Gelderland.
Geachte mevrouw, heer,
Graag maak ik van de gelegenheid gebruik te reageren op de Rijksnatuurvisie Natuurlijk Verder alsmede op
het Gelderse Faunabeheerplan voor edelhert, damhert, wild zwijn, ree en moeflon en besprekingen van
daarmee samenhangende stukken, die fiks bijdroegen tot de inhoud van de nota “Natuur als
natuurbeheerder”.
De besprekingen in de vergaderingen van Statencommissie Landelijk gebied, Cultuur en Jeugdzorg van
Gelderland en Provinciale Staten van de nota “Rasterbeleid Gelderland” en daarnaast ook het
“Faunabeheerplan Grofwild Gelderland 2014-2019” versterkten mijn opvattingen in aanzienlijke mate.
Mijn analyses van die stukken gaf ik al eerder vorm in de nota “De Veluwe als fontein van Topnatuur” met
de nota “Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur” als bijlage, vanwege het toetsingskader.
Mijn analyses daarvan mondden uit in het concreet vervolgkader STAPPEN NAAR “De Veluwe als fontein
van Topnatuur”. Dit bleef tot dusver zonder ook maar enig gevolg of reactie.
Van visie naar robuuste werkelijkheid
2
4.
Vanwege de zorgelijk grote achterstanden vanwege de totale beknotting van de functies van de
natuurdieren moet er geen enkele toegang worden geboden tot terreinen met voedsel dat niet voor deze
dieren bestemd is.
5.
Beseft moet worden dat oneigenlijk voedsel omgezet wordt in oneigenlijke aanwas en aantallen dieren.
6.
Het afgrenzen van leefgebied tot hun feitelijke omvang moet daarbij centraal staan, waarbij vooral de
middelen de voorkeur moeten hebben, die tot tweede helft 19& eeuw algemeen waren voor de mens om
hun leef- en werkgebied af te grenzen van natuur, die toen nog algemeen was. Wildsingels en
wildwallen vorm(d)en lang ook waardevolle landschapselementen.
7.
Landelijk gaat de door nauwelijks in te dammen stikstofdeposities aangejaagde grasgroei ook via
toename van de tekendichtheid een steeds groter probleem en een heel nare ziekte als reële dreiging. Dit
naast de verdringing van bloemplanten en inperken van biodiversiteit die daarvan gevolgen zijn.
8.
Ook financieel blijkt een maximale inzet van vooral de vrijwel volledig zelfredzame herten en wilde
zwijnen het meest effectief om grasgroei op een juiste wijze te beteugelen.
9.
Bij een juiste begeleiding van de populaties herten en wilde zwijnen zal hun inzet ook uiterst waardevol
zijn voor de boomvegetaties, omdat zij het ontstaan van onhandelbare houtakkers voorkomen.
—
—
10. Belangrijk element is de begeleiding met de daadwerkelijke hoofdrol van predatoren, die vooral het
graasgedrag sturen. Onder volledig natuurlijke omstandigheden voegen predatoren de volgende
elementen toe:
zij schermen rond hun verblijfplaats een gedeelte voedselgebied voor de prooidieren af,
hun incidenteel intensiefjagen kost energie van de prooidieren om ze ontwijken;
vooral het dwingen tot kuddegedrag leidt tot veel sterker plaatselijk geconcentreerde begrazing;
juist die factoren zullen onze vroegste bossen veel meer het karakter gegeven van een parkachtig
landschap dan de huidige vaak dicht begroeide ‘houtakkers’ van veelal gelijke leeftijd of te sterk
begraasde i’laktes.
a.
b.
c.
d.
-
.,
S
11. Dat de onaanvaardbaar hoge concentraties van de teek vooral op de hoge zandgronden en in de duinen
voorkomen, vormt een toenemende belemmering voor de in het algemeen hoge waardering en gebruik
als recreatie- en natuurterreinen en daarmee de grootste actuele bedreiging van vooral de recreatiesector.
12. Dit recreatieve aspect vormt een fors mee verdienonderdeel bij de realisatie van het Natuurnetwerk
Nederland, als een medebepalend onderdeel naast vooral ook het zien van dagactieve natuurdieren.
13. Landelijk moet worden vastgesteld welke gebieden vooruitlopend op het netwerk al van het natuuronderhoud door de combinatie van natuurwerkers op welke wijze voorzien kunnen worden en de dieren
hun nut in deze gebieden kunnen bewijzen.
—
—
14. Vanwege de complexheid en omvang zal de realisatie van de daadwerkelijke verbindingen meer tijd
vragen dan nuttig en nodig is dan de urgentie van de afzonderlijke gebieden toelaat.
3
Verdere ondersteunende informatie en toelichting verwijs ik naar de nota’s, die ik
ook elders beschikbaar:
•
•
•
ii
eerder toestuurde maar
Nota “Natuurregio als brug tussen natuur en economie” in te vinden op: ToekomstNatuur:
“Natuurregio als brug tussen natuur en economie”
Nota “Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur” op: ToekomstNatuur: Zichzelf
Vernieuwende Wi Idernis als Topnatuur
Nota “De Veluwe als fontein van Topnatuur” op: ToekomstNatuur: STAPPEN NAAR “De Veluwe
als fontein van Topnatuur”
Graag wens ik u voor juiste oordelen en beleidskeuzes alle wijsheid toe.
Met vriendelijke groet,
Marcel Vossestein
Driestweg 18
8071 BT Nunspeet
0341-250463
4
Natuur als natuurbeheerder!
Edellierten blijken veel te gretig
Informatieavond openstelling Ecoduct bij Hulshorst.
Uato Van de Biezen, Stentar— Veluwe, 27-12-2012]
[Omraep Gelderland, 2-7-2013]
Blokkerend: ‘Damherten in de duinen schietschijfof natuurbeh eerder?’
In de NP Zuid
Kennemerland [3.800
hectare) vormt ‘t surplus
van de nu zo’n 350
damherten bijde
bedachte doelstand van
200 voorlopig nog
lonkende schietschijven
In de Amsterdamse
Waterleidingduinen
[3.400 hectare] vormen de
recent getelde 2.250
damherten een met
zorg te begeleiden
kapitaal natuurwerkers
__.::;.J
I.ZE’
Natuurbrug Bentveld ligt er nog kaal bij
fl-laarlems Dagblad, 30-4-2014/Fata United Phatas/Paul Vreeker
Rijksnatuurvisie 2014 en lessen uit de reeks van
“Natuurregio als brug tussen natuur en economie”
“Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur”
en
“De Veluwe als fontein van Topnatuur”
Marcel Vossestein, oud-voorzitter van de Natuurbeschermingscommissie van de KNNV, vereniging voor veidbiologie
Nunspeet, mei 2014
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vasse5tein
pagina ivan 13
2014 als een ‘Jaar van de Nederlandse natuur’
“Natuur” staat dit jaar op heel wat agenda’s. Na maanden van bezinning moet de regeringscoalitie nu concreet hun
brug slaan tussen natuur en economie. Dat ‘t al een maandenlange bezinning kostte, maakt duidelijk dat het toch
een lastige klus blijkt. Daarbij werd ook een nieuwe taakverdeling met de provincies afgesproken. Daar is men ook
al aan de slag met het herzien van de faunabeheerplannen, waarvan er veel nu verlopen. Het kabinet vatte de
stand van zaken samen in de Rijksnatuurvisie 2014.
Wat is de visie van de Rijksnatuurvisie 2014?
Het kabinet ziet een vijftal consequenties van het nieuwe perspectief:
1.
2.
3.
4.
5.
Het natuurbeleid neemt als uitgangspunt dat de verscheidenheid van soorten en habitats een voorwaarde is voor een
goed bestaan op aarde. Dit maatschappelijk belang, dat verder reikt dan alleen het behoud van biodiversiteit,
rechtvaardigt ons natuurbeleid. Natuur bepaalt mede onze leefomgeving, ons voedsel, schoon water, zuivere lucht,
schoonheid, rust en energie.
Het beleid dient het maatschappelijk welzijn door bij te dragen aan een verantwoorde, duurzame omgang met natuur;
beschermen, benutten en beleven. Daar past een breed natuurbegrip bij, dat niet enkel de bijzondere natuurgebieden en
zeldzame planten en dieren dekt maar ook alledaagse, dicht-bij-huis natuur.
Het beleid wint aan effectiviteit door mensen meer zeggenschap te bieden bij beslissingen over natuur in hun
leefomgeving en meer ruimte te laten voor hun zelforganiserend vermogen en verweving met natuur te stimuleren.
Het beleid zal natuur beter laten benutten door te investeren in combinaties van natuur met gezondheid, welzijn,
cultuur, economie en veiligheid.
Het beleid zal zich er meer op richten natuur tot stand te brengen die tegen een stootje kan en maatschappelijk gedragen
wordt.
In uitgebreide schetsen van kansen, bedreigingen, verbanden en blokkades valt ook het woord “instandhoudingsituatie”. De situatie die natuur eist, is (alle) ruimte voor de eigen dynamische processen. Ook die noemt de visie:
Natuurlijke processen:
Streven naar een zwaarder accent op natuurlijke dynamiek, in ieder geval bij het in 2015 kwantificeren van de doelen
van de Vogel- en Habitatrichtlijnen en waar mogelijk ook al bij gebiedsprojecten.
Vasthouden aan enkele aanwezige soorten en habitats kan het toegroeien naar een biodiverser systeem in de weg
staan. Goede natuur is dan de vijand van betere natuur.
Voor natuur en economie is het daarom aantrekkelijk om natuurinclusief ontwerpen in deze richtlijnen beter mogelijk
te maken, in het bijzonder in de grote wateren.
—
—
—
Ook hier valt het woord “natuurinclusief”, waarin de sleutel voor het verbinden van natuur en economie verborgen
lijkt te liggen.
Wat is natuurinclusief?
Het woord natuurinclusief betekent letterlijk: natuur inbegrepen. Het duidt op een manier van denken en doen waarin
natuur altijd wordt ‘meegenomen’.
Natuurinclusief denken en doen heeft twee kanten:
•
die van de kans
•
en die van de voorzorg.
Door meer gebruik te maken van principes en eigenschappen van de natuur hebben we de kans om beter en goedkoper te
werken.
En door met voorzorg te werken kunnen we schade aan natuur verminderen of zelfs voorkomen.
—
—
—
—
Het “natuurinciusief” heeft een verwantschap met het al snel knellende begrip “nee, tenzij” als raakvlak tussen
natuur en economie in de Flora- en faunawet. Binnen enkele jaren zwol het verzet tegen beperkingen daarvan aan.
Tien jaar geleden nam het inzicht toe dat het wel wat minder zou kunnen met natuur en milieu.
De machten en krachten achter de jacht zagen kans om een Kamermeerderheid te overtuigen, dat het beheren van
de fauna vooral het beheersen van dierpopulaties moet zijn. Dit onderdeel van de wet werd in de uitvoeringsregels
in 2005 feitelijk omgezet van het “nee, tenzij” naar feitelijk alsnog een structureel (extra aangejaagd) “ja mits”.
Daarvoor werd in het Besluit beheer en schadebestrijding dieren in artikel 4, lid e. het proactief ingrijpen in de
populatieontwikkeling van de grote zoog dieren mogelijk gemaakt.
het reguleren van de populatieomvang van dieren, behorende tot de diersoorten
o edelhert, ree, damhert of wild zwijn,
•
met dien verstande dat vanwege dit belang slechts ontheffing kan worden verleend indien
o de aanleiding is gelegen in de schadehistorie ter plaatse en van het omringende gebied
o of de maximale populatieomvang in relatie tot de draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
pagina 2 van 13
•
Het geheel bood al snel onweerstaanbare mogelijkheden. Met maximale gretigheid werd er zelfs voortdurend
‘schadehistorie geschreven’
ij
en dat gebiedsdekkend en in maximale omvang:
Laod00000I000l[lndbo%wglondOr,
GETAXEERDE EDELHERTENSCHADE 2012
De afgelopen tien
jaar werden
peIl,
herten bewust
‘:‘
7,.
toegangen
geboden tot een
Dichtheid edelhert per
aanta
Veluwse landfk
1 S
—0,5
06—1,0
1o445,-
bouwenclaves.
;.
•
-
>1.0
(links)
Daarbij repte men
slinks niet over de
gevolgen als die
dat oneigenlijk
voedsel vooral tot
oneigenlijke
aantallen dieren
leidt, naast zeer
forse landbouw
schades (rechts.
[Uit Faunabeheerplan Veluwe 2009-2014, Arnhem, 2009]
Vrijwel alle denkbare (vooral) wetenswaardigheden inzake “de maximale populatieomvang in relatie tot de draagkracht van het
gebied waarin de dieren zich bevinden” vullen in overgrote mate de faunabeheerplannen.
Naar relevantie (b)lij kt men het vrijwel (zeker)
Vermoede wintersterftepercentages 2013/14 Oostvaarderspiassen
inrelatietotvoorgaandejarenopbassvangemiddeldesterfteprecentages
allesbepalend aspect vermeden te hebben. Een
grote verdienste van de Oostvaardersplassen is
ook, dat eruit af te leiden valt welke invloed
winters op dierpopulaties hebben. De
afgelopen negen winters tonen de totaal
onvoorspelbare invloed van de winter aan als
meest bepalende factor op dierpopulaties. De
winter is de ultieme —feitelijk allesbepalende
47,1%
45,1%
42,0%
35,0%
34,0%
-
test voor factoren als ‘mastomvang’, ‘been
20,4%
merg’ en ‘vet’, die men graag als vermeende
10.0%
betrouwbare sturing in de faunabeheerplan
11,9%
80,4%
nen opneemt. De dominantie van de natuur
lijke selectie in de winters maakt al die uit
gesponnen teksten en factoren tot niet meer
dan een slag in de lucht.
2005
100)6
2001
2)000
2011
2012
-
2.320
2.326
2.040
1L406
607
---.——.—
—.
060
931
—
..--.—.—
—
..-——--— --
-—
-
age
...
361
2005
,q
2006
209
2007
403
337
2008
totool
2009
—h,ond
2010
199
243
197
102
2011
2012
2013
2014’)
on,kp.,,d
ednI,.d
ym, de tellingen noj oor 2013 winlersteefte 2033/14
prpub1ivennfniffen,lerlool .670,,,,? Voo,eo),i,,
Aan062O14 op basis con het gemiddelde
,nnd
3
.Aoiv,oo,p
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
blijven toenemen.
Het in totale vrijheid kunnen grazen leidt tot
net iets te groot vlakdekkend zijn van
graasgedrag en vraatselectie.
3.
878
emkidehl
Een ander belangrijk aangetoond aspect is dat
3.000
2.0010
2014
dierpopulaties zelfs ook bij meest reactieve
-
begeleiding niet oneindig
2.000
2813
edelhert —gemiddeld
booi,vo,,
4.000
500
2010
Aoot1Ie,, 1014 op
het ge,oiddeld, wo,, de telIhWe,, ,,ojoor 2013. lnloroterfte 2023/14
,ln,frnn op grond von gepublicterd cijferm,ler,uI fl,rveI )Uooefle,n
Vermoedevoorjaarostand 2014 Oostvaardersplassen
in relatie tot voorgaande jaren op baois van gemiddelde aantallen
4000
700)9
—heckrurid —konikpaard
2701
gemkidehi
De vegetatie - die daarmee ontstaat — biedt de
ene diersoort veel meer mogelijkheden dan
de andere. Zo laten de Konikpaarden een
vrijwel volledige ontwikkeling zien.
Edelherten zijn in aantallen inmiddels zo’n
tien keer (1) succesvoller dan runderen,
terwijl die vooral als grazer wordt gezien.
pagina 3 van 13
De drie elkaar opvolgende Veluwse faunabeheerplannen —
2005-2008, 2009-2014 er, nu het ontwerp 2014-2019 - bevatten schet
sen van verwachte aantallen onder scenario’s ‘geen beheer’.
Daarover meldt het recente ontwerp plan:
Tabel 4,2.
“Zonder voersuppielie en afschot zullen, bezien over langere termijn,
aantaisjiuctuaties rond draagkracht optreden, welke voor een belang
rijk deel zijn terug te voeren op schommelingen in het ,nastaanbod.
Een scenario ‘geen beheer’ houdt tevens in, dat ook de predatiedruk
van de wilde zwijnen op hwi voornaamste voedselbronnenfluctueen
door de jaren heen....”
•
•
•
dat het ecosvsteemn ‘ehiwe wordt gekenmerkt dooi’ een grote
component, uit oogpunt van energie-aanbod, arm bos..;
het ecosysteem Veluwe is mineraalarni; in relatie tol het wilde
zwijn geldt dit specijiek voor het Natrium-aanbod;
de mogelijkheden voor hoefdieren om hieraan het hoofd te
bieden door middel van migratie zijn zeer beperkt.
huidig aantal
voorjaarsstanden,( onderverdeeld naar vrije wildbaan +
omrasterde gebieden) (bron’ Ver Wddbeheer Veluwe)
draagkracht per soOrt
geschat aantal per soort bij maximale benutting leefgebied
draagkracht gezamenlijk
geschat aantal bij maximale benutting leefgebied en in de
aanwezigheid van de andere genoemde soorten.
soort
edelhert
damhert
ree
wild zwiin
moefton
muntjak
waarna men als risico’s opsomt:
Overzicht huidige en mogelijke aantallen grofwild op de Veluwe
huidig aantal
1700(1100 + 600)
400(250+ 150)
4500 (4000 + 500)
2300 (1800 + 500)
250 (0 + 250)
?
nvt
stil
18000
veel lager
Noot: voorjaarsstand is de stand exclusief de jaarlijkse aanwas die dat jaar nog komt
ru.bal
1 In fl,,,;,.h, fl.,&Ir,
r;-:;;---—
,,t&i,,
,,,,
IÖ
Edlhert
Damhert
L
“
,0
Veluwe
a81Drakr
Huidgaant&
-
i5001
__.tQÇ
L5sop
.PQ__
iLn_25Çp_
Moeflon
De kwalijke verschillen met predatoren als overmatige
reductie door maximaal afschot plus vooral ook de afvoer van
die schaarse kostbare mineralen noemt men vooral niet,
Maar wel de echte predatorenrol, die de extreemste de jacht
ooit juist in het geheel niet vervult en vooral jaarlijks meest
kwalijke maximale fluctuaties veroorzaakt:
draagkracht per soort draagkracht gezamenlijk
18 000
lager
30.000
lager
6000
veel lager
1000- 3000
lager
plo
n.v.t.
275
er
L._
stil.
‘huidig aantal
voorjaarsrandun Fec Veluwe IOtntt Ver w,,deeneer Velinsel De voorjaarstand
II do stand exclusief de jaarlijkse aanwas die dat iaar sas kaa,t
Tabel 4.14 Orerzichl huidige es mogelijke aantallen edelhert damhert en wild zwijs op de Veluwe en
reeën in Gelderland
rsort
HuIdig aantal
2.100
600
Lkïïert
Damhert
J
12.000
Ree
teeo
Wild zwIjfl,,,,,,
Moefton
Taeliri,l,sg het smliuppen
huidig aanlal
,
Het ecosvsteem 1 ‘eluwe is bovendien incompleet dooi’ het ontbreken
van natuurlijke predatie die een rol zou kunnen spelen bij het dempen
van de in het rapport beschreven aantalsfiuctuaties. Ook heeft de
aamt’ezigheid van een natuurlijke predator gevolgen voo,’ het
terreingebruik van hoefdieren en hie,’,nee hun effecten op vegetaties.
Draagkracht per seort
l__
275
draagkracht per sxo’t
draagkracht gcoantenlijh
18000
30 000
Draagkracht gezamenlijk
gnr
lager
50000
J
1
1 500- 3000
e nl.
lager
n 0 t.
cxc i7aarslanden ree Veluwe Noot Ven wsdbnhoer Veluwn) De trsagaaretand
is de stand ecctus:uf dx jaa,tijksa aanwas &e dat Jaar nog knmI
gsssliat aantal put sonii bij ,sasimale benutting lreignbinoi
geschat aantal bï maximale benutting leetgebied en is de aar,woe,gheid Van de
andere genaersdo 500flan
De afwezigheid van predatoren zou wel de basis zijn van de — ‘heel natuum’l(fk behei’en’ - strategie in het ontwerp beheerplan,
waarbij uitschakeling van planteneters vooral de bosbouw ten goede zou komen:
•
•
•
Ten opzichte van natuurlijke systemen ontbreekt de sturende sterk-ing van predatoren en de ruintte voo,’ t,’ek tussen win te,’ en
zomnerbiotopen.
Bij afivezigheid van pi’edatoren en voornoemde trek is het heel natuurlijk le beheren op basis van ve,’scltillende dichtlteden die variëren
naar tijd en plaats.
Ook gebieden tijdelijk zonder planteneters is natuurlijk en goed voor de bosontivikkeling.
De kaart met de
‘leefgebied’ voor
herten maakt
duidelijk dat zij
toegang (zouden)
hebben tot van
een fiks areaal
aan Veluwse land
bouwenclaves.
(links)
Wilde zwijnen
hebben zo’n
35.000 hectare
(1/3) minder
‘leefgebied’.
(rechts).
[bron: Nota
Rasterbeleid]
i ,nen
aaaa,
S ree.”
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
—
— Wrere,,n,u.
i.nsieum,wcau..n
Jrdaa*e
iieetaae’
wasa ..ee .‘ im’bea ‘,t’ mwma *id
eaa
Waeuweia.a
pagina 4 van 13
0
Naar oppervlak blijkt vooral willekeur in de doelen van opvolgende Veluwsefaunabeheerplannen
Het is vooral een vergelijken van het onver
gelijkbare. Na het vinden van de oppervlakten
van gebieden wordt duidelijk dat de wild
beheereenheden (Wbe) ook alle landbouw
gebied meetellen als ‘leefgebied’. Veelal is dat
een derde meer dan de dieren vooral het
wildzwijn echt wordt toegestaan. Na het
berekenen van beleids-dichtheden per 1.000
hectare tekent dat zich extra af.
WIllekeur le (FBP-tclichtheden Veluwoe edelhevten riaartertein per 1.000 hectare
140,0
120.0
100.0
80,0
—
601,0
—
48,0
•2004/08
—
20.0
—
• 2009/14
0,0
.2014/19
Een absolute uitschieter is de eigenzinnige
landgoedbeheerder Jonkheer Repelaer. Hij
vormde het gebied van 600 hectare om van
0
jachtgebied tot een daadwerkelijk ondersteunende rol voor het wild. Zijn afwijkende
filosofie’ is “Ik kies dus niet zozeer voor de jacht, als
wel voor de ontzettende aardigheid om in zo ‘n gebied
A,tl..po!0wd,fo,.,,hawp%n,an -N,,,’,W
te hebben wat daar thuis hoort, namelijk wild. Dat wil
ik vervolgens zodanig beheren dat liet hier op een rustige soorteigen en evenwichtige manier kon leven. Dat is wat ik zie en voel bi) de keuze
hier wild te hebben.”
Inzake de aantallen wilde zwijnen zit hij
Willekeurin (FBP-)dichtheden Veluwsewildezwiinen naarterrein perl.000 hectare
wel op een meer realistisch niveau. Uit de
i
80,0
jaarlijkse rapportages blijkt dat ook hij de
10,0
doelstanden niet haalt. Zijn echte aan
60,0
tallen wilde zwijnen schommelen rond de
50,0
optima in de tabel. Met de Veluwe
40,0
exclusief Kroondomein als maat blijkt het
30,0
20,0
ondanks middelen voor nachtjacht—
r1 2004/08
10,0
(technisch)
onmogelijk om de aantallen tot
• 2009/14
0,0
minder dan ca. 2.000 terug te brengen.
• 2014/19
Bij de Wbe’s komen de doeldichtheden per
1.000 hectare zo’n 2.000 voetbalvelden
vanwege dat meerekenen van landbouwareaal als leefgebied’ minstens een derde
lager uit. Terwijl de aantallen dieren per
soort
niet verder terug te brengen zijn dan
An&y op1g,nduf
0,,ha,phnwn -Mo,ra( Vou,,,1,u,
35 tot 40 per 1.000 hectare, stelt men het
aantal wilde zwijnen nog steeds fors lager.
De optima winter, gemiddeld en zomer in de grafieken geven de minimale aanwas uit onderstaande grafieken weer.
---—----——
90.0-—---
-—
--
-——-—
—
-
—
—
4500
4.000
1.000
Populaties dom- + edelhertenop de Veluwe
-
-
>
-
><..—>‘(
3.500
5.000
•
Populaties wilde zwijnen op de Veluwe
,.>(
>‘
><—
5000
>
3800
4000
“
2.050
9.000
2200
4200
4
—
3000
2
-
“
—
1.100
500
5000
--——----—
‘‘
2.500
1.000
—
p4”
L1C
690
2000
—
1.800
3400
—
—
4,
1000
02,1w,,, t o.v.wlnterstond
“
oonwo, 0.8.5.
wlnterstond
+
gemiddeld oaoral kalveren per hlnde
21,4%
31,8%
41,1%
55,1%
69,6%
85,1%
100,0%
0,5
0.7
1,0
1,3
1,5
1,3
2,0
0’ stertte-* AFSCSIOT
zomeretand
. .
•emlddelde populatie
*
winterstand
gemiddeldaontalblggenperzeug
43,2%
62,1%
21,5%
104,0%
130,4%
161,9%
200,0%
247,15
306,7%
384,6%
1,4
1,9
2,4
3,1
3,9
4,9
6,0
7,4
9,2
13,0
1e +AFSCFIOT
4
4 > .06,
Het ontwerp faunabeheerplan houdt ook nog steeds de meest maximale aanwas
.( > ,nw.r.tund
.
.
,rnidd,Id,, pop,,Io.
(= maximaal afschot) als doelen (!):
Tabel 4.5 Soortspecifieke aanwaspercentages (bron: FBE Veluwe / Ver. Wildbeheer Veluwe) in
vergelijk tot literatuurgegevens (bron: divers)
Soort
Literatuur
%
Edelhert
Maximaal 70%
l 70%
• Wild zwijn
100% 225%
Afhankelijk mastsituatie varierend 100% 325%
Damhert
70%
Maximaal 70%
Ree
70% 160%
Variërend tussen 70 en 160%
lokaal sterfte van longe blggen waardoor aanwas percentage daalt naar 0%.
—
—
-
‘“Wilde zwijnen”, Groot Bruinderink en Dekker, KNNV Uitgeverij/Zoogdierverertigin, Zeist, 2010, blz. 62.
Marcel Vossestein
pagina 5 van 13
Natuur als natuurbeheerder!
.Ø wjn.r.tnd
Een beleid met gevolgen als fikse bijdrage aan parallelle ontwikkelingen
De doorzetting in 2007/2008 van het uitgestippelde beleid bleef niet zonder gevolgen. Sinds de effectuering van de maximale
bejaging is begrazing in de meeste natuurterreinen uitzondering geworden. De grasgroei nam door de hoge stikstofdeposities
al extra toe, waarvoor de ree een totaal onvoldoende grazer is. Toenemende concentraties van de teek bleven niet uit.
Duidelijk is dat de hoogste tekenconcentraties te
vinden zijn op de hoge zandgronden en in de duinen.
Tekenbeten per kni
2
Wageningen UR en het RIVAJ verzamelen sinds zeven
jaar informatie over teken in Nederland. In 2013 werd
een recordaantal van 16.500 teken gevangen. Dat is
64 procent meer dan het gemiddelde over de voor
gaande zes jaren. De teken zijn vooral te vinden op de
Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en het Noord-Hol
landse duingebied. Op alle onderzochte locaties wer
den teken gevonden die met Borrelia-geïnfecteerd
waren.
[GezondNu, 11 april2014 / Dossier: Ziekte van Lymej
Vrijwel zeker speelt de begrazing of beter de
onvoldoende mate daarvan een hoofdrol.
In de Oostvaardersplassen het gebied met de grootste
dichtheid aan zoogdieren komen nauwelijks teken voor.
Ook recreanten geven dat aan:
—
—
—
-
Heel anders is de situatie in uiterii’aardgebieden. De
afgelopen 10jaar struin ik iedere week wel een keer
door de Millingerivaard en ik heb er nog nooit een
teek opgedaan, hetzelfde lijkt te gelden voor de
Groenlanden. Ik las zojuist dat er een correlatie is
tussen begraasde gebieden en verminderde tekenconcentratie. Deze uiterivaardgebieden worden
begraasd door runderen en Koniks. “[bron: tekenfortintJ
Ook onderzoek ondersteunt deze ervaringen:
“Voor het onderzoek worden onder meer op 25
locaties in heel Nederland maandelijks teken gevangen. Onderzoek op die teken laat volgens Takken zien dat 10 tot 30 procent is
besmet met de Borrelia-bacterie, die de ziekte van Lyme bij mensen kan veroorzaken. Takken noemt dat aantal schokkend en
veel hoger dan verit’acht.
Ook werd vastgesteld dat in heel Nederland, met uitzondering van
In heel Nederland komen besmette teken voor.
Verder onderzoek Is ie voile gang. Het is inmiddels
Noordoost-Groningen, steeds meer teken voorkomen. De hoogste
duidelijk dat in ieder geval op de Hoge Veluwe en
concentraties zijn gevonden op de Hoge Velinve en rond Ede. Volgens
rondom Ede de hoogste concentratie besmette teken voorkomt
Takken komt dat omdat teken voornamelijk leven op reeën, wilde
zwijnen en een enkele grote grazer. Ook wordt steeds meer landbouwproductiegrond vervangen door recreatiebos, en teken
leven alleen in bosgebieden.
In de afgelopen tien jaar nam het aantal Lyme-patiënten toe van 6.000 tot 1 7.000. Vorigjaar meldden zich 73.000 mensen bij de
dokter om een teek te laten verivijderen. Hoewel mensen steeds meer ‘ii’andelen en fietsen en dus meer risico lopen, is de
voornaamste oorzaak voor deze gestegen cijfers toch de snel groeiende tekenstand, aldus Takken. [Onderzoek insect endes kundige
“
Willem Takken van de Wageningen Universiteit op TekenLyme.nl]
De teek verdwijnt waar het rund verschijnt
en graast
0€ nekle van Lynne, veroorzaakt door beten van teken, ken aanzienlijk afnemen. Door In
roouiWkvordeonosterzoedatmveolcbidoooWeg:ningenbnsersd&LOd:thetaaelaI
tekende Iaatatelaren sterK Is toegenemen, met daarbij tint logisch gevolg een stijgrng van
00 de oekto van Lynro, 5 het oedornook van de Wagen.agev Unnern,teo van g,oot
belang voerde vOlksg010fldhe,d.
Inzake het verband tussen begrazing en tekenconcentraties geeft de ecoloog de volgende uitleg
:
2
“Sip van Wieren zag, net als zijn Vlaamse collega’s,
een positief verband tussen het aantal teken en de
aanwezigheid van wilde hoefdieren. Maar hij ontdekte
ook dat de aamiwezigheid vaij grote grazers (zoals
koeien) juist een negatief effect heeft op het aantal
teken. Ook grote grazers zijn een gastheer voor teken, maar Van Wie ren vermnoedt dat zij de vegetatie dusdanig kort houden dat
het aantal teken juist afneemt.’ teken kunnen namelijk niet tegen uitdroging.
Alle reden om de relatie tekendichtheid en mate van begrazing onderdeel en vooral toets te laten zijn van het natuurbeleid.
2
“Lyme: nieuwe mogehjkheden voor risicobeheersing”, Lotty Nijhuis (journalist), vakblad Bos en Landschap, november 2013
Marcel Vossestein
pagina 6 van 13
Natuur als natuurbeheerder!
Debacle ecoduct Hulshorst
Het Faunabeheerplan Grofwild Gelderland [blz. 83] vermeldt hoe men na studie (!) tot het opmerkelijk beheeradvies inzake de
als migratiegebied bedoelde Poortgebieden is gekomen. Daarbij heeft het migreren en trekgedrag van de dieren allerminst
voorop gestaan. Men ziet het vooral als kolonisatie, waar dieren zich niet mogen vestigen:
Beleid Poort gebiedeti
In 2012 is door Spek en Worm, het rapport Kolonisatie van depoortgebieden door het edelhert in Noord-Gelderland, een quick-scan en
beleidsaanbeveling, geschreven. Het bestuur van de FBE Veimve heeft de volgende aanvulling en kanttekening geplaatst.
Al deze potentiële kern- en randgebieden zijn schadegevoelig. Het is daarom essentieel dat de voorgestelde lage dichtheden en beperkte
aantallen worden gegarandeerd. De FBE mist in de beleidsaanbevelingen een handhavingsparagraafmet de volgende onderdelen:
• .dfschot van edelherten in de edelhert vrije gebieden
• Geen setteling in randgebieden, als dit wel optreedt, dan afschot
• Beperkte aantallen conform voorstel in de nieuwe kernge bieden
• Geen roedels groter dan 10 stuks in de nieznve kernge bieden
voorhçq’ezndebrongebiect
p
QYÇ?gÇflÇflÇi1.
Deze beleidsaanbevelingen staan op uiterst gespannen voet met: “De inzet voor het Natuurnetwerk Nede riand rLcht zich op
ie_efjcvgijLejt. p Q(i
tpgek
met ornliggendegçbieden” als
ambitie uit het Natiiurpact ontwikkeling en beheer van naluiir in Nederland” dat de provincies met de rijksoverheid sloten.
Op structurele ‘hulpvaardigheid’ richting fokhinden van een hertenfarm [blz. 83] staat voor herten uit de natuur de doodstraf:
Hertenfarin
•
In de Gelderse Vallei ligt een hertenfarm in de buurt van Appel.
•
De hinden kregen in 2012 bezoek van een hert uit de vrije wildbaan.
•
Dit hert heeft zich hier langere tijd opgehouden en zorgde voor schade en overlast.
•
Indien dit structureel wordt zal tot afschot worden overgegaan,
mocht dit niet afdoende zijn,
o
o dan zal bezien worden of er preventieve maatregelen genomen moeten worden.
Ook hier blijkt dat afschot het primaire middel is. Preventie staat op het tweede plan. Hier blijkbaar als een laatste redmiddel
wanneer het teveel herten ‘kost’. En dat bij een situatie die naar natuurlijke maatstaven ookzonder studie biologie te
verwachten is bij een hertenvieesfokkerij in ‘leefgebied’van herten.
—
-
Reacties vanuit het openbaar bestuur op critici schuren met integriteit en objectiviteit als deze critici via een
veronderstelde, wel heel erg platte tweedeling in de samenleving worden weggezet:
Gedeputeerde:
Vooral Randstedeling met ‘bambi-gedachten’tegen afschot
De Gelderlander, 23 april 2014
ARNHEM Het verzet tegen het jaarlijkse afschot van wilde zwijnen en edelherten op de Veluwe komt
vooral van mensen uit de Randstad met te romantische ‘bambi-gedachten’ over het grootwild. Dat constateert
de Gelderse gedeputeerde Jan Jacob van Dijk.
-
Volgens hem zien bewoners die wel in het gebied wonen in dat jaarlijks duizenden zwijnen en herten moeten
worden gedood om een ‘natuurlijk evenwicht’ te bereiken.
De achtergrondinformatie uit het onderzoek van de Rekenkamer
Oost-Nederland inzake het Geldersfaunabeleid maakt de
stuitend eenzijdige samenstelling duidelijk van de betrokkenen
bij dat faunabeleid (met ook een dominante rol in het totale
Achtergrondinformatie respondenten
Tabel 17 Tot welke categorie behoort uw organisatie? ((‘1=58)
natuurbeleid).
o
o
o
Het is niet te verwonderen dat de uitkomsten van de
enquête een ruime steun lieten zien voor huidig beleid en
praktijk.
Noch de Rekenkamer Oost-Nederland, noch de over het
rapport oordelende Provinciale Staten van Gelderland
verbonden enig oordeel of gevolgtrekking aan de vaststelling
van de overduidelijke eenzijdigheid.
De verantwoordelijke bestuurder voelde zich blijkbaar extra
gesteund door de uitkomsten en kwam mogelijk juist
daardoor tot een hem niet passende kwalificatie.
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
Agrarische sector
iachtbedrij[
Terreinbeheer
Grondbezit
Natuur- en dierenbescherming
Overheid
Totaal
1
(1,7%)
33
(56,9%)
6
(10,3%)
2
(3,4%)
7
(12,1%)
9
(15,5%)
58
(100%)
Bron: Enquête Geldersfaunabeleid, Rekenkamer Oost-Nederland, januari 2014.
pagina
7
van
13
Het voorstaande toont indringend de noodzaak aan alle belanghebbenden samen evenwichtig vertegenwoordigd
te laten zijn in een overlegorgaan: de Natuurregio. Dit kan voor de afzonderlijke grote natuurgebieden of wel voor
een streek als groter gebied met verspreide of dooradering met natuurlijke elementen.
De rol van de betreffende overheid moet vooral het faciliteren moeten zijn met een sterke inhoudelijke rol voor de
evenwichtig samengestelde Natuurregio binnen de kaders van het landelijk geldend natuurbeleid.
De Natuurregio kan op de volgende wijze worden samengesteld met primaire en secundaire belanghebbenden:
Natuurregio als brug tussen natuur en economie
Samenstelling
De Natuurregio kent een bestuur, dat bestaat uit 15 stemgerechtigde leden,
plus niet-stemgerechtigde leden en waarnemers.
Stemgerechtigde leden
A.
TERREINBEHERENDE ORGANISATIES
B
NATUURSTUDIE NATUURBELEVING EN NATUUR- EN
DIERENBESCHERMING
c.
ECONOMIE
vertegenwoordigers, naar evenredigheid van
oppervlak van de in het werkgebied
werkzame terrein- organisaties als
1.
Natuurmonumenten,
2.
Staatsbosbeheer,
3.
de natuurgebied bezittende gemeenten
en waterwinbedrijven, plus het in het
werkgebied aanwezige provinciale
Landschap.
vertegenwoordigers aangewezen door of
namens
4.
de in het gebied werkzame
waterschappen,
s.
de overige eigenaren of beheerders van
terreinen met de hoofdfunctie natuur.
vertegenwoordigers, ieder namens of van de in
vertegenwoordigers, ieder namens of
het werkgebied werkzame verenigingen op het
van de in het werkgebied werkzame
gebied van
ii. niet natuurterrein beherende
6.
educatie inzake en/of beheer en
waterwinbedrijven,
bescherming van natuur en/of landschap,
12. agrarische bedrijven en
7.
veldbiologie als ook telling en registratie
ondernemers,
van voorkomende dier- en plantensoorten,
13. bedrijven, ondernemers en
8.
dierenbescherming en hulpverlening aan
organisaties inzake recreatieve
dieren,
verblijfsrecreatie of verplegend /
9.
inzake waarborging van een zo zuiver
verzorgend / bezinnend verblijf,
mogelijk natuurlijk leven van één of meer
14. horecabedrijven en -ondernemers,
diersoorten, waarvoor het werkgebied een
15. bedrijven en ondernemers inzake
kenmerkend leefgebied vormt,
duurzame houtwinning en
10. niet beroepsmatig extensief recreatief/of
houtoogst.
sportief medegebruik van natuur en
landschap.
Niet-stemgerechtigde leden
o
Niet-stemgerechtigde leden kunnen deelnemen aan de discussies, maar bepalen niet de besluitvorming.
o
Het aantal niet-stemgerechtigde leden bedraagt maximaal het aantal stemgerechtigde leden.
o
Wel kunnen zij vooraf aan de bespreking van een agendapunt kort een standpunt weergeven of op uitnodiging een toelichting op een
agendapunt geven.
Plaatsvervangende leden
Met oog op de continuiteit dan wel ter verbreding van of groter evenwicht in de vertegenwoordiging hebben de plaatsvervangend leden van
de vertegenwoordigers onder A, B en C toegang tot alle vergaderingen.
Niet-stemgerechtigde waarnemers
De Natuurregio kan zelf beslissen om waarnemers, op basis van deskundigheid uit te nodigen. Voor de waarnemers gelden de
vergaderregels als die voor de niet-stemgerechtigde leden.
ORGANISATIES EN AANBIEDERS VAN ONDERSTEUNENDE DIENSTEN EN ANDER NIET STRuCTuuRBEPALEND MEDEGEBRUIK
Als waarnemers kunnen worden aangemerkt vertegenwoordigers, ieder van of namens de in het werkgebied werkzame personen,
samenwerkingsverbanden en organisaties:
belast met het bestrijden van brand in natuurgebieden;
belast met het toezicht in natuurterreinen;
van de huidige fauna- en wildbeheereenheden;
inzake (sport)visserij en valkerij;
inzake gebruik en promotie van recreatieve voorzieningen;
die via kiosken, verkoopwagens en al dan niet wisselende met niet-permanente middelen nabij of binnen natuurterrein aan
recreanten verfrissingen, versnaperingen en voedsel aanbieden;
die beroepsmatig binnen natuurterrein aan recreanten diensten aanbieden voor extensief recreatief medegebruik van natuurterrein
als natuurgids, natuurfotografie, creatieve uitingen, roeien, kanoën, zeilen, wandelen, fietsen en ruiterij alsmede verzorging en
training van honden.
—
—
—
—
—
—
—
Verdere ondersteunende informatie en toelichting is in de nota te vinden.
Uit: Natuurregio als brug tussen natuur en economie, Marcel Vossestein, Nunspeet, januari 2013
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
pagina 8 van 13
Al voor zes cent per adres iedere dag Topnatuur [Uit “Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur” ]!
Wjid,r,.
Tapnatnur
4
Bij het toerekenen van een ‘inkoopprijs’ van 20 cent per m
3 ontstaat een budget van 220 miljoen
euro. Met een 700.000 hectare Topnatuur ligt er jaarlijks per hectare een gemiddeld budget van
meer dan 300 euro in het verschiet.
41
44.’
Een goede methode zou zijn om met die jaarlijkse 220 miljoen euro een Natuurfonds te vormen.
Dat voorkomt dat na wisseling van Kamermeerderheden of begrotingsverschuivingen alle
rompslomp om vrijwel alle onderdelen van natuurbeleid en -praktijk aan te moeten passen.
Vanuit het fonds ontvangen de terreinbeheerders naar rato van hun natuurprestaties een
beloning. Inzake die beloning zullen vooral hun prestaties inzake de biodiversiteit voorop moeten
staan. Nu voorziet een meting op landelijk representatieve punten enkel in een nationale
waardering.
Als de scores per natuurgebied bekend zijn, ontstaat een per terrein te herkennen meerwaarde. Juist dat zal in hoge mate
bijdragen aan effectief beleid. Bepalend voor de beloning kan het percentage zijn naar de mate, waarin aan het betreffende
criterium voor het betreffend terrein voldoet. De uitwerking zou de volgende vorm kunnen hebben:
A. HABITATRICHTLIJN
omstandigheid
score
>
waardering
in euro’s/hectare
Mate waarin het terrein voldoet aan de richtlijn
25 49%
50 74%
75 99%
25%
0%
25%
50%
75%
100%
100%
€8
€16
€24
€32
€40
-
-
-
B. VOGELRICHTLIJN
omstandigheid
score
waardering
in euro’s/hectare
>
Mate waarin het terrein voldoet aan de richtlijn
25 49%
50 74%
75 99%
25%
-
0%
-
25%
€ 16
€8
100%
100%
€40
-
50%
€24
75%
€32
Zowel inzake de Kaderrichtlijn Water als de omvorming van landschaptypen zijn de volgende normeringen worden denkbaar:
C._KADERRICHTLIJN_WATER
C 1. Voldoen aan de norm maximaal 30% naaldhout, populieren en wilgen
omstandigheid
score
waardering
in euro’s/hectare
omstandigheid
score
waardering
in euro’s/hectare
omstandigheid
>45%
41—45%
36—40%
31—35%
>30%
0%
25%
€ 16
50%
€24
75%
€32
100%
€40
€8
>
10%
C 2. Voldoen aan de norm minimaal 25% heide, open terrein
10— 14%
15 19%
20— 24%
>25%
—
0%
25%
50%
€8
€16
€24
75%
€32
100%
€40
C 3. Voldoen aan de norm minimaal 5% open stuifzand
score
> 2%
waardering
in euro’s/hectare
2%
25%
€ 16
0%
€8
-j
1
3%
50%
€24
1
1
>‘
100%
€40
75%
€32
Doorslaggevend voor de natuurdieren is hun maximale activiteit: ‘24/7’ als uitgangspunt:
D. ZICHTBARE
omstandigheid
VLUCHTAFSTAND
--
WERKZAME FAUNA
-
>
100 meter
waardering
0%
—
mate waarin natuurwerkers als herten en zwijnen aan de slag kunnen zijn
SCHEMERING
OVERDAG
50— 100 meter
<30—50 meter
> 50 meter
<30—50 meter
25%
50%
75%
100%
in euro’s/hectare
€0
€10
€20
€30
€40
Daarnaast moet gewaarborgd zijn dat de aantallen natuurwerkers overeenstemmen met de biomassa binnen het terrein:
E. VOLDOENDE FAUNA
ACTUELE AANWAS
HERTEN
WILDE ZWIJNEN
—
laagste score bepalend
in euro’s/hectare
‘
mate waarin de aanwas aantoont dat de populatieomvang overeenstemt met het terrein
>‘
>1
0%
€0
1
1
ZORGEUJK
35—42%
1
55—110%
50%
€20
“Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur”, Morcel Vossestein, Nunspeet, december 2013
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
pagina 9 van 13
GOED
<35%
55%
100%
€40
Doelen voor de normering
A. HABITATRICHTLIJN en B. VOGELRICHTLIJN
Met directe waardering naar de in het terrein haalbare natuurdoelen worden de terreineigenaren gewaardeerd naar de
natuurwaarden van hun gebied en juist dit behoort de kern van hun dagelijkse sturing en praktijk te zijn.
C. KADERRICHTLIJN WATER
Inzake deze richtlijn is gekozen voor de afstemming op een vermoede natuurlijke samenstelling van natuurterreinen naar het
soort bebossing als ook kenmerkende delen zonder boombegroeiing, waarbij de toevoeging van neerslag aan het grondwater
op een vermoed natuurlijk niveau komt.
mate waarin natuurwerkers als herten en zwijnen aan de slag kunnen zijn
De menselijke bemoeienis met de natuur kan erg ontregelend op de natuurwerkers uitwerken. De bijdrage van herten als
topgrazers en van wilde zwijnen als multitalenten kan fiks verminderen als deze dieren niet ongestoord aan de slag kunnen
zijn. Tegelijkertijd zal de zichtbaarheid van actieve natuurwerkers vooral overdag de recreatieve en educatieve waarde van het
gebied enorm versterken.
D. WERKZAME/ZICHTBARE FAUNA
—
E. VOLDOENDE FAUNA
De zichzelf vernieuwende natuur komt alleen tot stand als de populaties natuurwerkers met potenties van de terreinen
overeenstemmen. Dat laten de dieren blijken uit een zo laag mogelijke jaarlijkse aanwas.
De grote uitdaging
Kijkend naar de resultaatmeting en de huidige situatie en praktijken zadelt deze aanpak de terreineigenaren met geweldige
uitdagingen op.
•
•
•
•
•
•
•
Mits men het eigen terrein goed kent en ook de nodige praktische kennis heeft, liggen zowel begrazing om biodiversiteit
te behouden en vergroten de scores inzake de Kaderrichtlijn Water al snel binnen bereik.
Na een onmiddellijke start met het afvoeren van hout en biomassa voor het terugbrengen van het areaal naaldhout,
populieren en wilgen zal het inkomstenverlies uit jacht en beperktere houtkap direct meer dan volledig kunnen
compenseren.
De doelen inzake een werkzame en zichtbare fauna als ook een voldoende fauna vereisen een maximaal gedisciplineerd
en daarop afgestemd gedrag bij alle menselijke activiteiten in de terreinen.
Meest weerbarstig zijn de doelen inzake de biodiversiteit zelf, de Habitat- en Vogelrichtlijn.
Nederland kampt met onacceptabel grote achterstanden inzake de biodiversiteitdoelen om die direct voor alle
terreinbeheerders echt volledig haalbaar te laten zijn.
Wel zal het totaal aan scores al snel voldoende kunnen voorzien in het compenseren van het wegvallen van jachtinkomsten en de opbrengstgedreven houtkap.
Bij slagvaardige aanpassingen en ontheffingen inzake de nu vooral ontregelende zaken als herplantplicht en faunaschade
bestrijding is het mogelijk de omvorming in vijf jaar in jaarlijkse overgangsstappen te realiseren:
2014
2015
2016
2017
2018
ONDERSTEUNEN FEITELIJKE srUATIE, EXPLOITATIE, INSPANNFN fl1 PROJECTEN
OUDE REGELING
100%
85%
70%
4
1
1
1
-
2019
van
2020
0%
VERGOEDING OPENSTELLING
HOUTOPBRENGESTEN
JACHTPACHT
PROJECT ONDERSTEUNING
INSPANNINGEN
-
RESULTATEN
VOGELRICHTL!JN
HABITATRICHTLIJN
VOLDOENDE FAUNA
30% OPEN TERREIN/KWR
<30% NAALDHOUTe.d./KWR
ZICHTBARE + WERKZAME
-
FAUNA
NIEUWE REGELING
0%
15%
30%
naar
50%
70%
100%
85%
BELONEN NAAR NATUURPRESTATIES
-
Verdere ondersteunende informatie en toelichting is in de nota te vinden.
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vassestein
pagina 10 van 13
Zowel nationaal als provinciaal landelijk natuur als die in “De Veluwe als fontein van Topnatuur”
5
A.
•
•
•
•
•
Stel de besluitvorming inzake beheer van grofwild uit
vanwege het op vrijwel alle relevante punten en raakvlakken conflicteren
meten onvoldoende afgestemd zijn op
taak- en normstellingen van de (inter)nationale en provinciale natuurdoelen,
actuele maatschappelijke en politieke opvattingen inzake terreinen als
van publieke veiligheid en elementair dierenwelzijn.
B.
Belangrijk element is om draagvlak vast te stellen en niet in het
minst de bijstellingen in de herformulering van het voorstel Wet Natuurbescherming dat
dit voorjaar gepresenteerd zal worden.
C.
Benut de periode voor een afstemming over de vormgeving inzake grofwild van het
Nationaal Natuur Netwerk N3 [Topnatuur inclusief verbinden de corridors en migratie-
gebieden], waarover nog niets écht is vastgelegd, noch door de rijksoverheid, noch door de
gezamenlijke provincies binnen het Interprovinciaal Overleg (IPO).
D.
Vanuit de randvoorwaarden voor hoogwaardige natuur is
een harde scheiding tussen Topnatuur en Mensgebied de
grootste voordelen zal bieden en dat moet voor de nota
Rasterbeleid Gelderland een allesbepalend kader zijn.
E.
Stel gemeenten met leefgebied voor grofwild in de
gelegenheid zich uit te spreken over de juiste wijze van
afscherming van landbouwgronden, landgoederen,
woonkernen en drukste wegen ten opzichte van de af te
grenzen leefgebieden
F.
Mede vooral vanuit deze gezichtspunten als ook het ont
breken van wildwallen als lonkende mogelijkheden is het
volstrekt prematuur om de voorgelegde Nota Rasterbeleid
ni vast te stellen.
G.
H.
De nu voorgelegde stukken maken vooral de grote
verdeeldheid onder de eigenaren van natuurterreinen en
landgoederen duidelijk, die een grote blokkade vormt om tot
samenhangend hoogwaardige natuur en beleid daarvoor te
komen.
Zodra een politieke meerderheid inziet dat met stabiele
financiering van natuur vanuit een stabiele bron als de
Drinkwaterheffing en niet langer afhankelijk van de oogst
van hout en wild alleen effectiviteit in beleid en praktijk
mogelijk is, ontstaat een totaal ander natuurbeleid.
Stel zowel de betreffende waterschappen als water
leidingbedrijven in de gelegenheid inhoudelijk op
hoofdlijnen te reageren op de mogelijkheden om de huidige
drinkwatertoevoeging van de Veluwe nu vergelijkbaarmet
het verbruik van een miljoen huishoudens te verdubbelen.
—
Hoge Veluwe
N2000-natuur
ontvangt
eerste
bijdrage voor herstel
Provincie Gelderland, 27 maart 2014
Het Nationale Park De Hoge Veluwe ontvangt de eerste financiële
bijdrage van de provincie voor herstelmaatregelen voor Natura2000-natuur. De provincie Gelderland draagt hiervoor 1,16 miljoen
euro bij voor de periode van 2014 tot en met 2019. Het park legt 103
hectare nieuwe heidevelden aan en herstelt 100 hectare Natura2000-natuur. De herstelmaatregelen maken het ook mogelijk om
elders nieuwe economische activiteiten te starten.
‘Er zijn al veel aanvragen ingediend ‘oor onze bijdrage om natuur te
herstellen. Prioriteit ligt bij het herstel van de Natura-2000-gebieden.
omdat die voor 2020 gereed moeten zijn. Met deze investeringen maken
we
de
Gelderse
natuur
gezond.
Bovendien
leveren
deze
herstelmaatregelen banen op én maken ook groei mogelijk voor het
bedrijfsleven, aldus gedeputeerde Jan Jacob van Dijk.
—
J.
K.
Zodra natuurdieren via sturende begeleiding optimaal
gericht zijn op de zich versterkende cascade- het onderhoud
in de natuur ter hand nemen, zal dat herstelprojecten in
aantal en omvang decimeren.
Financiële bijdragen
—
Voor hun functioneren van natuurdieren is hun maximale,
juist gestuurde inzet nodig via een harde afgrenzing van hun
werkgebied voor een juiste graasdruk en uitsluiting van
oneigenlijk voedsel.
De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor natuur en werkt
daarvoor samen met allerlei partijen Sinds december 2013 is het
mogelijk dat natuurbeheerders die aan een aantal eisen voldoen, een
bijdrage aanvragen
‘oor
herstelmaatregelen.
Naast de
provincie
Gelderland draagt ook het Rijk financieel bij aan de herstelmaatregelen.
“De Veluwe als fontein van Topnatuur”,Marcel Vossestein, Nunspeet, maart 2014
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vassestein
pagina
11 van
13
L.
Deze afgrenzing zal zich als investering terugverdienen door het vervallen van een fors deel van de nu overheersende
structurele lasten van projecten als die voor N2000-natuur en schadevergoedingen.
M. Stel de Faunabeheereenheid Gelderland in de gelegenheid om hun voorstellen te corrigeren en aan te vullen en op een
daadwerkelijke inzichtelijke en begrijpelijke vorm te geven.
N.
De uiterste middelen met ook inzet het nachtelijk duister in de vorm van halfautomatische wapens en maximaal ver
dragende munitie moeten alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden ingezet door een onder en binnen de
overheid fungerend Nationaal Fauna-Interventie-Team.
0.
Biedt de betreffende veiligheidsregio’s de gelegenheid op hoofdlijnen te reageren op de inzet op de preventie inzake
onbeheersbare natuurbranden als ook de gevaarzetting vanwege bezit en gebruik van halfautomatische wapens en
een maximaal ver dragende munitie in particuliere handen.
P.
Stel de terreineigenaren binnen de Topnatuur en de verbindingszones in de gelegenheid voor de keuze of hun terrein
moet worden aangemerkt als Topnatuur of als Mensgebied in de vorm van een landgoed.
Q. Sinds juni 2012 hebben terreineigenaren het Europees
Grondrecht om jacht op hun terrein te weigeren en
daarmee ook het recht hun om voorwaarden te stellen hoe
zij natuurdieren op hun terrein willen begeleiden.
R.
Laat de terreineigenaren binnen de dan aan te merken
Topnatuur gezamenlijk een strategie uitwerken op
hoofdlijnen voor een maximaal natuurdoelen
ondersteunende begeleiding van de grote zoogdieren als
natuurwerkers.
S.
Laat de gezamenlijke Topnatuurbeheerders ook een
uitwerking op hoofdlijnen samenstellen inzake de welke
wijze en in welke mate zij
—
25 Jun25l2
833 uhr
Grundstücksbesitzer kann Jagd verbieten
Gerichtshof schrânkt
deutsches Jagilrecht em
via omvorming van de vegetatie
en bebossing tegemoet kunnen komen aan
maatschappelijke doelen als een grotere aanvulling van het
grondwater en verminderen van de risico’s van
onbeheersbare bosbranden.
-
T.
Laat de gezamenlijke Topnatuurbeheerders ook een visie op
hoofdlijnen ontwikkelen hoe zij vanuit hun kennis
verbindings- en migratiezones vormgegeven willen zien.
Stranburg. Der Europische Gerichtshof für
Menschenrechte hat über das deutsche Jagdrecht geurteilt.
Laut dern Urteil können Grundstikkseigeutiime.r nicht
lhnger gewzungen werden, die Jagd aufihrem Grund und
Boden zuzulassen. Der deutsche Jagdschutzverband
bedauert die Entscheidung.
U.
Biedt aan de gezamenlijke Topnatuurbeheerders de
gelegenheid van zich te laten ondersteunen door hen te
verkiezen onafhankelijke deskundigen, zoals de
Oostvaardersplassen die met de begeleidingscommissie
kent.
V.
Stem voorgaande punten vooral ook af met de Staatssecretaris van Economische Zaken vanwege de uitwerking van de
aanpassing van het in 2012 ingediende voorstel Natuurbeschermingswet.
W. Zet met dit geheel aan stappen zo veel mogelijk vaart om dit najaar wel tot een eerste verantwoorde besluitvorming te
komen.
Verdere ondersteunende informatie en toelichting is in de nota te vinden.
Natuur als natuurbeheerder!
Marcel Vossestein
pagina 12 van 13
Van visie naar robuuste werkelijkheid
1.
Op vrijwel alle punten blijkt dat maximale natuurlijke processen maximale voordelen bieden.
2.
De meest verstorende en op alle punten ontregelende factor van het “Besluit beheer en schadebestrijding
dieren” moet op de meest korte termijn vervangen worden door een “Besluit populatiebegeleiding en
schadepreventie”.
3.
In plaats van het kortzichtig sturen op gekunstelde maxima in dieren moet de inzet op de bijdrage van de
natuurdieren via een zo natuurlijk mogelijke levenswijze het doel zijn.
4.
Vanwege de zorgelijk grote achterstanden vanwege de totale beknotting van de functies van de natuurdieren
moet er geen enkele toegang worden geboden tot terreinen met voedsel dat niet voor deze dieren bestemd is.
5.
Beseft moet worden dat oneigenlijk voedsel omgezet wordt in oneigenlijke aanwas en aantallen dieren.
6.
Het afgrenzen van leefgebied tot hun feitelijke omvang moet daarbij centraal staan, waarbij vooral de
middelen de voorkeur moeten hebben, die tot tweede helft 19 eeuw algemeen waren voor de mens om hun
leef- en werkgebied af te grenzen van natuur, die toen nog algemeen was. Wildsingels en wildwallen vorm(d)en
lang ook waardevolle landschapselementen.
7.
Landelijk gaat de door nauwelijks in te dammen stikstofdeposities aangejaagde grasgroei ook via toename
van de tekendichtheid een steeds groter probleem en een heel nare ziekte als reële dreiging. Dit naast de
verdringing van bloemplanten en inperken van biodiversiteit die daarvan gevolgen zijn.
8.
Ook financieel blijkt een maximale inzet van vooral de vrijwel volledig zelfredzame herten en wilde zwijnen het
meest effectief om grasgroei op een juiste wijze te beteugelen.
9.
Bij een juiste begeleiding van de populaties herten en wilde zwijnen zal hun inzet ook uiterst waardevol zijn
voor de boomvegetaties, omdat zij het ontstaan van onhandelbare houtakkers voorkomen.
—
10. Belangrijk element is de begeleiding met de daadwerkelijke hoofdrol van predatoren, die vooral het
graasgedrag sturen. Onder volledig natuurlijke omstandigheden voegen predatoren de volgende elementen
toe:
a.
zij schermen rond hun verblijfplaats een gedeelte
voedselgebied voor de prooidieren af;
b.
hun incidenteel intensiefjogen kost energie von de
prooidieren om ze ontwijken;
c.
vooral het dwingen tot kuddegedrag leidt tot veel sterker
plaatselijk geconcentreerde begrazing;
d.
juist die factoren zullen onze vroegste bossen veel meer het
karakter gegeven van een parkachtig landschap dan de
huidige vaak dicht begroeide ‘houtakkers’ van veelal gelijke
leeftijd of te sterk begraasde vlaktes.
11. Dat de onaanvaardbaar hoge concentraties van de teek vooral op de hoge zandgronden en in de duinen
voorkomen, vormt een toenemende belemmering voor de in het algemeen hoge waardering en gebruik als
recreatie- en natuurterreinen en daarmee de grootste actuele bedreiging van vooral de recreatiesector.
12. Dit recreatieve aspect vormt een fors meeverdienonderdeel bij de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland,
als een medebepalend onderdeel naast vooral ook het zien van dagactieve natuurdieren.
13. Landelijk moet worden vastgesteld welke gebieden vooruitlopend op het netwerk al van het natuuronderhoud door de combinatie van natuurwerkers op welke wijze voorzien kunnen worden en de dieren hun
nut in deze gebieden kunnen bewijzen.
—
—
14. Vanwege de complexheid en omvang zal de realisatie van de daadwerkelijke verbindingen meer tijd vragen dan
nuttig en nodig is dan de urgentie van de afzonderlijke gebieden toelaat.
Verdere ondersteunende informatie en toelichting is in de nota’s te vinden.
Natuur als natuurbeheerder!
Morcel Vossestein
pagina 13 van 13
1.
Op vrijwel alle punten blijkt dat maximale natuurlijke processen maximale voordelen bieden.
2.
De meest verstorende en op alle punten ontregelende factor van het “Besluit beheer en
schadebestrijding dieren” moet op de meest korte termijn vervangen worden door een “Besluit
populatiebegeleiding en schadepre ventie
“.
3.
In plaats van het kortzichtig sturen op gekunstelde maxima in dieren moet de inzet op de bijdrage van
de natuurdieren via een zo natuurlijk mogelijke levenswijze het doel zijn.
4.
Vanwege de zorgelijk grote achterstanden vanwege de totale beknotting van de functies van de
natuurdieren moet er geen enkele toegang worden geboden tot terreinen met voedsel dat niet voor deze
dieren bestemd is.
5.
Beseft moet worden dat oneigenlijk voedsel omgezet wordt in oneigenlijke aanwas en aantallen dieren.
6.
Het afgrenzen van leefgebied tot hun feitelijke omvang moet daarbij centraal staan, waarbij vooral de
middelen de voorkeur moeten hebben, die tot tweede helft 19& eeuw algemeen waren voor de mens om
hun leef- en werkgebied af te grenzen van natuur, die toen nog algemeen was. Wildsingels en
wildwallen vorm(d)en lang ook waardevolle landschapselementen.
7.
Landelijk gaat de door nauwelijks in te dammen stikstofdeposities aangejaagde grasgroei ook via
toename van de tekendichtheid een steeds groter probleem en een heel nare ziekte als reële dreiging. Dit
naast de verdringing van bloemplanten en inperken van biodiversiteit die daarvan gevolgen zijn.
8.
Ook financieel blijkt een maximale inzet van vooral de vrijwel volledig zelfredzame herten en wilde
zwijnen het meest effectief om grasgroei op een juiste wijze te beteugelen.
9.
Bij een juiste begeleiding van de populaties herten en wilde zwijnen zal hun inzet ook uiterst waardevol
zijn voor de boomvegetaties, omdat zij het ontstaan van onhandelbare houtakkers voorkomen.
—
—
10. Belangrijk element is de begeleiding met de daadwerkelijke hoofdrol van predatoren, die vooral het
graasgedrag sturen. Onder volledig natuurlijke omstandigheden voegen predatoren de volgende
elementen toe:
a.
b.
c.
d.
zij schermen rond hun verblijfplaats een gedeelte voedselgebied voor de prooidieren af,
hun incidenteel intensiefjagen kost energie van de prooidieren om ze ontwijken;
vooral liet dwingen tot kuddegedrag leidt tot veel sterker plaatselijk geconcentreerde begrazing;
juist die factoren zullen onze vroegste bossen veel meer het karakter gegeven van een parkachtig
landschap dan de huidige vaak dicht begroeide ‘houtakkers’ van veelal gelijke leeftijd of te sterk
begraasde vlaktes.
11. Dat de onaanvaardbaar hoge concentraties van de teek vooral op de hoge zandgronden en in de duinen
voorkomen, vormt een toenemende belemmering voor de in het algemeen hoge waardering en gebruik
als recreatie- en natuurterreinen en daarmee de grootste actuele bedreiging van vooral de recreatiesector.
3
12. Dit recreatieve aspect vormt een fors
mee verdienonderdeel bij de realisatie van het Natuurnetwerk
Nederland, als een medebepalend onderdeel naast vooral ook het zien van dagactieve natuurdieren.
13. Landelijk moet worden vastgesteld welke gebieden
vooruitlopend op het netwerk al van het natuuronderhoud door de combinatie van natuurwerkers op welke wij ze voorzien kunnen worden en de dieren
hun nut in deze gebieden kunnen bewijzen.
—
—
14. Vanwege de complexheid en omvang zal de realisatie van de daadwerkelijke verbindingen meer tijd
vragen dan nuttig en nodig is dan de urgentie van de afzonderlijke gebieden toelaat.
Verdere ondersteunende informatie en toelichting verwijs ik naar de nota’s, die ik u eerder toestuurde maar
ook elders beschikbaar:
•
•
•
Nota “Natuurregio als brug tussen natuur en economie” in te vinden op: ToekomsiNatuur:
“Natuurregio aLs brug tussen natuur en economie”
Nota “Zichzelf Vernieuwende Wildernis als Topnatuur” op: ToekornstNatuur: Zichzelf
Vernieuwende W ilderni s als Topnatuur
Nota “De Veluwe als fontein van Topnatuur” op: ToekomstNatuur: STAPPEN NAAR “De Veluwe
als fontein van Topnatuur”
Graag wens ik u voor juiste oordelen en beleidskeuzes alle wijsheid toe.
Met vriendelijke groet,
Marcel Vossestein
Driestweg 18
8071 BT Nunspeet
0341-250463
4