002367 rapport CGO hbo-ba Leraar voortgezet onderwijs
Download
Report
Transcript 002367 rapport CGO hbo-ba Leraar voortgezet onderwijs
Vlindersingel 220
3544 VM Utrecht
030 87 820 87
www.AeQui.nl
[email protected]
Tweedegraads lerarenopleiding
Godsdienst
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Verslag van de uitgebreide opleidingsbeoordeling
19 en 26 februari 2014
Utrecht
Maart 2014
www.AeQui.nl
Evaluatiebureau voor het hoger onderwijs
Dit document laat zich het beste dubbelzijdig afdrukken.
2
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ......................................................................................................................................................... 3
Samenvatting............................................................................................................................................................ 4
Colofon ..................................................................................................................................................................... 7
Inleiding .................................................................................................................................................................... 9
Beoogde eindkwalificaties ...................................................................................................................................... 10
Programma ............................................................................................................................................................. 12
Personeel ................................................................................................................................................................ 18
Voorzieningen......................................................................................................................................................... 20
Kwaliteitszorg ......................................................................................................................................................... 22
Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties........................................................................................................... 24
Bijlagen ................................................................................................................................................................... 27
Bijlage 1 Visitatiecommissie ................................................................................................................................... 28
Bijlage 2 Programma visitatie ................................................................................................................................. 31
Bijlage 3 Kwantitatieve gegevens ........................................................................................................................... 32
Bijlage 4 Eindkwalificaties....................................................................................................................................... 33
Bijlage 5 Programmaoverzicht................................................................................................................................ 40
Bijlage 6 Bestudeerde documenten........................................................................................................................ 41
Bijlage 7 Onafhankelijkheidsverklaringen............................................................................................................... 42
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
3
Samenvatting
Op 19 en 26 februari 2014 is de tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst van de stichting CGO gevisiteerd door
een commissie van AeQui. Het totaaloordeel van de commissie is onvoldoende.
De lerarenopleiding Godsdienst van CGO kenmerkt zich als een deeltijdopleiding met een uitgesproken levensbeschouwelijk profiel. Dit profiel verbindt zowel studenten als docenten in de opleiding. Het theologisch gedeelte van
de opleiding is veeleer cognitief, waar het pedagogisch deel juist praktisch is. Beide elementen worden in de opleiding nadrukkelijk met elkaar verbonden.
Beoogde eindkwalificaties
De opleiding hanteert de competenties van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL-competenties) en
de Kennisbasis Godsdienst Levensbeschouwing voor
de opleidingen tot docent godsdienstonderwijs/
levensbeschouwing als kaders voor de inrichting van
het onderwijsprogramma. Naar het oordeel van de
commissie sluiten de beoogde eindkwalificaties aan
bij internationale eisen, zijn deze inhoudelijk relevant en voldoen ze qua niveau.
Programma
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de
gesprekken en de onderliggende documentatie de
onderwijsleeromgeving als voldoende. De commissie
stelt vast dat de opleiding de studenten in staat stelt
de beoogde eindkwalificaties te bereiken. De commissie constateert dat de opleiding de afgelopen
jaren sterk in ontwikkeling is geweest en dat er
structureel wordt gewerkt aan de ontwikkeling en
actualisering van het programma. De opleiding heeft
een bescheiden start gemaakt met het doen van
onderzoek. De relevantie hiervan voor het onderwijs
moet zich nog gaan bewijzen. Het programma kent
een heldere indeling in een pedagogisch-didactisch
deel en een vakinhoudelijk deel. De commissie stelt
vast dat, mede door de modulen godsdienstdidactiek en godsdienstpedagogiek, er daadwerkelijk
integratie plaatsvindt tussen de theorie en de praktijk.
Personeel
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de
gesprekken en de onderliggende documentatie het
personeel als voldoende. De commissie stelt vast dat
de opleiding beschikt over adequaat personeelsbeleid. Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische reali-
4
satie van het onderwijsprogramma. De commissie
heeft waardering voor de aandacht voor deskundigheidsbevordering. De organisatiecultuur wordt gekenmerkt door een hoge mate van betrokkenheid,
participatie, gedeelde waarden en collegialiteit van
docenten. Het aantal docenten dat de opleiding
verzorgt, is toereikend.
Voorzieningen
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de
gesprekken en de onderliggende documentatie de
voorzieningen als voldoende. De commissie stelt vast
dat de voorzieningen in het gebouw van Driestar
Educatief te Gouda en de informatievoorziening aan
studenten toereikend zijn voor de realisatie van het
programma. Daarnaast kent de opleiding een passend mentoraat, dat op basis van evaluaties vanaf
het huidige studiejaar is aangescherpt.
Kwaliteitszorg
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de
gesprekken en de onderliggende documentatie de
kwaliteitszorg als voldoende. De commissie stelt vast
dat de opleiding de kwaliteit van de beoogde eindkwalificaties, het programma, het personeel, de
voorzieningen, de toetsing en de gerealiseerde eindkwalificaties via regelmatige evaluaties bewaakt. De
opleiding voert actief verbeteringen door naar aanleiding van de uitkomsten uit evaluaties. De examencommissie, medewerkers, studenten, alumni en het
afnemend beroepenveld van de opleiding zijn actief
betrokken bij de opleiding en de interne kwaliteitszorg. Vooral het contact met de werkveldcommissie
is sterk.
Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de
gesprekken en de onderliggende documentatie de
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties als onvoldoende. De commissie stelt vast dat de opleiding
over het algemeen passende toetsvormen hanteert,
maar adviseert de opleiding om meer aandacht te
besteden aan een juiste balans in de toetsing, zowel
in toetsvormen, als ook in de balans tussen cognitieve niveaus. De borging van de toetskwaliteit is nog
onvoldoende. De commissie stelt vast dat de examencommissie nog onvoldoende de taken uitvoert
die de wetgeving voorschrijft. Aandacht is volgens de
commissie bijvoorbeeld nodig voor een systematische controle op de kwaliteit van de toetsen en
scripties.
Op basis van bestudeerde scripties concludeert de
commissie dat het eindniveau van de studenten
voldoende is. De commissie merkt daarbij op dat
niet alle scripties even duidelijk een onderzoekend
vermogen op hbo-niveau laten zien. Ook kan de link
met het tweedegraads vakgebied in sommige scripties duidelijker worden gelegd.
Aanbevelingen
De visitatiecommissie is van mening dat de opleiding
haar profiel nader zou kunnen expliciteren. Ook de
gehanteerde eindkwalificaties zouden verder aangescherpt mogen worden; met name op de plaats en
functie die de onderzoekscompetentie in de opleiding inneemt. De commissie wijst er daarbij op dat
de aandacht in de opleiding voor het onderzoeksmatig leren benaderen van de eigen onderwijspraktijk
nog kan worden versterkt.
De commissie adviseert tenslotte (de examencommissie) om de systematische controle op de kwaliteit
van toetsen en scripties voortvarend ter hand te
nemen. In opzet is hiervoor alles aanwezig; de uitvoering is echter nog niet op het gewenste niveau.
Op de deelstandaard toetsing komt de commissie tot een oordeel onvoldoende. Omdat de opleiding haar zaken
hier in opzet wel reeds op orde heeft, heeft de commissie er vertrouwen in dat op redelijke termijn op dit onderdeel een voldoende oordeel mogelijk wordt. Op die grond geeft de visitatiecommissie het advies om een herstelperiode in te stellen inzake accreditatie van de lerarenopleiding Godsdienst van de Stichting CGO.
Namens de voltallige visitatiecommissie,
Utrecht, maart 2014
drs. Raoul van Aalst
Voorzitter
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
drs. Linda van der Grijspaarde
Secretaris
maart 2014
5
Overzicht
De beoordelingen per standaard zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Standaard
Beoordeling
Beoogde eindkwalificaties
1. Beoogde eindkwalificaties
Voldoende
Programma
2. Oriëntatie van het programma
3. Inhoud van het programma
4. Vormgeving van het programma
5. Instroom
6. Studeerbaarheid
7. Omvang en duur
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Personeel
8. Doeltreffend personeelsbeleid
9. Het personeel is gekwalificeerd
10. De omvang van het personeel is toereikend
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Voorzieningen
11. Materiële voorzieningen
12. Studiebegeleiding
Voldoende
Voldoende
Kwaliteitszorg
13. Evaluatie resultaten
14. Maatregelen tot verbetering
15. Betrekken van opleidings- en examencommissie, medewerkers,
studenten, alumni en beroepenveld
6
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties
16. Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties
Onvoldoende
Accreditatieadvies
Negatief
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Colofon
Administratieve gegevens van de opleiding
Opleiding:
CROHO-nummer:
Oriëntatie:
Niveau:
Varianten:
Aantal studiepunten:
Locatie:
tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst
35441
hbo
bachelor
deeltijd
240 EC
Driestar Educatief, Burg. Jamessingel 2 2803 PD Gouda
Kwantitatieve gegevens van de opleiding zijn weergegeven in bijlage 3.
Administratieve gegevens van de instelling
Naam instelling:
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs, uitgaande van de Gereformeerde
Gemeenten te Rotterdam
Status instelling:
rechtspersoon voor hoger onderwijs
Resultaat instellingstoets kwaliteitszorg: niet aangevraagd
Voor kwaliteit verantwoordelijke bestuurder en contactpersoon met betrekking tot kwaliteit van de opleiding:
Willem van der Wilt, directeur
Contactgegevens:
010-4510560/ 06-11370880 / [email protected]
Visitatiecommissie
De visitatiecommissie bestond uit:
drs. Raoul van Aalst, voorzitter
dr. Wim van Vlastuin, werkveld- en domeindeskundige
prof. dr. Arie Baars, werkveld- en domeindeskundige
Thirza Poot B Nursing, studentlid
De commissie werd ondersteund door drs. Linda van der Grijspaarde, secretaris.
De commissie is vooraf voorgelegd aan de NVAO. De NVAO heeft ingestemd met de samenstelling.
De visitatie is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van
AeQui VBI
Vlindersingel 220
3544 VM Utrecht
(030) 87 820 87
www.AeQui.nl
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
7
8
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Inleiding
De Stichting Cursus Godsdienstonderwijs (CGO) is opgericht in 1979. De Stichting heeft het volgende doel: ‘het
bevorderen van het onderwijs in en de bestudering van de leer der waarheid naar Schrift en belijdenis, door middel van cursussen, te geven aan doopleden en belijdende leden der Gereformeerde Gemeenten, die de leeftijd van
18 jaar bereikt hebben’. Ook cursisten van andere kerken, die de grondslag onderschrijven, zijn welkom. De CGO
verzorgt cursussen en biedt daarnaast de opleiding Theologie aan.
De opleiding Theologie
De opleiding Theologie van de CGO kent drie varianten: de tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst,
de opleiding tot pastoraal werker en de algemene
variant.
Studenten die geïnteresseerd zijn in theologie maar
geen behoefte hebben aan een beroepsgerichte
opleiding, volgen de algemene variant. Deze studenten volgen uitsluitend het basisprogramma theologie, samen met de studenten van de andere twee
varianten.
De tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst
De tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst is een
onbekostigde deeltijd-bacheloropleiding van 240 EC.
Sinds 2004 biedt de CGO de lerarenopleiding Godsdienst gezamenlijk met Driestar Educatief aan.
Driestar Educatief is een christelijk kenniscentrum op
reformatorische grondslag voor onderwijs en advisering, bestaande uit een hogeschool en een afdeling
Onderwijsadvies. Driestar Educatief heeft eenzelfde
uitgesproken identiteitsprofiel als de CGO en voorziet het christelijk onderwijs op reformatorische
grondslag van bevoegde docenten voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs.
Driestar Educatief verzorgt het pedagogischdidactisch deel van het curriculum. De studenten
volgen dit programma samen met de studenten die
door Driestar Educatief opgeleid worden tot docent
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
voor de tweede graad in Nederlands, Engels, Duits,
Geschiedenis, Wiskunde of Economie. Driestar Educatief begeleidt ook de stage van de eerste drie leerjaren. Het CGO verzorgt de vakinhoudelijke kennis
en vaardigheden, de LIO-stage en het afstuderen.
De visitatie
De Stichting Cursus Godsdienstonderwijs heeft aan
AeQui VBI opdracht gegeven de onderhavige visitatie
uit te voeren. Hiertoe heeft AeQui een onafhankelijke en ter zake kundige commissie samengesteld.
Met vertegenwoordigers van de opleiding heeft een
voorbereidend gesprek plaatsgevonden. In dat gesprek is het programma en de invulling van de gesprekken en gesprekspartners vastgesteld. De commissie heeft tijdens de visitatie dit programma doorlopen. De hogeschool heeft twee weken voorafgaand aan het visitatiebezoek een aankondiging
verspreid voor het geplande open spreekuur. Er zijn
geen studenten of medewerkers die gebruik hebben
gemaakt van deze mogelijkheid. De commissie heeft
zich aan de hand van de door de opleiding verstrekte
documenten op de beoordeling voorbereid. De visitatie heeft op 19 en 26 februari 2014 plaatsgevonden volgens het programma dat in bijlage 2 is weergegeven. De commissie heeft de beoordeling in onafhankelijkheid uitgevoerd. Aan het einde van de
visitatie is de opleiding in kennis gesteld van de bevindingen en conclusies van de commissie. Deze
rapportage is in concept toegestuurd aan de opleidingen. De reactie van de opleiding is verwerkt tot
deze definitieve rapportage.
9
Beoogde eindkwalificaties
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie de beoogde
eindkwalificaties als voldoende. De opleiding hanteert de competenties van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren
(SBL-competenties) en de Kennisbasis Godsdienst Levensbeschouwing voor de opleidingen tot docent godsdienstonderwijs/levensbeschouwing als kaders voor de inrichting van het onderwijsprogramma. Naar het oordeel van de
commissie sluiten de beoogde eindkwalificaties aan bij internationale eisen, zijn deze inhoudelijk relevant en voldoen ze qua niveau. Wel is de visitatiecommissie van mening dat de opleiding haar profiel nader zou kunnen expliciteren.
Beoogde eindkwalificaties
Standaard 1: De beoogde eindkwalificaties van de opleiding zijn
wat betreft inhoud, niveau en oriëntatie geconcretiseerd en voldoen aan internationale eisen.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Beroepenveld en profilering
De tweedegraads lerarenopleiding Godsdienst startte in een deeltijdvariant in 1979. De opleiding leidt
studenten op tot docent Godsdienst voor het tweedegraads gebied. Afgestudeerden voeren de titel
Bachelor of Education in Theology. De opleiding gaat
uit van de Gereformeerde Gemeenten. Dit is een
orthodox protestants kerkgenootschap. In dit kerkgenootschap wordt de Bijbel gezien als het onfeilbare Woord van God en worden de zogenoemde Drie
Formulieren van Enigheid (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de
Dordtse Leerregels) beschouwd als daarop gebaseerd. De Gereformeerde Gemeenten oriënteren
zich sterk op de theologie uit de tijd van de Reformatie en Nadere Reformatie. De opleiding profileert
zich met deze oriëntatie.
Volgens de kritische reflectie hebben veel afgestudeerden sinds de start van de opleiding een baan
gevonden in het reformatorisch en orthodox christelijk onderwijs. Uit de verschillende gesprekken is
gebleken dat de opleiding ook beoogt op te leiden
voor het overige christelijke onderwijs. Er stromen
daarnaast studenten uit naar het openbaar onderwijs.
In de gesprekken die de visitatiecommissie heeft
gevoerd met alumni en studenten bleek dat zij zich
goed bewust zijn voor welke functie zij worden op-
10
geleid. Uit de gesprekken die de commissie daarnaast met het management en de docenten voerde,
vormt zich het beeld dat de opleiding zich primair wil
focussen op het opleiden voor het reformatorisch en
orthodox christelijk onderwijs. De laatste jaren is de
opleiding de studenten breder gaan opleiden, zodat
studenten ook toegerust zijn om buiten het reformatorisch en orthodox christelijk onderwijs als godsdienstdocent te starten. De commissie begrijpt deze
keuze maar vindt dat de opleiding de focus niet
scherp heeft geformuleerd. Een eigenstandig beroepsprofiel waarin de eigen identiteit (in wereldwijd christelijk perspectief) wordt neergelegd en
betrokken op de meer algemeen geformuleerde
competenties van een docent, zou de visie op de
opleiding versterken, stelt de commissie.
Beoogde eindkwalificaties
In augustus 2006 is de Wet op de Beroepen in het
onderwijs, Wet BIO, van kracht geworden. Sinds die
tijd moeten leraren voldoen aan bekwaamheidseisen. Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) heeft
de bekwaamheidseisen ondergebracht in zeven
competenties: interpersoonlijk competent, pedagogisch competent, vakinhoudelijk en didactisch competent, organisatorisch competent, competent in
het samenwerken met collega’s, competent in het
samenwerken met de omgeving en competent in
reflectie en ontwikkeling. Het leraarschap kent vier
beroepsrollen: interpersoonlijk, pedagogisch, vakinhoudelijk & didactisch en organisatorisch. Deze beroepsrollen worden vervuld in vier typen situaties
die kenmerkend zijn voor het beroep: werken met
leerlingen, met collega’s, met de omgeving en met
zichzelf. De inhoud van het pedagogisch-didactisch
programma en van de godsdienstpedagogiek en
godsdienstdidactiek wordt bepaald door de SBLcompetenties. Daarbij stelt de opleiding in haar
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
studiegids dat Godsdienst een vak is dat, nauwer dan
andere schoolvakken, verbonden is met de persoonlijkheid van de docent. In de visie van de CGO kan
een docent daarom uitsluitend lesgeven in het vak
godsdienst, wanneer hij/zij toont in leer en leven
verbonden te zijn aan het Woord van God.
Als kennisbasis hanteert de opleiding de ‘Kennisbasis
godsdienst levensbeschouwing voor de opleidingen
tot docent godsdienstonderwijs/ levensbeschouwing’, zoals vastgesteld in het Landelijk Overlegorgaan Theologische Opleidingen.
De commissie vindt de keuze voor de SBLcompetenties en de kennisbasis passend. De SBLcompetenties en de kennisbasis voldoen qua niveau,
inhoud en actualiteit aan internationaal aanvaarde
niveaubeschrijvingen.
De opleiding richt zich daarnaast sterk op het ‘Programma eindtermen voor het vak godsdienst in het
reformatorisch onderwijs’ zoals vastgesteld in het
directeurenoverleg van de scholen voor voortgezet
onderwijs. Dit document wordt op dit moment herzien. De opleiding heeft deze eindtermen zorgvuldig
verkaveld over de inhoudelijke modulen van de opleiding. De commissie begrijpt dat de opleiding deze
eindtermen ook als uitgangspunt voor de opleiding
hanteert, aangezien deze zich specifiek richten op
het reformatorisch onderwijs. De commissie is echter van mening dat de opleiding onvoldoende inzichtelijk maakt hoe zij deze eindtermen vertaalt naar
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
het hbo-niveau van de lerarenopleiding. Ook vindt
de commissie de huidige set te smal geformuleerd.
De commissie doet de suggestie om een eigen kennisbasis samen te stellen, waarin de opleiding de
eindtermen voor het reformatorisch onderwijs integreert en aanpast aan het hbo-niveau. Zo ontstaat
een geïntegreerd geheel, waaruit ook een duidelijkere profilering spreekt.
Uit bestudering van het onderwijsprogramma blijkt
dat de opleiding het kunnen doen van onderzoek als
belangrijke eindkwalificatie beschouwt. De opleiding
sluit bijvoorbeeld af met een scriptie, waarin de
studenten een onderzoek beschrijven. De commissie
adviseert de opleiding om de aandacht voor onderzoek ook duidelijker terug te laten komen in de gehanteerde eindkwalificaties, bijvoorbeeld door een
aanvullende competentie te formuleren naast de
SBL-competenties en/of de functie van onderzoek in
relatie tot goed docentschap nader te expliciteren.
De commissie heeft bestudeerd in hoeverre de
eindkwalificaties voldoen aan de Dublin descriptor
oordeelsvorming, om te bepalen of deze van het
juiste niveau zijn. Uit de gesprekken bleek dat studenten vooral in het pedagogisch/didactische deel
van de opleiding leren zich een oordeel te vormen.
De commissie adviseert de opleiding om dit nadrukkelijk in het profiel van de opleiding te verwerken.
11
Programma
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie de onderwijsleeromgeving als voldoende. De commissie stelt vast dat de opleiding de studenten in staat stelt de beoogde eindkwalificaties te bereiken. De commissie constateert dat de opleiding de afgelopen jaren sterk in ontwikkeling is
geweest en dat er structureel wordt gewerkt aan de ontwikkeling en actualisering van het programma. De opleiding heeft een bescheiden start gemaakt met het doen van onderzoek. De relevantie hiervan voor het onderwijs
moet zich nog gaan bewijzen. De commissie wijst er daarbij op dat de aandacht in de opleiding voor het onderzoeksmatig leren benaderen van de eigen onderwijspraktijk nog kan worden versterkt. Het programma kent een
heldere indeling in een pedagogisch-didactisch deel en een vakinhoudelijk deel. De commissie stelt vast dat, mede
door de modulen godsdienstdidactiek en godsdienstpedagogiek, er daadwerkelijk integratie plaatsvindt tussen de
theorie en de praktijk.
Oriëntatie
Standaard 2: De oriëntatie van het programma waarborgt de
ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en/of de beroepspraktijk.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Beroepspraktijk
De opleiding oriënteert zich op het lesgeven in het
tweedegraads vakgebied, dus in het vmbo en in de
onderbouw van havo en vwo. De meeste docenten
hebben allen deels een aanstelling in dit onderwijsveld en hebben dan ook makkelijk toegang tot de
beroepspraktijk. Het is de commissie duidelijk geworden dat docenten hun ervaring inbrengen in de
opleiding. Ook de deeltijdstudenten zelf brengen
veel ervaring met de beroepspraktijk in. Velen zijn al
werkzaam in het tweedegraads vakgebied. De commissie stelt vast dat de opleiding zeer maatschappelijk betrokken is en nauw contacten onderhoudt met
het werkveld, mede via de actieve werkveldcommissie.
Onderzoeksvaardigheden
Driestar Educatief heeft drie lectoraten: Christelijk
Leraarschap, Engels en Nieuwe Media in Vorming en
Onderwijs. De onderzoeksresultaten worden volgens
de kritische reflectie toegepast in het pedagogisch/didactische onderwijsprogramma.
De CGO heeft in 2011 een bescheiden start gemaakt
met het doen van onderzoek. Een eerste onderzoek
naar de praktijk van Bijbellezen is afgerond. Een
tweede onderzoek naar de vergelijking van godsdienstonderwijs en geloofsbeleving bij mbo-jongeren
12
en havo/vwo-jongeren is in voorbereiding. Het doel
van het onderzoek is een beter beeld te krijgen van
de vragen die leven onder de jongeren, maar ook
van de betrokkenheid van jongeren op geloofsvragen en hun verstaan van de gereformeerde leer. De
resultaten van het onderzoek zullen volgens de kritische reflectie input vormen voor onderdelen van het
onderwijsprogramma. De antwoorden kunnen richting geven aan de prioritering van onderwerpen die
binnen de lessen godsdienst /levensbeschouwing
aan de orde moeten komen. Het onderzoek wordt
geleid door twee docenten, waarbij een kenniskring
meedenkt. De commissie waardeert de start met het
doen van onderzoek. De relevantie voor het onderwijs moet zich nog gaan bewijzen. De commissie
wijst er daarbij op dat de aandacht in de opleiding
voor het onderzoeksmatig leren benaderen van de
eigen onderwijspraktijk van de student nog kan worden versterkt.
Inhoud
Standaard 3: De inhoud van het programma biedt studenten de
mogelijkheid om de beoogde eindkwalificaties te bereiken.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Het programma is opgenomen in Bijlage 5. Het programma is in twee delen verdeeld: een pedagogischdidactisch deel van 93 EC en een vakinhoudelijk deel
van 147 EC. Het pedagogisch-didactisch deel wordt
verzorgd door Driestar Educatief, behalve de LIOstage van 25 EC. Het vakinhoudelijk deel wordt verzorgd door de CGO, evenals de LIO-stage.
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Vakinhoudelijk deel
Het vakinhoudelijk deel van de opleiding bestaat
voor 99 EC uit theologische modulen. De vijf modulen Oude Testament, Nieuwe Testament, Dogmatiek,
Kerkgeschiedenis en Ethiek worden in alle vier de
jaren aangeboden, met per module een totaal van
13 of 15 EC. Daarnaast biedt de opleiding modulen
aan als Praktische Theologie en Apologetiek. Verder
bestaat het vakinhoudelijk deel van de opleiding uit
keuzemodulen (12 EC), godsdienstpedagogiek/ didactiek (21 EC), methodologie en scriptie (12 EC) en
intervisie (3 EC). De omvang van de modulen varieert
van 2 EC tot 6 EC.
uitgewerkt volgens de kennisbasis en krijgt een ruime hoeveelheid studiepunten toebedeeld. .
Studenten volgen steeds twee vakinhoudelijke modulen tegelijkertijd. Op één vaste avond per week
verzorgen docenten van de CGO twee colleges van
ieder anderhalf uur.
De commissie stelt vast dat de opleiding de afgelopen jaren sterk in ontwikkeling is geweest en dat er
structureel wordt gewerkt aan de ontwikkeling en
actualisering van het programma. De schriftelijke
documentatie lijkt hierbij nog achterop te zijn en niet
voldoende recht te doen aan de inhoud van het
programma. Op basis van de literatuurlijst vermoedde de commissie namelijk dat de opleiding verouderde literatuur gebruikt, die bovendien niet de
volledige breedte van het wereldwijde christelijke
perspectief weergeeft. Daarnaast vond de commissie
onvoldoende Engelstalige literatuur op de lijst. Uit
de gesprekken blijkt dat de literatuurlijst geen correcte weergave is van de werkelijkheid. Zowel docenten als studenten overtuigden de commissie van
een adequaat aanbod, waarbij voldoende moderne
literatuur wordt gebruikt. De hoeveelheid Engelstalige literatuur is nog beperkt. Volgens het management van de opleiding is dit voor de meeste studenten te moeilijk. De commissie is van mening dat de
opleiding toch meer internationale literatuur zou
moeten aanbieden.
Het eerste studiejaar start met een aantal algemene
inleidende colleges, waarin aandacht geschonken
wordt aan de organisatie van de opleiding, de opbouw van het programma, de propedeusefase, de
hoofdfase en de afstudeerfase. Verder komen de
samenhang van hoofdmodulen en hulpwetenschappen, competentiegericht opleiden, het portfolio, de
stage en de scriptie en het persoonlijk ontwikkelingsplan aan de orde.
Het propedeusejaar is inleidend. In de hoofdfase
(het tweede en derde studiejaar) worden de modulen verdiept. De studenten waar de commissie mee
heeft gesproken, bevestigen dat de opleiding zodanig is opgebouwd dat gewerkt wordt van algemeen
naar meer specifiek.
De commissie heeft extra aandacht besteed aan de
implementatie van de kennisbasis en de kennistoetsing in het curriculum, aangezien dit een focuspunt is
van de NVAO voor de beoordeling van lerarenopleidingen. Zoals genoemd bij standaard 1, is vakinhoud
van het onderwijsprogramma gebaseerd op de landelijk vastgestelde kennisbasis ‘Godsdienst levensbeschouwing voor de opleidingen tot docent godsdienstonderwijs/ levensbeschouwing’. De opleiding
richt zich daarnaast sterk op het ‘Programma eindtermen voor het vak godsdienst in het reformatorisch onderwijs’. De commissie is nagegaan of de
kennisbases in de opleiding voldoende zijn gedekt.
De kennisgebieden komen ruim voldoende aan bod,
stelt de commissie vast. De brede vakinhoud wordt
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
Om te bepalen in hoeverre de eindkwalificaties terugkomen in het programma, heeft de commissie
tijdens de visitatie de beschrijving, het studiemateriaal en de toetsen van verschillende modulen ingezien. De commissie heeft daarbij ook de actualiteit
en de breedte van het onderwijsaanbod bestudeerd.
De commissie heeft ter verificatie van de documentatie in de verschillende gesprekken uitgebreid gesproken over de inhoud en het niveau van de opleiding.
Leden van de werkveldcommissie en alumni beaamden dat de opleiding een inhoudelijk breder onderwijsprogramma aanbiedt dan enkele jaren geleden.
Daarbij waren zij van mening dat de opleiding dit
nog kan versterken. Volgens alumni kan de opleiding
bijvoorbeeld meer informatie aanbieden over wereldgodsdiensten, niet alleen met een christelijke
bril, maar ook door bijvoorbeeld boeddhisten of
moslims zelf te laten vertellen over hun geloof. Om
kritisch te zijn en uit te kunnen leggen waarin het
eigen geloof verschilt van andere geloven, is zo’n
brede blik nodig. De commissie ondersteunt deze
uitspraak. Zij adviseert de opleiding om de vakinhoud breed te spiegelen aan de maatschappij en
13
studenten bijvoorbeeld ook te stimuleren om stage
te lopen op niet-reformatorische scholen.
De commissie is van mening dat studenten gedurende de opleiding onvoldoende in aanraking komen
met onderzoeksvaardigheden. Pas bij het vak Methodologie (3 EC) in het derde jaar worden de studenten voorbereid op het doen van onderzoek ten
behoeve van hun scriptie. In de afstudeerfase moeten de studenten laten zien dat ze in staat zijn de
verworven theoretische kennis zelfstandig te verdiepen dan wel te verbreden, toe te passen in de werksituatie en te gebruiken bij het schrijven van de afstudeerscriptie. Hiertoe is het nodig dat studenten
meer structureel in aanraking komen met het doen
van (praktijkgericht) onderzoek, waarbij wordt toegewerkt naar het gewenste eindniveau. De opleiding
zou dit bijvoorbeeld inzichtelijk kunnen maken in
een onderzoeksleerlijn, stelt de commissie.
De commissie mist een overzicht van de opbouw in
niveaus bij het aanleren van de competenties. Het
opdelen van de competenties in fasedoelen kan
hierbij inzichtelijk zijn.
In moduleboeken is verwoord wat de doelstellingen
voor de modulen en de colleges zijn; wat geleerd
moet worden, hoe geleerd moet worden, wat de
beginvereisten zijn, hoeveel EC de module betreft,
welke activiteiten van de student verwacht worden,
de didactische route, te bestuderen leerstof voor de
toets, de relatie die de stof heeft met de kennisbasis
en met de SBL-competenties, leermaterialen en
wijze van beoordeling. De commissie heeft een aantal moduleboeken bestudeerd. De moduleboeken
zijn zorgvuldig samengesteld en bevatten de benodigde informatie, stelt de commissie vast.
Alles overziend concludeert de commissie dat de
inhoud en het niveau van de programmaonderdelen
adequaat zijn en waarborgen dat afgestudeerden
voldoen aan de gehanteerde eindkwalificaties,
waarbij de commissie opmerkt dat de opleiding zich
nog sterker kan verbreden, bijvoorbeeld door het
uitgebreider aanbieden van andere godsdiensten.
Pedagogisch/didactische deel
De CGO heeft het algemene pedagogisch/ didactische deel van de opleiding uitbesteed aan Driestar
Educatief. Studenten volgen de eerste drie studiejaren jaarlijks ongeveer twaalf avonden les. Drie modulen komen in ieder jaar terug: Relatie en Gezag;
Leeromgeving en Organisatie; en Ontwikkeling en
14
Uniciteit. Daarnaast worden de modulen Verantwoordelijkheid en Relatie, ICT en Persoonlijke vorming aangeboden.
Studenten besteden in de eerste drie jaar 4 EC per
jaar aan stage. De stage richt zich in het eerste jaar
voornamelijk op oriënteren en observeren. In de
stage van het tweede en derde leerjaar gaat de nadruk van observatie naar begeleid werken in het
beroepenveld. Aan het einde van het tweede jaar
brengt de student het beheersingsniveau van de
competenties voor zichzelf in beeld. Aan de hand
daarvan stelt hij een persoonlijk ontwikkelingsplan
op voor het derde jaar. Zo sluit de student in zijn
leerproces aan bij zijn eigen competentieniveau. Aan
het einde van het derde jaar moet de student zover
bekwaam zijn dat hij als beginnende beroepsbeoefenaar, onder toezicht, zelfstandig kan functioneren.
Dit wordt beoordeeld door een gecertificeerd assessor vanuit Driestar Educatief hogeschool. Als de
student nog niet startbekwaam blijkt, worden aanvullende opdrachten voorgeschreven.
De student bewijst zijn startbekwaamheid tijdens de
LIO-stage in het vierde cursusjaar (25 EC). Daarbij
wordt hij begeleid door de stagecoach vanuit de
CGO en de stagementor van de stageplaats. Aan het
begin van het vierde leerjaar is er een gesprek tussen
de student en de stagecoach van de CGO, waarin de
omvang van de afstudeerstage in relatie tot aanwezige onderwijservaring vastgesteld wordt. Vervolgens bezoekt de stagecoach een tweetal lessen van
de LIO-stagiaire op de stageplaats en stelt, samen
met de student, vast aan welke leerpunten nog gewerkt moet worden. Aan het einde van de afstudeerstage bezoekt de stagecoach twee lessen. De
stagecoach en de stagementor van de stageplaats
stellen gezamenlijk de eindbeoordeling op. Het beoordelingsformulier voor de stage heeft als hoofdindeling de SBL-competenties. De kijkpunten die geformuleerd zijn op het beoordelingsformulier zijn bij
de beoordeling op de stageplaats en het gesprek
met de stagementor over gegeven lessen richtinggevend en weerspiegelen de eindkwalificaties voor een
beginnend beroepsbeoefenaar.
De commissie heeft de inhoud en omvang van de
stages bestudeerd en besproken met studenten en
docenten. De commissie vroeg zich af of de omvang
van de stage in de eerste drie jaren toereikend is. De
opleiding beaamt dat de beperkte omvang van de
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
stage het lastig maakt om studenten al in de propedeuse te laten kennismaken met zowel het algemeen vormend onderwijs als het beroepsgerichte
onderwijs. Doordat de deeltijdstudenten een baan
hebben naast het onderwijs, is een omvangrijkere
stage echter niet wenselijk. In de grote stage van het
vierde studiejaar wordt zorgvuldig beoordeeld of
studenten voldoende ervaring in het hele werkveld
hebben opgedaan. Daarnaast zijn er in de propedeuse werkveldverkenningscolleges en gastcolleges over
lesgeven op alle terreinen. De commissie stelt vast
dat op deze wijze de doelstelling van de stage wordt
behaald. In de stages vindt voldoende integratie
plaats van vakkennis, vaardigheden en attitude en
studenten ontwikkelen hun beroepscompetenties.
De complexiteit (en het niveau) van de beroepstaken
neemt toe naarmate de opleiding vordert. De commissie heeft extra aandacht besteed aan de kwaliteit
van de praktijkopleiders, aangezien dit een focuspunt is van de NVAO voor de beoordeling van lerarenopleidingen. De commissie stelt vast dat de begeleiders op de stages van het juiste niveau zijn.
De commissie heeft aandacht besteed aan de implementatie van de twee afstudeerrichtingen ‘algemeen vormend onderwijs’ en ‘beroepsgericht onderwijs’, aangezien dit een focuspunt is van de NVAO
voor de beoordeling van lerarenopleidingen. Uit het
gesprek met het management bleek dat de opleiding
zich bewust is van de aanstaande invoering van de
twee afstudeerrichtingen. De opleiding leidt op voor
beide richtingen en wil ook in de toekomst breed
blijven opleiden.
Samenhang
De commissie is nagegaan in hoeverre in de opleiding de verbinding wordt gelegd tussen het pedagogisch/didactische deel en het vakinhoudelijke deel,
mede aangezien deze door verschillende instellingen
worden verzorgd. De commissie stelt vast dat dit
voldoende is. Met name in de colleges Vakdidactiek
en Godsdienstpedagogiek van de CGO wordt een
concrete verbinding gelegd met de thema’s en de
praktijkopdrachten van het Driestar Educatief programma.
Volgens de studenten is er voldoende samenhang in
het onderwijsprogramma. Modulen bouwen op
elkaar voort. Een keer per jaar organiseert de opleiding daarnaast een ‘samenhangavond’, waar docen-
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
ten en studenten één thema vakoverstijgend bespreken.
Vormgeving
Standaard 4: De vormgeving van het programma zet aan tot
studeren en biedt studenten de mogelijkheid om de beoogde
eindkwalificaties te bereiken.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Didactisch concept
Volgens de kritische reflectie zijn de begrippen ‘congruentie’ en ‘context’ leidend in de didactische
vormgeving van de opleiding. Het onderwijs op de
opleiding is congruent met de eisen van het werkveld. Het stelt de student voor de plicht de vereiste
competenties te ontwikkelen om dienstbaar te kunnen zijn in Gods Koninkrijk, aan de medemens en
aan de maatschappij. Het onderwijs houdt tegelijkertijd rekening met de leercontext van elke student,
die gezien vanuit de theologische visie van de opleiding, uniek is en een eigen levensdoel heeft. Het
ontwikkeltraject naar de vereiste competenties moet
daarom zoveel mogelijk worden afgestemd op de
eigen ervaring, situatie, voorkennis, interesse en
leerstijl van de student. In de kritische reflectie
wordt het didactisch concept samenvattend verwoord als ‘kritisch constructivistisch’. Kritisch wil
hierbij zeggen: voor zo ver in overstemming met de
theologische visie.
De commissie heeft dit didactisch concept in de
verschillende gesprekken aan de orde gesteld en
getoetst aan de praktijk. Het is de commissie gebleken dat de opleidingsdocenten zich de afgelopen
jaren sterker bewust zijn geworden van hun voorbeeldfunctie. Waren de colleges in het verleden
voornamelijk gericht op kennisoverdracht, nu wordt
in de colleges ook gereflecteerd op het inhoudelijk,
pedagogisch, didactisch en collegiaal functioneren
van de student. Dit is volgens de studenten het
sterkst bij de modulen Godsdienstdidactiek en
Godsdienstpedagogiek. De studenten spreken zich
positief uit over de colleges. De opleidingsdocenten
maken bij de colleges gebruik van verschillende
werkvormen, zoals de doceerles, de vertelling, het
klassen(leer)gesprek, de discussie, groepsopdrachten, experts, hoeken, het opstel en leesopdrachten.
Daarbij is nog steeds een aantal colleges ingericht als
hoorcollege, waarbij de studenten voornamelijk
15
luisteren. Volgens de studenten kunnen zij het geleerde direct toepassen in de lessen die zij zelf verzorgen. Ook de contacten tussen de studenten onderling zijn volgens de studenten verdiepend.
Het pedagogisch/didactische deel volgen de studenten bij Driestar Educatief samen met studenten van
andere lerarenopleidingen, zoals Wiskunde. De studenten gaven aan dat dit onderwijs nuttig is. Voor
het opdoen van specifieke vaardigheden voor het
verzorgen van Godsdienstonderwijs zijn daarbij de
godsdienstdidactieklessen van de CGO onontbeerlijk,
volgens de studenten.
Het aantal colleges per vak is beperkt. Sommige
modulen kennen slechts enkele colleges. De commissie vindt het aantal colleges voldoende, maar aan
de beperkte kant. Enkele docenten, die slechts een
paar modulen verzorgen, gaven aan dat de geringe
hoeveelheid colleges maakt dat zij de studenten niet
goed leren kennen. Daarnaast wordt er veel van de
zelfstandigheid van studenten verwacht.
Studielast
De commissie heeft de studielast van de opleiding
besproken met de studenten. Vooral de grote hoeveelheid te bestuderen literatuur maakt dat studenten een hoge studielast kennen. Wel vinden de studenten de studielast passend bij het aantal studiepunten. De studenten gaven aan dat zij zeer gemotiveerd zijn voor de studie. Het aantal colleges is volgens de studenten aan de beperkte kant, maar aangezien zij allen naast de studie een baan hebben,
vinden zij de inrichting van het onderwijs goed passen bij hun persoonlijke situatie. Studenten met een
vrijstelling voor het pedagogisch/didactische deel
van de Driestar Educatief besteden ongeveer tien tot
vijftien uur aan de studie per week. Studenten die
ook het pedagogisch/didactische deel volgen, besteden ongeveer twintig tot vijfentwintig uur per week
aan de studie. Zij hebben de opleiding verdeeld over
meer dan vier jaren.
Instroom
Standaard 5: Het programma sluit aan bij de kwalificaties van de
instromende studenten.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
16
Studenten die de identiteit van de opleiding respecteren, kunnen toegelaten worden tot de opleiding,
als ze in het bezit zijn van een diploma mbo-4, havo,
vwo, hbo of wo. Studenten die niet voldoen aan de
wettelijke eisen voor toelating in het hbo, zoals hier
boven genoemd, kunnen een toelatingsexamen
aanvragen. Dit wordt toegestaan als de student de
leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Daarmee voldoet
de opleiding aan de wettelijke eisen.
Met ingang van het cursusjaar 2013-2014 zijn eerstejaars studenten verplicht een toets Nederlands af te
leggen. Deze moet afgerond worden met een 6,0. Als
de toets onvoldoende wordt gemaakt, moeten de
studenten de noodzakelijke kennis ophalen.
De commissie heeft de diversiteit aan instromende
studenten besproken in de verschillende gesprekken. De meeste instromende studenten hebben al
een baan in het onderwijs, bijvoorbeeld als tweedegraads docent Economie. Daarnaast stromen ook
studenten in met een achtergrond buiten het onderwijs. De commissie constateert dat de opleiding
er de nodige inspanning voor moet verrichten om
voor alle studenten een goede aansluiting te bieden,
maar dat zij daar voldoende in slaagt. Studenten
rapporteerden aan de commissie dat de overgang
tussen hun vooropleiding en/of werkomgeving naar
de opleiding soepel verliep. De opleiding heeft voldoende oog voor de verschillen tussen de studenten,
gaven zij aan. De commissie stelt vast dat de opleiding aansluit bij de kwalificaties van de instromende
studenten.
Studenten die al een tweedegraads bevoegdheid
hebben krijgen vrijstelling van het gehele pedagogisch-didactische programma. Studenten die een
pabo-diploma hebben krijgen een gedeeltelijke vrijstelling van het pedagogisch-didactisch programma.
Zij moeten, verspreid over drie cursusjaren, drie
opdrachten van 8 EC maken die betrekking hebben
op het voortgezet onderwijs. Vrijstelling voor Godsdienstdidactiek en Godsdienstpedagogiek worden
niet gegeven. Studenten die in aanmerking willen
komen voor vrijstelling van het pedagogisch/didactische deel, moeten hun didactische bekwaamheid aantonen met een portfolio. De commissie constateert dat de opleiding een passend vrijstellingenbeleid hanteert en op adequate wijze vaststelt
voor welke vrijstellingen studenten in aanmerking
komen.
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
onderwijsprogramma moeten volgen. Zo ontstaat
ook op papier een duidelijk overzicht van studeerbare onderwijsprogramma’s voor alle typen studenten.
Studeerbaarheid
Standaard 6: Het programma is studeerbaar.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Vertraging en uitval
Uit evaluaties onder zowel de huidige studenten als
de alumni blijkt dat studenten regelmatig problemen
hebben met de combinatie van het studeren, een
baan en het sociale (gezins)leven. De opleiding probeert studievertraging zoveel mogelijk te voorkomen, onder andere door studiebegeleiding, maar
vertraging komt toch regelmatig voor. Ook vallen vrij
veel studenten uit: de afgelopen jaren zijn tussen de
zes en negen studenten per jaar met de opleiding
gestopt. De commissie constateert dat de opleiding
zorgvuldig evalueert wat de reden voor vertraging of
vertrek is en hierop voldoende anticipeert. De reden
van tussentijds vertrek is erg gevarieerd en wijst niet
in de richting van studeerbaarheid.
Rendementen
Het onderwijsprogramma is op papier over vier jaar
verdeeld. In de praktijk doen studenten die het hele
onderwijsprogramma volgen, minimaal vijf jaar over
de opleiding. Studenten maken allen een individuele
planning, die afwijkt van het aangeboden programma. De commissie constateert dat de opleiding met
iedere student zorgvuldig een onderwijsprogramma
samenstelt, zodat er studeerbare programma’s ontstaan. De commissie raadt de opleiding echter aan
om twee of meer realistische leerroutes op papier
uit te werken en aan instromende studenten te presenteren. Er kan bijvoorbeeld een leerroute van zes
jaar worden beschreven voor studenten die het hele
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
Handicap of beperking
De opleiding heeft een notitie ‘Handicap en studie’
opgesteld. Daarin is vastgelegd welke faciliteiten de
opleiding kan bieden voor studenten die beperkingen hebben. Vanwege de kleinschaligheid van de
opleiding is het mogelijk individuele oplossingen aan
te reiken aan studenten die beperkingen hebben. De
mogelijkheden hiertoe worden besproken tijdens de
introcolleges, maar kunnen ook aan de orde gesteld
worden tijdens een gesprek met de mentor. De opleiding geeft in de kritische reflectie enkele voorbeelden van aanpassingen als gevolg van beperkingen de laatste jaren. Een student met hartproblemen mocht een tentamen inhalen buiten de reguliere tentamenmomenten en een student met concentratiemoeilijkheden werd een aparte ruimte toegewezen tijdens de tentamens. De commissie stelt vast
dat het beleid van de opleiding ten aanzien van functiebeperking adequaat is; deze past bij de geringe
omvang van de opleiding.
Omvang en duur
Standaard 7: De opleiding voldoet aan wettelijke eisen met betrekking tot de omvang en de duur van het programma.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De vierjarige deeltijdopleiding kent een omvang van
240 EC.
17
Personeel
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie het personeel
als voldoende. De commissie stelt vast dat de opleiding beschikt over adequaat personeelsbeleid. Het personeel is
gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het onderwijsprogramma. De commissie heeft waardering voor de aandacht voor deskundigheidsbevordering. De organisatiecultuur
wordt gekenmerkt door een hoge mate van betrokkenheid, participatie, gedeelde waarden en collegialiteit van
docenten. Het aantal docenten dat de opleiding verzorgt, is toereikend.
Personeelsbeleid
Standaard 8: De opleiding beschikt over een doeltreffend personeelsbeleid.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
Kwaliteit personeel
Standaard 9: Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke,
onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma.
De commissie beoordeelt deze standaard als volDe opleiding kiest ervoor personeel te betrekken uit
doende.
de reformatorische kring waar de opleiding in eerste
instantie voor bedoeld is. De opleiding stelt docenKwaliteit docenten
ten aan, die:
In totaal verzorgen elf wo-gediplomeerde docenten
• wat betreft de identiteit passen bij de grondslag
het onderwijs. Twee docenten zijn gepromoveerd en
van de opleiding.
één docent heeft een dubbele masteropleiding. Van
• in het bezit zijn van een eerstegraads bevoegdde elf docenten zijn er zeven
heid, dan wel een universiwerkzaam in het hbo-, mbo,
taire opleiding hebben. Dit
De
organisatiecultuur
wordt
gekenof voortgezet onderwijs. Van
wat betreft de docenten
de overige vier docenten
merkt
door
een
hoge
mate
van
bedie theoretische modulen
hebben er twee ervaring in
trokkenheid, participatie, gedeelde
geven.
het voortgezet onderwijs, en
• in het bezit zijn van een
waarden en collegialiteit van docenéén in mbo. Eén docent heeft
tweedegraads bevoegdheid
ten.
geen onderwijservaring in het
als het gaat om een prakvoortgezet onderwijs, maar
tijkvak.
uitsluitend
ervaring
opgedaan
met onderwijs geven
• minimaal vijf jaar praktijkervaring hebben in het
in
het
wetenschappelijk
onderwijs.
Deze docent
beroepenveld.
geeft het vak Methodologie en begeleidt de onderzoeksgroep.
De eisen waar de docent aan moet voldoen zijn vastgelegd in het genoemde ‘Personeelsplan CGO 20132018’ en in de ‘Instructie docenten’. Onderwerpen
die in de beleidsnotitie ‘Personeelsplan CGO 20132018’ aan de orde komen, zijn: benoemingseisen,
werving en selectie, binding en verloop, ziekteverzuim, deskundigheidsbevordering, voortgangsgesprekken
en
functionerings/beoordelingsgesprekken.
De commissie heeft het personeelsbeleid bestudeerd en stelt vast dat het beleid adequaat is beschreven en past bij de aard van de opleiding.
18
Na aanstelling neemt de directeur met de nieuw
aangestelde docent de ‘Instructie docent’ door. In
het eerste jaar krijgt een nieuw aangestelde docent
twee keer bezoek van de directeur en worden de
lessen nabesproken. Als de lessen voldoende zijn,
volgt een benoeming voor onbepaalde tijd.
Deskundigheidsbevordering
Voor de deskundigheidsbevordering van de docenten is een docentcoach (geregistreerd docentopleider) aangesteld die ook twee keer per jaar tijdens
een deel van een docentenvergadering een nascholing/ intervisie verzorgt. De deskundigheidsbevorde-
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
ring is uitgewerkt in de notitie ‘Deskundigheidsbevordering 2013-2016’. Verder volgen de docenten
hun verplichte nascholing binnen hun aanstelling in
het bekostigde onderwijs. De docenten zijn in het
kader van de wet BIO verplicht een bekwaamheidsdossier bij te houden. In dit dossier neemt de docent
onder andere zijn opleiding, bezochte conferenties,
nascholing en intervisies met collega’s op. In het
bekwaamheidsdossier reflecteert de docent op de
uitslagen van de studentenevaluaties en op het
commentaar van de directeur op een bezocht college. Daarnaast formuleert de docent aan welke items
hij in het komende jaar werkt om de kwaliteit van de
colleges te verhogen. De commissie waardeert de
uitgebreide aandacht voor docentenscholing in de
opleiding.
De directeur bezoekt een keer per twee jaar een
college, waarna bespreking van het college en een
functioneringsgesprek plaatsvinden. Van het collegebezoek schrijft de directeur een verslag en vult
een beoordelingsformulier in. Dit beoordelingsformulier is gelijk aan het beoordelingsformulier dat
gebruikt wordt bij de beoordeling van stagiaires. Dit
sluit aan bij het idee van de congruentie uit het didactisch concept dat de opleiding hanteert. Naast de
beoordeling van het college komen bij het functioneringsgesprek andere aspecten aan de orde zoals
werkdruk, kwaliteit moduleboek, bekwaamheidsdossier, inzet tijdens vergaderingen, organisatie van het
werk en het houden aan afspraken. De commissie
heeft waardering voor de zorgvuldige wijze waarop
de kwaliteit van het lesgeven wordt geëvalueerd en
besproken.
De commissie heeft een aantal docenten van de
opleiding gesproken en het overzicht van de docenten bestudeerd en baseert daarop haar oordeel over
de kwaliteit van het onderwijsgevend personeel. De
commissie stelt vast dat de kwaliteit van de docenten, zowel inhoudelijk als didactisch, voldoende is.
De studenten van de opleiding met wie de commissie heeft gesproken, beaamden dit. De docenten zijn
volgens de studenten zeer deskundig. De studente-
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
nevaluaties ondersteunen de indruk van de commissie dat de docenten bekwaam zijn op organisatorisch, vakinhoudelijk en didactisch gebied.
Omvang personeel
Standaard 10: De omvang van het personeel is toereikend voor de
realisatie van het programma.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De opleiding tot Godsdienstleraar telde op 1 oktober
2013 in totaal 39 studenten. De staf-studentratio is
1: 48. In het personeelsplan is vastgelegd dat de CGO
ernaar streeft het aantal docenten terug te brengen,
zodat per docent de taakomvang toe kan nemen.
Minder docenten met ieder een aanstelling van
bijvoorbeeld 0,5 fte maken het volgens de kritische
reflectie mogelijk om effectiever te vergaderen en
de betrokkenheid te vergroten.
De opleiding heeft nauwelijks problemen met het
werven van personeel. Ontstane vacatures in de
laatste vijf jaar konden steeds op korte termijn worden vervuld. Lesuitval op zeer korte termijn is alleen
op te vangen door met lessen te schuiven. Dit gebeurt zoveel mogelijk. Eventueel worden gemiste
colleges een jaar later ingeroosterd.
De commissie constateert dat de omvang van het
personeel toereikend is voor de realisatie van het
onderwijsprogramma. De geringe omvang van het
docententeam is kwetsbaar, maar de commissie
stelt vast dat lesuitval zoveel mogelijk wordt voorkomen. De commissie vindt het begrijpelijk dat de
opleiding het aantal docenten wil verminderen en de
aanstelling per docent wil vergroten, om zo de efficientie te verhogen. Wel vindt de commissie het belangrijk dat de breedte van het vakgebied ook in de
toekomst, met minder docenten, nog steeds aangeboden kan worden. Eventueel kan de opleiding hiervoor extra gastdocenten inzetten.
19
Voorzieningen
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie de voorzieningen als voldoende. De commissie stelt vast dat de voorzieningen in het gebouw van Driestar Educatief te Gouda en
de informatievoorziening aan studenten toereikend zijn voor de realisatie van het programma. Daarnaast kent de
opleiding een passend mentoraat, dat op basis van evaluaties vanaf het huidige studiejaar is aangescherpt.
Materiële voorzieningen
Standaard 11: De huisvesting en de materiële voorzieningen zijn
toereikend voor de realisatie van het programma.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De lessen worden sinds 1 september 2013 verzorgd
in het gebouw van Driestar Educatief te Gouda. Dit is
een modern schoolgebouw voor hbo-onderwijs met
voldoende digitale voorzieningen, parkeergelegenheid en uitgebreide catering. Voor het werken in
kleinere groepen is er ruimte op de gangen. Voor het
raadplegen van theologische werken kunnen de
studenten terecht in de bibliotheek van Driestar
Educatief, waar naast vele theologische werken ook
de boeken van de opleiding te vinden zijn.
Tijdens de functioneringsgesprekken wordt de docenten gevraagd of ze tevreden zijn over de huisvesting en de beschikbare materiële voorzieningen.
Deze vraag is ook opgenomen in het personeelstevredenheidsonderzoek. Op de vragenlijsten voor
derdejaars en vierdejaars zijn enkele vragen opgenomen waarmee de tevredenheid van de studenten
over de voorzieningen gemeten wordt. Over het
huidige lesgebouw dat recent is betrokken, zijn nog
geen evaluatiegegevens ter beschikking.
Studenten en docenten waar de commissie mee
heeft gesproken, spraken zich positief uit over de
voorzieningen. In de ogen van de commissie sluiten
de voorzieningen van de opleiding goed aan bij de
eisen van het programma.
Studiebegeleiding
Standaard 12: De studiebegeleiding en de informatievoorziening
aan studenten bevorderen de studievoortgang en sluiten aan bij
de behoefte van studenten.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
20
Informatievoorziening
Informatie over de inhoud en de organisatie van de
opleiding is opgenomen in de studiegids, in de moduleboeken en op de website. In mei ontvangen de
student een Nieuwsbrief, waarin allerlei relevante
informatie over de opleiding is opgenomen met het
oog op het afronden van het studiejaar en de start
van het nieuwe jaar.
De studiegids geeft een overzicht van modulen en
docenten. Het rooster, de moduleboeken en de
boekenlijst zijn voor de zomervakantie beschikbaar
op de site. Roosterwijzigingen staan voorafgaand
aan een collegeavond op de website. De stof van alle
modulen is ondergebracht in moduleboeken. Uit
evaluaties blijkt dat de studenten tevreden zijn over
de kwaliteit en helderheid van de moduleboeken.
De commissie heeft de informatiebronnen bestudeerd en stelt vast dat de informatievoorziening
toereikend is.
Studiebegeleiding
Studenten waren de afgelopen jaren onvoldoende
tevreden over de studiebegeleiding, blijkt uit onderwijsevaluaties. Daarom is de opleiding met ingang
van het huidige studiejaar een intensiever mentoraat
gestart. In het eerste jaar krijgende de studenten nu
een mentor toegewezen, die hen in principe de gehele studietijd begeleidt. In februari, na de eerste
tentamenrondes, worden alle studenten telefonisch
benaderd door de mentor. In april checkt de mentor
of zijn studenten voldoende studiepunten behaald
hebben. Hij heeft dan opnieuw met alle studenten
contact. Studenten voor wie een bindend afwijzend
studieadvies (BAS) dreigt, roept de mentor op voor
een gesprek. Met hen bespreekt hij studievaardigheden en de planning. Tijdens het mentorgesprek
komen naast studieresultaten allerlei zaken aan de
orde zoals persoonlijke situatie, motivatie, kwaliteit
van de colleges, kwaliteit van de begeleiding en de
voortgang van de studie. De mentor neemt het ver-
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
loop van het studietraject bij Driestar Educatief mee
bij de mentorgesprekken. Eventueel neemt hij contact op met Driestar Educatief als hij vindt dat de
studie daar niet goed loopt.
Bij de start van de afstudeerfase heeft de student
een gesprek met de mentor en de stagecoach samen. De student vraagt dit gesprek aan via het secretariaat. Tijdens dit gesprek wordt de concrete
omvang van de LIO-stage vastgesteld en worden
afspraken gemaakt over lesbezoeken vanuit de CGO.
Verder maken stagecoach en student afspraken over
samenstelling en inlevermomenten van het portfolio. De stagecoach bezoekt in september/oktober
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
een tweetal lessen van de student en stelt samen
met de student aandachtspunten op waaraan gewerkt moet worden. De mentor blijft de studievoortgang in de gaten houden, terwijl de stagecoach
de student op de werkvloer begeleidt en uiteindelijk
beoordeelt in overleg met de stagebegeleider vanuit
de stage-organisatie.
De commissie heeft de studiebegeleiding besproken
met de studenten en stelt vast dat het nieuw ingevoerde systeem passend is voor de deeltijdstudenten die deze opleiding volgen.
21
Kwaliteitszorg
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie de kwaliteitszorg als voldoende. De commissie stelt vast dat de opleiding de kwaliteit van de beoogde eindkwalificaties, het
programma, het personeel, de voorzieningen, de toetsing en de gerealiseerde eindkwalificaties via regelmatige
evaluaties bewaakt. De opleiding voert actief verbeteringen door naar aanleiding van de uitkomsten uit evaluaties.
De examencommissie, medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding zijn actief betrokken bij de opleiding en de interne kwaliteitszorg. Vooral het contact met de werkveldcommissie is sterk.
Evaluatie
Standaard 13: De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede
aan de hand van toetsbare streefdoelen.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De opleiding heeft het kwaliteitszorgsysteem vastgelegd in het document ‘Kwaliteitszorg CGO 20082014’. De beoogde eindkwalificaties, het onderwijsprogramma en de voorzieningen worden eenmaal
per drie jaar geëvalueerd. Het personeelsbeleid
wordt eenmaal per twee jaar geëvalueerd. De modulen worden jaarlijks geëvalueerd. Een belangrijk
instrument daarbij zijn de module-evaluaties en de
vragenlijsten die jaarlijks voorgelegd worden aan de
derde- en vierdejaars studenten en een keer per
twee jaar aan de oud-studenten. In de schriftelijke
evaluaties wordt met een vijfpuntschaal gewerkt.
Een item is voldoende als het de uitkomst 3,5 of
hoger scoort. Dit jaar is de opleiding begonnen met
het bevragen van werkgevers. Volgens de kritische
reflectie viel de respons de eerste keer tegen.
In verslagen worden de uitslagen van de metingen
vastgelegd en verbeterpunten geformuleerd. Een
keer per zes jaar wordt kritisch gekeken naar de
opzet en organisatie van de kwaliteitszorg en een
nieuw kwaliteitszorgplan opgesteld.
Verbetermaatregelen
Standaard 14: De uitkomsten van deze evaluatie vormen de basis
voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan realisatie van de streefdoelen.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De uitkomsten van evaluaties worden in de najaarsvergadering van docenten, bestuur, groepsvertegenwoordigers en werkveldcommissie aan de orde
gesteld. De opleiding stelt lijsten op van de verbeterpunten en acties daaromtrent. Zij vormen input
voor de Jaarplannen. Bij het opstellen van het Jaarverslag wordt nagegaan in hoeverre de Jaarplannen
verwezenlijkt werden en de verbeterpunten afgehandeld werden.
De commissie heeft het verbeterbeleid van de opleiding bestudeerd en stelt vast dat de opleiding actief
verbeteringen doorvoert naar aanleiding van de
uitkomsten uit evaluaties. Enkele voorbeelden van
verbeteringen zijn een duidelijkere beschrijving van
de relatie tussen de kennisbasis en de toetsing in de
moduleboeken en de verbetering van de studiebegeleiding.
Betrekken belanghebbenden
De commissie stelt vast dat de opleiding de kwaliteit
van de beoogde eindkwalificaties, het programma,
het personeel, de voorzieningen, de toetsing en de
gerealiseerde eindkwalificaties via regelmatige evaluaties bewaakt. De opleiding verzamelt tevens managementinformatie met betrekking tot de rendementen. De evaluatie-instrumenten zijn signalerend,
geven voldoende basisinformatie voor eventuele
verbeteractiviteiten en geven informatie die noodzakelijk is voor de accreditatiewaardigheid.
22
Standaard 15: Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en
examencommissie, medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding actief betrokken.
De commissie beoordeelt deze standaard als voldoende.
De commissie stelt vast dat de examencommissie,
medewerkers, studenten, alumni en het afnemend
beroepenveld van de opleiding actief zijn betrokken
bij de opleiding en de interne kwaliteitszorg. Vooral
het contact met de werkveldcommissie is sterk. De
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
opleiding maakt gebruik van de adviezen van deze
commissie en koppelt helder terug wat er is gedaan
met deze adviezen.
In de opleidingscommissie zijn studenten uit alle
jaren vertegenwoordigd. De opleidingscommissie
bespreekt met de directie het reilen en zeilen van de
opleiding, signaleert knelpunten en doet verbetervoorstellen. Zij bespreken in hun vergadering module-evaluaties, uitslagen van vragenlijsten en kwaliteitsverslagen. Volgens commissie is het aantal formele contacten met de opleidingscommissie aan de
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
beperkte kant. De commissie begrijpt dat het niet
eenvoudig is om de deeltijdstudenten bij elkaar te
krijgen voor overleg en raadt de opleiding aan creatief te zoeken naar passende momenten.
De alumni ontvangen binnen twee jaar na afstuderen een vragenlijst waarop zij aan kunnen geven in
hoeverre de opleiding voldoende aangereikt heeft
voor het beroepenveld waarin ze werkzaam zijn. De
commissie heeft waardering voor het contact met
alumni, dat de opleiding onder andere via email
intensief onderhoudt.
23
Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties
De visitatiecommissie kwalificeert op grond van de gesprekken en de onderliggende documentatie de toetsing en
gerealiseerde eindkwalificaties als onvoldoende. De commissie stelt vast dat de opleiding over het algemeen passende toetsvormen hanteert, maar adviseert de opleiding om meer aandacht te besteden aan een juiste balans in
de toetsing, zowel in toetsvormen, als ook in de balans tussen cognitieve niveaus. De borging van de toetskwaliteit
is nog onvoldoende. De commissie stelt vast dat de examencommissie onvoldoende de taken uitvoert die de wetgeving voorschrijft. Aandacht is volgens de commissie bijvoorbeeld nodig voor een systematische controle op de
kwaliteit van de toetsen en scripties. Op basis van bestudeerde scripties concludeert de commissie dat het eindniveau van de studenten voldoende is. De commissie merkt daarbij op dat niet alle scripties even duidelijk een onderzoekend vermogen op hbo-niveau laten zien. Ook kan de link met het tweedegraads vakgebied in sommige
scripties duidelijker worden gelegd.
Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties
Standaard 16: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van
toetsing en toont aan dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd.
De commissie beoordeelt deze standaard als onvoldoende.
Systeem van toetsing
De modulen worden afgesloten met een tentamen
en/of opdrachten. Tentamens kunnen schriftelijk
(gesloten of open boek) of mondeling zijn. Een tentamen is voorzien van een schutblad met daarop
aangegeven datum, tijdsduur, stofomschrijving, te
gebruiken hulpmiddelen en de uiterste datum voor
correctie. Per vraag of opdracht zijn de te behalen
punten aangegeven. Bij de vragen is aangegeven op
welke bron de vraag betrekking heeft.
De commissie heeft een selectie van toetsen en
schriftelijke opdrachten van de opleiding bestudeerd. De bijbehorende literatuur en het antwoordmodel of beoordelingsformulier was bij een aantal
programmaonderdelen beschikbaar. Bij een aantal
modulen wordt getoetst met gevarieerde toetsvormen, passend bij de leerdoelen. Bij enkele andere
modulen vindt de commissie echter dat de toetsing
zich te eenzijdig richt op het meten van reproductieve kennis. De hoeveelheid inzichtvragen is hier onvoldoende. Ook vindt de commissie het aantal schriftelijke tentamens aan de hoge kant. Bij sommige
modulen zou de commissie (ook) andere toetsvormen verwachten, zoals een essay. De docenten gaven in het gesprek met de commissie aan dat het
niet altijd lukt om een passende, betrouwbare alter-
24
natieve toetsvorm te vinden en daarom terugvallen
op een schriftelijk tentamen. De commissie raadt de
opleiding aan om aandacht te besteden aan een
juiste balans in de toetsing, zodat alle cognitieve
niveaus in voldoende mate getoetst worden.
Beoordeling stage
De student werkt tijdens de stage aan het verwerven
van de SBL-competenties. De student moet een
voldoende halen voor zijn portfolio en voor de stage.
Het eerste en tweede jaar wordt afgesloten met een
assessment door een gecertificeerd assessor van
Driestar Educatief. Het derde jaar wordt afgesloten
met een assessment. In het vierde jaar oefent de
student de competenties op de stageplaats in de
klassensituatie onder verantwoordelijkheid van een
begeleider. De begeleider is daarbij niet altijd aanwezig in de klas. Bij de beoordeling van de stageactiviteiten wordt een kijkpuntenlijst gebruikt. De
beoordeling aan het einde van het vierde jaar wordt
gedaan door de stagecoach vanuit de CGO samen
met de stagementor van de stageplaats. De commissie heeft de beoordeling van de stage bestudeerd en
besproken en stelt vast dat deze adequaat is.
Borging van toetskwaliteit
De opleiding heeft in de notitie ‘Nota Toetsing en
afsluiting’ de regels en richtlijnen rond toetsing vastgelegd. Alle tentamens worden voorafgaand aan de
afname bekeken door de adjunct-directeur. De opleiding is gestart met de ontwikkeling van een
toetsmatrijs per vak. Hierop staan de onderdelen
van het tentamen in relatie tot de leerdoelen, onderdelen die tijdens de colleges getoetst werden,
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
relatie tot de kennisbasis, competenties, de Dublin
descriptoren en de voorwaarden waar de student
aan moet voldoen om een voldoende te scoren. De
commissie vindt het positief dat de opleiding is gestart met het in kaart brengen van de validiteit van
de toetsing door middel van toetsmatrijzen. Het vierogen-principe kan volgens de commissie nog worden
uitgebreid door docenten ook vooraf naar elkaars
toetsen te laten kijken.
De commissie heeft met leden van de examencommissie besproken in hoeverre zij de taken uitvoert
die de wetgeving voorschrijft. De examencommissies
heeft toegelicht dat zij de structuur en de taken van
de examencommissie de afgelopen periode hebben
aangepast. De studieleider maakt nu geen onderdeel
meer uit van de examencommissie. Daarnaast zal
een vertegenwoordiger van Christelijke Hogeschool
Ede zitting krijgen in de examencommissie. Het reglement van de examencommissie is vernieuwd. De
examencommissie heeft éénmaal een selectie van
toetsen op kwaliteit beoordeeld. Ook heeft de examencommissie enkele scripties besproken. Verder
controleert de examencommissie of de tentamens
aan de vormvereisten voldoen.
De commissie stelt vast dat de examencommissie
nog onvoldoende de taken uitvoert die de wetgeving
voorschrijft. Aandacht is volgens de commissie bijvoorbeeld nog nodig voor een systematische controle op de kwaliteit van de toetsen en scripties en het
vaststellen van een procedure bij het constateren
van onvolkomenheden in toetsen en scripties. Ook is
daarbij aandacht nodig voor het bewaken van de
kwaliteit van toetsen en de opbouw van de beoordeling van kennis en vaardigheden in het onderwijsprogramma. De examencommissie zou zich hierbij
ook expliciet een mening moeten vormen over de
inhoud van de tentamens, stelt de commissie.
Bij de bestudering van de tentamens viel het de
commissie op dat bij enkele vakken gelijke toetsen in
verschillende jaren zijn afgenomen. De commissie
heeft dit met de examencommissie besproken. De
commissie constateert dat de examencommissie zich
er nog onvoldoende van bewust is dat het voorkomen van dergelijke incidenten bij de examencommissie is belegd en adviseert de examencommissie
om strengere controlemechanismen in te stellen.
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
Eindniveau
Ter bepaling van het eindniveau schrijft de student
een afstudeerscriptie, waarbij bij een opdracht uit
het werkveld centraal staat. De student wordt begeleid vanuit de CGO. Naast de begeleidende docent is
sinds het studiejaar 2009-2010 structureel een
tweede beoordelaar toegevoegd. Tijdens de diploma-uitreiking krijgt de student een aantal vragen
voorgelegd over de aanleiding, probleemstelling,
verloop van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen van de scriptie. De student moet dan ook
aangeven wat de waarde van de scriptie voor het
werkveld is en of hij aanbevelingen heeft voor verder onderzoek.
Om zich een oordeel te vormen over het eindniveau
van de studenten, heeft de commissie in totaal vijftien scripties gelezen. Bij het selecteren van de scripties is rekening gehouden met een spreiding van
cijfers (lage, gemiddelde en hoge cijfers) en begeleiders. Het is zichtbaar voor de commissie dat studenten veel aandacht hebben besteed aan de scripties.
De scripties zien er over het algemeen goed verzorgd
uit en het taalgebruik is voldoende. De commissie
stelt vast dat het merendeel van de scripties van het
juiste niveau is, maar dat vier van de vijftien scripties
een beperkt onderzoekend vermogen op hbo-niveau
laten zien. In deze methodologisch zwakke scripties
passen studenten onvoldoende literatuur toe, worden stellingen onvoldoende onderbouwd of zijn de
onderzoeksvragen niet scherp genoeg geformuleerd.
Eén van deze vier scripties is volgens de commissie
onvoldoende. De andere drie bevinden zich op de
ondergrens van een voldoende. Verder is de commissie van mening dat in de meeste scripties duidelijker kan worden verwoord wat de toegevoegde
waarde van de scriptie is voor het werkveld. De link
met het tweedegraads vakgebied wordt niet overal
voldoende gelegd.
De commissie adviseert de opleiding om in de startfase van het scriptietraject te controleren of studenten scherpe deelvragen hebben geformuleerd, zodat
studenten indien nodig in een vroeg stadium kunnen
worden bijgestuurd.
De commissie heeft tijdens het bezoek gesproken
met de begeleider van de scriptie die door de commissie met een onvoldoende zijn beoordeeld. Ook
heeft de commissie gesproken met de begeleiders
van de drie andere scripties, die volgens de commis-
25
sie een nipte voldoende verdienen. Uit deze gesprekken bleek dat soms ook elementen in de ontstaansgeschiedenis van de scripties door de begeleiders bij de uiteindelijke beoordeling in positieve zin
zijn verrekend.
De afgelopen jaren hebben enkele studenten als
tweetal een scriptie geschreven. De commissie heeft
26
deze scripties bestudeerd. De commissie stelt vast
dat de hoeveelheid verricht werk passend is voor
twee afstudeerders. De commissie vindt echter dat
de studenten onvoldoende individueel zijn beoordeeld. Het is in de beoordeling niet inzichtelijk gemaakt welk deel van het werk door welke student is
uitgevoerd en hoe de student hierop is afgerekend.
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Bijlagen
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
27
Bijlage 1 Visitatiecommissie
Deze notitie is volgens het NVAO-format opgesteld.
II.
Overzicht panelleden
Naam
(inclusief titulatuur)
Drs R.R. van Aalst
Prof dr A. Baars
Prof dr W. van Vlastuin
T.T.A. Poot
III
Rol (voorzitter / lid /
student-lid)
voorzitter
lid
lid
student
Secretaris/Coördinator
Naam
(inclusief titulatuur)
Drs L. van der Grijspaarde
IV
1
2
3
4
Gecertificeerd d.d.
Oktober 2011
Korte functiebeschrijving van de panelleden (1 regel)
Raoul van Aalst is panelvoorzitter bij AeQui
Arie Baars is hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn
Wim van Vlastuin is hoogleraar aan de VU
Thirza Poot studeerde HBO-V aan de Christelijke Hogeschool Ede
V
Overzicht deskundigheden binnen panel1
Deskundigheid
a. deskundigheid ten aanzien van de
ontwikkelingen in het vakgebied
b.
internationale deskundigheid
c.
werkvelddeskundigheid in het voor de
opleiding relevante beroepenveld
d.
recente ervaring met het geven of
ontwikkelen van onderwijs op het
1
Domeindeskundige
(ja / nee)
Nee
Ja
Ja
Nee
De deskundigheid blijkt uit:
De heer Baars is docent en onderzoeker, en tevens betrokken
bij het samenwerkingsverband dat TUA heeft met GH Zwolle.
De heer Van Vlastuin is als vooraanstaand onderzoeker en
vervult vele nevenfuncties op theologisch gebied.
De heer Van Vlastuin is directeur Jonathan Edwards Centrum
Benelux, en tevens lid van de editorial board.
De heer Baars is actief betrokken bij Christenhulp in Azië
De heer Van Vlastuin is rector van het Hersteld Hervormd
Seminarie. Verder was enige tijd leraar Godsdienst. Thans is
hij lid van de Raad van Toezicht van een scholengemeenschap.
De heer Baars is docent en predikant. Hij is verantwoordelijk
voor en betrokken bij het samenwerkingsverband met GH
Zwolle
De heer Baars verzorgt praktisch-theologische vakken aan de
Theologische Universiteit in Apeldoorn (waaronder catechetiek
N.B. De secretaris is GEEN panellid
28
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
e.
desbetreffende opleidingsniveau (bachelor of master) en oriëntatie (hbo of
wo) alsmede deskundigheid ten aanzien van de door de opleiding gehan2
teerde onderwijsvorm(en)
visitatie- of auditdeskundigheid
f.
studentgebonden deskundigheid
en didactiek van de catechese). Bovendien is hij verantwoordelijk voor de lerarenopleiding godsdienst en werkt in die
hoedanigheid zeer nauw samen met de GH te Zwolle.
De heer Van Aalst treedt regelmatig op als voorzitter van
visitatiepanels
Mevrouw Poot studeerde HBO-V aan de Christelijke Hogeschool Ede, en volgt momenteel een Pre-Master Management
en Beleid van Zorg Erasmus Universiteit Rotterdam
Curricula Vitae
Prof Dr Arie Baars
Docent praktisch-theologische vakken, Theologische Universiteit Apeldoorn
Coördinator voor Lerarenopleiding GH Zwolle
Beknopte cv
Arie Baars werd op 3 september 1947 te Sliedrecht geboren. Na de lagere school bezocht hij het gymnasium Camphuysianum te Gorinchem, waar hij in 1966 zijn diploma behaalde (gymnasium – alpha). Hierna studeerde hij klassieke taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden en legde hij in 1970 het kandidaatsexamen af. In datzelfde
jaar begon hij met de studie aan de (toen nog) Theologische Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken
te Apeldoorn. Hij slaagde in 1974 voor het kandidaatsexamen en werd beroepbaar gesteld. Uit de beroepen die werden uitgebracht nam hij het beroep aan naar Urk (Eben Haëzer). In 1981 kwam de roeping naar de gemeente van
Dundas, Ontario (Canada, Free Reformed Church). Daar werkte hij zeven jaar, waarna hij een beroep ontving van de
Christelijke Gereformeerde Kerk te Middelharnis en zodoende keerde hij terug naar Nederland. Daar deed hij in 1995
zijn doctoraalexamen theologie aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn met als hoofdvak dogmatiek. Datzelfde jaar benoemde de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken hem tot universitair hoofddocent in de diaconiologische vakken aan de Apeldoornse universiteit, als opvolger van prof. dr. W.H. Velema. Dr. Baars promoveerde op 25 oktober 2004 en inaugureerde op 10 februari 2005. Op 7 februari 2014 gaat de heer Baars met emeritaat.
Functies
- Lid van de kernredactie van het Documentatieblad Nadere Reformatie (DNR)
- Lid Raad van Toezicht Reformatorisch Dagblad
- Bestuurslid Stichting China (Christelijke Hulpverlening IN Azië)
- Medewerker aan het Reformatorisch Dagblad op freelance basis
Prof Dr Wim van Vlastuin
Na een studie technische natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft volgde Van Vlastuin een theologiestudie
aan de Universiteit Utrecht. Op 24 mei 1990 werd hij als predikant bevestigd in de hervormde gemeente van het
Friese Wouterswoude, alwaar hij zijn huidige vrouw leerde kennen. Van 1995 tot 1999 was hij predikant in Opheusden en van 1999 tot 2009 diende hij de hervormde (vanaf 2004: hersteld hervormde) gemeente te Katwijk aan Zee.
In 2002 promoveerde Van Vlastuin. In 2005 werd Van Vlastuin docent, en later rector voor het Hersteld Hervormd
Seminarie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Van Vlastuin is lid van de raad van toezicht van de Pieter Zandt Scholengemeenschap en voorzitter van de Bonisa
Zending.
HUIDIGE FUNCTIES
1.
universitair docent systematische theologie vanwege het Hersteld Hervormd Seminarie aan de VU, sinds 2005.
2.
rector HHS, sinds 2007.
3.
vertegenwoordiger VU in refo500, sinds 2009.
4. directeur Jonathan Edwards Centrum Benelux, sinds 2011
5.
lid examencommissie Godgeleerdheid VU, sinds 2008.
2
Hieronder worden bijvoorbeeld verstaan afstandsonderwijs, werkplekgerelateerd onderwijs, flexibel onderwijs, competentiegericht onderwijs of
onderwijs voor excellente studenten.
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
29
6.
lid bibliotheekcommissie Godgeleerdheid VU, sinds 2005.
7.
lid commissie diversiteit Godgeleerdheid VU, sinds 2011.
8. lid curatorium leerstoel 'geschiedenis gereformeerd piëtisme', sinds 2005, sinds 2010 voorzitter.
9. member of the editorial board for the online journal, Jonathan Edwards Studies (a peer-reviewed journal), sinds
2010.
10. lid redactie apologetisch handboek (Kok), sinds 2011.
11. lid Raad van Toezicht Pieter Zandt scholengemeenschap, sinds 2011
12. bestuurslid Bonisa sinds 1997, sinds 2000 voorzitter.
13. lid comité Haamstede predikantenconferenties, sinds 1999.
14. lid ‘Friends of India’, sinds 2009.
OPLEIDING EN ERVARING
1.
1969-1975 basisschool De Wittenberg te Scherpenzeel
2.
1975-1981 VWO aan het Lodensteincollege te Amersfoort
3.
1981-1984 Technische Natuurkunde aan de Technische Universteit te Delft
4.
1984 april-juni, bouw zonnecollector op Thembiso te Bulawayo in Zimbabwe
5.
1984-1988 Theologie Rijksuniversiteit Utrecht
6.
1985-1989 voorzitter Kontaktvereniging Leerkrachten Studerenden
7.
1986-2005 bestuurslid/secretaris stichting Predik het Woord
8.
1988-1989 docent godsdienst Udemans te Hoevelaken
9.
1990 kerkelijk examen Ned. Herv. Kerk
10. 1990 predikant van de Ned. Herv. Kerk te Wouterswoude
11. 1991-2002 bestuurslid stichting Ontmoeting
12. 1995 predikant van de Ned. Herv. Kerk te Opheusden
13. 1995-2004 bestuurslid/secretaris Comité tot behoud van de Ned. Herv. Kerk.
14. 1997-2011 directeur J. van Vlastuin Beheer BV
15. 1999 bevestigd als predikant van de Ned. Herv. Kerk te Katwijk aan Zee.
16. 2002 promotie aan de TUA
17. 2004-2005 moderamenlid Hersteld Hervormde Kerk
18. 2005 universitair docent HHS aan de VU
19. 2008-2009 lid werkgroep Calvijn 2009
Drs Raoul R. van Aalst
De heer Van Aalst volgde de opleiding Bedrijfseconomie aan de RijksUniversiteit Groningen. Na afronding daarvan is
hij werkzaam geweest in zowel controllersfuncties als adviesfuncties, onder andere voor Packard Bell NEC, KPN en
PricewaterhouseCoopers. Tot 2002 is hij directeur geweest van het financieel adviesbureau 4U Control. Sinds 2002
vervult hij de functie van controller bij energiebedrijf NUON, sinds 2005 bij Tennet. De heer Van Aalst is sinds 2004
frequent betrokken bij uitvoeren van visitaties in het hoger onderwijs, zowel in de rol van extern deskundige als in de
rol van voorzitter.
Thirza Poot studeerde HBO Verpleegkunde aan de Christelijke Hogeschool Ede. Zij was lid van de OpleidingsCommissie. Naast diverse maatschappelijke stages participeerde ze ook in verschillende opleidingsvisitaties.
Sinds september 2013 volgt ze een pre-master aan de Erasmus Universteit: Management en Beleid van Zorg.
30
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Bijlage 2 Programma visitatie
Woensdag 19 februari
Tijd
Onderwerp
8.30u. -10.00u.
Aankomst Commissie, intern overleg
10.00u.-11.00u.
Bestuur en directie
Kennismaking, doel en programma visitatie,
doelen opleiding
11.00u.-12.15u.
Studenten studiejaar 1 t/m 4
Programma, toetsing, kwaliteit docenten
12.15u. -13.30u.
13.30u.-14.30u.
Werklunch en intern overleg
Terugkoppeling van eerste bevindingen, bepalen aandachtspunten voor dag 2
Woensdag 26 februari
Tijd
Onderwerp
8.00u-9.00u.
Aankomst Commissie
9.00u. 10.00u.
Werkveldcie en alumni
Aansluiting van opleiding op werkveld, toetsing en afstuderen
10:00 - 11:15
Examencommissie + Toetscommissie
Toetsing van gerealiseerde eindkwalificaties
11.15u. -11.45u.
11.45u.-12.30u.
12:30 – 13:30
13:30 – 14:30
Inloopspreekuur
Showcase
Lunch
Docenten
Doelen van de opleiding, programma, toetsing, kwaliteit docenten
14:30 – 16:00
16:00 – 16:30
Aanvullend onderzoek, formulering conclusies
Terugkoppeling resultaten
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
Gesprekspartners
Drs. A. Schreuder vz. Bestuur
Drs. M.W. Winkelen mba, bestuurslid.
Drs. J. van Mourik, adjunct-directeur
W.M. van der Wilt, directeur
Harmen Mooiweer lj 1
Medad Capellen lj1
Wim Reijmes lj 2
Femke van Es-Visscher lj 3
Koos Lindhout lj 4
Willianne Mastenbroek lj 4
Martien de Vreede lj 5
Gesprekspartners
A. A. van den Berg,
werkveldcie
J. van de Kamp, werkveldcie
Jolien van Duiker, werkveldcie
Kees.Noordergraaf, oud-stud
Hanneke Smits, oud-stud
Sjaco van Gurp, oud-stud
Leo Wisse, oud-stud
Drs. N. Teerds
Drs. J. P. Proos
Dr. C.S. L. Janse
Drs. J. van Mourik
Oproep is verzonden
Drs. L. Snoek
Drs G. Beunk, Driestar Educatief
Drs. J.P. Proos
Drs. N. Teerds
Drs. J. Pas
Drs. L. Snoek
Drs. B. van Ojen
Drs. N. van Steensel
Dr. C.S. L. Janse
31
Bijlage 3 Kwantitatieve gegevens
In-, door- en uitstroomgegevens van - zo mogelijk - de laatste 6 cohorten
Tabel 1: Uitval uit het eerste jaar
Cohort
2005
Uitval
25 %
2006
25 %
2007
10%
Tabel 2: Uitval uit de bachelor binnen nominale studieduur
Cohort
2004
2005
Uitval binnen nominale studieduur
40%
37%
2008
21%
2006
50%
Tabel 3: Rendement
Betreft %% studenten dat met 5 jaar vanaf inschrijving het diploma behaalde.
Cohort
2004
2005
2006
2007
Rendement
50 %
37,5%
87,5 %
60%
Tabel 4: Docentkwaliteit
Graad
MA
Percentage
80%
2009
28 %
2010
17 %
2007
30%
2008
64%
2008
35%
PhD
20%
Gerealiseerde docent-student ratio
Tabel 5: Student-docentratio (berekend door toepassing van formule voor opleidingen in voltijd)
Ratio
1: 48
Gemiddeld aantal contacturen per fase van de studie
Tabel 6: Contacturen
Studiejaar
Contacturen per
week
32
1
2
3
4
3
3
3
2,5
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
2011
67 %
2012
19%
Bijlage 4 Eindkwalificaties
SBL-competenties
1. Interpersoonlijk
2. Pedagogisch
3. Vakinhoudelijk en didactisch
4. Organisatorisch
5. Samenwerken met collega’s
6. Samenwerken met de omgeving
7. Reflectie en persoonlijke ontwikkeling
Kennisbasis
Thema
Categorie/
kernconcept
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
Voorbeelden
1. Theologie en
de docent
1. Wat is theologie ?
1.1. Inleiding in de verschillende
disciplines van het vakgebied: Bijbelwetenschappen, kerkgeschiedenis,
godsdienstwijsbegeerte en ethiek,
godsdienstwetenschap, sociaalwetenschappelijke vakken
1.2. Oriëntatie op het beroep docent
GL
Basishandelingen:
1. sensibiliteit ontwikkelen,
2.persoonlijke waarden opsporen, 3.
oriënteren op gemeenschappen en
bronnen , 4. ethisch en levensbeschouwelijk denken en communiceren,
5. ethisch en levensbeschouwelijk
godsdienstig handelen . 6. beroepsethiek / historische en mondiale
ontwikkelingen van het schoolvak. 7.
levensbeschouwelijk begeleiden van
leerlingen
1.1.1. Geef een definitie van
het begrip 'theologie'.
1.3. Omgaan met taal en betekenis van
taal: het kunnen zien van gelaagdheid
in taal en het kunnen herkennen en
gebruiken van begrippen met een
eenduidige of juist meerduidige betekenis.
2.1. Theologische, antropologische,
fenomenologische en sociaal-culturele
aspecten van religie
1.3.1. Is het begrip 'water' een
voorbeeld van taal met een
enkelvoudige of meervoudige
betekenis?
1.3.2. Is het begrip H2º een
voorbeeld van taal met een
enkelvoudige of meervoudige
betekenis?
2.1.1. Geef een definitie van
het begrip 'religie'.
2.1.2. Noem een verschil
tussen religie, godsdienst,
levensbeschouwing,spiritualiteit en filosofie.
2. Wat doet de
docent godsdienst/ levensbeschouwing
(GL)
2. God en mens
3. Welke taal
hanteert de
docent godsdienst / Levensbeschouwing
(GL)
1. Religie
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
1.1.2. Benoem de verschillende disciplines van de theologie.
1.2.1. Noem een historische of 1.2.2. Noem de competenties
mondiale ontwikkeling in het
die nodig zijn om beroepsbeschoolvak GL.
kwaam docent te zijn.
33
Thema
3.Bronnen van
godsdienstig/
levensbeschouwelijk leren:
verhalen, boeken, personen,
gebouwen, voorwerpen, feesten
en rituelen,
symbolen, ambten, leer/moraal
34
Categorie/
kernconcept
2. Godsdienst
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
2.2. Theologische, antropologische,
fenomenologische en sociaal-culturele
aspecten van godsdienst
Voorbeelden
2.2.1. Geef een definitie van
het begrip 'godsdienst'.
2.2.2. idem
3. Levensbeschouwing
2.3. Theologische, antropologische,
fenomenologische en sociaal-culturele
aspecten van levensbeschouwing
2.3.1. Geef een definitie van
het begrip 'levensbeschouwing'.
2.3.2 idem
4. Spiritualiteit
2.4. Theologische, antropologische,
fenomenologische en sociaal-culturele
aspecten van spiritualiteit
2.4.1. Geef een definitie van
het begrip 'spiritualiteit'.
2.4.2 idem
5. Filosofie
2.5. Theologische, antropologische,
fenomenologische en sociaal-culturele
aspecten van filosofie
2.5.1. Geef een definitie van
het begrip 'filosofie'.
2.5.2. idem
6. Godsbeelden
2.6. Godsbeelden binnen en buiten
religies
2.6.1. Beschrijf het godsbeeld
binnen de islam.
2.6.2. Beschrijf het godsbeeld
van 'ietsisten' .
7. Mensbeelden
2.7. Mensbeelden binnen en buiten
religies
2.7.2. Beschrijf het mensbeeld
van het humanisme.
8. Wereldbeelden
2.8. Wereldbeelden binnen en buiten
religies
2.7.1. Beschrijf twee mensbeelden binnen het christendom.
2.8.1. Beschrijf het wereldbeeld van het Jodendom.
1. Binnen Jodendom
3.1. Basiskennis van het Jodendom
Boeken en verhalen: TeNaCH; Mondelinge Tora (aggada en halacha); middeleeuws denken; chassidische verhalen; antisemitisme; verhalen van
vervolging (pogroms, Sjoa); Jodendom
in Nederland; Israël
Personen: Hillel&Sjammai; Akiva;Rasji;
Maimonides; Spinoza; Herzl; Levinas
Gebouwen: synagoge; sjoel; leerhuis
Voorwerpen: menora; chanoekia;
mezoeza; tefiliem; kipa
Feesten, rituelen en gebruiken:
Pesach; Sjavoe’ot; Soekot; Jom Kipoer;
besnijdenis; bar/bat mitswa; huwelijk;
begrafenis; kasjroet
Stromingen: asjkenasisch en sefardisch
Jodendom; chasidisme, zionisme
3.1.1. Wat is, zijn resp. de
overeenkomst(en) en het (de)
verschil(len) tussen Schriftelijke Tora en Mondelinge Tora?
3.1.2. Beschrijf zo duidelijk
mogelijk de verschillen tussen
een menora en een chanoekia?
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
2.8.2. Beschrijf het wereldbeeld van New-Age
Thema
Categorie/
kernconcept
2. Binnen christendom
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
3.2. Basiskennis van het christendom
Boeken en verhalen: Bijbel; verhalen
van en over kerkvaders; reformatie en
contrareformatie;
Personen: Jezus; Paulus; Augustinus;
Luther; Calvijn; keizer Constantijn,
Paus Gregorius, Thomas van Aquino,
Barth,
Gebouwen: tempel basiliek; orthodoxe
kerk; katholieke kerk; protestantse
kerk
Voorwerpen: kruis; icoon; doopvont;
rozenkrans;
Feesten, rituelen en gebruiken: Kerst;
Pasen; Pinksteren; sacramenten,
begrafenis, vasten
Stromingen: orthodox; rooms katholieke kerk; protestants
Voorbeelden
3.2.1 Het begrip ‘rituelen’
komt zowel ter sprake in
religieus taalgebruik als in
hedendaags taalgebruik. Zo is
er bijvoorbeeld het religieuze
ritueel ‘een kaarsje branden,
kaarsje aansteken voor iemand’ en spreken mensen ook
over het dagelijks ritueel van
bijvoorbeeld ‘tandenpoetsen’.
Leg uit waar het verschil
tussen beide ‘rituelen’ ontstaat
. bestaat. Gebruik hiervoor de
theorie, begrippen uit de
gebruikte literatuur.
3.2.2 Noem minimaal 5 feesten
die bij alle (christelijke) stromingen voorkomen. Beschrijf
kort wat er bij dit feest wordt
gevierd. Zet deze feesten in
volgorde van het kerkelijk jaar.
3. Binnen islam
3.3. Basiskennis van de islam
Boeken en verhalen: Koran; soenna;
Hadith; sjaria; middeleeuws denken;
verhalen van strijd (bijv. met kruisvaarders);
Personen: Mohammed, Aboe Bakr,
Ali, profeten (zoals Adam,Noach,
Abraham, Mozes en Jezus), Omayyaden, Abbassiden, Ottomanaen, Andalusië, Ibn-I Sina, Ibn Khaldun, al- Khawairzmi, Ibn Firnas, al- Ghazali, al Farabi, Salahaddin, al Ayyubi.
Gebouwen: Kaaba, moskee, minaret,Masdjid Al-Aqsa, Dom van de rots,
Alhambra
Voorwerpen: kompas, miniatuur,
kalligrafie, gebedssnoer
Feesten, rituelen en gebruiken: Ramadan, Al Fithr, geboorte, besnijdenis,
trouwen, begrafenis, vijf zuilen, halal
Stromingen: soennieten, sjiieten,
alevieten
3.3.1 De moslim gelovige
verhoudt zich op een bepaalde
manier met Allah. In de islamitische traditie wordt die verhouding getypeerd als ‘abdschap’ (dienaarschap), waarbij
de gelovige zich zoveel mogelijk ‘onderdanig’ opstelt en de
grootheid van Allah belijdt.
Welke rol speelt ‘rituelen’ in
dit ‘abd-schap’? Werk één
ritueel uit waarin je duidelijk
maakt op welke wijze het
begrip ‘onderdanigheid’ tot
uiting komt.
3.3.2 Noem de vijf zuilen met
een korte beschrijving van elke
zuil.
4. Binnen hindoeïsme
3.4. Basiskennis van het hindoeïsme
Boeken en verhalen: Veda’s; Oepanisjads; Bhagavadgita; Mahabharata,
Ramajana; godenverhalen
Personen: (goden) Sjiva, Visjnoe, Rama
Krisjna, Laksjmi, Sita, Durga, Parvati;
(personen) Sjankara, Gandhi, Aurobindo, Ramakrisjna, Vivekananda
Gebouwen: tempel
Voorwerpen: vuuraltaar, godenbeelden
Feesten, rituelen en gebruiken: holifeest, divalifeest, Puja-ritueel, rondom
geboorte, trouwen en dood; regels
rondom het voedsel
Stromingen: sanaatan dharma, arya
samaj
3.4.1 Verbind in een voor
hindoes zinvolle zin de woorden karman, atman, samsara,
moksja en brahman.
3.4.2 Geef een beschrijving van
hetzij Holi feest hetzij van het
Divali feest.
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
35
Thema
Categorie/
kernconcept
5. Binnen humanisme
6. Binnen boeddhisme
4. Communicatie
36
1. Hermeneutiek
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
3.5. Basiskennis van het humanisme
Boeken en verhalen literatuur m.b.t.
levenskunst uit Griekse oudheid,
historisch humanisme, georganiseerd
humanisme in Nederland. Teksten:
universele verklaring van de rechten
van de mens, Van Praag; Grondslagen
van het humanisme / Piko della Mirandola, over de menselijke waardigheid / Montagne, essays
Personen: Socrates, Cicero, Ceneca,
Erasmus, Montaigne, Rousseau, Kant,
Mill, Nietzsche, Sartre, Van Praag,
Taylor, Nussbaum en Smith.
Gebouwen: Geen specifieke gebouwen
Voorwerpen: de mens als logo van het
humanisme, verder kiezen mensen
hun eigen voorwerpen ter inspiratie,
waar ontleen jij betekenis aan?
Feesten, rituelen en gebruiken:geboorte, huwelijk, herdenkingsvieringen, 21 juni internationale humanisme dag.
Stromingen:expliciet humanisme
(georganiseerd humanisme, HV):
atheïstisch humanisme, agnostisch en
religieus humanisme, impliciet humanisme en performatief humanisme.
3.6. Basiskennis van het boeddhisme
Boeken en verhalen: Pali-canon,
Dhammapada, Tibetaans dodenboek,
Lotus Sutra, 4-waarheden, 8-voudig
pad
Personen: Boeddha, Maitreja, Amitabha (Amida), keizer Asjoka, Nagarjuna, Dogen, Dalai Lama
Gebouwen: stoepa
Voorwerpen: boeddhabeelden, bedelnap, gebedsmolen
Feesten, rituelen en gebruiken: monnikswijding, meditatietechnieken;
regels rondom het voedsel
Stromingen: mhayana, hinayana,
zenboeddhisme, taoïsme, confucianisme,
Voorbeelden
4.1 a. Op methodische wijze verbanden leggen tussen de religieuze traditie
en de actuele situatie.
b. Hedendaagse levensbeschouwelijke
vragen van mensen in verbinding
brengen met de religieuze traditie en
daaraan een levensbeschouwelijke
interpretatie geven
c. geeft inzicht in de referentiekaders
van anderen en betrekt zijn achter-
3.5.1 Noem 3 stromingen
binnen het humanisme?
3.5.2 Beargumenteer waarom
er wel of niet spraken is van
een humanistische traditie?
3.6.1 Wanneer een boeddhist
gaven legt voor een beeld in
een tempel, welke zijn dat
dan? Noem er minstens drie.
Wat is de betekenis van dit
‘neerleggen’? Maak bij je
antwoord onderscheid tussen
hinayana en mahayana!
3.6.2 Ritueel heeft in het
boeddhisme niet dezelfde
belangrijkheid, betekenis, rol
en werking als in het hindoeisme. Leg uit wat het verschil
is?
4.1.1 Welke betekenis kan het
bijbelverhaal van Daniel betekenis hebben in de leefwereld
van leerlingen van 14 jaar?
4.1.2. Noem 3 kernbegrippen
die een rol spelen bij het
begrip hermeneutische communicatie.
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Thema
5. Traditie
Categorie/
kernconcept
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
grond zinvol bij de interpretatie van de
situatie van anderen
d. Duidt maatschappelijke en culturele
processen in het licht van de religieuze
traditie
Voorbeelden
2. Zincommunicatie
4.2. Vragen over de zin van het bestaan:
1.
Wie ben ik in relatie tot kennis, inzicht,
ervaring , intuitie en openbaring?
4.2.1. Noem 3 levensvragen.
4.2.2. Wat is de functie van
het stellen van levensvragen?
3. Interlevensbeschouwelijke
communicatie
4.3. Waarden in relatie tot jezelf,
natuur, sociaal-culturele wereld, de
ander/ de Ander.
De kennis van elkaars cultuur, de
setting waarin de communicatie
plaatsvindt, de machtsverhoudingen
tussen de communicatiepartners en
hun communicatieve competentie.
Mono-religieuze communicatie,multireligieuze communicatie interreligieuze communicatie
4.3.1. Geef een voorbeeld van
de rol die macht speelt in de
communicatie.
4.3.2. Welk onderwijs concept
hoort bij een mono-religieuze
communicatie ?
5.1. Kerkelijke
kaart.
5.1. Kerkelijke kaart.
5.1.1. Benoem twee opvallende kenmerken van de orthodoxe kerk
5.1.2. Noem 2 verschillen
tussen de katholieke kerk en
de pinkstergemeeschap
5.2. Concepten
uit de traditie
5.2. Triniteit, Christologie, Godsleer,
pneumatologie, Koninkrijk van God,
gerechtigheid, genade, verzoening,zonde, almacht en voorzienigheid
kwaad, verlossing, opstanding, nieuw
leven, eindtijd.
5.3. Secularisatie, verlichting, gevolgen voor de inrichting van de samenleving
5.2.1. Geef de definitie van
het begrip triniteit
5.2.2. Op welke wijze wordt
de eindtijd omschreven in de
bijbel
5.3.1. Geef een omschrijving
van het begrip secularisatie.
5.3.2. Noem twee maatschappelijke gevolgen van de secularistie.
5.4. Religieuze stromingen en seculiere
stromingen, atheïsme, ietsisme humanisme, multiculturaliteit
6.1. Verschillende typen of benaderingen binnen de religieuze vorming.
Godsdienstonderwijs; Catechese;
Levensbeschouwing; vier scenario's: 1.
vak; 2. samenwerking met andere
vakken; 3. vakoverstijgend werken; 4.
niet vakgebonden projectmatig werken.
6.2. Verschillende modellen van
levensbeschouwelijke vorming: Normatief-deductief model; teleologisch
model, funderingsmodel, emancipa-
5.4.1. Bij welke stroming hoort 5.4.2. Wat is het verschil in
Erasmus?
opvatting tussen een agnost en
een atheist?
6.1.1. Beschrijf het conceptue- 6.1.2. Beschrijf de voor- en
le verschil tussen het vak
nadelen van vakgericht werken
godsdienst en het vak levensbinnen school en vakoverstijbeschouwinging.
gend werken.
3. Secularisatie
4. Pluraliteit
6. Vakdidactiek
1. Concepten
2. Modellen
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
6.2.1. Beschrijf de kenmerken
van een normatief-deductief
model van levensbeschouwelijk leren.
6.2.2. Beschrijf en motiveer
welk model het best past bij
een heterogene schoolpopulatie, interreligieus van aard
37
Thema
Categorie/
kernconcept
3. Lesmethodes
4. Curriculumontwikkeling
5. Toetsbeleid
(vak)
7. Mens, levensbeschouwing en
samenleving
1. Sociologische
ontwikkelingen
2. Godsdienstpsychologishe
ontwikkelingen
3. Godsdienstpedagogische
ontwikkelingen
8. Vakspecifieke
vaardigheden
38
1. Vertellen
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
tiemodel, inductief model, abductief
model
Voorbeelden
6.3. Diverse lesmethodes binnen het
Nederlands onderwijssysteem: Labyrint, Standpunt, Antenne, De Bijbel in
de basis, Op verhaal komen, Van horen
zeggen, Zienswijze, Religieuze levensbeschouwingen, Levensbeschouwingen, Standpunt, Wegen naar wijsheid,
Zin in zin, Zin leren, Perspectief, Zinspelen, Parallel, Het blijvende getuigenis, Plein M, Spring, Tumult.
6.4. Ontwikkelen van een curriculum
op basis van concept en model binnen
bestaande kaders a.d.h.v. de volgende
componenten: conceptbeschrijving,
modelbeschrijving, doelstellingen,
inhouden, werkvormen, opdrachten
6.5. Ontwerpen van toetsen op basis
van een concepten en modellen.
6.3.1. Welke lesmethode past
bij een normatief-deductief
leermodel en welke zeker niet?
Motiveer je antwoord.
6.3.2. Zou je Standpunt een
indicutieve lesmethode kunnen noemen? Motiveer je
antwoord.
6.4.1. Welk gevolg heeft een
thematische opbouw voor je
curriculum?
6.4.2. Beschrijf aan welke
leerling-competenties je
structureel kunt werken als
docent bij de leeftijdscategorie
van 13/14 jaar.
6.5.1. Welk gevolg heeft een
conceptvorm voor de wijze van
toetsen? Betrek in je antwoord
twee vakconcepten.
7.1.1. Wat is het gevolg van de
Verlichting voor de kerkelijkheid van de samenleving
geweest?
6.5.2. Zijn reproductieve
vragen zinvol bij een abductief
onderwijsmodel. Motiveer je
antwoord.
7.1.2. Kan er binnen een
ontzuilde samenleving sprake
zijn van institutionalisering?
7.2.1. Wat is het verschil
tussen functionele en substantiële dimensies van godsdienst?
7.2.2. Wanneer is er sprake
van een religieuze ervaring?
7.3.1. Comenius wordt de
grondlegger van de godsdienstpedagogiek genoemd.
Noem twee kenmerken van
zijn pedagogiek die hem onderscheidt van de middeleeuwse pedagogiek (als daar al
sprake is van pedagogisch
handelen).
7.3.2. Wat betekent pariciperend leren voor communicatieve processen binnen de
godsdienstpedagogiek?
8.1.1. Als kinderen in een klas
een lagerhuisdebat oefenen, is
daar dan sprake van vertellen?
8.1.2. Is vertellen hetzelfde als
getuigen?
7.1. De samenleving in historisch
perspectief: Renaissance, Reformatie,
Verlichting, modernisme, postmodernisme. individualisme, individualisering, subjectivering, autonomie als
zelfbeschikkingsrecht, rationalisme,
emancipatie, verzuiling en ontzuiling,
abstracte samenleving, differentiatie,
rolsegmentatie, institutionalisering,
pluraliteit, pluralisme, sociale differentiatie en secularisatie.
7.2. Functionele en substantiële definitie van godsdienst; dimensies van
godsdienst; intrinsieke en extrinsieke
motivatie; psychologische stromingen
en godsdienst.
Zelfbeeld-Godsbeeld: emotioneel,
cognitief, dynamisch, cultuurhistorisch
bepaald, projectie en overdracht.
Religieuze ervaring: ervaring en geloof,
voorwaarden voor een religieuze
ervaring; modellen;cognitief, dynamisch en pragmatisch; effecten religieuze ervaring; fenomeen bekering.
7.3. Ontwikkeling van het vak godsdienstpedagogiek: Comenius, Rousseau, Herbart, Egan en Vygotsky
geesteswetenschappelijke pedagogiek,
empirisch-analytische pedagogiek,
kritische pedagogiek, cultuurpedagogiek, humaan-spirituele pedagogiek,
waardegericht leren.
8.1. Methode bij levensbeschouwelijke leerprocessen waarbij wordt geleerd om uit te drukken wat men
persoonlijk bezighoudt, ziet, hoort,
binnen een postmoderne
cultuur.
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Thema
Categorie/
kernconcept
Omschrijving van de categorie /
het kernconcept
voelt, kernbegrip: authenticiteit, actief
en participatief.
Voorbeelden
2. Levensbeschouwelijk
gesprek
8.2. Conceptuele en methodische
kennis van het levensbeschouwelijk
gesprek; ermee kunnen werken of te
verwijzen
8.3. Drama heeft te maken met uitspelen. Drama is een manier van
werken die mensen uitnodigt in een
verhaal of dilemma te stappen en het
van binnenuit te verkennen en te
onderzoeken.
8.2.1 Juist of onjuist: bij een
levensbeschouwelijk gesprek
draait het om de verifieerbare
waarheid.
8.3.1. Bij drama is sprake van
hermeneutisch bezig zijn. Is dit
juist of onjuist?
8.2.2 Noem en beschrijf minstens drie kenmerken van een
levensbeschouwelijk gesprek.
8.4.1 Beschrijf kernachtig de
functie van de volgende drie
soorten beelden: cartoons,
symbolische foto's en grafieken.
8.5.1 Is woestijn een Bijbels
symbool dat kan worden
ingezet bij symbooldidactiek?
8.4.2 Waarin onderscheidt
beelddidactiek zich van kunstanalyse bij beeldende vorming?
8.6.1 In welke jaren is de
historisch kritische methode
ontwikkeld?
8.6.2 Op welke wijze benader
je een tekst vanuit de historisch kritische methode?
8.7.1 Juist of onjuist. Bij narrativiteit gaat het om een éénduidige betekenisgeving van
het verhaal..
8.7.2 juist of onjuist. Narrativiteit heeft een voorkeur voor
logisch /argumentatieve taal.
8.8.1 Noem twee argumenten
die gebruikt werden in de
polymiek rond creationisme en
evolutieleer.
8.8.2 Op welke wijze verdedigde de evangelist Marcus zich
ten opzichte van de buitenstaanders?
8.9.1. Juist of onjuist. Bij
mystiek is er sprake van een
religieuze ervaring.
8.9.2. Benoem 3 verschillende
elementen die belangrijk zijn
bij mystagogiek
3. Drama
4. Beelddidactiek
8.4 Systematische inzet van beeld bij
levensbeschouwelijke leerprocessen,
waarbij beeld systematisch wordt
ingezet bij de kennisverwerving en
kennisverwerking.
5. Symbooldidac- 8.5 Didactisch proces waarbij het
tiek
symbool dient als een sleutel met
dubbele baard om zowel de dagelijkse
ervaring op te roepen als ook de
levensbeschouwelijke (waaronder de
Bijbelse) werkelijkheid. Symbooldidactiek leent zich bij uitstek voor hermeneutische leerprocessen.
6. Exegese
8.6 Een discipline die teksten met
wetenschappelijke methodes verklaart
en uitlegt. Voor Bijbelexegese maakt
men gebruik van de historisch-kritische
methode en het model van tekstanalyse.
7. Narrativiteit
8.7. De manier waarop een tekst als
vertelde tekst kan worden beschreven.
De narrativiteit wordt daarbij bepaald
door de onderlinge relaties binnen de
tekst zelf, de betekenis van die tekst
en de geschiedenis of reeks gebeurtenissen die er in de grondslag van
vormen. De mens is een vertellend
wezen en komt op verhaal. De mens is
een drager van verhalen, van het eigen
verhaal en van het verhaal waarin het
is opgenomen.
8. Apologetiek
8.8. Verantwoordinge en verdediging
van het geloof. De theologische onderbouwing van geloofsverdediging en
geschriften waarin geloofsverdediging
voorkomt duiden.
9 Mystgogiek
8.9. Inwijding in het geheim van het
geloof.
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
8.3.2 Wat is het onderscheid
tussen drama en bibliodrama
8.5.2 Welke van de volgende
foto's zijn symbolische foto's?
39
Bijlage 5 Programmaoverzicht
Jaar
1
2
3
4
Oude Testament
5
4
3
3
Nieuwe Testament
5
4
3
3
Dogmatiek
4
3
3
3
Kerkgeschiedenis
4
3
3
3
Ethiek
4
3
3
3
Filosofie
3
3
WSB
3
4
GCZ
3
3
3
Relatie en gezag
4
4
4
Leeromgeving en org.
4
4
4
Ontwikkeling en uniciteit
4
4
4
Verantw. en relatie
4
ICT
4
Persoonlijke vorming
4
4
4
4
Stage/Lio-stage
4
4
Praktische Theologie
2
3
Godsdienstpedagogiek
3
Apologetiek
Vakdidactiek
25
3
3
3
3
Methodologie
6
3
3
Scriptie
9
Intervisie
1
Uit de keuzemodulen (6)
Verdieping Apologetiek
6
6
(3)
(3)
Evangelistiek
(3)
(3)
Diaconaat
(3)
(3)
Homiletiek
(3)
(3)
Verd. ped. did. vaard.
(3)
(3)
Pastorale psychologie
(3)
(3)
Catechetiek
(3)
(3)
Pastoraat en ziekte
(3)
(3)
Missiologie
(3)
(3)
Verdieping Ethiek
(3)
(3)
60
60
Totaal
60
60
2
De grijze vlakken geven het onderwijsaanbod dat wordt verzorgd door Driestar Educatief weer.
40
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs
Bijlage 6 Bestudeerde documenten
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Begeleiding studenten GL
Beleidsplan Onderzoek
Bekwaamheidsdossier
Beoordelingsformulier opleider met en SBL-competenties
Curriculumraamwerk overzicht
Deskundigheidsbevordering 2013-2016
Instructie docent 2013-2014
Kennisbasis godsdienst
Kwaliteitszorg CGO 2008-2014
Kwaliteitsverslagen A, B en C 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013
Literatuurlijst
Nota Toetsing en afsluiting’
Notitie Handicap en studie
Notitie Huisvesting’
Opleidingsplan 2013-2018
Overzicht bekwaamheid personeel
Personeelsplan CGO 2013-2018
Programma eindtermen voor het vak godsdienst in het reformatorisch onderwijs.
Reglement Examencommissie .
Studiegids Pedagogisch didactisch programma voor studenten CGO
Studiegids-GL
Verzoek accreditatie aan NVAO
Documentatie over student tevredenheid (Kwaliteitsverslagen)
Documentatie over docent tevredenheid
Toetsopgaven met beoordelingscriteria en normering.
Handboeken en overig studiemateriaal
Verslagen van de laatste twee cursusjaren van
a. Bestuursvergadering
b. Docentenvergadering
c. Opleidingscommissie
d. Examencommissie
e. Werkveldcommissie
f. Landelijk overleg Theologieopleidingen
Representatieve selectie van feitelijk gemaakte toetsen (presentaties, stages,
assessments of portfolio’s)
en beoordelingen
Logboeken Snoek
Assessment Driestar Educatief
Opdrachten Driestar Educatief
Kritische reflectie
Door de commissie bepaalde representatieve selectie van afstudeerwerken van de afgelopen twee jaar met
bijbehorende beoordelingscriteria en normering
Voorafgaand aan het bezoek heeft de commissie de scripties bestudeerd van vijftien studenten. De opleiding hanteert geen studentnummers, maar uitsluitend de namen van studenten. Om redenen van privacy zijn de namen
van de studenten van wie de commissie afstudeerwerk beoordeelde, niet opgenomen in dit rapport. Desbetreffende namen zijn uiteraard wel bekend bij opleiding, panel en evaluatiebureau.
Tweedegraads Lerarenopleiding Godsdienst
maart 2014
41
Bijlage 7 Onafhankelijkheidsverklaringen
42
Stichting Cursus Godsdienstonderwijs