Transcript 002811 rapport Zuyd hbo-ba Verloskunde
Zuyd Hogeschool Bacheloropleiding Verloskunde
omzetten BOB naar UOB Uitgebreide opleidingsbeoordeling RAPPORT
© Netherlands Quality Agency (NQA) Februari 2014
2/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Inleiding
Dit visitatierapport bevat de aanvullende beoordeling van de bestaande hbo bacheloropleiding Verloskunde van Zuyd Hogeschool in het kader van het omzetten van de Beperkte Opleidingsbeoordeling (BOB) naar een Uitgebreide Opleidingsbeoordeling (UOB). Het betreft in dit geval een aanvullende visitatie op de in 2012 uitgevoerde Beperkte Opleidings Beoordeling conform het Protocol aanvullende beoordeling na negatieve of ingetrokken ITK (NL), 26 februari 2013 . Zuyd Hogeschool en NQA hebben hiervoor gezamenlijk een passende werkwijze opgesteld en deze ter instemming voorgelegd aan de NVAO. De aanvullende beoordeling betreft de UOB-standaarden 6 (Het programma is studeerbaar), 8 (De opleiding beschikt over een doeltreffend personeelsbeleid), 12 (De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten bevorderen de studievoortgang en sluiten aan bij de behoefte van studenten), 13 (De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen), 14 (De uitkomsten van deze evaluaties vormen de basis voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van streefdoelen) en 15 (Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en examencommissie, medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding actief betrokken). Voor de standaarden 6 en 12 geldt dat deze specifiek zijn beoordeeld voor studenten met een functiebeperking. De beoordeling is uitgevoerd door een visitatiepanel dat door NQA, in opdracht van Zuyd Hogeschool, is samengesteld. Het panel is in overleg met de opleiding samengesteld en is voorafgaand aan de visitatie goedgekeurd door de NVAO. Het rapport beschrijft de bevindingen, overwegingen en conclusies van het panel. Het is opgesteld conform het Beoordelingskader voor de uitgebreide opleidingsbeoordeling van de NVAO (22 november 2011) en het NQA Protocol 2013 voor de uitgebreide opleidingsbeoordeling . De visitatie heeft plaatsgevonden op 20 november 2013. Het visitatiepanel bestond uit: De heer drs. B.J.A.M. van Bergen (voorzitter, domeindeskundige) Mevrouw drs. J.E.D. Ossewold (domeindeskundige) De heer drs. D.W. Righters MBA (domeindeskundige) De heer S. Langius (studentlid) Mevr. drs. C.W.G.P. van Pelt, auditor van NQA, trad op als secretaris van het panel. Bij de aanvraag werd door de instelling een aanvullende kritische reflectie aangeboden die naar vorm en inhoud voldeed aan de eisen van het desbetreffende beoordelingskader van de NVAO en aan de eisen van het NQA Protocol 2013 . © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 3/37
Het panel heeft de aanvullende kritische reflectie bestudeerd en een bezoek aan de opleiding gebracht. De aanvullende kritische reflectie en alle overige (mondeling en schriftelijk) verstrekte informatie hebben het visitatiepanel in staat gesteld om tot een weloverwogen oordeel te komen. Het visitatiepanel verklaart dat de beoordeling van de opleiding in onafhankelijkheid heeft plaatsgevonden. Utrecht, 4 februari 2014 Panelvoorzitter Panelsecretaris De heer drs. B.J.A.M.
van Bergen Mevrouw drs. C.W.G.P. van Pelt 4/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Samenvatting
Het visitatiepanel concludeert op basis van de visitatie dat de hbo-bacheloropleiding Verloskunde (Academie voor Verloskunde Maastricht) van Zuyd Hogeschool van voldoende kwaliteit is. Het panel beoordeelt de opleiding als positief . Studeerbaarheid Het panel constateert dat de opleiding het programma zo studeerbaar mogelijk probeert te maken voor studenten met een functiebeperking. Het panel is zeer te spreken over en onder de indruk van de manier waarop de opleiding hiermee omgaat. Het panel is van oordeel dat de opleiding deze studenten goed helpt om uit te groeien tot volwaardige beroepsbeoefenaars en dat ze voldoende middelen hiertoe ter beschikking stelt. Studenten geven in het gesprek aan dat ze zeer te spreken zijn over de manier waarop de opleiding met hun functiebeperking omgaat en dat ze intensief worden begeleid. Het panel beoordeelt standaard 6, studeerbaarheid met een goed . Personeelsbeleid Het panel stelt vast dat de opleiding een zorgvuldig en adequaat personeelsbeleid voert dat uitstekend anticipeert op langere termijn ontwikkelingen zowel in het vakgebeid als in het onderwijs. Het panel is onder de indruk van het streven van het management om de opleiding te wetenschappelijk te onderbouwen en de resultaten die zij hierin al heeft behaald. Het panel is van oordeel dat de opleiding door haar hoge ambitieniveau, haar visionaire blik op het vak en de manier waarop zij dit gestalte geeft, niet alleen de opleiding maar ook het vakgebied en het beroep van de verloskundige naar een hoger niveau weet te tillen. Het panel beoordeelt standaard 8, personeelsbeleid met een excellent . Studiebegeleiding In de wijze waarop de opleiding haar studenten begeleidt, constateert het panel een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor elke individuele student en met name voor studenten met een functiebeperking. Deze studenten krijgen een goede en intensieve begeleiding zo stelt het panel vast. Het panel is van mening dat het regelmatig studiebegeleidersoverleg van de opleiding een goede bijdrage levert aan de monitoring van de studievoortgang. Het panel beoordeelt standaard 12, studiebegeleiding met een goed . Kwaliteitszorg De opleiding beschikt over een systematisch opgezet systeem van kwaliteitszorg dat de opleiding in staat stelt het onderwijs zorgvuldig te evalueren. Het systeem voorziet zowel in schriftelijke evaluaties als in evaluaties via overlegstructuren. Het panel is zeer te spreken over de wijze waarop de opleiding de kwaliteit van het onderwijs bewaakt, bijstuurt en verbetert. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 5/37
Het panel beschouwt dit als een uitstekend voorbeeld voor andere opleidingen in het hbo omdat de opleiding hiermee aantoont dat zij daadwerkelijk beschikt over een kwaliteitscultuur die niet top-down is ingezet en die wordt gedragen door alle geledingen binnen de opleiding. Het panel beoordeelt standaard 13, evaluatieresultaten met een excellent . Het panel stelt vast dat binnen de opleiding evaluaties altijd leiden tot concrete, waarneembare en geformaliseerde verbeteringen. Ook constateert het panel dat de opleiding op een goede manier uitvoering geeft aan de (externe) eisen die er worden gesteld en de verbetermaatregelen die er zijn getroffen na de vorige visitatie. Het panel beoordeelt standaard 14, verbetermaatregelen met een goed . Het panel stelt vast dat de opleiding de verschillende belanghebbenden goed en systematisch bij de kwaliteitszorg van het onderwijs betrekt. Studenten, opleidingscommissie, docenten en alumni zijn structureel en goed betrokken bij de kwaliteit van het onderwijs, zo constateert het panel. Het panel is van oordeel dat de opleiding zich goed bewust is dat er samenhang moet zijn tussen het binnenschools en buitenschools leren gelet op het grote belang van de door de opleiding gewenste beroepshouding. Het panel beoordeelt standaard 15, betrokkenheid bij kwaliteitszorg met een goed . 6/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Inhoudsopgave 1 Beoordeling Programma
Standaard 6
Personeel
Studeerbaarheid Standaard 8
Voorzieningen
Personeelsbeleid Standaard 12 Studiebegeleiding
Kwaliteitszorg 2 3 4
Standaard 13 Evaluatie resultaten Standaard 14 Verbetermaatregelen Standaard 15 Betrokkenheid bij kwaliteitszorg
Eindoordeel over de opleiding Aanbevelingen Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Deskundigheden leden visitatiepanel en secretaris Bezoekprogramma Bestudeerde documenten Verklaring van volledigheid en correctheid
9 9
9
11
11
13
13
15
15 17 18
21 23 25
27 33 35 37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 7/37
8/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
1 Beoordeling
Het visitatiepanel beschrijft hieronder voor de standaarden 6, 8, 12, 13, 14 en 15 van het NVAO beoordelingskader de bevindingen, overwegingen en conclusies. Het eindoordeel over de bovengenoemde standaarden van de opleiding volgt in hoofdstuk 2.
Programma Standaard 6 Studeerbaarheid
Het programma is studeerbaar (voor studenten met een functiebeperking).
Bevindingen Voor (aspirant) studenten van de Academie voor Verloskunde Maastricht (AVM) met een functiebeperking gaat de opleiding uit van de visie zoals geformuleerd in het rapport: ‘Een visie op toegankelijkheid’ . Deze is geoperationaliseerd in de routeplanner Zuyd Hogeschool: studeren met een functiebeperking of een chronische ziekte. Verloskunde is een vak dat hoge eisen stelt aan de fysieke en mentale conditie van degene die dit wil bestuderen en uitvoeren. Er worden hoge eisen gesteld aan onder andere de mobiliteit van studenten en in het vakgebied wordt op onregelmatige tijden gewerkt. Tijdens de werving van studenten verloskunde, zowel op de Studiebeurzen als op de Open Dagen geeft de opleiding uitgebreid voorlichting over de zwaarte van de opleiding en het beroep. Tijdens de Experience Day (meeloopdag) en de selectie krijgen de kandidaten een reëel beeld van wat het volgen van de opleiding van hun vraagt. De AVM probeert de studenten voorafgaand aan de selectie inzicht te geven in wat het vak vraagt en probeert te voorkomen dat kandidaten met een voor deze opleiding ernstige functiebeperking zich aanmelden en worden geselecteerd voor de opleiding. Het gaat om functiebeperkingen die het uitvoeren van het beroep ernstig hinderen en/of onmogelijk maken. Bij inschrijving kunnen studenten al aangeven dat ze een functiebeperking hebben en in dat geval nodigt de decaan de aspirant-student uit voor een gesprek. Als studenten starten met hun studie maken ze al vroeg in de eerste onderwijsperiode kennis met de decaan tijdens een kennismakingscollege, waarin ze worden geïnformeerd over studeren met een functiebeperking en met name dyslexie. Tijdens de propedeuse wordt het studenten al in een vroege fase duidelijk of ze de opleiding kúnnen en willen volgen en hoe ze dat gaan doen. De student en de studiebegeleider bekijken samen wat de beperking is, wat de consequenties zijn en welke voorzieningen daarvoor zijn. Zo nodig wordt de decaan ingeschakeld om dit met de student in kaart te brengen. De docentbegeleider kan ook betrokken worden als de beperking gevolgen heeft voor de stage. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 9/37
Als voor de student voorzieningen nodig zijn, wordt hiervoor een verzoek ingediend bij de examencommissie. De examencommissie bepaalt – na advies van de begeleider en/of de decaan te hebben ingewonnen – op welke wijze de student met bijzondere omstandigheden in de gelegenheid wordt gesteld tentamens af te leggen (de beoordeling van de stage wordt gezien als een tentamen). In de examencommissie heeft zowel een extern lid (verloskundige) als de verantwoordelijke van de opleiding voor de stages zitting. Zij bewaken dat voorzieningen passend zijn bij het eindniveau van de opleiding en toepasbaar tijdens de stages in praktijken en ziekenhuizen. Iedere student met een functiebeperking krijgt advies op maat, geeft de opleiding aan in de Aanvullende Kritische Reflectie (2013). Kandidaten met dyslexie kunnen al tijdens de selectie gebruik maken van voorzieningen in de vorm van extra tijd voor het maken van schriftelijke opdrachten en (indien nodig) een groter lettertype voor het lezen van de opdrachten. Tijdens de opleiding kunnen de studenten een verzoek indienen bij de examencommissie om gebruik te mogen maken van deze extra voorzieningen. Bij dit verzoek dient de student een geldige dyslexieverklaring te overleggen. Toekenning van extra faciliteiten is afhankelijk van de aangeboden tentamenvorm en wordt door de Examencommissie individueel beoordeeld. In de Aanvullende Kritische Reflectie (2013) schrijft de opleiding dat in de afgelopen drie jaren het aantal studenten met dyslexie aanzienlijk is toegenomen: namelijk van zes naar vijftien studenten. Overwegingen en conclusie Het panel heeft op basis van de documenten en de gesprekken met studenten en docenten kunnen vaststellen dat de opleiding probeert het programma zo studeerbaar mogelijk te maken voor studenten met een functiebeperking, mits deze beperking geen risico oplevert voor de uiteindelijke beroepsbeoefening. Gezien de aard van het vakgebied is niet iedere functiebeperking toelaatbaar. Het panel is onder de indruk van de nauwkeurigheid, de integriteit en het gevoel voor verantwoordelijkheid voor de student, maar ook voor diens uiteindelijke cliënt/patiënt waarmee de opleiding de studenten adviseert en begeleidt. De opleiding geeft hierdoor blijk van het hebben van een ‘kwaliteitscultuur’en een intrinsiek streven naar het borgen van kwaliteit in alle dimensies. In het gesprek geven studenten aan dat ze zeer tevreden zijn over de manier waarop de opleiding met hun functiebeperking omgaat en dat ze intensief worden begeleid. Het panel is van mening dat de opleiding studenten met een functiebeperking goed helpt om uit te groeien tot volwaardige beroepsbeoefenaars. Studenten vinden hun weg naar de verschillende personen die hen verder kunnen helpen, zo geven ze tijdens het gesprek aan. Ook heeft de opleiding voldoende middelen ter beschikking om studenten met een functiebeperking de extra hulp te bieden die zij nodig hebben. De nauwgezette monitoring van het leerproces van de student zorgt ervoor dat trajecten tijdig bijgestuurd kunnen worden. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel goed . 10/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Personeel Standaard 8 Personeelsbeleid
De opleiding beschikt over een doeltreffend personeelsbeleid.
Bevindingen In de Aanvullende Kritische Reflectie (2013) schrijft de opleiding dat het onderwijs aan de AVM wordt ontwikkeld en uitgevoerd door een groep bevlogen docenten en onderzoekers, die weer ondersteund worden door betrokken beleidsmedewerkers en secretariaatsmedewerkers. Zij zijn het belangrijkste kapitaal van de AVM. De AVM heeft een personeelsbeleid dat zowel is afgestemd op de eigen missie, visie en (strategische) doelstellingen als op de beleidskaders en –uitgangspunten van Zuyd Hogeschool. De missie, visie en doelen worden jaarlijks in een Strategisch Personeelsplan concreet vertaald naar (meerjaren)doelen en een activiteitenplanning. In het Strategisch Personeelsplan wordt de relatie gelegd tussen de eisen die gesteld worden aan de organisatie, niveau van onderwijs en de daarvoor benodigde kwantitatieve en kwalitatieve inzet van personeel. Het wervings- en scholingsbeleid speelt hierin een belangrijke rol, maar daarnaast is er continue aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en professionalisering via gesprekken met docenten over taakinzet en het opstellen van persoonlijke ontwikkelplannen (POP) in het kader van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Gezien de omvang en inhoud van de opleiding is het niet mogelijk om alle specialistische deskundigheden zelf in huis te hebben. Daarnaast is het gunstig voor het onderwijs en de praktijk om regelmatig deskundigen uit het werkveld te laten participeren in de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijs. Om die reden heeft de opleiding een gastdocentenbeleid voor het verzorgen van bijvoorbeeld colleges, workshops en casuïstieklessen over specialistische (medische) onderwerpen. De gastdocenten zijn medisch specialisten van het Maastrichts Universitair Medisch Centrum (MUMC) en het Orbis Medisch en Zorgconcern (Sittard) en docenten van de Maastricht University en andere kenniscentra van Zuyd Hogeschool. Gastlessen worden verzorgd door deskundigen op specifieke maatschappelijk relevante onderwerpen, zoals huiselijk geweld, vrouwenbesnijdenis en multiculturele zorg of gastlessen over praktijkvoering en ondernemerschap. De AVM maakt in haar onderwijs gebruik van simulatiecliënten en werkstudenten. Ten aanzien van de professionele ontwikkeling is het personeelsbeleid van de opleiding gericht op het stimuleren van medewerkers in het nemen van hun eigen verantwoordelijkheid in aansluiting op de missie en visie van de AVM. Wervingsbeleid Het wervingsbeleid is in de eerste plaats gericht op verloskundigen die een mastertitel hebben. Indien dit (nog) niet het geval is, is het volgen van een mastertraject onderdeel van het persoonlijk deskundigheidsbevorderingsplan. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 11/37
De AVM richt zich in haar werving van docenten op verloskundigen met ambitie om de opleiding wetenschappelijk te onderbouwen, ondersteunen en bereid zijn om naast hun baan als docent, ook eigen tijd te investeren in scholing. Wat betreft contracten en functiewaardering hanteert AVM het Zuyd-beleid dat stuurt op het behoud van een flexibele schil. Dat betekent dat nieuwe medewerkers drie maal een jaarcontract krijgen alvorens zij een vast contract krijgen. Daarnaast hanteert de AVM ook nog het criterium van een minimale contractomvang van 0,6 fte. Medewerkers hebben dan voldoende gelegenheid om naast hun primaire onderwijstaak ook deel te nemen aan diverse overlegvormen en scholingsactiviteiten. Scholing en promovendibeleid In verband met de missie van de AVM, de wetenschappelijke onderbouwing van de opleiding en de prestatieafspraken die Zuyd Hogeschool met het ministerie van OCW heeft gemaakt, investeert de opleiding sinds enkele jaren fors in scholing van medewerkers naar een master of science niveau en promotietrajecten. Omdat beginnende docenten vooral vanwege de kennis op hun vakgebied aangenomen worden, is de scholing bij hen allereerst gericht op het behalen van didactische competenties via de docentenopleiding van Zuyd Hogeschool en training on the job. Daarnaast krijgen zij de eerste 2 jaar de gelegenheid zich in te werken in een (grote) organisatie en het op een ander niveau brengen en hanteren van vakinhoudelijke en didactische kennis. Na maximaal 3 jaar zitten zij op het basisniveau docentschap en een MSc niveau (of zijn hierin ver gevorderd) wat het vakgebied betreft. Daarna kan het traject, afhankelijk van de mogelijkheden, voortgezet worden met een promotietraject. De AVM volgt hier het docentprofessionaliseringbeleid zoals beschreven in het document ‘Docentprofessionalisering’ van Zuyd Hogeschool en haar eigen Strategisch Personeelsplan . Om op vakinhoudelijk en (medisch) onderwijskundig gebied up-to-date te blijven is de AVM als organisatie lid van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO) en de Association for Medical Education in Europe (AMEE). Één of twee medewerkers gaan jaarlijks naar het NVMO en internationale AMEE congres om de ontwikkelingen in het medisch onderwijs te volgen. Ook is het mogelijk voor docenten om andere onderwijs- of vakinhoudelijke congressen te bezoeken. Tevens is scholing voor alle medewerkers gericht op Engelstaligheid en het werken in een digitale leer-/werkomgeving. Het curriculum van de opleiding bestaat voor een groot deel uit buitenschools leren. De begeleiders in de stage praktijk(en) worden voor deze taak geschoold door de AVM. Het betreft een verplichte basiscursus stagewerkbegeleiding en de facultatieve jaarlijkse scholingsdagen. Voor bepaalde cursussen van het centrum voor Leven Lang Leren van de AVM geldt een korting voor stagebegeleiders en alumni van de AVM. De AVM volgt het beleid van Zuyd Hogeschool wat betreft de facilitering van promovendi en heeft daarnaast een eigen promovendibeleid dat in de context staat van de door de beroepsvereniging en opleidingen gewenste academisering van de opleiding. Het doel van dit beleid is om, naast het voldoen aan de normen in het hbo, bij te dragen aan het realiseren van de wetenschappelijke onderbouwing van de opleiding. 12/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Met name docenten met een verloskundige achtergrond worden zoveel mogelijk gefaciliteerd om een promotietraject te doorlopen om op termijn bij te dragen aan de realisering van een wetenschappelijke staf in de fysiologische verloskunde. Sinds september 2010 heeft de AVM een eigen hoogleraar Midwifery/Fysiologische Verloskunde in dienst, met een leerstoel verbonden aan de onderzoeksschool CAPHRI van de Maastricht University. Overwegingen en conclusie Het panel heeft het personeelsbeleid bestudeerd en vindt dat de opleiding dit zorgvuldig uitvoert. De huidige omvang, voorgenomen investeringen en kwaliteit van het personeel zijn zonder meer goed te noemen. Door de investeringen die de opleiding doet op het gebied van scholing en promovendibeleid anticipeert zij op de langere termijn ontwikkelingen, zo stelt het panel vast. Docenten, zo constateert het panel, zijn betrokken en gemotiveerd en bereid veel vrije tijd te investeren in master- en PhD-trajecten. Dit stelt de opleiding tevens in staat om de prestatienormen van het percentage masterdocenten, de streefnorm is in 2016, 80 procent en in 2010, 100 procent masterdocenten te hebben. Docenten geven aan dat ze meer keuzevrijheid willen ten aanzien van het volgen van een masteropleiding. De opleiding heeft de keuzemogelijkheden hiervoor inmiddels verruimd. Het panel is onder de indruk van het gefundeerde streven naar wetenschappelijke onderbouwing van de opleiding en de reeds behaalde resultaten in dit verband. Omdat de opleiding als een van de drie Verloskunde opleidingen een unieke positie inneemt binnen het hbo-onderwijs heeft zij een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwaliteit van het vakgebied en de beroepsuitoefening. Ook de aard van het vak en het beroep brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Het panel ziet dat de opleiding zich hier terdege van bewust is en hier op een zeer integere en overtuigende wijze vorm aan geeft. Door haar hoge ambitieniveau, haar visionaire blik op het vak en haar adequate en voortvarende aanpak weet de opleiding niet alleen zichzelf maar ook het vakgebied en daarmee het beroep van verloskundige op een hoger niveau te tillen. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel excellent .
Voorzieningen Standaard 12 Studiebegeleiding
De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten bevorderen de studievoortgang en sluiten aan bij de behoefte van studenten (met een functiebeperking).
Bevindingen Goede en adequate studiebegeleiding draagt bij aan de studeerbaarheid van de opleiding, zo schrijft de opleiding in de Aanvullende Kritische Reflectie (2013). Tijdens het theoretische deel van de opleiding worden de studenten begeleid door een studiebegeleider en tijdens stage door een stagebegeleider en docentbegeleider (opleiding). © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 13/37
In die begeleiding zorgt de opleiding ervoor dat er goed naar de student wordt geluisterd en dat de student zichzelf goed leert kennen. De AVM besteedt veel aandacht aan goede studiebegeleiding door de gerichte inzet van studiebegeleiders. Studenten krijgen vier jaar lang dezelfde studiebegeleider om continuïteit in de begeleiding te bereiken. De studiebegeleiding bij de AVM is ingedeeld in drie niveaus: een regulier traject voor alle studenten (niveau 1), en een individueel begeleidingstraject (niveau 2) de studentendecaan wordt gezien als niveau 3. Niveau 1: Regulier traject De reguliere studiebegeleiding heeft betrekking op: studievaardigheden,professioneel gedrag, studievoortgang (inclusief bindend studieadvies) en persoonlijke ontwikkeling. Niveau 2: Individueel traject Het tweede niveau betreft een individueel begeleidingstraject. Voor sommige studenten is het reguliere begeleidingstraject onvoldoende ondersteunend om tot de gewenste resultaten te komen. Er is dan een ‘vangnet’ dat voorziet in de begeleiding van deze student. Deze begeleiding wordt op maat geboden. Niveau 3: Studentendecaan Bij specifieke problematiek (derde niveau) bestaat voor studenten de mogelijkheid om de studentendecaan te raadplegen. Er kan doorverwijzing plaatsvinden van de studiebegeleider of andere docenten (zoals docentbegeleiders) naar de studentendecaan, maar de student kan ook zelfstandig contact opnemen. De decaan begeleidt waar mogelijk zelf de student en zal deze anders doorverwijzen naar bijvoorbeeld een studentenpsycholoog. De studentendecaan heeft op een vast moment per week op de locatie AVM spreekuur. Indien nodig kan een student op andere dagen op een andere Zuydlocatie bij de decaan terecht. Overwegingen en conclusie Het panel heeft op basis van de gesprekken met studenten met een functiebeperking een goede indruk gekregen van de begeleiding van deze studenten. Het panel ziet dat docenten veel verantwoordelijkheid nemen voor studenten met een functiebeperking en hen goed begeleiden tijdens hun studie. Elke zes weken hebben de studiebegeleiders een overleg waarin het onderwerp ‘studentbespreking’ een vast onderdeel is. Studenten met problemen worden hier besproken ter advisering en om een eenduidige werkwijze af te stemmen. De decaan wordt jaarlijks een à tweemaal voor dit overleg uitgenodigd. Het panel is hierover zeer positief. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel goed . 14/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Kwaliteitszorg Standaard 13 Evaluatie resultaten
De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen.
Bevindingen De opleiding heeft toetsbare streefdoelen opgesteld die onder andere tot uitdrukking komen in de zogenoemde kritische prestatie indicatoren (kpi’s) en strategische doelen die op hogeschoolniveau zijn overeengekomen waaronder redement, contacturen en student docentratio. De AVM bewaakt de kwaliteit van de opleiding periodiek op vier niveaus: - individuele onderwijsactiviteiten; - - onderwijsperiodes; curriculum; - organisatiedoelen. In de Aanvullende Kritische Reflectie (2013) geeft de opleiding aan dat de planningsgroep (bestaand uit de periodeverantwoordelijke en planningsgroeplid) verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs per onderwijsperiode. De jaarplanningsgroep waarin alle periodeverantwoordelijken zitting hebben, zijn verantwoordelijk voor de samenhang in de uitvoering van elke onderwijsperiode. Aan het einde van een onderwijsperiode zorgt de periodeverantwoordelijke dat evaluatievragen aan studenten worden aangeleverd voor een digitale evaluatie. Deze vragen gaan over hoe studenten de afgelopen onderwijsperiode, ook op het niveau van individuele activiteiten, hebben ervaren. Daarnaast wordt tijdens de onderwijsperiode mondeling door de tutoren van de onderwijsgroepen met studenten het onderwijs geëvalueerd. Samenvattingen van de kwaliteitsverslagen worden na bespreking in de jaarplanningsgroep openbaar gemaakt voor studenten en medewerkers via Blackboard. De opleiding kent duidelijke en wettelijk vastgelegde opleidingseisen. Daarnaast is het werkveld van de verloskundigen continu in ontwikkeling. De kwaliteitsbewaking van het onderwijsprogramma en de opleidingseisen kent twee doelen: 1. De garantie dat er, bij aanpassingen en wijzigingen in het programma, niet wordt afgeweken van deze eisen en; 2. Het actualiseren van het onderwijsprogramma in geval van aanpassingen van de eisen (beroepsprofiel, AMvB). Om deze doelen te bereiken heeft de AVM een leerplancommissie ingesteld. De leerplancommissie wordt voorgezeten door de teamleider van de bacheloropleiding. Verder hebben hierin het hoofd van de vakgroep Midwifery Science, de accountmanager Leven Lang Leren (LLL), de beleidsmedewerker onderwijs en een aantal docenten zitting. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 15/37
Op deze manieren zijn verloskundige, onderzoek- en onderwijskundige expertise vertegenwoordigd en is geborgd dat de ontwikkelingen in de verloskunde en het werkveld op de voet gevolgd worden. De opleiding neemt deel aan de Nationale Studenten Enquête (NSE). De AVM behoort niet alleen tot de hoogst scorende opleidingen binnen Zuyd Hogeschool maar ook tot de hoogst scorende opleidingen in het Hoger Onderwijs in Nederland. Via het management informatiesysteem (MIS) van Zuyd Hogeschool tenslotte, verzamelt de AVM vanaf 2012 informatie met betrekking tot uitval uit het eerste jaar, uitval uit de bachelor, rendement van de bacheloropleiding en de student – docentratio. Voor 2012 werden gegevens door AVM zelf gegenereerd. In de nabije toekomst zullen in het MIS ook gegevens verzameld worden over docentkwaliteit en contacturen. De streefwaarden en doelstellingen op al deze indicatoren komen voort uit de prestatieafspraken tussen AVM en het College van Bestuur van Zuyd Hogeschool. Deze zijn voor een belangrijk deel afgeleid van de prestatieafspraken met OCW. Overwegingen en conclusie Het panel heeft het kwaliteitszorgsysteem en de verschillende (formele en informele) evaluatie-instrumenten bestudeerd en stelt vast dat de kwaliteitscyclus van de opleiding zeer uitgebreid en grondig is en dat deze de PDCA-cyclus geheel doorloopt. Vooral de onderwijsevaluaties zijn zeer uitgebreid, zo constateert het panel. Studenten geven in het gesprek aan dat ze naar hun gevoel soms te veel evaluatievragen van de opleiding voorgelegd krijgen, waardoor ze ‘evaluatiemoe’ worden. De opleiding speelt hier adequaat op in met korte vragenlijsten voor onderwijsperiodes waar weinig aanpassing voor nodig was c.q. is gedaan. Het gestandaardiseerd evalueren en terugkoppelen naar de stagepraktijk blijft een punt van aandacht, zo stelt het panel vast. Het panel is onder de indruk van de wijze waarop de opleiding grip heeft op de eigen kwaliteit en de eventuele bijsturing en verbetering. De manier waarop de opleiding hier vorm aan geeft, overstijgt het gebruikelijke niveau van top-down controle en bijstelling. Naar de mening van het panel geeft de opleiding blijk van het hebben van een ‘kwaliteitscultuur’, die gebaseerd is op een kwaliteitsbewustzijn dat niet top-down wordt ingezet en waarbij het intrinsieke streven naar kwaliteit bij alle geledingen van de organisatie permanent aanwezig is. Hiermee overstijgt de opleiding de wijze van kwaliteitszorg zoals die doorgaans wordt aangetroffen binnen het hbo. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel excellent . 16/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Standaard 14 Verbetermaatregelen
De uitkomsten van deze evaluaties vormen de basis voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan realisatie van de streefdoelen.
Bevindingen In de evaluatiecyclus op het niveau van de onderwijsperiodes is geborgd dat de uitkomsten van iedere evaluatieronde per onderwijsperiode meegenomen worden bij op opstarten van dezelfde onderwijsperiode in het volgend jaar. De docent die verantwoordelijk is voor de organisatie van de betreffende periode neemt het kwaliteitsverslag van het voorgaande jaar als startpunt voor de wijzigingen die hij gaat aanbrengen in het nieuwe jaar. Een belangrijke rol hierbij heeft de paragraaf met de verbetermaatregelen uit het kwaliteitsverslag. De verantwoordelijke docent geeft in de jaarplanningsgroep aan wat hij met deze maatregelen heeft gedaan en, na afloop van de onderwijsperiode, wat het effect van deze maatregelen was. Op deze manier is de PDCA-cyclus geborgd. Op curriculum niveau worden de verbetermaatregelen in gang gezet door de leerplancommissie. Deze adviseert het managementteam van de AVM om opdrachten te verlenen aan bijvoorbeeld werkgroepen om op specifieke onderdelen van het curriculum aanpassingen te ontwikkelen. Omdat enkele leden van het managementteam in de leerplancommissie zitten, is de doorlooptijd van advies en implementatie kort en efficiënt. Op het niveau van de organisatie wordt door het CvB van Zuyd Hogeschool aan het managementteam van de AVM gevraagd om jaarlijks management rapportages te maken en op basis van centraal afgesproken thema’s en streefdoelen activiteiten in jaarplanningen op te nemen. Overwegingen en conclusie Op basis van de bestudeerde documenten en de gesprekken met docenten, management en studenten, stelt het panel vast dat binnen de opleiding evaluaties leiden tot concrete, waarneembare en geformaliseerde verbeteringen. Het panel ziet ook dat de opleiding op een goede manier uitvoering geeft aan de (externe) eisen die er worden gesteld én de verbetermaatregelen die er zijn getroffen na de vorige visitatie. Het panel is zeer te spreken over de wijze waarop verbeteringen niet top-down worden aangepakt maar door alle geledingen binnen de opleiding worden gedragen en opgepakt. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel goed . © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 17/37
Standaard 15 Betrokkenheid bij kwaliteitszorg
Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en examencommissie, medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding actief betrokken.
Bevindingen De opleiding heeft als uitgangspunt dat zij de diverse betrokkenen bij haar onderwijs regelmatig wil raadplegen over de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkelingen in het beroep. De AVM kent een opleidingscommissie waarin studenten en docenten zitting hebben. Deze commissie komt 6 keer per jaar bij elkaar. In deze commissie kunnen docenten en studenten structureel inbrengen waar zij mogelijkheden zien tot verbetering van de opleiding. De door de commissie vastgestelde adviezen die hieruit voortkomen worden door de teamleider bachelor of in het managementteam van de AVM ter besluitvorming meegenomen. Examencommissie De examencommissie is verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit van de examens en het afstudeerniveau. Deze commissie komt gemiddeld 14 keer per jaar bij elkaar. In de bijeenkomsten wordt onder andere de kwaliteit van de examens besproken. De monitoring van deze kwaliteit en het voorstellen van verbetermaatregelen is door de examencommissie gedelegeerd naar de tentamencommissie. Deze heeft een kwaliteitsprocedure voor de constructie van toetsen opgesteld. Als de tentamencommissie op basis van deze procedure aanleiding ziet tot verbeteringen, dan brengt zij een advies uit dat via de examencommissie wordt voorgelegd aan de teamleider bachelor of het managementteam ter besluitvorming. Werkveld en alumni Het werkveld van de verloskunde is vergeleken met de meeste andere beroepsgroepen klein. Het vormt een wereld waarin bijna iedereen elkaar kent. Het werkveld en de alumni overlappen elkaar ook voor een groot deel omdat er op slechts vier locaties in Nederland in totaal drie opleidingen verloskunde zijn. Bovendien is het werkveld voor een groot deel betrokken bij de opleiding doordat de AVM met ongeveer 210 eerstelijns stagepraktijken en 19 ziekenhuizen samenwerkt om het buitenschoolse deel van de opleiding (42% van het opleidingsprogramma) te realiseren. De tevredenheid over de AVM van het werkveld en de alumni wordt daarom in de gaten gehouden via de frequente contacten die er zijn met de stageverlenende praktijken en de deelname van AVM medewerkers in diverse werkveldgremia. Verloskundige docenten nemen deel aan regionale en landelijke activiteiten van de beroepsvereniging. In het kader van de stagebegeleiding, -beoordeling en -scholing hebben docenten veelvuldig contact met de stageverlenende praktijken en -instellingen. 18/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Alle tweedelijns stage instellingen worden jaarlijks bezocht door een docent die tevens verantwoordelijk is voor de stageplanning. De teamleider bezoekt jaarlijks een aantal eerstelijns en tweedelijns stagepraktijken in het kader van relatiemanagement. Feedback van de stagepraktijken wordt besproken in het overleg van de bij het buitenschools leren betrokken docenten: de docentbegeleiders. Indien nodig worden voorstellen tot aanpassing van het onderwijs voorgelegd aan de leerplancommissie of teamleider bachelor. Uit een onderzoek dat de opleiding heeft laten uitvoeren bleek ook dat er aandachtspunten te benoemen zijn wat betreft de borging van voldoende stageplaatsen. Zo waren de stageperiodes niet goed afgestemd tussen de academies en per academie tussen de verschillende jaarprogramma’s waardoor er in bepaalde periodes van het jaar een grote druk ligt op het aantal beschikbare stageplaatsen. De belangrijkste adviezen die uit het onderzoek naar voren kwamen, waren om meer en beter te investeren in relatiemanagement en netwerken met het werkveld en meer te anticiperen op ontwikkelingen in het werkveld bijvoorbeeld het opleiden tot klinisch verloskundigen. Overwegingen en conclusie Het panel stelt vast dat de opleiding de verschillende belanghebbenden adequaat bij de kwaliteitszorg van het onderwijs betrekt. Met name studenten, opleidingscommissie en docenten zijn structureel en goed betrokken bij de kwaliteit van het onderwijs. Op basis van de Aanvullende Kritische Reflectie (2013) en het gesprek met het management constateert het panel dat het werkveld en de alumni vooral via persoonlijke contacten hun feedback geven. Het panel ziet ook dat de opleiding zich goed bewust is dat er continuïteit moet zijn tussen binnen- en buitenschools leren. Dit is van groot belang voor de internalisatie van het door de opleiding gewenste beroepsmatig handelen. Het panel komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel goed . © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 19/37
20/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
2 Eindoordeel over de opleiding
Oordelen op de standaarden Het visitatiepanel komt tot de volgende oordelen op de standaarden: Standaard Oordeel Standaard 6 Studeerbaarheid Standaard 8 Personeelsbeleid Standaard 12 Studiebegeleiding Standaard 13 Evaluatie resultaten Standaard 14 Verbetermaatregelen Standaard 15 Betrokkenheid bij kwaliteitszorg Goed Excellent Goed Excellent Goed Goed Overwegingen en conclusie Het visitatiepanel beoordeelt de kwaliteit van de bestaande hbo-bacheloropleiding Verloskunde (Academie voor Verloskunde Maastricht) van Zuyd Hogeschool als positief.
© NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 21/37
22/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
3 Aanbevelingen
• De herordening van de werkverdeling/werklast binnen AVM als gevolg van de prestatieafspraken met OCW zal beter lukken als management en medewerkers deze nieuwe realiteit accepteren als een uitdaging aan het creatieve potentieel van de gehele opleiding om te zoeken naar een nieuwe balans tussen realisatie van de doelen en de middelen die hiervoor beschikbaar zijn. • Een goede balans tussen binnen- en buitenschools leren is geen vanzelfsprekendheid. Met name de professionalisering van de buitenschoolse leeromgeving is cruciaal voor de uiteindelijke beroepsopvatting van de uitstromende verloskundige. In die zin zijn de uitgezette onderzoeken en de geïntensiveerde samenwerking met het afnemende beroepenveld van groot belang. • Met name bij een opleiding als Verloskunde is het van groot belang maximaal te blijven inzetten op een volledig en juiste voorlichting aan studenten met een functiebeperking voordat ze met de opleiding starten. • Een uitdaging voor de opleiding zal zijn de prestatieafspraken van Zuyd Hogeschool met OCW in te passen in de vigerende personele bezetting. Tegen de achtergrond van eerdere opmerkingen over transparantie door het personeel is, ten behoeve van draagvlak voor deze grote taakverschuiving, intensieve communicatie van groot belang. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 23/37
24/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
4 Bijlagen
© NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 25/37
26/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Bijlage 1: Deskundigheden leden visitatiepanel en secretaris
De heer drs. B.J.A.M. van Bergen, voorzitter De heer Van Bergen is ingezet vanwege zijn deskundigheid op het gebied van gezondheidszorg, zijn onderwijsdeskundigheid door zijn ervaring in wo en het hbo in verschillende functies en zijn auditdeskundigheid, verkregen door betrokkenheid bij de instellingstoetsen via de NVAO; de visitaties van de hbo masteropleidingen advanced nursing practice en physician assistant; de visitatie van de opleiding verplegingswetenschap van de Universiteit Maastricht; de visitatie van het kenniscentrum innovatie van zorgverlening aan de Hogeschool Utrecht volgens de si-quest methode. De heer Van Bergen is regelmatig voorzitter geweest van opleidingsvisitaties voor de NVAO en NQA. Voor deze visitatie is hij aanvullend individueel geïnstrueerd over het proces van visitatie en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA. Opleiding: 1970 – 1972 1966 – 1972 Studie Ziekenhuiswetenschappen Universiteit van Utrecht Sociologie Universiteit van Amsterdam Werkervaring : o.a. 1987 – 2007 Directiefuncties bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en rechtsvoorgangers Laatste functie: faculteitsdirecteur bij de faculteit gezondheid, gedrag en maatschappij 1992 – 2007 Voorzitter sectoraal adviescollege hgzo van de HBO-Raad Bestuursfuncties in de gezondheidszorg Lid van adviescommissies t.b.v. de overheid Auteur op gebied van gezondheidszorg Overig: Lid validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek hogescholen (VKO) Technisch adviseur medische universiteiten Vietnam en Ministry of Health Lid van programma/beoordelingscommissies van NOW, Zon-MW en Sia-Raak De heer drs. D.W. Righters MBA De heer Righters heeft vanuit diverse functies en uiteenlopende werksituaties ruime kennis van en ervaring met bedrijfseconomische en managementvraagstukken opgedaan. Als zelfstandig consultant heeft hij ervaring op het gebied van bedrijfseconomische en managementvraagstukken, kwaliteitsmanagement in het bijzonder. Ook is hij door zijn docentschap goed bekend met het hoger beroeps onderwijs. Sinds 2004 is de heer Righters als docent Organizational Behavior & Marketing verbonden aan de Rotterdam Business School (onderdeel van Hogeschool Rotterdam). Rotterdam Business School (RBS) heeft een internationaal karakter vanwege het feit dat de studentenpopulatie uit 45 verschillende nationaliteiten bestaat en het curriculum Engelstalig is. Daarnaast heeft RBS internationaal aansluiting bij diverse partnerscholen (Demi) verspreid over Europa, Noord Amerika en Azië. Met deze Demi partners vindt uitwisseling plaats en kunnen wederzijdse studenten een gedeelte van hun studie bij de RBS volgen en/of afronden en vice versa. Naast het verzorgen van diverse colleges bij RBS is de heer Righters regelmatig tweede beoordelaar bij scripties van buitenlandse studenten die een double degree willen behalen. Daarnaast is de heer Righters regelmatig gastdocent in China, Canada, United Kingdom en Duitsland. De heer Righters heeft deelgenomen aan de NQA auditortraining hoger onderwijs en heeft vanuit ervaring als panellid/voorzitter van meer dan 10 visitaties kennis van de accreditatiesystematiek. Hij heeft vanuit opleiding en werkervaring internationale kennis van het domein en is daarnaast gediplomeerd Lead-Auditor ISO-9002. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 27/37
Opleiding: 2009 2004 Didactische bevoegdheid behaald aan de VU (Vrije Universiteit) Amsterdam. 2004 – heden Erasmus Universiteit Rotterdam, faculteit Bedrijfskunde; promotietraject. Het promotieonderzoek richt zich op Kwaliteitsmanagement in relatie tot Strategie. MBA Gediplomeerd Lead-Auditor ISO 9002, Lead Auditor INK 1989 1982 1978 Doctoraal Bedrijfskunde, deels op Michigan Business School, Detroit, USA HEAO VWO Werkervaring: 2007 – heden Universiteit van Lubljana, gastdocent 2005 – heden Geely Beijing University, gastdocent (3 x per jaar) 2004 – heden Docent Organizational Behavior & Marketing en docent Research, Rotterdam Business School 2000 – heden Docent Bedrijfseconomie Hogeschool Rotterdam, docent Marketing, Finance & Accounting 2000 – heden Q-minds B.V., adviesbureau op het gebied van economische vraagstukken en 1997 – 2000 1993 – 1997 1989 – 1993 kwaliteitsmanagement, freelance consultant KLM, Coachen en begeleiden van trainees KLM, Trainingen verzorgen ten behoeve van grond en vliegend personeel KLM, Logistiek & Planning (vloot en menskrachtplanning) Mevrouw drs. J.E.D. Ossewold Mevrouw Ossewold is ingezet als panellid vanwege haar grote expertise in de wereld van communicatie, media en design. Zij is eigenaar en directeur van The Creative Media Consultancy, adviesbureau voor de creatieve en de kennisintensieve industrie en het creatief onderwijs. The CMC levert producten en consultancy op het snijvlak van design, media, technologie en communicatie aan opdrachtgevers uit de profit en non profit sector (Van Gogh Museum, de Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam, Universiteit Leiden, PCM Uitgevers, ABN/AMRO, Oxfam Novib, Telfort en Hogeschool Windesheim), waarbij strategische positionering en productinnovatie centraal staan. Creatieve conceptontwikkeling en (interactieve) storytelling spelen daarbij een grote rol. Op grond van haar expertise wordt zij regelmatig gevraagd voor lezingen en om plaats te nemen in een forum of een jury (b.v. Nederlandse Designprijzen). Daarnaast neemt zij deel aan (internationale) congressen en seminars. Sinds 1991 is mevrouw Ossewold tevens werkzaam in het hoger onderwijs als docent, onderwijsontwikkelaar, manager en lector. Voor deze visitatie heeft mevrouw Ossewold onze handleiding voor panelleden ontvangen en in een voorbereidende vergadering is hij aanvullend geïnstrueerd over het proces van visitatie en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA. Opleiding: 1994 Didactiek voor het Kunstvakonderwijs, Hogeschool van Amsterdam 1985 – 1988 1983 – 1988 1982 – 1983 1976 – 1982 Doctoraal Filosofie, Radboud Universiteit Nijmegen Doctoraal Nederlandse taal- en letterkunde, Radboud Universiteit Nijmegen Propedeuse klassieke Taal- en Letterkunde Gymnasium 28/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Werkervaring: 2002 – heden Eigenaar en directeur van The Creative Media Consultancy, adviesbureau voor de 2001 – 2002 creatieve en de kennisintensieve industrie en het creatief onderwijs Senior consultant ‘Communication & Design’, Eden Design & Communication, een groot, multidisciplinair ontwerpbureau in Amsterdam 1997 – 2001 1994 – 1997 Creatief directeur, chair en partner van TBWA/e-Company, een internationaal bureau op het gebied van digitale communicatie en realisatie van e-producten, e productinnovatie en e-business strategie Consultant digitale media en productontwikkeling voor omroepen, culturele en 1990 – 1997 onderwijsorganisaties (o.a. het Internationale Filmfestival Rotterdam, NCRV, Media Academy, Universiteit Utrecht Directeur van Ossewold Productions; een film en audiovisuele productiemaatschappij 1988 – 1990 voor documentaires, experimentele films en interactieve producties Curator en onderzoeker, Amsterdams Historisch Museum Werkervaring in onderwijsfuncties: 2009 – heden Lector Media/interactie & narratie, Fontys Hogescholen (een interdisciplinair lectoraat van Journalistiek, ICT, Kunsten, Communicatie). Hoofd FutureMediaLab 2009 – 2010 Associate Professor ‘Media, Communication & Visual Culture’, Artez Hogeschool voor de Kunsten, Instituut voor Media & Graphic Design 2006 – 2009 2005 – 2009 Lector ‘Tomorrow Matters’ (design, technologie en productinnovatie), Design Academy Eindhoven Ontwikkelaar en Hoofd van de onderwijsafdeling ‘Lab’ (design, technologie en 2005 2003 – 2005 2001 – 2005 innovatie), Design Academy Eindhoven Externe Examinator van de Master of Arts in Interactive Multimedia, Michaelis School of Art & Design, Universiteit van Kaapstad, Zuid Afrika Externe Examinator van de Master of Arts in Interactive Multimedia, Dublin Institute of Technology Ontwikkelaar en Hoofd ‘Communication & Multimedia Design’, Academie voor ICT en Media (AIM) en Academie voor Kunst en Vormgeving AKV St.Joost, Avans 2000 1998 – 1999 1997 – 2000 1995 – 2001 Hogeschool Breda Gastdocent Interactief Ontwerpen, Academie voor Kunst en Vormgeving AKV/St. Joost, Breda Docent Media ontwerp aan de Gerrit Rietveld Academie Gastdocent Digitale Cultuur, Universiteit van Amsterdam Docent (onderwijs, onderwijsontwikkeling en promotieonderzoek) Nieuwe Media en Interactieve Narratie, Universiteit Utrecht Hoofd afdeling Interaction Design, Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht, Faculteit 1994 – 1997 1993 – 1997 Kunst, Media en Technologie Hoofd masteropleiding European Master of Arts - Interactieve Multimedia, Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht 1991 – 1994 Docent lineair en nonlineair scriptschrijven, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Publicaties: 2011 2010 2009 2006 The New Mass, over massa, identiteit en sociale media Lost in data, het belang van storytelling in een mediacultuur Getto Media; media als drager en vormer van culturele identiteit “Living media”; keynote lecture and publication, international symposium ‘Design and semantics of form and movement’, Technical University Eindhoven. © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 29/37
Overig: Lid van de Raad van Toezicht, de Waag/Society for old and new media, Amsterdam. Lid van de Programma Adviesraad van de educatieve omroep RVU. BNO, mede-oprichter en voorzitter platform interactieve media. Lid Gender & Technology Network. Lid IPAN, Interactive Professionals Association Netherlands. Adviescommissie kunstenplan/media, Gemeente Amsterdam. Lid adviescommissie van de projectorganisatie kunstvakonderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Voorzitter bestuur Stichting TUMC, ter bevordering van binnen- en buitenschools creatief techniekonderwijs op alle niveaus. Jurylid Nieuwe Media, Art Directors Club Nederland. Jurylid Dutch Design Awards. Jurylid Drenthse Kunst & Cultuurprijzen. Lid Commissie Dunnewijk.
De heer S. Langius De heer Langius is ingezet als studentlid. Hij volgt de hbo bacheloropleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening bij Hogeschool Utrecht, waar hij lid is van de opleidingscommissie. Daarnaast is hij betrokken geweest bij de interne audit van de Hogeschool Utrecht. Hij heeft als studentpanellid deelgenomen aan visitaties van hbo-bacheloropleidingen MWD bij Hogeschool Rotterdam en Avans Hogeschool. De heer Langius is representatief voor de primaire doelgroep van de opleiding en beschikt over studentgebonden deskundigheden met betrekking tot de studielast, de onderwijsaanpak, de voorzieningen en de kwaliteitszorg bij opleidingen in het domein. Voor deze visitatie is de heer Langius aanvullend individueel geïnstrueerd over het proces van visitatie en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA. Opleiding: 2010 – heden Maatschappelijk Werk en Dienstverlening – Hogeschool Utrecht 2008 – 2010 Havo – Pantarijn, Wageningen 2004 – 2008 VMBO-TL – Pantarijn, Wageningen Werkervaring: 2010 – 2012 2009 – 2010 2008 – 2009 Stages: vakkenvuller C1000 Vaartjes vakkenvuller Kruitvat begeleider Ouwehands dierenpark (begeleiden van kinderen in attracties) 2012- 2013 2011 – 2012 2010 – 2011 Stagiair woonbegeleider RIBW AVV, Wageningen (begeleiden van mensen met een psychisch ziektebeeld bij het wonen en de wensen van de cliënt.) Stagiair baliemedewerker – Meldpunt vrijwilligerswerk Wageningen (sociale kaart van Wageningen bijwerken, hulpvragen verduidelijken, representeren van het Meldpunt, administratie bijhouden. Maatje bij Vitzo en de Vriendendienst van Humanitas.) Stagiair kinderwerker - Stichting Welzijn Amersfoort (organiseren van activiteiten, begeleiden bij spellen, analyseren en signaleren van problematiek in de wijk.) 30/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Mevrouw drs. C.W.G.P. van Pelt Mevrouw Van Pelt is ingezet als NQA-auditor. Mevrouw Van Pelt werkte tot 2013 als onderwijsmanager bij Hogeschool Rotterdam. Daarvoor heeft zij gewerkt als hoofd onderwijs en kwaliteitszorg bij Hogeschool Zuyd. In 2013 heeft zij de training voor secretarissen bij de NVAO gevolgd en sinds dat jaar werkt zij voor Netherlands Quality Agency. Mevrouw Van Pelt heeft vanwege haar eerdere functies, onder andere als onderwijskundig adviseur binnen verschillende hogescholen, ruime ervaring met visitaties en audits. Opleiding: 2013 1985 1980 1976 1976 1972 Werkervaring: 2013 - heden Senior auditor/adviseur - Netherlands Quality Agency 2008 - 2013 2005 - 2008 Onderwijsmanager Instituut voor Lerarenopleidingen VO/BE, Hogeschool Rotterdam Hoofd Onderwijs en Kwaliteitszorg Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving Maastricht, Hogeschool Zuyd 2006 - 2008 Training secretaris - NVAO Radboud Universiteit Nijmegen – Wetenschapsjournalistiek (certificering) Universiteit Utrecht – Kunstgeschiedenis en Geschiedenis (doctoraal) Radboud Universiteit Nijmegen – Algemene en vakdidactiek (1 e graad lesbevoegdheid kunstgeschiedenis en geschiedenis) Radboud Universiteit Nijmegen - Kunstgeschiedenis en Archeologie (kandidaats) Gymnasium F FECTIS, Organisatie + Innovatie Onderwijskundig adviseur tijdens accreditatietrajecten, Noordelijke Hogeschool en Christelijke Hogeschool Leeuwarden en Hogeschool Utrecht 2003 - 2005 1998 - 2003 1988 - 1998 1981 - 1984 1980 - 1988 Senior beleidsadviseur Strategie- en Beleidsontwikkeling, Universiteit Maastricht Projectleider EQUAL Nijmegen Senior beleidsadviseur Strategisch Personeelsmanagement, Radboud Universiteit Hoofd Communicatie en Voorlichting, RAAP Archeologisch Adviesbureau Amsterdam Projectleider Kunsteducatieproject, Kunsthistorisch Centrum Amsterdam Docente Kunstgeschiedenis en Cultuurbeschouwing, Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving, ’s-Hertogenbosch en Hogere Technische School, Tilburg © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 31/37
32/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Bijlage 2: Bezoekprogramma
Tijdstip 08.30 – 08.45 uur 09.00 – 09.45 uur 10.00 – 10.45 uur 11.00 – 11.45 uur 12.00 – 12.45 uur Programmaonderdeel Ontvangst en kennismaking Gesprek met opleiding Social Work (management en docenten) Gesprek met studenten Gesprek met opleiding Verloskunde (management en docenten) Lunch Deelnemers De heer drs. B.J.A.M. van Bergen Mevrouw drs. J.E.D. Ossewold De heer drs. D.W. Righters MBA De heer S. Langius Mevr. drs. C.W.G.P. van Pelt Mevr. drs. E. Laeven Mevr. dr. M. Stuijts Mevr. S. Heusschen De heer J. de Jong, 2 de jaars Verloskunde Mevr. A. ten Barge, 2 de jaars Verloskunde De heer S. van Helvert, 3 de jaars CMD De heer D. Wouters, 3 de jaars, CMD Mevr. R. Massi, 2 de jaars HBO-V De heer T. Wanders, 2 de jaars HBO-V De heer D. van Kempen, 1 ste jaars IB De heer A. Vrijling, 5 de jaars IB Mevr. M. Welle, 4 de jaars, SW Mevr. C. van den Boorn (alumna), SW Mevr. R. van Krimpen MMO De heer drs. P. Evers De heer R. Elshout MA De heer drs. P. Debats Mevr. S. Mets De heer drs. B.J.A.M. van Bergen Mevrouw drs. J.E.D. Ossewold De heer drs. D.W. Righters MBA De heer S. Langius 12.45 – 13.30 uur Gesprek met opleiding Communication & Multimedia Design (management en docenten) 13.45 – 14.30 uur Gesprek met opleiding HBO Verpleegkunde (management en docenten) 14.45 – 15.30 uur Gesprek met opleiding International Business (management en docenten) Mevr. drs. C.W.G.P. van Pelt Mevr. T. ten Kampe De heer drs. D. Krapels De heer R. Delsing De heer L. Wanten De heer drs. F. Benjamins Mevr. drs. L. Hendriks Mevr. drs. T. Schuffelen Mevr. E. Santos-Mourinho Mevr. drs. J. Oostijen Mevr. drs. M. Niesten Mevr. drs. M. Ubachs Mevr. mr. drs. M. Cauberg De heer H. v.d. Staay © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 33/37
15.45 – 17.00 uur Paneloverleg 17.00 – 17.30 uur Terugkoppeling en afronding De heer drs. B.J.A.M. van Bergen Mevrouw drs. J.E.D. Ossewold De heer drs. D.W. Righters MBA De heer S. Langius Mevr. drs. C.W.G.P. van Pelt 34/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Bijlage 3: Bestudeerde documenten
• • • • • • • • • • • • • • • Aanvullende Kritische Reflectie Verloskunde, september 2013 Eindrapport Beperkte Opleidingsbeoordeling Verloskunde, NQA, 2012 Rapport Zuyd Hogeschool, Een visie op toegankelijkheid , 2011 Kwaliteitszorg voor ons allen , Zuyd Hogeschool, 2012 Integraal HR-beleid, 2012 Strategisch Personeelsplan 2013-2015, 2013 Introductie Medewerkers; Introductiebeleid voor nieuwe medewerkers Zuyd Docentprofessionalisering. De professionele docent op weg naar 2013, Hogeschool Zuyd 2009 Aandacht als motor van het gesprek; Functioneringsgesprekken en beoordelen, 2011 Deelrapportage Medewerkerstevredenheidsonderzoek Verloskunde, mei 1992 Opleidingscompetenties Bachelor Verloskunde AVM, 2007 Jaarplan Bachelor 2013-2014, februari 2013 Themakaarten en strategische doelen 2013-2017 Jaarverslag AVM 2011-2012 Tekort aan stageplaatsen, verloskundigen en academie: “How should twins meet?”, 2011 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 35/37
36/37 © NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde
Bijlage 4: Verklaring van volledigheid en correctheid
© NQA – Zuyd Hogeschool: omzetten BOB naar UOB – Verloskunde 37/37