1 Gramsbergerweg 50a 7772 CX Hardenberg tel.nr.: 0523

Download Report

Transcript 1 Gramsbergerweg 50a 7772 CX Hardenberg tel.nr.: 0523

Gramsbergerweg 50a 7772 CX Hardenberg tel.nr.: 0523-272442
1
Voorwoord
Voor u ligt de schoolgids van de christelijke school voor speciaal basisonderwijs
professor Waterinkschool.
De schoolgids is bedoeld voor ouders en
verzorgers van kinderen op de professor
Waterinkschool en voor ouders die
belangstelling hebben voor onze school.
Kenmerkend voor onze school is dat wij
specialistische zorg bieden die de reguliere
basisschool niet biedt. Dat is de essentie
van onze sbo-school.
Wij werken hard aan het gevoel van eigen
waarde, opbrengsten en inspiratie.
In deze schoolgids vindt u ook praktische
informatie over wie wij zijn, wat wij doen
en wat wij willen, maar ook namen,
adressen, informatie over het bestuur, de
medezeggenschapsraad, de organisatie
van de school, enz.
De schoolgids wordt jaarlijks opgesteld en
uitgereikt aan de ouders/verzorgers van
onze leerlingen.
In de eerste week na de zomervakantie
wordt de gids uitgereikt aan alle ouders en
allen die bij de school zijn betrokken en
aan ouders die zich oriënteren voor
plaatsing van hun kind op onze speciale
school voor basisonderwijs.
Wij blijven u op de hoogte houden van
ontwikkelingen in onze school.
Voor verdere informatie of toelichting kunt
u contact opnemen met de directie.
Namens het team
Aaldert Renting
Directeur
1
Colofon
Prof. Waterinkschool
Christelijke Speciale School voor Basisonderwijs
Gramsbergerweg 50a
7772 CX Hardenberg.
Telefoon: 0523 272442.
Fax
: 0523 272443.
E-mail: [email protected]
Website : www.profwaterinkschool.nl
Directeur:
Dhr. A. Renting
Westerveldseweg 18
7921 NB Zuidwolde
tel.nr.: nog niet bekend
Intern begeleidster:
Mevr. I. van Faassen
Burg. v. Riemsdijkstraat 21
7783 BJ Gramsbergen
tel.nr.: 0524-562044
Bevoegd gezag:
Stichting voor Protestants Christelijk Primair Onderwijs Chrono
Voorzitter college van bestuur:
Dhr. H. Brink,
Erve Odinck 7c,
7773 DE Hardenberg
tel. 0523-272821.
Onderwijs inspectie:
Rijksinspectiekantoor Zwolle "Hanzeland"
Postbus 10048
8000 GA Zwolle.
tel. 088 6696060.
2
Van de directeur/bestuurder van de Stichting voor Protestants Christelijk Primair
Onderwijs Chrono, gevestigd te Hardenberg
De professor Waterinkschool behoort tot
de Stichting voor Protestants Christelijk
Primair Onderwijs Chrono, gevestigd te
Hardenberg.
Onze stichting van 16 scholen stelt zich
ten doel het doen geven van Protestants
Christelijk primair onderwijs. Zij tracht dit
doel te bereiken door het oprichten en
instandhouden van scholen voor
Protestants Christelijk primair onderwijs in
Noordoost Overijssel. Dit alles zoveel
mogelijk in samenwerking met
ouderklankbordgroepen, directies,
medezeggenschapsraden van de scholen
en de gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad.
Chrono is per 1 januari 2005 ontstaan
door een fusie van de Vereniging voor PC
basisonderwijs in Avereest en de
Vereniging voor PC Primair Onderwijs in
Noordoost Overijssel, gevestigd te
Hardenberg. Per 1 januari 2012 is de
vereniging omgezet in een stichting.
De Ledenraad van Chrono heeft op 29 juni
2011 daartoe besloten en er voor gekozen
om bestuur en toezicht volledig te
scheiden: het College van Bestuur (CvB)
bestuurt en de Raad van Toezicht (RvT)
houdt (intern) toezicht. Omdat de
schoolcommissies zijn verdwenen en we
veel belang blijven hechten aan
ouderbetrokkenheid, heeft elke school nu
een ouderklankbordgroep. Een door de
Ledenraad vastgestelde beknopte
kaderstelling geeft richtlijnen voor
samenstelling en werkwijze van de
ouderklankbordgroep.
gekozen voor de omschrijving
directeur/bestuurder.
Op de website van Chrono
(www.chronoscholen.nl) staan de Statuten
van de Stichting, het bestuursreglement
en het organogram.
Het Protestants Christelijk onderwijs is
onderwijs waarbij ouders een belangrijke
rol spelen. Uw meeleven en meedenken is
erg belangrijk. Dat zult u vooral doen op
de school zelf, bijvoorbeeld in de
ouderklankbordgroep of de
medezeggenschapsraad (MR).
Bovenschools kunt u een rol spelen door u
als ouder verkiesbaar te stellen voor de
GMR (=gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad). Deze GMR
bestaat uit 8 leden, waarvan de helft
ouders en de helft personeelsleden van
Chrono.
Daarnaast kunt u solliciteren als lid van de
Raad van Toezicht, indien er een vacature
is.
Per 1 januari 2012 zijn de leden van de
Raad van Toezicht gestart met hun
werkzaamheden.
We werken samen aan het onderwijs voor
onze kinderen op alle Chronoscholen. De
directeuren en directeur/bestuurder
worden daarbij ondersteund door de
medewerkers van het bestuurscentrum.
Wij willen Chrono als professionele
organisatie verder uitbouwen. Daarmee
zorgen we met name voor goede
randvoorwaarden, zoals op het gebied van
onderwijs, christelijke identiteit,
personeel/ organisatie, financiën,
huisvesting en ICT. Door goed samen te
werken, solidair te zijn en elkaar te
ondersteunen bij zaken die onze aandacht
vragen, kunnen we als stichting voor alle
Chronoscholen het nodige betekenen!
Daar ligt de meerwaarde voor de scholen.
Bij Chrono is gekozen voor een eenhoofdig
College van Bestuur. College van Bestuur
is de wettelijke term; een College van
bestuur kan uit één of meerdere personen
bestaan. Indien het om één persoon gaat,
zoals bij Chrono, wordt in de praktijk vaak
Vanuit Chrono willen we planmatig werken
en plannen op elkaar aan laten sluiten.
Een belangrijk basisdocument is het
Strategisch Bestuursbeleidsplan 20142018 (SBB); u treft het aan op de website
van Chrono.
3
De zes speerpunten daaruit zijn:
vorm en inhoud geven aan Passend
Onderwijs
het vormgeven van ouderbetrokkenheid als educatief partnerschap
het inspelen op ICT-ontwikkelingen
voor het onderwijs in de scholen
het blijvend sturen op
competenties van personeel
het inspelen op het Integraal
Huisvestingsplan (IHP) en
doorcentralisatie buitenonderhoud
het afstemmen van de interne
organisatie van de scholen en het
bestuurscentrum
Elke school werkt volgens het Schoolplan
2011-2015. De schoolplannen 2015-2019
worden dit schooljaar ontwikkeld en deze
sluiten aan op het SBB 2014-2018: naast
de zes speerpunten van Chrono zijn er
speerpunten op schoolniveau.
Een paar hele praktische voorbeelden van
de meerwaarde van Chrono:

Alle personeel is in dienst van Chrono
en dus niet van een school. Dat
betekent dat het personeel de
mogelijkheid heeft eens op een andere
school te gaan werken. Soms is dat
noodzakelijk, bijvoorbeeld als de ene
school minder leerlingen krijgt en een
andere juist meer.

Binnen Chrono bestaat de mogelijkheid
voor tweescholendirecteur. Dat is met
name aantrekkelijk voor kleine(re)
scholen.

We organiseren personeelsbijeenkomsten, waar ervaringen worden
uitgewisseld. Zo kun je gemakkelijk
van elkaar leren. Bijvoorbeeld door het
uitwisselen van lesmateriaal.

Op het gebied van ICT, bijvoorbeeld de
aanschaf van computers en tablets,
werken we nauw samen. De
systeembeheerder werkt voor alle
scholen, die hetzelfde systeem
gebruiken. Dat maakt het onderhoud
gemakkelijker.

Het bestuurscentrum ondersteunt de
directeuren bij hun werk. Als je dingen
voor één school uitzoekt en ander
scholen daarover inlicht, scheelt dat
moeite en tijd. Voorbeelden zijn vragen
op het gebied van huisvesting en
onderhoud, verlofaanvragen voor
personeel, veiligheid van
speeltoestellen.




In het directeurenoverleg worden
zaken besproken die voor alle scholen
van belang zijn.
Bij scholing van personeel werken we
nauw samen, zodat we bijvoorbeeld
steeds vaker cursussen in Hardenberg
kunnen organiseren.
Onder de stichting valt, naast vijftien
basisscholen, een school voor speciaal
basisonderwijs, de Professor
Waterinkschool. De expertise die in
deze school aanwezig is, kan door alle
Chronoscholen gebruikt worden.
De directeur/bestuurder en een aantal
directeuren nemen deel aan overleg
binnen de afdeling Hardenberg van het
samenwerkingsverband Passend
Onderwijs Veld, Vaart en Vecht
De afgelopen schooljaren hebben we een
systeem ontwikkeld voor kwaliteitszorg,
op zowel schoolniveau als bovenschools.
Daarmee krijgen directies, MR, GMR en
Raad van Toezicht meer zicht op de
kwaliteit van de diverse onderdelen die we
belangrijk vinden. We willen zo
voorkomen dat we verrast worden.
Het “Jaarbericht juni 2013” is te vinden op
de website www.chronoscholen.nl Mocht
u liever een leesexemplaar willen, dan
kunt u deze verkrijgen via de directeur
van de school; op elke school ligt een
aantal exemplaren van het Jaarbericht.
Door het lezen van het Jaarbericht weet u
wat er speelt binnen Chrono en de
scholen.
Het komend cursusjaar zullen we u een
aantal keren via de nieuwsbrief van de
scholen op de hoogte houden van actuele
ontwikkelingen. Ook kunt u daarvoor de
websites van de scholen en Chrono
raadplegen (www.chronoscholen.nl).
De bedoeling van deze schoolgids is om u
als ouder een helder en duidelijk beeld te
geven waar de school voor staat. Scholen
verschillen, ook binnen onze stichting. Als
directeur/ bestuurder ben ik daar blij om.
De stichting streeft naar “eenheid in
verscheidenheid”. Dat betekent dat iedere
school de nodige ruimte krijgt om zichzelf
te profileren in samenspraak met de
directe omgeving van de school (team,
ouderklankbord, mr en ouders).
Daarnaast is het zo dat in de schoolgids
ook verantwoording wordt afgelegd door
de school over de manier van werken en
de resultaten. Ook dat aspect van de
schoolgids juich ik toe. U als ouder hebt er
recht op om te weten waar de school voor
staat, maar ook waar u op mag rekenen.
4
Uw kind(eren) brengt/brengen veel tijd
door op de basisschool. Als directeur/
bestuurder ben ik blij dat u uw kind(eren)
wilt toevertrouwen aan een van onze
Chronoscholen. Ik wens u, samen met
allen die bij de school betrokken zijn, een
goede tijd toe. Voor al uw vragen kunt u
contact opnemen met de school.
Jan van Dijken,
directeur/bestuurder (tot 1 augustus
2014; per deze datum opgevolgd door
Henk Brink)
Gegevens van het bestuurscentrum
van Chrono
Bestuurscentrum Chrono
Erve Odinck 7c
7773 DE HARDENBERG
Tel.: 0523-272821
De medewerkers zijn bereikbaar tijdens
kantooruren (behalve vrijdag)
e-mail:
[email protected]
website: www.chronoscholen.nl
Medewerkers bestuurscentrum:
Henk Brink (directeur/bestuurder)
Roelineke Gommer (beleidsmedewerker
Personeel en Organisatie)
Dalida Harders (beleidsmedewerker
Financiën, Huisvesting en ICT)
Janine Murk (managementassistent,
ondersteuning beleidsmedewerker
Personeel en Organisatie)
Ada van der Linden (administratief
medewerker, ondersteuning
beleidsmedewerker Financiën, Huisvesting
en ICT)
Leden van de Raad van Toezicht,
situatie per 1 augustus 2014:
De heer K. Muis
Voorzitter
Mevrouw A. Meijer
Vice-voorzitter
De heer H. Meilink
De heer H.J. Waterink
De heer R. van de Klippe
De heer E.M. Mulder
De heer J. Rieks
5
1. Wie zijn wij?
In dit hoofdstuk beschrijven wij onze visie en uitgangspunten. Op basis van deze
uitgangspunten werken wij aan de kwaliteit van ons onderwijs en baseren wij de
scholing van team en teamleden.
1.1 Visie van onze school
Christelijke visie:
De Prof. Waterinkschool is een Christelijke
school. Wij geloven dat het woord van
God beslissende betekenis heeft voor het
leven van ieder mens.
Dit trachten wij zichtbaar te laten worden
in ons bestaan, opdat de leef- en
werkvormen die we gekozen hebben voor
het kind geloofwaardig worden. Wij willen
ons hieraan houden door in onze school
regelmatig om te gaan met het gebed, de
Bijbellezing, de Bijbelvertelling, de
kerkgeschiedenis, Christelijke liederen en
de viering van de Christelijke feestdagen.
Onze school is toegankelijk voor leerlingen
van alle gezindten. Bij aanmelding wordt
de ouders/verzorgers gewezen op het
Christelijk karakter van de school. Van
hen wordt verlangd dat ze de grondslag
respecteren.
Onderwijskundige visie:
“ Sterk zijn waar het kind zwak is”. De
opdracht die wij hierin zien is “uitgaande
van de sterke kanten van het kind de
zwakke kanten versterken”. Elk kind mag
zich in onze school gewaardeerd en
gelijkwaardig weten ongeacht afkomst en
mogelijkheden.
Om elke leerling de mogelijk te bieden
zich, afhankelijk van zijn/ haar
mogelijkheden, optimaal te ontwikkelen
hebben wij een sfeer gecreëerd die kan
worden gekenmerkt door de
uitgangspunten: rust, orde en regelmaat.
Deze drie punten bieden een kind de
mogelijkheid om zich in een veilige en
vertrouwde omgeving optimaal te
ontplooien.
1.2 Algemene doelstellingen:
Wij willen onze kinderen helpen te komen
tot een volwassenheid die, voor dit kind
met zijn speciale mogelijkheden en
6
beperkingen, met deze ouders/verzorgers
en onder deze verdere omstandigheden zo
optimaal mogelijk is.
M.a.w. het kind helpen later zo zelfstandig
mogelijk zijn levenstaak te vervullen.
Langs verschillende lijnen proberen we het
doel te bereiken:
1.
Sociaal-emotionele ontwikkeling.
2.
Verstandelijke ontwikkeling.
3.
Ontwikkeling van vaardigheden
4.
Ontwikkeling van creativiteit.
1.3 Beleidsvorming
De doelstellingen van het onderwijs op de
PWS worden in overleg met het team
uiteindelijk bepaald door de directie en de
MR. Uitgangspunt bij de beleidsvorming is,
dat het onderwijs op onze school op een
kwalitatief hoog niveau gegeven wordt. De
sterke punten willen we borgen en
verbeterpunten moeten worden
opgespoord en uitgevoerd.
Binnen de scholen van CHRONO is
gekozen voor het INK-model (Instituut
Nederlandse Kwaliteit).
Het INK-model sluit goed aan bij hoe de
schoolorganisatie functioneert: er wordt
gewerkt voor resultaten en om die te
bereiken levert de school een inspanning.
Het INK-model onderscheidt twee soorten
domeinen, namelijk organisatiegebieden
en de resultaatgebieden. In de organisatiegebieden wordt het functioneren van de
school beschreven. In de resultaat
gebieden worden de daarmee behaalde
resultaten aangegeven. De samenhang
tussen ‘resultaat’ en ‘organisatie’ bepaalt
de mate waarin wij als school in staat zijn
om te leren verbeteren en te excelleren.
Voortdurend verbeteren is de brandstof
waarop een organisatie draait. In het INKmanagementmodel is de motor voor de
verandering de zogenoemde ‘plan-docheck-act’-cirkel van Deming. Deze
cyclische aanpak vormt de basis voor het
verbeteren van de schoolorganisatie.
Jaarlijks vindt een evaluatie plaats van
actieplannen en borgingsdocumenten en
worden resultaten en opbrengsten in kaart
gebracht. Op basis van de evaluatiegegevens en de schoolgids worden de
actieplannen/borgingsdocumenten
bijgesteld.
Eens in de vier jaar vindt een grondige
positiebepaling plaats, waarin met behulp
van diverse instrumenten wordt gemeten
en geëvalueerd hoe we er als school
voorstaan. Op basis van deze evaluatie
wordt het nieuwe schoolplan opgesteld.
Voor de evaluatie gebruiken we de
volgende instrumenten:
- Zelfevaluatierapport (ZER) a.d.h.v. de
prestatie-indicatoren voor alle INK
domeinen
- Inspectierapport
- Tevredenheidmetingen onder personeel,
ouders en leerlingen
- Gegevens vanuit de Kwaliteitsmonitor
(het Early Warning System).
1.4 De kwaliteitsmonitor
Om beter zicht te krijgen op de kwaliteit
van de schoolorganisatie en om te
voorkomen dat er kwaliteitsverlies
optreedt, beschikken de scholen van
Chrono over een systeem dat tijdig
waarschuwt voor kwaliteitsverlies. In een
uitgewerkt overzicht zijn de inspectienormen en de eigen kwaliteitsindicatoren
(zowel vanuit Strategisch bestuursbeleidsplan (SBB), als schoolbeleid) beschreven.
Ieder jaar beschrijft de school haar kwaliteit van de hand van deze indicatoren.
Hiervoor is een digitaal hulpmiddel
ingericht: de Kwaliteitsmonitor.
De Kwaliteitsmonitor is operationeel vanaf
juni 2010 en alle scholen werken
inmiddels met dit systeem. De
Kwaliteitsmonitor is een vast onderdeel
van de kwaliteitsmonitoring binnen de
scholen van Chrono.
7
2. Hoe helpen wij onze leerlingen die
extra zorg nodig hebben?
In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe wij de zorg voor onze leerlingen organiseren.
2.1 Zorgbeleid op school.
Alle leerlingen op de PWS hebben
specifieke zorg nodig. Daarom is onze
zorg en ons onderwijs gericht op het
individuele kind, waarbij het kind en niet
de leerstof het uitgangspunt is. De wijze
waarop onze orthopedagogische
(opvoedkundige) en ortho-didactische
(hulp bij leerproblemen) aanpak gestalte
krijgen is omschreven in ons schoolplan.
Bij binnenkomst in de school wordt van
elke leerling een dossier gemaakt waarin
de gegevens zijn vastgelegd die door de
school van herkomst zijn aangeleverd. Dit
dossier wordt tijdens de schoolloopbaan
aangevuld met de eigen gegevens.
Tevens wordt bij binnenkomst een
toekomstperspectief vastgesteld op grond
van de aangeleverde gegevens.
Een leerling wordt geplaatst in een groep
op grond van leeftijd, cognitie (kennis en
kunnen) en aanpassingsmogelijkheid
binnen een groep.
Voor alle vakgebieden wordt een
groepsplan gemaakt. Voor leerlingen die
niet mee kunnen doen binnen het
groepsplan, wordt een individueel
handelingsplaan opgesteld.
Deze plannen worden tijdens de
leerlingbespreking geëvalueerd en, waar
nodig aangepast.
Door de school zijn standaardaanpakken
geformuleerd voor de onderscheiden
vakgebieden en de behandeling van
(grotere) groepen leerlingen.
2.2 Intern begeleidster (IB-er)
Ten behoeve van leerkrachtondersteuning
en remediëring van leerlingen is Ineke van
Faassen vrijgesteld van lesgevende taken.
Zij is onze intern begeleidster. Zij
organiseert de leerlingenzorg, onderhoudt
de externe contacten met ambulante
dienstencentra en de basisscholen binnen
ons samenwerkingsverband, voor zover
dit de leerlingenzorg betreft. Zij regelt de
procedures en is verantwoordelijk voor de
uitvoering van de leerlingenzorg door de
leerkrachten en onderwijsassistenten. De
vorming en opzet van het leerlingendossier, het opstellen van de jaarlijkse
toetskalender en het regelen van de
groeps-/ leerlingenbesprekingen vallen
onder haar verantwoordelijkheid.
Tot haar takenpakket behoort:
a. leerkrachtondersteuning
b. verantwoordelijk voor uitvoeren
remediëring
c. afnemen en verwerken van diverse
toetsen (niet zijnde de methode
gebonden toetsen die door de
leerkrachten worden afgenomen)
8
d. leidinggeven aan de groeps- en
leerlingenbesprekingen
e. leidinggeven aan de vergaderingen van
de Commissie van Begeleiding
f. begeleiding en uitvoering van het
aanvankelijk leesonderwijs in de
kleutergroep
g. hulp bieden aan kinderen met
specifieke leerproblemen
h. ondersteuning bieden bij het
groepsgebeuren
i. contacten onderhouden met de a.b.-ers
van de rugzakleerlingen
k. verantwoordelijk voor de planning en
toetsmomenten, de juiste afname en
verwerking van de toetsscores.
l. analyse van de toetsresultaten en
bespreking van de scores met de
collega’s.
2.3 Onderwijsassistenten
Op de PWS zijn 4 onderwijsassistenten
werkzaam. Eén onderwijsassistent is
ingezet in de kleutergroep, de drie
anderen ondersteunen de leerkrachten bij
het onderwijs in de groepen of werken
elders met kleine groepjes leerlingen.
2.4 Logopedie
De logopediste werkt op maandag,
woensdag en donderdag. Ze behandelt
kinderen met spraak-, taal-, gehoor- en
communicatieproblemen.
De aandacht gaat met name uit naar de
leerlingen in de onderbouw. In de middenen bovenbouw kunnen leerlingen op
verzoek van de leerkracht of intern
begeleider een onderzoek krijgen om te
bepalen of logopedische begeleiding nodig
is.
Het doel van de logopedie op school is het
verbeteren van communicatieve
vaardigheden en bijbehorende
voorwaarden binnen de spraak- en
taalontwikkeling die ervoor zorgen dat een
kind effectiever kan communiceren met
zijn omgeving.
Aan het begin van het schooljaar worden
de nieuwe leerlingen gescreend. Zo nodig
volgt verder onderzoek en wanneer een
kind logopedische begeleiding krijgt, wordt
dit afgestemd met de ouders en de
betreffende leerkracht.
2.5 Fysiotherapie
Een dag per week zijn fysiotherapeuten en
ergotherapeuten op school aanwezig om
leerlingen, die daarvoor in aanmerking
komen, te behandelen. Wanneer daartoe
aanleiding bestaat kunnen leerlingen door
de therapeute worden getest. Als therapie
nodig blijkt neemt de therapeute contact
op met de ouders om e.e.a. te bespreken.
Bekostiging gaat via de ziektekostenverzekering van de ouders.
2.6 Leerlingenzorg door externen
onder schooltijd
We worden in toenemende mate
geconfronteerd met het feit dat ouders/
verzorgers op eigen initiatief en voor eigen
rekening c.q. op medische indicatie, extra
hulp inschakelen om extra zorg voor hun
kinderen te organiseren. Daarom hebben
we beleid opgesteld voor alle scholen van
Chrono getiteld "Leerlingenzorg door
externen onder schooltijd".
Ons bevoegd gezag staat afwijzend
tegenover externe hulp, op eigen initiatief,
onder schooltijd, in en buiten de school.
Echter, indien er sprake is van een
medische indicatie kan hierop een
uitzondering worden gemaakt, mits
gesproken kan worden over een
geregistreerde, erkende behandelaar.
In dat geval dient er door de ouders/
verzorgers en de uitvoerder van de
hulpverlening een contract met daarin een
"verklaring van vrijwaring van
verantwoordelijkheid" aan school te
worden afgegeven. Op die wijze wordt
bewerkstelligd dat de school c.q. het
bevoegd gezag, niet aansprakelijk kan
worden gesteld voor de kwaliteit of
gevolgen van de door de externe
hulpverlener geleverde diensten en/of
producten.
U vindt de betreffende beleidsnotitie op de
website van de CHRONO.
2.7 Leerling Gebonden Financiering
(LGF)
Voor leerlingen met een LGF (“rugzakje”)
blijft de situatie zoals het was. Extra
begeleidingsuren, andere materialen of
extra hulp (onderwijsassistent) wordt
ingezet. Zij werken het grootste deel van
de dag mee met het school-groepsgebeuren en vallen uiteraard ook onder de
“gewone” schoolse zorg. Het
samenwerkingsverband heeft een andere
systematiek opgezet middels
arrangementen. De extra zorg wordt
gecoördineerd door de Intern Begeleider
(IB-er). Ze heeft daartoe o.a. regelmatig
overleg met de ambulante begeleider van
de desbetreffende leerling, de ouders en
de groepsleerkracht. Tijdens dit overleg
wordt het handelingsplan en het
ontwikkelingsperspectief geëvalueerd en,
waar nodig, opnieuw vastgesteld. De
ondersteuning van de leerkracht en de
inzet van de IB-er worden eveneens
bekostigd uit de LGF. Leerlingen met een
9
LGF worden uitsluitend toegelaten tot het
sbo, met een positieve beschikking van de
PCL.
Voor verder uitwerking van dit onderdeel
wordt verwezen naar het hoofdstuk
“Passend Onderwijs”.
2.8 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Voor veel leerlingen, en zeker op onze
school, geldt dat ze slechts goed tot leren
komen in een omgeving die veiligheid,
rust, orde en regelmaat biedt. Wij
trachten dit te bereiken door het stellen
(en toepassen) van regels, aandacht te
schenken aan problemen/klachten van de
leerlingen, gebruik te maken van
dagritmekaarten (pictogrammen waarop
de dagindeling wordt aangegeven) en
vooral elke leerling te laten merken dat
hij/zij wordt gewaardeerd en geaccepteerd
zoals hij/zij is. De sociale vaardigheden
worden geoefend met de methode “Goed
gedaan”.
Daarnaast worden er voor een aantal
leerlingen met een dezelfde problemen
groepjes gevormd waarin, o.a. door
middel van spel, kinderen leren inzicht te
krijgen in hun “handicap”, maar ook hoe
ze hiermee om moeten gaan.
De methode “Rots en water” wordt
klassikaal ingezet vanaf groep 4/5. De
kinderen leren door deze training,
startend vanuit een fysieke invalshoek,
mentale en sociale vaardigheden. Actie
(spel, spelen en simpele
zelfverdedigingsvormen) wordt
afgewisseld door momenten van
zelfreflectie en kringgesprekken. Drie
leerkrachten binnen de school hebbende
bevoegdheid om deze lessen te geven
Kinderen met leer- en/ of
gedragsproblemen hebben hulp nodig.
Deze extra hulp heet zorgverbreding.
Meestal is de dagelijkse zorg van de
leerkracht voor de kinderen in de groep
genoeg. Soms heeft een kind extra hulp/
begeleiding, met andere woorden
“zorgverbreding” nodig. De hulpvraag van
de leerkracht wordt besproken in de
commissie van begeleiding (CVB) en
samen met de leerkracht wordt een plan
gemaakt.
2.9 Leerlingenvolgsysteem
Voor een goede zorgverbreding is het
noodzakelijk dat de ontwikkelingen van de
leerlingen goed in beeld zijn. Wij maken
gebruik van Parnassys, een digitaal
leerlingen-volgsysteem. Door het
regelmatig uitvoeren van observaties en
het afnemen van toetsen brengen we de
ontwikkeling van de leerlingen in kaart. De
vorderingen van de leerlingen worden
(door de leerkracht) bijgehouden en
verwerkt in Parnassys. Met dit
leerlingenvolgsysteem, vinden we een
betere aansluiting op de hedendaagse
onderwijsontwikkelingen. Door een goed
beeld van de resultaten van de leerlingen
wordt de effectiviteit van het onderwijs
groter. Door dit digitale systeem zijn de
gegevens, voor de leerkrachten, snel en
overzichtelijk toegankelijk.
2.10 Leerlingendossiers.
Van elke leerling wordt een dossier
aangelegd omvattende persoonlijke
gegevens, verslagen van betrokken
disciplines, verslagen van leerlingenbespreking en besprekingen van de
Commissie van Begeleiding. De dossiers
worden volledig digitaal gearchiveerd. De
dossiers zijn uitsluitend toegankelijk voor
de groepsleerkracht, de logopediste en de
leden van de Commissie van Begeleiding.
Gegevens betreffende leerlingen worden
aan derden (ook van toepassing bij
verhuizing e.d.) uitsluitend verstrekt op
verzoek van de desbetreffende persoon /
personen of instantie(s) en met
schriftelijke toestemming van de ouders.
Dezelfde procedure geldt voor het
opvragen van gegevens bij personen of
instanties. Gegevens betreffende
leerlingen worden tot 5 jaar nadat een
leerling de school heeft verlaten bewaard
en daarna vernietigd.
2.11 Informatieverstrekking
De informatie is voor ouders op verzoek in
te kijken of opvraagbaar. De school ziet
alleen af van informatieverstrekking aan
een ouder die niet het ouderlijk gezag
heeft, indien daaraan een gerechtelijke
uitspraak, waarin een contactverbod of
een beperking van de informatieplicht is
opgenomen, ten grondslag ligt.
2.12 Groeps-/leerlingenbespreking
Minimaal twee keer per jaar worden alle
leerlingen besproken in een groeps- en
leerlingenbespreking in aanwezigheid van
de groepsleerkracht, intern begeleidster
en, op verzoek van de intern begeleider,
de orthopedagoog.
De resultaten en observaties van de
kinderen uit de betreffende groep worden
besproken en acties/reacties hierop
vastgesteld. De leerkracht verwerkt deze
bespreking in een (groeps)handelingsplan
en in het ontwikkelingsperspectief. Het
ontwikkelingsperspectief wordt elk half
jaar geëvalueerd en bijgesteld. Tijdens
deze evaluatie wordt ook de mogelijkheid
voor terugplaatsing van de leerlingen naar
de school van herkomst besproken.
10
Voor het protocol “Terugplaatsingsbeleid”
zie onze website.
Leerlingen met specifieke problemen
worden geagendeerd voor bespreking in
de commissie van begeleiding.
Doelstelling groeps-/leerlingbespreking
- vaststellen van de vorderingen van de
leerlingen;
- signalering van stagnaties in de
ontwikkeling (zowel didactisch als
pedagogisch);
- signaleren van problemen in de
onderwijsleersituatie;
- zoeken naar oplossingen op groeps-en
individueel niveau.
2.13 Commissie van Begeleiding
Op vastgestelde momenten in het
schooljaar of op verzoek van de intern
begeleider worden groepen of kinderen
besproken in de commissie van
begeleiding. De CvB bestaat uit de intern
begeleider, de orthopedagoog,
schoolmaatschappelijk werker en de
leerkracht. Op verzoek van de intern
begeleider kan ook de ambulant
begeleider, logopedist of fysiotherapeut
aanschuiven bij de CvB.
2.14 Voortgezet onderwijs
Bij het verlaten van de basisschool, aan
het eind van groep 8, richting het
voortgezet onderwijs, wordt het VO-aanmeldingsformulier ingevuld. Dit formulier
geldt tevens als onderwijskundig rapport.
Gedurende de eerste drie schooljaren in
het voortgezet onderwijs, worden de
rapportlijsten van de leerlingen ook naar
de basisscholen gezonden.
Aan het eind van het schooljaar 20132014 zijn 29 leerlingen uitgestroomd naar
het voortgezet onderwijs:
3 leerlingen naar VSO
10 leerlingen naar praktijkonderwijs
5 leerlingen naar VMBO basis + LWOO
2 leerlingen naar VMBO basis
3 leerlingen naar VMBO kader
2 leerlingen naar HAVO/VWO
2.15 JGZ GGD IJsselland
De afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ)
van GGD IJsselland is er voor kinderen en
jeugdigen van 0 tot 19 jaar.
medewerkers van de JGZ tegen op de
basisschool.
Het JGZ-team verzorgt onder andere de
preventieve gezondheidsonderzoeken. Dat
gebeurt op de basisschool bij leerlingen in
groep 2 en groep 7. U ontvangt hiervoor
een uitnodiging. Tijdens het onderzoek
wordt samen met u gekeken of uw kind
zich lichamelijk, geestelijk en sociaal goed
ontwikkelt. Om dit te kunnen beoordelen
vindt een lichamelijk onderzoek plaats
naar bijvoorbeeld groei en beweging en
komen in een gesprek onderwerpen aan
de orde als: eten, samen spelen, school
en hobby’s. Tijdens het onderzoek is er
gelegenheid om vragen te stellen over de
ontwikkeling en opvoeding van uw kind.
Als uw kind meer zorg nodig heeft wordt u
uitgenodigd voor een extra onderzoek of
voor een gesprek. Met vragen of zorgen
over de ontwikkeling van uw kind kunt u
trouwens altijd terecht bij de afdeling JGZ.
Als u twijfelt of uw kind goed groeit of als
er thuis of op school problemen zijn, kunt
u zelf contact opnemen met de afdeling
JGZ of CJG in de gemeente.
Alle 9-jarige kinderen ontvangen een
uitnodiging van de GGD voor de
vaccinaties DTP en BMR. Kinderen krijgen
deze vaccinaties om te voorkomen dat ze
besmettelijke ziektes als bof, mazelen of
rode hond krijgen. Verder ontvangen alle
12-jarige meisjes 3 keer een uitnodiging
voor de HPV-vaccinatie. Deze vaccinatie is
bedoeld om hen te beschermen tegen
baarmoederhalskanker.
De informatie in het (elektronisch)
kinddossier van uw kind is vertrouwelijk.
De medewerkers van het JGZ-team
hebben een beroepsgeheim. Maakt het
JGZ-team zich zorgen over uw kind, dan
melden zij dit aan u.
Ook met vragen en problemen kunt u
altijd terecht bij het Jeugdgezondheidszorgteam.
Het algemene JGZ nummer 088-4430702.
E-mail:
[email protected].
Ook vindt u veel informatie op
www.ggdijsselland.nl/jeugdgezondheid,
waar u ook allerlei voorlichtingsmateriaal
(folders, leestips) aantreft.
Namen:
jeugdverpleegkundige - Winy Brinkhuis
jeugdartsassistente - Anita van Veen.
schoolarts:
- Bert Luttmer
Tot de leeftijd van 4 jaar gaan ouders met
hun kinderen naar het consultatiebureau.
Vanaf het vierde jaar komt u de
11
2.16 School Maatschappelijk Werk
Ter ondersteuning van sociale,
opvoedkundige, economische en
maatschappelijke problemen in gezinnen
werken we samen met AMW Coevorden.
Janny Seubring is, als schoolmaatschappelijk werker, twee uur per week
werkzaam voor De PWS. Zij is regelmatig
op school aanwezig om ouders te
ondersteunen, begeleiden of adviseren,
wanneer er zorgen zijn rondom het kind.
U kunt hierbij denken aan een verandering
in gedrag van het kind zoals het niet
willen eten of drinken, problemen rond de
opvoeding, financiële problemen,
verwerking van ingrijpende gebeurtenissen, etc. Daarnaast is de schoolmaatschappelijk werker betrokken bij de zorg
die De PWS biedt en kunnen leerkrachten
bij haar terecht met vragen.
U kunt via de intern begeleider of via de
leerkracht van uw kind een afspraak
maken.
2.17 Meldcode huiselijk geweld en
kindermishandeling
De wet Verplichte Meldcode huiselijk
geweld en kindermishandeling is per 1 juli
2013 in werking getreden.
Vanaf deze datum zijn beroepskrachten
verplicht deze meldcode te gebruiken bij
signalen van geweld.
In de meldcode staat duidelijk beschreven
wat er van de professional verwacht wordt
bij vermoedens van kindermishandeling of
huiselijk geweld. Het biedt houvast
in het proces van signaleren en handelen
doordat het duidelijk beschrijft wat er in
iedere fase van het proces gedaan moet
worden. Die duidelijkheid vermindert de
onzekerheid en vergroot te bereidheid tot
handelen.
Dit schooljaar volgen alle collega’s de
training “vroegtijdige signalering huiselijk
geweld en kindermishandeling”.
Als wij op school een vermoeden hebben
dat een leerling mogelijk slachtoffer is van
huiselijk geweld en/of kindermishandeling,
dan handelen wij zoals beschreven staat
in de meldcode van ons bestuur.
Deze code is te vinden op de website van
ons bestuur:
http://www.chronoscholen.nl/documenten
/algemeen
2.18 Sociale veiligheid
Bij het beoordelen van sociale veiligheid
gaat het om 4 indicatoren:
- De school waarborgt de sociale veiligheid
voor leerlingen en personeel
- De school heeft inzicht in de beleving
van de sociale veiligheid door leerlingen
en personeel en in incidenten die zich op
het gebied van de sociale veiligheid
voordoen.
- De school heeft een uitgewerkt
veiligheidsbeleid gericht op preventie van
incidenten.
- De school heeft een uitgewerkt
veiligheidsbeleid gericht op het optreden
na incidenten.
De school stelt zich actief op de hoogte
van de veiligheidsbeleving door leerlingen
en personeel en van incidenten die zich
voordoen. De school zal ook
(beleidsmatig) incidenten trachten te
voorkomen en als ze wel optreden zullen
deze incidenten op een goede manier
worden afgehandeld.
Elke vier jaar wordt de kwaliteit enquête
afgenomen op alle Chronoscholen.
Leerlingen en personeelsleden (of een
representatieve groep van hen) worden
systematisch bevraagd op allerlei
gebieden, waaronder veiligheidsbeleving.
In het veiligheidsbeleid is vastgelegd, dat
aandacht wordt besteed aan de preventie
van incidenten.
Dat betekent in de praktijk:
- het beleid wordt regelmatig geëvalueerd,
geanalyseerd en bijgesteld.
- Incidenten worden vastgelegd in een
logboek.
Hoe voorkomen we incidenten:
- afspraken over gelijkluidende maatregelen
- pleinwacht voor schooltijd, in de pauzes
en na schooltijd
- gedragsregels bespreken(gedragscode).
- Gedragsregels worden ieder schooljaar
besproken, geëvalueerd en waar nodig
bijgesteld
Hoe afhandelen:
- er zijn afspraken gemaakt over
gelijkluidende afhandeling (afspraken
maken over gelijkluidende sancties.)
12
3. Passend onderwijs
Onze school is aangesloten bij het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs
“Veld, Vaart & Vecht.”
3.1 Samenwerkingsverband
Ons samenwerkingsverband bestaat uit
vier afdelingen. De “Afdeling Hardenberg”
wordt gevormd door de Christelijke
basisscholen in de gemeente Coevorden
en de Christelijke basisscholen in de
gemeente Hardenberg. Doel van het
samenwerkingsverband en de “Afdeling
Hardenberg” is de zorg zodanig te
organiseren dat leerlingen, zolang dit
mogelijk is, op hun eigen school kunnen
blijven.
Binnen het samenwerkingsverband is een
doorgaande lijn in de zorgvoorzieningen
ontwikkeld, waarbij kinderen zo goed
mogelijk een ononderbroken
ontwikkelingslijn kunnen doorlopen.
De “Afdeling Hardenberg” stimuleert de
daartoe al in gang gezette ontwikkeling
waarbij scholen en met name ook
individuele leerkrachten steeds beter
kunnen omgaan met verschillen in het
leerniveau en de sociaal-emotionele
ontwikkeling van met name die kinderen
die extra zorg behoeven.
Het zal duidelijk zijn dat de vertaling van
de "grote lijn" per school verschillend is.
Elke school ontwikkelt een eigen
leercultuur (pedagogisch en didactisch)
waarin de betrokken school zelf
verantwoordelijk is voor de professionalisering en kwaliteitsverbetering.
Binnen de “Afdeling Hardenberg” fungeert
de Prof. Waterinkschool als een speciale
onderwijsvoorziening voor leerlingen
waarvoor binnen de eigen school de
condities voor een goede afstemming op
de onderwijsbehoeften onvoldoende zijn.
Met ingang van de cursus 2013-2014 is er
bovendien in zowel Coevorden als
Hardenberg een speciale deeltijdvoorziening (een dagdeel per week) voor
excellente leerlingen, De Manifestogroepen. (Zie ook voor andere activiteiten
van de Afdeling Hardenberg:
http://www.veldvaartenvecht.nl/regios/hardenberg/organisatie-hardenberg).
3.2 Passend onderwijs
“Het bestuur van de school waar uw kind
is ingeschreven of wordt aangemeld is
verantwoordelijk voor een goed
onderwijsaanbod ook wanneer uw kind is
aangewezen op speciaal onderwijs.”
Geen mens is het zelfde en ook als het op
leren aankomt bestaan er grote
verschillen. In onderwijs en opvoeding
houden ouders en leraren meestal
13
vanzelfsprekend rekening met die
verschillen en stemmen zij als het even
kan hun complimentjes, correcties,
verwachtingen en doelen af op hun kind of
de betreffende leerling. Ieder kind vraagt
in onderwijs en opvoeding als het even
kan “maatwerk” van de opvoeders. In de
“gewone” school voor basisonderwijs
betekent dit maatwerk bijvoorbeeld dat
niet van alle leerlingen na acht jaar
onderwijs verwacht mag worden dat zij
dan even goed kunnen rekenen of lezen.
Ook de wijze waarop leerlingen zich het
rekenen en lezen eigen hebben gemaakt
kan erg verschillen. De een heeft op
onderdelen of de hele linie veel
begeleiding of instructie nodig gehad en
de ander leek het “aan te waaien”. Voor
de meeste leerlingen lukt het in de
basisschool om goed rekening te houden
met de wijze waarop kinderen leren. Soms
echter vraagt een leerling om goed te
kunnen leren zo’n gespecialiseerde
ondersteuning en begeleiding dat deze in
de basisschool niet meer geboden kan
worden. In die gevallen is dat de ouders
en leraren meestal ook in een vroeg
stadium duidelijk en kan in onderling
overleg besloten worden dat de school
onvoldoende in huis heeft om een
voldoende afstemming te bieden. Voor
een onderwijsvorm waarin beter rekening
gehouden kan worden met wat deze
leerling nodig heeft kan dan verwezen
worden naar bijvoorbeeld een “speciale
school voor basisonderwijs” of een school
voor “speciaal onderwijs”.
Om in die gevallen te voorkomen dat de
ouders en de school bij het zoeken naar
een school die goed “past” bij deze
leerling van het kastje naar de muur
verwezen worden, heeft de minister het
onderwijs (de scholen voor gewoon
onderwijs en de scholen voor speciaal
onderwijs) de opdracht gegeven om
hierover sluitende afspraken te maken. Nu
de “wet op passend onderwijs” op 1
augustus 2014 van kracht is geworden, is
het bestuur van het regulier onderwijs
(deze wet geldt voor zowel basis- als
voortgezet onderwijs) verplicht om voor
iedere leerling die bij één van haar
scholen (voor regulier onderwijs) staat
ingeschreven of wordt aangemeld
“passend onderwijs” te bieden. Wanneer
dat niet lukt in de betreffende school, dan
moet het bestuur een alternatief kunnen
bieden waarin wel op een goede wijze
maatwerk geleverd kan worden.
In onze regio (Hardenberg, Mariënberg,
Ommen en Slagharen) is deze wet
voorbereid door de gezamenlijke besturen
van basis en voortgezet onderwijs en de
besturen van scholen die speciaal
onderwijs in en buiten de regio aanbieden.
In mei 2008 hebben zij hierover al een
intentieverklaring ondertekend waarin zij
verklaren samen te willen werken voor
“passend onderwijs”. De besturen zijn
hierin bovendien overeengekomen om het
passend onderwijs zo “thuis-nabij”
mogelijk te realiseren. Voor veel vormen
van speciaal onderwijs moeten leerlingen
nu nog iedere dag naar bijvoorbeeld
Zwolle of Emmen reizen. Het afgelopen
cursusjaar is het nieuwe samenwerkingsverband “Veld, Vaart en Vecht” waarin de
besturen van onze regio samenwerken tot
stand gebracht. De gezamenlijke besturen
beschrijven in het “ondersteuningsplan”
hoe zij vorm en inhoud zullen geven aan
passend onderwijs. In het verlengde van
de vroegere intentieverklaring betekent
passend onderwijs voor het SWV Veld,
Vaart & Vecht dus onder meer dat
leerlingen - waar het maar even kan - ook
voor het speciaal onderwijs in de regio
terecht moeten kunnen.
Inmiddels hebben ook de
“ondersteuningsplanraad” (waarin de MRen van alle besturen vertegenwoordigd
zijn) en de betreffende gemeenten met
het ondersteuningsplan ingestemd. In het
ondersteuningsplan wordt voor twee jaar
beschreven welke afspraken over passend
onderwijs gemaakt zijn, hoe voorkomen
kan worden dat de ouders bij het zoeken
naar een goede school van de ene naar de
andere commissie verwezen worden, hoe
het speciaal onderwijs zoveel mogelijk
thuis nabij georganiseerd kan worden en
hoe de ouders en leraren bij deze plannen
betrokken kunnen worden.
Ouders van leerlingen die zijn aangewezen
op speciale onderwijsvoorzieningen staan
op basis van dit plan niet alleen in het
zoeken naar een goede onderwijsvoorziening voor hun kind. Het bestuur
van de school blijft - ook wanneer de
school zelf het gewenste niet kan leveren
- verantwoordelijk voor een goed passend
alternatief. In het Afdelingsplan van onze
“Afdeling Hardenberg” wordt de wijze
waarop de ouders, de school en de
afdeling daarbij als partners samenwerken
nader geconcretiseerd. Zowel het
“ondersteuningsplan” van het SWV Veld,
Vaart & Vecht als het “Afdelingsplan” van
de Afdeling Hardenberg staat op de
website van het SWV Veld, Vaart & Vecht,
http://www.veldvaartenvecht.nl.
14
3.3 Commissie voor Arrangeren en
Toewijzen - CAT
3.3.1 Toewijzen:
De CAT van de “Afdeling Hardenberg” is
onder meer verantwoordelijk voor een
goede toewijzing van voorzieningen voor
leerlingen die zijn aangewezen op speciale
onderwijsvoorzieningen. Behalve de school
voor sbo van de afdeling (De Prof.
Waterinkschool) kan dat ook een school
voor so zijn. De ouders zijn in alle
gevallen waarbij een andere school in
aanmerking komt als “partner” betrokken
bij een eventuele verwijzing.
Vertegenwoordigers van de scholen voor
s(b)o (expertise) maken deel uit van de
CAT. Wanneer een beschikking van de
CAT anders uitpakt dan de ouders goed
lijkt dan kunnen zij binnen een termijn
van zes weken bezwaar aantekenen tegen
een door de CAT genomen beslissing.
3.3.2 Adviseren:
Vragen van school en ouders waarbij een
gezamenlijke inzet van onderwijszorg en
jeugdzorg van belang is kunnen ook aan
de CAT voorgelegd worden. Hiervoor
maakt een vertegenwoordiger van het
Centrum voor Jeugd en Gezin van de
gemeente Coevorden of Hardenberg deel
uit van de CAT. In het ouderformulier
kunnen de ouders aangeven of zij bij deze
CAT-bespreking aanwezig willen zijn. De
bespreking in de CAT sluit aan op de
zorgteams zoals deze in alle scholen van
onze afdeling functioneren.
3.3.3 Arrangeren:
Wanneer voor een goede afstemming op
de specifieke onderwijsbehoeften van een
leerling een bijzondere inspanning van de
school wordt gevraagd (dat wil zeggen dat
de basis-ondersteuning zoals deze
beschreven is in het “schoolondersteuningsprofiel” daarin niet voorziet, dan kan
de school ook een verzoek om extraondersteuning indienen bij de CAT. Dit
verzoek van de school aan de CAT is altijd
voorzien van een advies van de adviseur
leerlingenzorg (orthopedagoog) van de
school. Verzoeken om extraondersteuning worden omdat de
inhoudelijke afweging al op schoolniveau
met ouders en team is voorbereid
behandeld in de zgn. “smalle CAT”. In de
“smalle CAT” wordt geen nadere
inhoudelijke afweging gemaakt m.b.t. het
plan zoals de school en de orthopedagoog
dat nodig achten voor een goede
afstemming, maar wordt beoordeeld of
gegeven het “schoolondersteuningsprofiel”
van de school extra-ondersteuning
inderdaad noodzakelijk is. Om die reden
maken een collega-directeur en ib-er deel
uit van deze “smalle CAT”.
3.4 Zorgverbreding
De laatste jaren is leerlingondersteuning
op de basisschool een belangrijk
aandachtspunt geworden. Hieronder vindt
u beschreven hoe wij de ondersteuning op
onze school inhoud proberen te geven.
De leerlingondersteuning op basisscholen
is er op gericht om, zoals het woord al
zegt, extra ondersteuning te bieden aan
kinderen die daarop zijn aangewezen. Dit
kan voor van een enkel vak zijn, maar kan
ook voor meerdere vakken gelden. Ook
kan het zijn dat kinderen op het gebied
van sociaal emotionele ontwikkeling extra
ondersteuning behoeven.
Leerlingondersteuning is niet enkel
bedoeld voor kinderen die aan de
onderkant uitvallen, maar ook kinderen
die hoog (of meer-) begaafd zijn, hebben
ondersteuning nodig. Voor leerlingen die
in aanmerking komen voor de
“deeltijdvoorziening excellente leerlingen”
(in Coevorden of Hardenberg) wordt
daarom ook in de eigen school het
onderwijs op hun specifieke
onderwijsbehoefte afgestemd.
Om alle kinderen zo goed mogelijk te
kunnen volgen en hun niveau in kaart te
brengen worden de leerlingen getoetst.
Hiervoor maken wij gebruik van CITO
toetsen.
Volgens de toetskalender worden deze
toetsen verspreid over het schooljaar
afgenomen. We proberen zo nauwgezet de
ontwikkeling van de kinderen op de
betreffende gebieden te volgen. De
resultaten van de toetsen worden
besproken met de betreffende leerkracht
de Interne Begeleider. Tijdens dit gesprek
wordt bekeken welke kinderen extra
ondersteuning nodig hebben, of wat we
met de hele klas extra kunnen oefenen.
Soms is het een schoolprobleem en wordt
er, maar dan in teamverband, gekeken
naar oplossingen op schoolniveau. We
maken hiervoor handelingsplannen ook
weer op individueel niveau, dan wel
klassen- of schoolniveau. Gebeurt de
aanpak buiten de groep dan noemen we
dat Remedial Teaching (RT).
Voor onze leerlingen wordt, in de middenen bovenbouw, altijd een individueel
“ontwikkelingsperspectief”(OPP)
opgesteld.
15
Ook kinderen met een handicap worden
soms op de basisschool toegelaten, mits
de handicap dat toelaat en/of de school in
staat is de gevraagde ondersteuning te
bieden. Deze kinderen moeten namelijk
vaak speciaal begeleid worden.
3.5 Samenhang met het Afdelingsplan
Zoals u al hebt kunnen lezen maakt onze
school deel uit van de Afdeling
Hardenberg van het SWV Veld, Vaart &
Vecht. Een aantal directeuren van de
deelnemende scholen vormen samen een
stuurgroep en deze stelt jaarlijks een
zogeheten Afdelingsplan voor de Afdeling
Hardenberg op. In dit plan staat
beschreven wat er binnen de Afdeling
allemaal gedaan wordt voor de leerlingen
die extra-ondersteuning behoeven en
hoeveel geld de scholen hier voor krijgen.
De afzonderlijke scholen stellen bovendien
een eigen “schoolondersteuningsprofiel”
op. Hierin beschrijft de school onder meer
de wijze waarop de ondersteuning in de
school vorm en inhoud krijgt, welke
“basis-ondersteuning” wordt geboden en
hoe de “extra-ondersteuning” binnen de
school wordt ingezet en welke de grenzen
m.b.t. de afstemming binnen de school
van toepassing zijn.
Zowel het “Afdelingsplan” als het
“Schoolondersteuningsprofiel” liggen voor
belangstellenden op school ter inzage.
Tevens kunt het deze downloaden via de
website van het SWV Veld, Vaart & Vecht.
Ons beleid is erop gericht om zoveel
mogelijk tegemoet te komen aan de
verschillen tussen kinderen. Dit hebben
we binnen onze school op verschillende
manieren vormgegeven, zoals een goed
systeem voor ondersteuning, een positief
pedagogisch klimaat en een passend
leerstofaanbod.
In principe zijn ook kinderen met een
handicap welkom op onze school.
Voor deze kinderen is onze ondersteuning
echter niet altijd toereikend. Hiervoor kan
de school wanneer zij meent dat met
extra-ondersteuning (een arrangement)
een leerling wel binnen de school kan
blijven “extra-ondersteuning” aanvragen
bij de Commissie Arrangeren en Toewijzen
(CAT). Bij elke aanmelding van een
leerling met een handicap zullen we
opnieuw de afweging maken of onze
school met deze extra faciliteiten in staat
zal zijn om de extra ondersteuning die dit
kind nodig heeft te bieden. Als gedurende
de schoolloopbaan wordt geconstateerd
dat een leerling voor een arrangement in
aanmerking komt, wordt ook de afweging
gemaakt of onze school de extra
ondersteuning die de leerling nodig heeft
kan bieden.
Bij deze afweging spelen de volgende
factoren een rol:

De omvang en de aard van de
pedagogisch didactische behoefte van
het aangemelde kind.

De mogelijkheden van de school. (Die
worden mede bepaald door bv: het
aantal leerlingen dat is aangewezen op
extra-ondersteuning dat we al
begeleiden op onze school, de
groepsgrootte, eventuele
combinatiegroepen, toegankelijkheid
van het schoolgebouw etc.)

De mate waarin wij een beroep kunnen
doen op specialistische hulp van de
betrokken SO-school of andere externe
instanties
Onze school heeft de aanmeldingsprocedure van kinderen met een handicap
vastgelegd in een protocol. Wanneer u uw
kind wilt aanmelden op onze school kunt u
contact opnemen met de directeur. Hij/zij
zal u dan informeren over deze procedure.
3.6 Doel van het SWV
Doel van het samenwerkingsverband
(SWV) is de zorg zodanig te organiseren
dat leerlingen, zolang dit mogelijk is, op
hun eigen school kunnen blijven.
Binnen het samenwerkingsverband is een
doorgaande lijn in de zorgvoorzieningen
ontwikkeld, waarbij kinderen zo goed
mogelijk een ononderbroken
ontwikkelingslijn kunnen doorlopen.
Het samenwerkingsverband stimuleert de
daartoe al in gang gezette ontwikkeling
waarbij scholen en met name ook
individuele leerkrachten steeds meer
kunnen omgaan met verschillen in het
leerniveau en de sociaal-emotionele
ontwikkeling van met name die kinderen
die extra zorg behoeven. Het zal duidelijk
zijn dat de vertaling van de "grote lijn" per
school verschillend is. Elke school
ontwikkelt een eigen leercultuur
(pedagogisch en didactisch) waarin de
betrokken school zelf verantwoordelijk is
voor de professionalisering en
kwaliteitsverbetering.
Binnen het samenwerkingsverband
fungeert de prof. Waterinkschool als een
speciale onderwijsvoorziening voor
leerlingen waarvoor binnen de eigen
school de condities voor een goede
afstemming op de onderwijsbehoeften
onvoldoende zijn.
16
3.7 Manifesto
Met ingang van de cursus 2013-2014 is er
in zowel Coevorden als Hardenberg een
speciale deeltijdvoorziening (een dagdeel
per week) voor excellente leerlingen.
Manifesto-groepen.
(zie ook voor andere activiteiten van het
SWV: www. profwaterinkschool.nl, kopje
SWV/PCL).
3.8 Talentenklas - Christelijke
basisscholen en Vechtdal College
De christelijke basisscholen in de
gemeente Hardenberg hebben regelmatig
overleg met het Vechtdal College. We
informeren elkaar over de ontwikkelingen
in onze scholen en willen van elkaar leren.
In het schooljaar 2009-2010 is besloten te
starten met de talentenklas voor begaafde
kinderen. We willen een extra
leerstofaanbod doen voor kinderen die
daarvoor in aanmerking komen.
De extra activiteiten worden zowel in
Hardenberg als Dedemsvaart
georganiseerd in een gebouw van het
Vechtdal College.
Direct na de zomervakantie zullen we
kinderen die daarvoor in aanmerking
komen en hun ouders informeren over dit
extra aanbod.
17
4. Hoe wij werken
Over de verschillende vakken en de methodes die we gebruiken en hoe we hiermee
werken. Uitvoeriger informatie kunt u vinden in het schoolplan. Op school ter inzage.
4.1 Wat leren de kinderen op school
De leerstof wordt in principe aangeboden
op een passend niveau en tempo van het
kind. We gaan uit van maximaal 3
niveaugroepen (per vakgebied) per groep.
Leerlingen leren hierdoor samenwerken en
krijgen een eigen verantwoordelijkheid
t.o.v. hun werk.
Voor een tweetal vakgebieden, te weten
lezen en lichamelijke opvoeding, wordt de
groepsindeling losgelaten. In beide vakgebieden wordt gewerkt in niveaugroepen,
samengesteld naar aanleiding van (voor
lezen) de AVI-TOETS en (voor gymnastiek) de “Bewegen en Spelen test”. De
gymgroepen worden aan het begin van
het schooljaar ingedeeld. Bijstelling van de
leesgroepen vindt, na toetsing, drie maal
per jaar plaats.
In november wordt de eindtoets (NIO)
afgenomen bij de leerlingen van groep 8.
De resultaten van deze toets vormen een
onderdeel van de advisering voor het
vervolgonderwijs.
4.2 Bijbelse geschiedenis
We gebruiken de methode “Trefwoord”.
Deze methode geeft voor elke week een
thema. Bij elk thema horen verhalen;
tevens is er een verwerking voor elk
thema. Zowel de verhalen als ook de
verwerking zijn verschillend voor onder-,
midden- en bovenbouw. Daarnaast is er
bij elk thema een lied. Op onze
informatiebrief staan wekelijks het thema
van de week en het lied van de week.
4.3 Onderwijs aan jonge kinderen
In onze kleutergroep wordt gewerkt vanuit
het concept basisontwikkeling. Aan de
hand van thema’s die voor kleuters
ontwikkelingswaarde hebben en
betekenisvol zijn worden activiteiten
aangeboden die een brede ontwikkeling
stimuleren.
4.4 Lezen
In groep 3 start het aanvankelijk leesonderwijs. De daarbij gebruikte methode
heet “Veilig leren lezen”, waarbij gebruik
wordt gemaakt van de methodiek van
José Schraven: “Zo leer je kinderen lezen
en spellen”. Vanaf instructie AVI-niveau 1
wordt 4 keer per week gelezen in
niveaugroepen.
In de niveaugroepen ligt de nadruk op het
verhogen van het niveau van het
technisch. Diverse leesvormen, zoals Ralfi
lezen, Connect lezen, en duo lezen worden
gebruikt en bij de hogere niveaus komen
daar o.a. toneellezen, voordrachtslezen en
stillezen. We werken samen met de
begeleiders van de leerlingen die dyslexie
training hebben. Er is een leesgroepje
voor kinderen met ernstige
18
leesproblemen. Ze volgen het
dyslexieprogramma “Leesbalans”. Voor
het begrijpend lezen wordt gebruik
gemaakt van de methode
“Tekstverwerken”. Daarnaast wordt er
gebruik gemaakt van mindmappen, een
techniek die helpt om gemakkelijker
informatie te verwerken.
4.5 Nederlandse taal
Wij maken gebruik van de methode: “Taal
op Maat”. Naast de schriftelijke taal wordt
veel aandacht besteed aan de mondelinge
taal en het uitbreiden van de
woordenschat.
4.6 Spelling
We werken met woordpakketten. Deze
worden aangeboden volgens de methodiek
van José Schraven. Ook wordt op de
computer gewerkt met “Spelwerk” van
Ambrasoft. Daarnaast wordt gebruik
gemaakt van de woordpakketten van
“Taal op maat”.
Bij de kleuters wordt gebruik gemaakt van
de methode “Ik en Ko”.
4.7 Schrijven
Methode: “Pennenstreken”. Het doel van
het schrijfonderwijs is de leerlingen een
vlot en duidelijk te lezen handschrift te
leren.
4.8 Rekenen
In augustus 2014 starten we met de
nieuwe rekenmethode Wizwijs, een
methode die een programma aanbiedt
vanuit het kind en praktisch en creatief
rekenen combineert.
4.9 Wereldoriëntatie
We werken met de volgende methodes:
biologie: “Natuurlijk”;
aardrijkskunde: “Een wereld van verschil”;
geschiedenis: “Bij de tijd”;
verkeer: “Klaar Over”.
Daarnaast worden diverse programma’s
gevolgd van de school-t.v. Verder wordt
gebruik gemaakt van projecten en
leskisten van natuur- en milieueducatie.
De groepen 8 nemen deel aan het
verkeersexamen.
4.10 Expressievakken
Hiertoe behoren de vakken muziek,
tekenen en handenarbeid. Voor muziek
gebruiken we de methode: “Moet je
doen”, voor tekenen en handvaardigheid:
“Uit de kunst”.
4.11 Bevordering van burgerschap en
sociale integratie
Juist omdat er zoveel verschillende
culturen en religies in Nederland zijn, is
het belangrijk dat kinderen al vroeg leren
over de waarden en normen in Nederland.
De school kan daaraan een bijdrage
leveren door kinderen op te voeden met
waarden en normen die voor de inwoners
van Nederland belangrijk zijn. Bij
burgerschap draait het om de centrale
vraag: wat is mijn verantwoordelijkheid en
hoe ga ik vanuit die verantwoordelijkheid
om met de wereld om me heen?
Burgerschap is geen vak, maar een
manier van doen! Het is geen
kennisgebied, maar een vorm van
ervaringsleren: je leert het door te doen!
Op onze school wordt bij de genoemde
vakken binnen en buiten de methoden aan
verschillende zaken aandacht geschonken.
In de hoogste groepen komen ook de
wereldgodsdiensten aan de orde.
Tijdens de voorbereidingen van het
schoolkamp en tijdens het kamp komen
doelstellingen m.b.t. sociale vaardigheden
en algemene ontwikkeling nadrukkelijk
aan de orde.
Elk jaar kiezen we een goed doel waarvoor
wekelijks gespaard wordt, dit om de
kinderen medeverantwoordelijk te maken
voor de wereld om hen heen.
We houden rekening – en dragen dat ook
actief uit – met diversiteiten in achtergrond, verscheidenheid van godsdiensten,
culturen, etniciteit, opvattingen, leefwijzen
en gewoonten. Wij maken hierbij ook
dankbaar gebruik van het cultuuraanbod
van de gemeente Hardenberg.
Binnen het pedagogisch klimaat van de
school schenken wij, op leeftijdsniveau
van de leerlingen, aandacht aan de
basiswaarden van de democratische
rechtsstaat. Te denken valt aan: vrijheid
van meningsuiting, gelijkwaardigheid,
begrip voor anderen, verdraagzaamheid,
autonomie, afwijzen van onverdraagzaamheid, afwijzen van discriminatie.
Binnen onze multi- en interculturele school
is dit een voortdurend punt van aandacht.
4.12 ICT
Alle groepen beschikken over twee
computers. Deze worden veelal ingezet
voor remediëring. Hiervoor zijn diverse
programma’s beschikbaar voor lezen, taal
en rekenen.
We hebben een computerkar met daarin
18 laptops, waarmee in de groep,
klassikaal gewerkt kan worden. In alle
groepen wordt gebruikgemaakt van een
digitaal schoolbord, daarbij hebben alle
leerkrachten een eigen computer.
19
5. Informatie en oudercontacten
Ouders zijn op veel manieren betrokken bij de school.
In dit deel van de schoolgids leest u hoe wij de communicatie naar de ouders
geregeld hebben, hoe u als ouders invloed hebt op het schoolbeleid en hoe u
mee kunt helpen bij diverse activiteiten.
5.1 Algemeen
De PWS is een streekschool. Dat betekent
dat er in veel gevallen geen dagelijks
contact is tussen school en ouders.
Een goed contact tussen school en thuis
vinden wij heel belangrijk. Vandaar dat wij
u op papier en via de mail informeren.
Een goede samenwerking tussen school en
thuis bevordert het welbevinden van uw
kind. U mag van ons verwachten dat wij
goed informeren. Omgekeerd verwachten
wij van u als ouders dat u bijzonderheden
over uw kind, die van belang zijn voor de
school, schriftelijk, telefonisch of via email aan ons doorgeeft. U kunt bijvoorbeeld mailen naar het centrale mailadres:
[email protected].
In een aantal gevallen hanteert de school
een z.g. communicatieschrift waarin zowel
ouders als de leerkracht bijzonderheden
kunnen c.q. kan noteren. Dit schriftje gaat
dagelijks mee met de leerling.
Wij vinden het belangrijk dat u, wanneer u
vragen hebt of ergens mee zit, hierover
komt praten op school, zodat wij samen
een oplossing kunnen zoeken.
Wij doen als school regelmatig een beroep
op ouders om aan allerlei activiteiten deel
te nemen en mee te helpen met de
organisatie. Jaarlijks zijn er veel ouders
actief bij allerlei binnen- en buitenschoolse
activiteiten. Ook hebben ouders zitting in
de ouderwerkgroep, ouderklankbordgroep
en in de medezeggenschapsraad.
5.2 Ouderbijdrage
Onze school vraagt een vrijwillige
ouderbijdrage ten bedrage van € 20,00
per leerling per jaar. Dit geld wordt
gebruikt om de kosten van Sinterklaas,
Kerstviering enz. te betalen. Dit geld
worden door de school geïnd en beheerd
door de ouderwerkgroep.
Het door het Ministerie opgestelde
reglement ouderbijdrage ligt op school ter
inzage. Om het innen van de gelden voor
schoolkamp en ouderbijdrage te
vergemakkelijken ontvangt u een
formulier voor automatische incasso via
de school. Wij vragen u vriendelijk hiervan
gebruik te maken.
20
5.3 Schoolgids
Elk jaar, zo spoedig mogelijk na de start
van het nieuwe cursusjaar, wordt de
nieuwe editie van de schoolgids aan de
kinderen meegegeven. Ook aan ouders die
belangstelling tonen voor de school in
verband met mogelijke plaatsing van hun
kind, stagiaires en nieuwe personeelsleden
wordt de schoolgids uitgereikt. De
schoolgids is ook op onze website te
vinden.
5.4 Jaarkalender
Gelijktijdig met de schoolgids krijgen de
kinderen een jaarkalender mee naar huis.
De jaarkalender geeft een handig
overzicht van alle activiteiten, die in de
loop van het schooljaar zullen
plaatsvinden, aangevuld met andere
belangrijke, praktische informatie. Wij
hopen dat de jaarkalender een vast
plaatsje bij u thuis krijgt. Zo hebt u alle
geplande afspraken voor het hele
schooljaar binnen handbereik.
5.5 Het informatieblad
Elke vrijdag komt het informatieblad uit.
Deze is wekelijks op onze website te
lezen. In het informatieblad worden de
belangrijkste data, activiteiten en de
thema’s voor de godsdienstlessen nog
eens op een rijtje gezet. Verder houden
wij u op de hoogte van nieuwtjes en
ontwikkelingen.
5.6 Ouderinformatieavond
Aan het begin van het nieuwe schooljaar
wordt in alle groepen een ouderinformatieavond georganiseerd. De
leerkrachten informeren u dan over
methoden en materialen voor het
komende schooljaar. Het tweede deel van
de avond is een gezellig ontmoetingsmoment voor alle ouders van de groep.
5.7 Huisbezoek
De groepsleerkracht van uw kind komt
één keer per jaar langs voor een
huisbezoek. Zij maken hiervoor vooraf een
afspraak. U kunt als ouders de leerkracht
om een extra bezoek of een gesprek
vragen.
5.8 bijeenkomst ouders van nieuwe
leerlingen
In het najaar en in het voorjaar worden de
ouders van leerlingen die pas op school
zijn, een ochtend of een middag
uitgenodigd door de orthopedagoog en de
schoolmaatschappelijk werker. Tijdens de
bijeenkomst wordt informatie gegeven en
kunnen ervaringen worden uitgewisseld.
5.9 Kennismakingsbijeenkomst
Als een kind binnen een aantal weken/
maanden op school komt of net op school
is gestart, worden de ouders uitgenodigd
voor een informatie ochtend. De IB-er
nodigt de ouders uit. De IB-er en de
directeur ontvangen de ouders.
5.10 Rapport
De leerlingen van groep 3 t/m 8 krijgen
twee keer per jaar een rapport mee: in
november en voor het einde van het
schooljaar. De leerlingen van groep 1 en 2
krijgen twee keer een ontwikkelingsverslag mee. Een soort ‘rapport”.
5.11 Rapportspreekuren
Twee keer per jaar, in november en juni,
voordat uw kind het rapport ontvangt,
wordt u uitgenodigd voor een bespreking
over de vorderingen en het welbevinden
van de leerling. Voor de ouders van elke
leerling een half uur beschikbaar is. Blijkt
deze tijd toch nog te krap dan wordt een
vervolgafspraak met u gemaakt.
U krijgt, via uw kind, een formulier met
een antwoordstrookje waarop u kunt
invullen wanneer en of u wel of niet komt.
5.12 extra spreekuur
In maart nodigen de leerkrachten de
ouders uit voor een 15-minuten-gesprek
over het welbevinden en de vorderingen
van de leerling. De ouders kunnen
aangeven of ze hiervan gebruik willen
maken.
5.13 Ouderavond
Eén keer per twee jaar wordt een
ouderavond georganiseerd. U ontvangt
hiervoor te zijner tijd een uitnodiging.
Deze avond staan een actueel thema
centraal. Als de ontwikkelingen in het
onderwijs uitnodigen tot een informatieouderavond organiseren we elk jaar één
keer een thema-avond.
5.14 Afscheidsavond groep 8
De leerkrachten van groep 8 nodigen, in
de laatste schoolweek, de ouders en de
kinderen uit voor een gezellige avond
waarop afscheid genomen wordt van de
kinderen. Het rapport en de schoolbijbel
wordt dan aan de kinderen uitgereikt.
5.15 Gesprek
Als u, als ouder, een gesprek wilt met de
directeur, intern begeleider of leerkracht
kunt u hiervoor (telefonisch) een afspraak
maken.
U bent van harte welkom.
21
5.16 Intakegesprek
Als het kind een sbo-beschikking heeft
gekregen en het kind komt daadwerkelijk
naar onze school, vindt er een
intakegesprek plaats met de IB-er.
5.17 Exitgesprek
Als een ouder besluit om onze school te
verlaten, om een andere reden dan
verhuizing of uitstroom naar het VO,
nodigt de directie de ouders uit voor een
exitgesprek.
5.18 Open dag
In de week voor de voorjaarsvakantie
wordt een open lesochtend georganiseerd.
Ouders en belangstellenden zijn dan van
harte welkom op school en in de groepen.
5.19 Website
Onze website wordt wekelijks bijgewerkt.
Alle belangrijke informatie kunt u daar
vinden. Van veel activiteiten maken we
foto’s die daarna zo snel mogelijk op de
site te vinden zijn.
5.20 Rommelmarkt
Jaarlijks, aan het einde van het
schooljaar, wordt een rommelmarkt
georganiseerd. Leerkrachten, ouders en
de kinderen van de groepen 8 spelen
hierbij een centrale rol.
5.21 Klusdag
Twee keer per schooljaar (najaar en
voorjaar), op een zaterdag, wordt een
klusdag georganiseerd. Ouders en
leerkrachten helpen mee bij diverse
klussen in en om de school.
5.22 Publicatie van foto’s en filmpjes
Tijdens activiteiten in en rond de locaties
van de PWS worden regelmatig foto’s en
soms ook filmpjes gemaakt. Een deel van
deze foto’s/ filmpjes wordt gebruikt voor
publicitaire doeleinden en/ of geplaatst op
de website van de PWS. Als uw kind niet
gefotografeerd of gefilmd mag worden,
om welke reden dan ook, vragen we u dit
nadrukkelijk te melden bij de leerkracht
van uw kind.
Bij het gebruik van foto’s/ filmpjes gaat de
school zorgvuldig om met de belangen van
afgebeelde personen.
5.23 Bij ziekte van het kind
Ouders informeren de school, voor
aanvang, over de afwezigheid van het
kind, bijvoorbeeld bij ziekte of
artsenbezoek. Tussen 8.15 en 8.45 uur
melden de ouders de afwezigheid van het
kind.
5.24 Bij calamiteiten thuis
Als thuis bijzonderheden zijn voorgevallen
(sterfgeval in familiekring, dood van een
huisdier, ernstige ziekte, enz.) waar het
kind door “geraakt” wordt, horen wij dat
graag voordat het kind op school komt.
Wij kunnen hier dan rekening mee houden
in onze aanpak/benadering.
5.25 Bij ziekte groepsleerkracht
Als de leerkracht van uw kind langer dan
een week ziek is/wordt, stelt de directie
eerst de groepsouders op de hoogte van
de situatie en informeert vervolgens de
andere ouders middels het infoblad.
5.26 Calamiteiten in de groep
Als in de groep of op school iets ernstigs
voorvalt, met grote impact op de
kinderen, stellen wij de ouders zo snel
mogelijk op de hoogte. Zo mogelijk
voordat het kind thuis is.
5.27 Informatie aan gescheiden
ouders
Wij vinden het belangrijk dat beide ouders
de informatie over de ontwikkeling van
hun kind of kinderen ontvangen.
Voorwaarde is dat van beide ouders hun
verschillende woonadressen bij ons
bekend zijn.
Wij zien af van informatieverstrekking aan
een ouder die niet het ouderlijk gezag
heeft, indien daaraan een gerechtelijke
uitspraak, waarin een contactverbod of
een beperking van de informatieplicht is
opgenomen, ten grondslag ligt.
Informatiebronnen:
- De schoolgids gaat aan het begin van
het schooljaar mee met het kind. De
digitale versie staat op onze website. Als
de andere ouder ook een schriftelijk
exemplaar van de schoolgids wil
ontvangen dient hij/zij hiertoe een
verzoek in bij de administratie. Wij zullen
dan een exemplaar toezenden.
- Het rapport is een uniek document,
behorend bij het kind. We gaan er vanuit
dat het rapport, door het kind, ook
meegenomen wordt naar de andere
ouder. Is dit niet mogelijk, dan kan deze
ouder de leerkracht vragen om een kopie
van het rapport. De leerkracht
zal dan het kind vragen het rapport mee
naar school te nemen om een kopie te
maken. De leerkracht stuurt de kopie
dan aan de andere ouder toe.
- De uitnodiging voor de rapportbesprekingen gaat mee met het kind naar de
verzorgende ouder. We gaan er vanuit
dat de verzorgende ouder ook de expartner informeert.
22
Zomogelijk komen zij samen naar het
gesprek. Als dit niet mogelijk blijkt,
kunnen beide ouders, in overleg,
afspreken om en om de rapportbesprekingen te bezoeken en onderling
elkaar te informeren. Als de ouders op
geen enkele manier kunnen samenwerken in de opvoeding van hun kind en er
bestaat geen mogelijkheid voor overleg
of informatie, dan kan de andere ouder
contact opnemen met de leerkracht van
hun kind en met hem of haar een
alternatieve (telefonisch of een afspraak)
manier van informeren afspreken. Het
initiatief hiervoor ligt bij de andere
ouder. De planning van de rapportbesprekingen staat op de jaarkalender en is
op de website te vinden.
- De uitnodiging voor ouderavonden/
thema-avonden gaat naar de
verzorgende ouder. We gaan er vanuit
dat de verzorgende ouder ook de expartner informeert. Zomogelijk komen zij
samen naar de ouderavond/themaavond. Als dit niet mogelijk blijkt
beslissen zij onderling wie wel of niet
gaat. De planning van de ouderavonden
vindt u op de website.
- Voor andere informatie kunnen alle
ouders contact opnemen met de
schoolleiding.
- Informatie voor derden. Een verzoek
gegevens van het kind te verstrekken
aan derden wordt altijd aan beide ouders
gedaan, tenzij één van de ouders geen
ouderlijk gezag heeft. De ouders moeten
hier schriftelijk toestemming voor
verlenen.
Als het uitwisselen van de informatie
onmogelijk blijkt, kan de andere ouder
telefonisch contact opnemen met de
groepsleerkracht en een afspraak maken
over het verkrijgen van de gemiste
informatie. (mogelijk telefonisch). Het
eerste initiatief hiervoor ligt bij de nietverzorgende ouder.
Wij verstrekken geen informatie aan een
ouder die niet het ouderlijk gezag heeft,
als daaraan een gerechtelijke uitspraak
ten grondslag ligt, waarin een
contactverbod of een beperking van de
informatieplicht is opgenomen.
5.28 Ouderklankbordgroep
De ouderklankbordgroep bestaat uit 7
ouders. De doelstelling van de OKBG is
met elkaar van gedachten wisselen over
de school, de ontwikkelingen en het
beleid. De OKBG heeft een adviserende rol
richting directie, team en medezeggenschapsraad. Het gezamenlijke belang is de
ontwikkeling van de kinderen.
- Er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van ouders over onder/midden- en bovenbouw.
- De OKBG komt minimaal 2 x per
schooljaar bijeen. Daarnaast vergadert
zij een keer samen met de MR.
- De OKBG voorziet zelf in haar vacatures
door middel van coöptatie in samenspraak met de schooldirecteur.
- De zittingsduur is maximaal 3 jaar.
- De schooldirecteur is tijdens de
bijeenkomsten aanwezig en heeft een
uitdrukkelijke verantwoordelijkheid voor
wat betreft het stimuleren, ondersteunen
en organiseren van de OKBG
bijeenkomsten.
- De besprekingen van de OKGB hebben
een informeel karakter.
De leden van de ouderklankbordgroep
zijn:
mevrouw Simone vd Pol
mevrouw Harma Langemaat
mevrouw Petra Booij
de heer André Kramer
de heer Herwin Ribberink
twee vacatures
5.29 Ouderwerkgroep
Tijdens een schooljaar worden er diverse
activiteiten georganiseerd. Hiervoor
hebben we ondersteuning nodig. Voor het
assisteren bij verschillenden schoolactiviteiten hebben we een ouderwerkgroep.
Namens het team is meester Albert
Hakkers de contactpersoon van deze
oudergroep. Hij woont alle vergaderingen
van de ouderwerkgroep bij.
De ouderwerkgroep bestaat uit de
volgende personen:
Mevrouw Miranda Zandman
Mevrouw Jenneke Spijker
De heer Gerrit Vedelaar
Mevrouw Irma Snippe
De heer Gerbin Reijnders
Mevrouw Marieke Netjes
Mevrouw Natasja Weering
De heer Gert Eggengoor
Meester Albert Hakkers
5.30 MR en GMR
Op schoolniveau (medezeggenschapsraad)
en op bestuursniveau (gemeenschappelijke medezeggenschapsraad) is de
medezeggenschap van ouders wettelijk
geregeld.
Vanaf 1 januari 2007 is de Wet
Medezeggenschap op Scholen (WMS) van
kracht. Deze wet is in de plaats gekomen
van de Wet Medezeggenschap Onderwijs
(WMO). De belangrijkste wijzigingen zijn:
- De GMR is meer een onafhankelijke raad
geworden, die eigen bevoegdheden heeft
en zich bezighoudt met zaken van
23
gemeenschappelijk belang.
- Het personeelsdeel en het ouderdeel van
(G)MR hebben, afzonderlijk van elkaar,
ook een aantal onderwerpen waarover
alleen zij adviseren.
- De wettelijke status van het personeelsdeel van (G)MR is die van een
ondernemingsraad
- Het belang van goede, tijdige informatie
voor de (G)MR neemt toe.
- Leden van de MR kunnen geen deel
uitmaken van de klankbordgroep
Daar waar de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) zich bezighoudt
met zaken van gemeenschappelijk belang,
spreekt de medezeggenschapsraad( MR)
alleen over zaken van schoolbelang. De
gesprekspartner van de MR is de
directeur. Veel beslissingen over
belangrijke schoolzaken nemen zij samen.
In onze MR zitten:
Als teamvertegenwoordigers:
Juf Linda Luijmes
Juf Miriam Vugteveen
Juf Fenneke Brink.
Als vertegenwoordigers van de ouders:
Mevrouw Hermien Roelofs
De heer Theo Oldehinkel
vacature
overleg op deze manier kunnen worden
opgelost.
Het te lang blijven lopen met een klacht is
niet goed voor ons en voor u. Komt u er
dus mee als er iets niet op een goede
manier verloopt. Dan kunnen we er samen
wat aan doen.
Komt het niet tot een oplossing op
schoolniveau, dan kunt u zich wenden tot
de directeur/bestuurder.
Contactpersoon:
Iedere school heeft één of twee
contactpersonen aangesteld. Als u met
een klacht naar de contactpersoon gaat,
zal hij/zij u uitleggen welke stappen u
kunt zetten en u in contact brengen met
de vertrouwenspersoon, de
directeur/bestuurder of de
klachtencommissie.
Vertrouwenspersoon:
U kunt zich ook wenden tot de één van de
twee vertrouwenspersonen van de
Stichting voor PCPO Chrono. De
vertrouwenspersoon zal kijken of
bemiddeling een oplossing kan bieden of
dat u beter een klacht kunt indienen. Als u
dat wilt, kan hij u hierbij ook helpen. Hij
kan u ook doorverwijzen naar een
organisatie die zijn gespecialiseerd in
opvang en nazorg.
De GMR heeft als gesprekspartner de
voorzitter van het college van bestuur.
De taken en bevoegdheden van de MR en
de GMR zijn vastgelegd in reglementen.
Voor belangstellenden is een exemplaar
ter inzage aanwezig.
De vertegenwoordiging van de scholen in
de GMR is als volgt geregeld. De scholen
van Chrono zijn ingedeeld in 4 clusters.
Elk cluster is met 2 leden (1 ouder en 1
personeelslid) vertegenwoordigd in de
GMR te weten:
Cluster 1: CNS Balkbrug, de Regenboog,
de Ark en de Groen van Prinstererschool
Cluster 2: De Bron, de Akker, de Elzenhof
Cluster 3: De Marsweijde, de Vlinder, cbs
Rheezerveen, ds. Koningsbergerschool
Cluster 4: De Bloemenhof, ‘t Kompas, de
Kastanjehof, prof. Waterinkschool
Namens ons cluster zit juf Ellen Landstra
in de GMR.
5.31 Klachtenregeling Chrono:
“Een goed gesprek voorkomt erger”
Waar mensen werken worden fouten
gemaakt. Deze fouten kunnen leiden tot
klachten, die vaak op te lossen zijn door
met elkaar in gesprek te gaan. Veruit de
meeste klachten zullen in onderling
24
Melden grensoverschrijdend gedrag
Elke school heeft een meldingsplicht bij
het vermoeden van grensoverschrijdend
gedrag. Dit kan gedrag zijn van leerlingen
tegenover leerlingen en/of leerkrachten
tegenover leerlingen en omgekeerd. Het
gaat om gedrag in de schoolsituatie, niet
bij de thuissituatie. De melding gaat dan
naar de directeur/bestuurder.
Klachtencommisie:
De stichting voor PCPO Chrono heeft een
klachtenreglement en is aangesloten bij
de Landelijke Klachtencommissie voor het
Christelijk Onderwijs.
Het klachtenreglement van de stichting
voor PCPO Chrono is op te vragen bij de
directeur van de school en staat ook op de
website van de stichting;
www.chronoscholen.nl
Vertrouwenspersoon inspectie:
Daarnaast is er een meldpunt bij de
inspectie voor klachten over seksuele
intimidatie, misbruik en fysiek of
psychisch geweld.
(zie ook beleidsplan ‘Agressie, geweld en
seksuele intimidatie” op
www.chronoscholen.nl)
U kunt daarvoor terecht bij het meldpunt
vertrouwenspersoon van de inspectie:
0900 1113111
Namen en adressen voor melding van
klachten:
Contactpersoon/personen:
meester Gert Gerrits
juf Rita Dekker
Vertrouwenspersonen van de
stichting:
Mevr. D.A.L.M. Jansen 0524-562747
Dhr. J. Kruiter
0523-264462
Directeur/bestuurder:
Dhr. H. Brink
Erve Odinck 7c,
7773 DE Hardenberg
Tel. 0523-272821
Landelijke klachtencommissie:
Postbus 82324,
2508 EH Den Haag
Tel. 070 386 16 97
Website: www.klachtencommissie.org
Email:
[email protected]
Zijn er klachten op het gebied van
sponsoring en bestuursbeleid, dan graag
in eerste instantie melden bij de
directeur/bestuurder.
25
6. Praktische zaken
Hier vindt u allerlei afspraken en regelingen die dagelijks in de school een rol spelen.
Ook zaken als verlof en organisatorische zaken worden hier beschreven. Allerlei
zaken die goed zijn om te weten. Een belangrijke reden om deze gids te bewaren.
6.1 Schoolorganisatie
Leerlingen worden in een bepaalde groep
geplaatst voornamelijk op basis van hun
leeftijd. Daarnaast zijn echter ook
pedagogische en/of didactische motieven
mede bepalend. Binnen de groepen wordt
zoveel mogelijk getracht leerlingen per
vak-/vormings-gebied in drie homogene
subgroepen te benaderen. Uitgangspunt
hierbij is per vak-/vormings-gebied niet
meer dan drie subgroepen. Wanneer een
leerling niet kan worden ingepast in een
subgroep kan deze leerling:
1.
individueel worden benaderd;
2.
mogelijkerwijze worden ingepast in
een subgroep in een andere groep;
3.
hulp krijgen van een onderwijsassistente (in of buiten de groep);
4.
voor dit vak-/vormingsgebied worden
verwezen naar de intern begeleidster.
6.2 Regels/afspraken
Waar mensen samen zijn of samenwerken
zijn afspraken en regels nodig. Ook op
school. Ze zijn er niet om te pesten of
mensen te beperken in hun handelen,
maar om een “omheining” aan te geven
waarbinnen je je vrij en veilig kunt voelen.
Hoewel regels vaak negatief zijn gesteld
“je mag niet …”, zijn ze er dus juist voor
bedoeld om een positieve invloed te geven
aan het samenzijn, -leven en - werken.
Zo bevorderen ze de rust, orde en
regelmaat binnen onze school.
Er zijn verschillende regels op papier
gezet. Deze regels gelden voor iedereen.
Enkele keren per jaar zullen deze regels in
de teamvergadering aan de orde worden
gesteld om te bezien of ze nog up to date
zijn en, indien nodig, worden aangepast
en/of bijgesteld.
Al deze regels kunnen worden samengevat
in drie hoofdregels:
1.We doen elkaar geen pijn of
verdriet, maar zorgen voor elkaar.
2. We luisteren naar elkaar.
3. We zijn zuinig op de spullen van
ons zelf en van een ander.
26
De regels zijn nader uitgewerkt voor
verschillende situaties en groepen:
- er zijn regels voor leerkrachten
- er zijn regels voor buiten school
- er zijn regels voor binnen de school
- er zijn regels voor computergebruik
- er zijn regels voor het gebruik van
het voetbalveld.
- er zijn regels voor op het luchtkussen
- er zijn regels voor ontruiming bij
calamiteiten
- er zijn regels voor stagiaires.
De regels zijn opgenomen in de
klassenmap zodat ze ook voor vervangers
vlot toegankelijk zijn. Het personeel van
de school dient er op toe te zien dat de
regels worden nageleefd.
6.3 Regel van de week
Om de week wordt op het informatieblad
een regel van de week aangegeven. In die
twee weken wordt extra aandacht aan
deze schoolregel of afspraak besteed.
Soms is dit seizoengebonden of is er een
actuele situatie waarom deze regel extra
aandacht krijgt.
6.4 Fietsen op school
De oudere kinderen uit Hardenberg en
directe omgeving komen met de fiets naar
school. De fietsen worden mee naar
school genomen onder verantwoordelijkheid van de ouders. De school is niet
verantwoordelijk voor schade aan de
fietsen. We verwachten dat de fietsen op
de daarvoor bestemde plaatsen worden
neergezet. Zorg dat de fietsen op slot
staan en de sleutel goed wordt bewaard!
6.5 Verzekering
Onze school is via de stichting aangesloten
bij de Vereniging Besturenraad Protestants
Christelijk Onderwijs te Voorburg. Deze
besturenraad heeft voor de aangesloten
scholen een collectieve W.A.-verzekering
afgesloten. Deze W.A.-verzekering dekt
het aansprakelijkheidsrisico van de
besturen en personeelsleden van de
aangesloten scholen in de uitoefening van
hun functie, alsmede het risico van
aansprakelijkheid voortvloeiende uit
ouderparticipatie. Het gaat dus om schade
toegebracht aan derden, die te wijten is
aan een onrechtmatige daad, gepaard
gaande met de schuld (of risico) van het
schoolbestuur en/ of personeel,
respectievelijk ouderparticipanten. Derde
is ieder ander dan het schoolbestuur en
kan dus ook een leerling van de school
zijn. Het is dus niet juist dat de W.A.verzekering dekking biedt voor alle schade
die in en om de school ontstaat. Dit is
alleen het geval, wanneer er verwijtbaar
doen of nalaten van het bestuur, het
personeelslid respectievelijk de
ouderparticipanten in het geding is.
6.6 Ongevallenverzekering
De scholierenongevallenverzekering geeft
onder de in de polis omschreven
voorwaarden recht op een uitkering,
wanneer een kind een ongeval met
lichamelijk letsel overkomt, ongeacht
wiens schuld het is. Het bestuur van de
stichting heeft voor deze situaties ook een
collectieve verzekering afgesloten. Het is
een aanvulling op de verzekering van de
ouders voor die onkosten, die door de
verzekering van de ouders niet wordt
gedekt. De uitkering is aan een maximum
gebonden.
Let wel: dit betreft alleen letselschade. De
school neemt geen verantwoordelijkheid
voor zaakschade (schade aan goederen).
Indien de “dader” bekend is kan dit door
de ouders onderling evt. worden geregeld
via de WA-verzekering.
Als door een leerling schade wordt
toegebracht aan de school of
schooleigendom zal de ouders van de
desbetreffende leerling worden verzocht
dit via hun WA-verzekering te vergoeden.
6.7 Kader buitenschoolse activiteiten
Het bestuur is te allen tijde verantwoordelijk voor het toezicht bij buitenschoolse
activiteiten. Dat geldt zowel voor bijvoorbeeld het schoolkamp, het voetbaltoernooi
en bijv. het schoolzwemmen. Het gaat
daarbij niet alleen om de activiteit zelf
maar ook om de reis er naar toe.
Genoemde activiteiten worden door de
school of vanuit de school georganiseerd.
Dat betekent dat op dat moment de
school ook verantwoordelijk is voor de
veiligheid van de kinderen. Het bestuur
heeft een zorgplicht ten opzichte van de
veiligheid van de aan haar toevertrouwde
kinderen. Dat houdt o.a. in dat het
bestuur ervoor zorgdraagt dat er in ieder
geval voldoende toezicht is bij
buitenschoolse activiteiten en dat de
leerlingen adequaat verzekerd zijn. In de
praktijk is het natuurlijk zo dat de school
zelf verantwoordelijk is voor de veiligheid
en ook zelf zorgdraagt voor het toezicht.
Het toezicht hoeft niet te geschieden door
leerkrachten, het kunnen ook ouders/
verzorgers zijn die toezicht houden.
Het bestuur heeft een schoolongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. De verzekering
geeft een adequate dekking in geval van
27
aansprakelijkheid van het bevoegd gezag,
het personeel en de vrijwilligers.
Wanneer er sprake is van buitenschoolse
activiteiten draagt de school, i.c. de
directeur, er in ieder geval zorg voor dat:
- er voldoende toezicht aanwezig is van
volwassenen;
- er een instructie is voor de toezichthouders, zodat die weten wat er van hen
verlangd wordt (bijv. de groep bij elkaar
houden; toezicht houden bij activiteiten;
verbieden van bepaalde zaken waardoor
kinderen in gevaarlijke situaties kunnen
komen; vooraan in de rij fietsen e.d.);
- de toezichthouders weten dat zij bepalen
of kinderen iets wel of niet doen (en niet
de kinderen of een andere volwassene);
- bij vervoer in de auto dat er een
ongevallen-inzittendenverzekering is
afgesloten en dat de kinderen in “de
gordels” zitten.
Voordat een buitenschoolse activiteit
plaatsvindt wordt gekeken of er voldoende
toezichthouders zijn. Is dit niet het geval
dan wordt de activiteit geannuleerd.
6.8 Schooltijden
Onze schooldag begint elke dag om 8.45
uur en eindigt om 15.00 uur
Op woensdag en vrijdag eindigt de school
om 12.15 uur.
De middagpauze, maandag, dinsdag en
donderdag, is van 12.15 tot 12.45 uur.
6.9 Overblijven
Alle leerlingen eten tussen de middag op
school, hoewel dit natuurlijk niet verplicht
is. De leerlingen eten in de eigen klas
onder begeleiding van de groepsleerkracht. Het houden van toezicht tijdens de
pauzes (en voor en na schooltijd) gebeurt
door leerkrachten (pleinwacht).
N.b.: wij verzoeken u vriendelijk maar
dringend geen pakjes of blikjes drinken
mee te geven (in verband met de
hoeveelheid afval).
Ook verzoeken wij u geen snoep en
aanverwante zaken mee te geven
(behoudens traktaties bij verjaardagen)
6.10 Schoolkamp
Jaarlijks gaan we met alle leerlingen op
schoolkamp. Voor de twee jongste
groepen betreft dit een minikamp (met
één overnachting op school), voor de
overige groepen 4 dagen. De kosten voor
het minikamp bedragen € 20,00 per
leerling ; voor het “grote” kamp € 70,00.
Aangezien het schoolkamp wordt
meegerekend als lestijd, gaan wij ervan
uit dat alle kinderen meegaan, behalve
wanneer hiervoor via een huisarts of
specialist een geldige reden wordt
aangegeven.
Vanuit pedagogisch oogpunt (aanpassing
aan groep, omgaan met gevoelens van
heimwee) maken wij niet op voorhand
uitzonderingen voor een individuele
leerling t.a.v. regels en afspraken. De
leerkracht houdt hierbij de kindspecifieke
eigenheden van de leerling nauwlettend in
de gaten en neemt hierover bewust en
verantwoord besluiten in overeenstemming met de uitgangspunten van de
school.
6.11 Gymnastiek
Jaarlijks worden de leerlingen getest op
hun vaardigheden. Op basis van de
behaalde scores worden de leerlingen
ingedeeld in gymniveau-groepen. Iedere
groep krijgt wekelijks twee keer les van
onze vakleerkracht. De groepen 1 t/m 4
krijgen tevens extra bewegingslessen.
Van de groepsleerkracht hoort u in welke
niveaugroep uw kind zit en wanneer uw
kind gym heeft.
Gymkleding: korte broek, gymbroekje of
gympakje is verplicht (s.v.p. voorzien van
naam).
6.12 Activiteiten
Een aantal culturele activiteiten wordt
centraal geregeld door de ‘Culturele
commissie voor de schooljeugd’ voor de
gemeente Hardenberg. Aan deze
activiteiten doen uiteraard ook onze
leerlingen mee. Op dit moment is nog niet
bekend welke activiteiten. U hoort
hierover meer.
6.13 Schoolfotograaf
De schoolfotograaf komt elke twee jaar in
de maand mei of juni.
Er worden dan groepsfoto’s en individuele
foto’s gemaakt.
6.14 Verjaardagen kinderen
Als uw kind jarig is, mag hij of zij
uiteraard trakteren. We beperken dit tot
een traktatie in de eigen klas. We zouden
het zeer op prijs stellen als uw kind op
een gezonde manier trakteert. Alle
kinderen krijgen van school een prachtige
verjaardagskaart .
6.15 Verjaardagen van meester of juf
Op de dag dat de meester of de juf zijn of
haar verjaardag viert, mogen de kinderen
verkleed op school komen of doen een
andere gezellige activiteit, bijv. een
morgen naar het bos o.i.d.
28
Voor de kinderen blijft het leuk om iets
voor de leerkracht te doen. Nooit kostbare
cadeaus meebrengen. Een tekening of een
plakwerkje is net zo leuk.
Om voor de jarige leerkracht een cadeau
te kopen wordt geld ingezameld. Hiervan
krijgen de leerlingen t.z.t. bericht mee.
6.16 Verjaardag van familieleden
Alleen voor jarigen in het gezin en voor
oma of opa mogen de kinderen een
kleurplaat maken. Wilt u hiervoor aan uw
kind een briefje meegeven, ongeveer een
week van tevoren?
Voor de kleuters kunt u de data op de
verjaardagskalender op het prikbord in de
gang zetten.
6.17 Sinterklaasfeest
De kinderen krijgen een cadeautje van
Sinterklaas, dat bekostigd wordt uit de
ouderbijdrage. De groepen 5 t/m 8
"trekken lootjes" en maken een surprise
met gedichtje voor een medeleerling. De
kinderen mogen als Sint/Piet verkleed op
school komen.
6.18 Kerstfeest
Het kerstfeest, waarvoor de ouders ook
worden uitgenodigd, wordt met de hele
school gevierd op de laatste vrijdag voor
de kerstvakantie. De locatie wordt tzt
bekend gemaakt.
6.19 Paasviering
Het Paasfeest wordt op school gevierd met
o.a. een Paasliturgie en een gezamenlijke
lunch in de klas, op de donderdag vóór
Pasen.
6.20 Projecten
Jaarlijks worden er één of meerdere
projecten in de klas gedaan. Denk aan
culturele activiteiten, sport, thema’s enz..
Jaarlijks wordt er een gezamenlijk project
door de hele school gehouden. Thema’s
zoals pestgedrag komen regelmatig aan
de orde.
Voorbeelden van klas-projecten zijn het
Halt-project (vuurwerkvoorlichting),
schrijvers in de klas, boomplantdag,
kinderboekenweek, enz.
In de kleuterbouw wordt regelmatig met
thema’s gewerkt
6.21 Voor een goed doel
Elke week kunnen de kinderen geld
meenemen voor een goed doel. Wij
sparen ook dit jaar voor het project Home
of Hope & Dreams in Uganda. Juf Miriam
is vanaf het allereerste begin betrokken bij
dit prachtige project. We hebben twee
kinderen uit het project Home of Hope &
Dreams geadopteren: Ethan en Jerom.
Het goede doelengeld wordt gebruikt om
deze twee jongens een toekomst te
bieden. Verantwoording van de middelen
vindt plaats via de informatiebrief.
6.22 Schoolontbijt
Eén keer per schooljaar ontbijten we
samen in de klas. Samen aan tafel onder
het genot van een heerlijk ontbijt.
6.23 Wisselmorgen/wisselmiddag
Op de laatste woensdagmorgen voor de
zomervakantie gaan de kinderen na de
pauze een kijkje nemen in de nieuwe
klas. Zodoende hebben alle leerlingen
vóór de zomervakantie een beeld van hun
komende situatie. Dat is belangrijk voor
hen. Ook de nieuwe kinderen worden
hiervoor uitgenodigd.
6.24 Vervanging van leerkrachten
Wanneer een leerkracht afwezig is wegens
ziekte of andere ernstige zaken zal in
eerste instantie worden getracht een
vervanger(ster) aan te trekken. Lukt dit
niet dan zal worden geprobeerd intern een
oplossing te vinden door bijv. een ADVdag te laten vervallen of groepen samen
te voegen. Slechts in uiterste noodzaak
zal een groep (en dan beslist niet langer
dan een dag) vrij worden gegeven. U
krijgt hier dan zo vroeg mogelijk (in
verband met het vervoer) telefonisch
bericht van.
6.25 Vervoer van kinderen
Vanaf 1 maart 2006 moeten kinderen
kleiner dan 1,35 meter in een goedgekeurd kinderzitje vervoerd worden.
Volwassenen en kinderen groter dan 1,35
meter moeten de autogordel om en
mogen zonodig ook een kinderzitje
(zittingverhoger) gebruiken. Om de regels
in de praktijk hanteerbaar te maken, zijn
er uitzonderingen opgenomen. Zo is
bijvoorbeeld in de bus en de taxi een
kinderzitje niet verplicht.
6.26 Taxivervoer
Ouders dienen zelf het taxivervoer voor
hun kind(eren) aan te vragen bij de
afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling
van de gemeente waarin zij wonen.
Aangezien de aanvraag de nodige tijd in
beslag kan nemen is het handig om deze
aanvraag tijdig te doen.
Voor ouders die zelf hun kind brengen (of
leerlingen die op eigen gelegenheid
komen) bestaat de mogelijkheid onder
bepaalde omstandigheden een vergoeding
29
te krijgen. Ook dit dient door de ouders bij
de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling
te worden aangevraagd.
Voor klachten en/of problemen over het
vervoer dient u zich te wenden tot
- Taxibedrijf Leemhuis:
tel. 0523 - 24 13 19
- Ommer Vervoerstichting:
tel. 0529-408080.
Voor de gemeenten Dalen en Coevorden:
- Taxicentrale Dorenbosch Assen:
tel. 0529-615000
- Ook kunt u terecht op het gemeentehuis,
afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling.
Het leerlingenvervoer is een zaak van
gemeente en vervoerder; als school
hebben wij hier geen enkele invloed op.
Toch verzoeken wij u klachten /
problemen te ook te melden bij school.
6.27 Sponsoring
Op 19 februari 2009 heeft het Ministerie
van Onderwijs een “”Convenant
sponsoring onderwijs” afgesloten met
partijen die het onderwijs, het
bedrijfsleven, ouderverenigingen,
scholieren en de overheid vertegenwoordigen.
Chrono volgt de richtlijnen en
aanbevelingen uit dit Convenant. Dat is de
reden dat Chrono niet een eigen
sponsorreglement heeft opgesteld.
Voor directeuren, ouderklankbordgroepen
en MR’n is het van belang kennis te
nemen van dit Convenant op het moment
dat er afspraken worden gemaakt over
sponsoring.
Als sponsoring gebeurt op een zorgvuldige
wijze, is daartegen geen bezwaar.
Het is goed nog op te merken dat er
sprake is van donatie als er geen enkele
tegenprestatie wordt gevraagd. Zodra dit
wel het geval is, wordt het sponsoring.
Het meest recente convenant, getekend 9
februari 2009, is bijvoorbeeld te
downloaden via Google onder: “Convenant
sponsoring onderwijs”.
6.28 Ziekte en afwezigheid
Ziekte of afwezigheid van uw kind dient u
‘s ochtends, tussen 8.00 en 8.45 uur, door
te geven. Wij registreren de afwezigheid
van uw kind.
Als uw kind om welke reden dan ook niet
(of niet op tijd) op school kan zijn,
verzoeken wij u, de leerkracht van de
betreffende groep op de hoogte te stellen.
Bij afwezigheid zonder bericht maken wij
ons zorgen en nemen dan contact met u
op. U begrijpt dat dit lastig is omdat de
leerkracht de klas dan moet verlaten.
Uw kind kan natuurlijk ook tijdens de
schooluren ziek worden of gewond raken.
Als een kind op school ziek wordt,
proberen we de ouders of verzorgers van
het kind te bereiken. Dit gebeurt meestal
telefonisch. We vragen u dan het kind op
school te komen ophalen.
We sturen kinderen niet zelf naar huis. Als
we geen gehoor krijgen, ook niet op uw
telefoonnummer (2e nummer bij geen
gehoor) blijft het kind dus op school. Als
het zodanig ziek is, dat verzorging
onmiddellijk nodig blijkt, dan schakelen
we medische hulp in.
Als uw kind meteen naar de dokter of naar
het ziekenhuis moet, proberen we
uiteraard eerst u als ouders te bellen,
zodat u met uw kind naar arts of
ziekenhuis kunt gaan. Dat is prettiger voor
uw kind en de leerkracht kan dan bij de
groep blijven.
Als we u niet kunnen bereiken en ook
niemand op uw 2e telefoonnummer, gaan
we zelf als begeleiding mee. We hopen dat
u dan later het kind kunt overnemen.
Wilt u in verband hiermee jaarlijks even
controleren of het door u opgegeven 2e
telefoonnummer (noodnummer) nog wel
juist is?
6.29 Luizencontrole
Regelmatig wordt in de groepen hoofdluis
geconstateerd. Bijna altijd na de
schoolvakanties. De week na een
vakantieperiode worden de kinderen op
hoofdluis gecontroleerd door de
‘luizenouders’. Wanneer bij uw kind luizen
zijn aangetroffen krijgt u hierover bericht.
Ook krijgt u via uw kind een brief waarin
aangegeven wordt hoe te handelen.
6.30 Gevonden voorwerpen
Elk jaar blijft er een aantal voorwerpen en
kledingstukken in school liggen/ hangen,
waarvan de herkomst onbekend is. Als
een naam op het voorwerp of kledingstuk
staat, zorgen wij dat de rechtmatige
eigenaar zijn eigendom terugkrijgt.
Als er geen naam op staat, worden de
voorwerpen verzameld in een bak in de
personeelskamer.
Gevonden sleutels en ‘sieraden’ kunt u
terugvragen bij de concierge. Als de tijd
van laarzen aanbreekt, wilt u dan de naam
van uw kind in de laarzen zetten?
30
Graag een lusje in de jas en een koordje
aan de handschoenen en de naam van uw
kind in kledingstukken en op voorwerpen.
Dit bevordert het sneller terug laten keren
van de eigendommen van de kinderen.
6.31 Waardevolle spullen
Regelmatig komen kinderen naar school
met een mobiele telefoon, een mp3speler, enz. De school is voor deze spullen
niet verzekerd. We raden het dus ook af
om deze spullen mee te nemen naar
school. We hanteren het principe dat
kinderen geen mobieltjes mee naar school
nemen tenzij het kind ver moet fietsen, of
met openbaar vervoer reist e.d. Kinderen
die een mobiel bij zich hebben leveren
deze, voordat de lessen beginnen, in bij
de groepsleerkracht. Aan het einde van de
schooldag kunnen ze deze weer
meenemen.
6.32 Buitenschoolse Opvang
Vanaf schooljaar 2007/2008 kunnen
ouders die dat wensen, gebruik maken
van een door de school geregelde vorm
van buitenschoolse opvang. N.a.v. een
enquête, gehouden onder de ouders in
maart 2007, heeft het bestuur in overleg
met de aanbieders van buitenschoolse
opvang gekozen voor het
makelaarsmodel.
Dit houdt in dat het bestuur van de
Stichting Chrono de buitenschoolse
opvang heeft uitbesteed. De school heeft
geen rol in de organisatie van de
kinderopvang.
Buitenschoolse opvang is opvang voor
kinderen van 4 tot 13 jaar voor en na
schooltijd. Stichting Welluswijs verzorgt de
buitenschoolse opvang voor veel scholen
in de regio Hardenberg. Wanneer u
voorschoolse opvang afneemt, brengt de
bso-leidster de kinderen naar school. Voor
de naschoolse opvang geldt dat de
kinderen ’s middags van school gehaald
worden en naar een opvanglocatie in de
buurt gaan. Op deze locatie is een
activiteitenprogramma opgezet waar
kinderen aan deel kunnen nemen, daarbij
komen aan de hand van thema’s diverse
activiteiten aan bod. Van natuur- tot
sport- en spelactiviteiten, van lees- tot
knutselactiviteiten.
Ouders kunnen kinderopvangtoeslag
aanvragen voor BSO, wat betekent dat
slechts een klein deel van de kosten zelf
betaald dienen te worden.
Voor verder informatie verwijzen wij u
naar de website van Stichting Welluswijs:
www.welluswijs.nl
31
7. Leerplicht, verlof, vakantie en vrije
dagen
In dit deel vindt u de regels en afspraken betreffende de leerplicht en verlof. Hoe
verzuim wordt geregistreerd en de uitwerking van deze wet op het minimum aantal
klokuren onderwijs.
7.1 Regels van de leerplicht
Als uw kind 4 jaar wordt mag het naar
school. Wanneer een kind 5 jaar wordt
geldt de leerplicht. Wel is het zo dat in
overleg met de school een 5-jarige nog
enkele uren per week met reden thuis
mag blijven. Uiteraard is het veelal het
beste dat het kind de lessen op school
regelmatig volgt.
De directie van de school is belast met de
uitvoering van de leerplicht. De
mogelijkheden voor extra vakantie of
verlof zijn aan strenge regels gebonden.
Algemeen uitgangspunt is: verlof buiten
de schoolvakanties om is niet mogelijk,
tenzij er sprake is van gewichtige
omstandigheden. Dit betekent dat voor
een extra vakantie wegens wintersport,
een tweede vakantie, een extra lang
weekend enz. geen verlof mag worden
verleend.
Vakantieverlof kan hooguit één keer per
jaar, voor een periode van ten hoogste
tien dagen worden toegestaan indien:
- wegens de specifieke aard van het
beroep van een van de ouders het niet
mogelijk is om tijdens de officiële
schoolvakanties op vakantie te gaan;
- een werkgeversverklaring wordt
overlegd waaruit blijkt dat verlof binnen
de officiële schoolvakanties niet
mogelijk is;
- dit minimaal 8 weken van tevoren
schriftelijk wordt aangevraagd bij de
directeur.
De directeur mag geen toestemming
geven als het gaat om de eerste twee
weken na de grote vakantie.
Verlof mag worden verleend in geval van
gewichtige omstandigheden. Daaronder
verstaat de Leerplichtwet dagen waarop
kinderen vanwege geloofs- of levensovertuiging niet op school kunnen komen
en omstandigheden die buiten de wil van
de leerling of de ouders zijn gelegen.
32
Voorbeelden zijn: huwelijk, jubilea,
verhuizing, ernstige ziekte van een
familielid, begrafenis van een familielid.
De directeur is verplicht de
leerplichtambtenaar mededeling te doen
van ongeoorloofd of vermoedelijk
ongeoorloofd schoolverzuim. Tegen ouders
die hun kind(eren) zonder toestemming
thuishouden kan proces-verbaal worden
opgemaakt. Eveneens kan tegen de
directeur proces-verbaal worden
opgemaakt wanneer deze niet voldoet aan
zijn verplichtingen.
7.2 Verlof leerling
De leerplichtige leeftijd is vijf jaar. Tot uw
kind 6 jaar wordt, mag u uw kind vijf uren
per week thuis houden. Dat is natuurlijk
niet wenselijk, maar als u het echt
noodzakelijk vindt, kan het.
U moet dat wel melden en bespreken met
de schooldirectie.
In voorkomende gevallen moet u verlof
aanvragen.
Dit zijn de richtlijnen die we bij het
aanvragen van verlof hanteren:
- Bezoek huisarts, ziekenhuis,
therapie of tandarts.
Zo'n bezoek hoeft u slechts mede te delen
aan de betrokken leerkracht. We vragen u
wel om dergelijke afspraken zoveel
mogelijk na schooltijd te maken.
Indien de afspraak onder schooltijd valt,
dan bent u verplicht om uw kind (van
groep 1 t/m 8) op school te komen
ophalen. Zonder uw toestemming sturen
we geen kinderen alleen naar huis.
Aangezien het “vrij vragen”
(verlofaanvraag) af en toe een
ingewikkeld onderwerp is, wordt een en
ander hieronder nog even toegelicht.
- Verlof voor huwelijken, jubilea,
begrafenissen en dergelijke.
U kunt voor een verlofaanvraag een
speciaal formulier vragen aan de directeur
bij wie u dit ingevuld weer kunt terug
geven met een kopie van de evt.
uitnodiging. Indien de directeur voor
verlof op basis van onderstaande
regelgeving geen verlof kan verlenen, zal
hij u dit meedelen. U kunt het formulier
dan zelf opsturen naar de
leerplichtambtenaar van de gemeente
Hardenberg. Deze zal het verzoek
vervolgens beoordelen.
- Verlof voor vakantie.
Hiervoor wordt slechts in
uitzonderingsgevallen toestemming
gegeven. Een verzoek hiervoor dient
schriftelijk, liefst met een mondelinge
toelichting, ingediend te worden bij de
directie, minstens zes weken voor
aanvang van het gevraagde verlof. De
directie is op dit punt gebonden aan
bepaalde afspraken met de
leerplichtambtenaar van de gemeente aan
wie hij tevens verantwoording
verschuldigd is.
Uiteraard dient iedereen zich te houden
aan de vastgestelde schoolvakanties. Dat
geldt ook voor wintersportvakanties e.d.
Een paar uur eerder vrijgeven in dit
verband kan daarom door de directie niet
worden goedgekeurd.
In heel bijzondere gevallen mag de
directeur van de school een leerling
vrijgeven om met zijn ouders op vakantie
te gaan. Dat mag hooguit één keer per
jaar voor een periode van ten hoogste tien
dagen (Twee keer vijf dagen mag
bijvoorbeeld niet). Dat geldt alleen voor
ouders die door hun beroep niet in de
schoolvakanties vakantie kunnen nemen.
De directeur mag geen toestemming
verlenen als het gaat om de eerste twee
weken na de grote vakantie. Indien u
bezwaar hebt tegen het besluit van de
directie dan wel de leerplichtambtenaar,
kunt u binnen 30 dagen in beroep gaan bij
de Raad van State.
In geval van twijfel kunt de directie
uiteraard altijd vragen om toelichting.
7.3 Onderwijs tijdens een langdurige
ziekteperiode van een leerling
In de wet "Ondersteuning Onderwijs aan
Zieke Leerlingen" van 1999 is nog eens
duidelijk aangegeven dat ook zieke
leerlingen recht hebben op onderwijs.
Voor kinderen of jongeren die in een
ziekenhuis zijn opgenomen - of thuis ziek
zijn is het belangrijk dat het gewone leven
zo veel mogelijk door gaat. Onderwijs
hoort daar zeker bij. Onderwijs aan zieke
leerlingen is o.a. om de volgende redenen
van belang:
- het leerproces wordt voortgezet (een
onnodige achterstand wordt zo veel
mogelijk voorkomen)
- de zieke leerling houdt een belangrijke
verbinding met de buitenwereld
(regelmatig sociale contacten)
Ook tijdens een ziekteperiode van een
leerling blijft de eigen school
verantwoordelijk voor het onderwijs aan
die leerling. De leerkrachten staan er
echter niet alleen voor. Zij kunnen voor
deze onderwijsbegeleiding aan de zieke
33
leerling een beroep doen op de
ondersteuning van een Consulent
Onderwijs aan Zieke Leerlingen (COZL).
De leerkracht van de school en de
consulent maken in overleg met de ouders
van de leerling afspraken over de inhoud
van de ondersteuning. Het accent kan
daarbij liggen op begeleiding en
advisering, maar ook kan een deel van het
onderwijsprogramma van school worden
overgenomen. Het belang van de zieke
leerling wordt daarbij steeds als
uitgangspunt genomen
7.4 Belangrijke data:
St. Nicolaasfeest:
5 december
Kerstviering:
19 december
Open huis:
19 februari
Paasviering:
2 april
Rommelmarkt:
6 juni
Schoolkamp:
15 t/m 18 juni
Minikamp:
17 en 18 juni
7.5 Studiedagen
De studiedagen staan hieronder vermeld.
Alle teamleden zijn die dag, op allerlei
manieren bezig met ontwikkeling van
kennis en vaardigheden, die noodzakelijk
zijn voor de verbetering van de kwaliteit
van ons onderwijs.
Door de lange meivakantie zijn er dit
schooljaar weinig studiedagen binnen de
schooltijden. Dat betekent dat we als
team meer studiemomenten hebben
buiten de schooltijden. Op onderstaande
dat zijn de kinderen vrij.
Lustrumdag Chrono
Studiedag sbo-scholen
Teamstudiemiddag
5 januari
8 april
23 april
7.6 Vakantierooster
Eerste dag
Laatste dag
Herfstvakantie
13 oktober
17 oktober
Kerstvakantie
22 december
2 januari
Voorjaarsvakantie
23 februari
27 februari
Paasvakantie
3 april
Koningsdag
27 april
27 april
Meivakantie
4 mei
15 mei
Pinksteren
25 mei
25 mei
zomervakantie
6 juli
14 augustus
6 april
34
8. Omgangsnormen Chrono
Voor een goede samenwerking school en ouders
De school is meer dan alleen een gebouw.
Het is een plaats waar kinderen,
leerkrachten en vaak ouders elkaar
ontmoeten.
Wij vinden het erg belangrijk dat de
relatie tussen de ouders en de school goed
is. We werken ieder vanuit een eigen
verantwoordelijkheid aan de opvoeding en
ontwikkeling van het kind en zijn tevens
“partners” om die ontwikkeling goed te
kunnen begeleiden en volgen. Hierna treft
u een aantal aanbevelingen aan, die
belangrijk zijn om goed te kunnen
samenwerken.
8.1 Wat mag u van de professor
Waterinkschool verwachten:
A. Op de PWS draait alles om het
kind:
- wij doen ons best om ieder kind een
kans te bieden zich zo optimaal mogelijk
te ontwikkelen
- de schoolresultaten zijn op het niveau
van vergelijkbare scholen in ons land
- wij nemen deel aan diverse projecten
o.a. sport en cultuur
B. Het welbevinden van uw kind
krijgt veel aandacht:
- wij werken met veel zorg aan een goede
sfeer, waarbij elk kind zich veilig,
geborgen en vrij mag voelen
- elk kind krijgt les in een uitdagende
(leer)omgeving en in een verzorgd
schoolgebouw
- wij hechten aan goede omgangsvormen;
daarom letten wij op taalgebruik,
eerlijkheid, respect; wij doen ons best
zelf het goede voorbeeld te geven.
C. De professor Waterinkschool
communiceert met u op een
heldere wijze:
- u hoort bij de aanmelding van uw kind
over de wijze waarop de PWS een
christelijke school is
- u hoort bij de aanmelding van uw kind
hoe u door ons geïnformeerd wordt over
de vorderingen van uw kind bijv. het
rapport en handelingsplan
- wij doen ons best om een goed leesbare
schoolgids te schrijven, zodat u op de
hoogte kunt zijn van de organisatie van
de school
35
- wij hechten veel waarde aan een goed
contact met ouders d.m.v. de
nieuwsbrief, website, ouderspreekuur
- het team staat open voor uw vragen en
uw tips/adviezen rondom uw kind
- het team is goed bereikbaar
8.2 Wat mag de professor
Waterinkschool van u verwachten:
A. Het schoolgebeuren:
- iedereen houdt zich aan de schoolregels
- ieder doet zijn/haar best zich aan de
schooltijden te houden
- loyaliteit wordt getoond door respectvol
met elkaar om te gaan
- het schoolbeleid wordt gerespecteerd
B. Het welzijn van uw kind:
- u toont interesse in het schoolgebeuren
door bijv. de schoolvorderingen met de
leerkracht te bespreken en samen de
zorg en het welbevinden te delen
- samen te werken (school en thuis) aan
de sociaal emotionele ontwikkeling
- u staat open voor tips en adviezen die de
school aandraagt
C. Ondersteuning bij activiteiten:
- betrokkenheid bij het schoolgebeuren te
tonen door o.a. medewerking te
verlenen bij activiteiten
(klusdagen, ouderwerkgroep,
ondersteunende activiteiten, e.d.)
- mee te denken in de ontwikkeling van de
school bijv. in de ouderklankbordgroep
en de medezeggenschapsraad.
36
9. Toelating, verwijdering en schorsing van
leerlingen
Voor Chrono geldt een vastgesteld beleidsplan “Toelating en verwijdering van een
leerling”. Dit plan ligt bij de directeur ter inzage. In deze schoolgids vermelden we enkele
hoofdzaken uit het plan.
9.1 Toelating en verwijdering
Voor Chrono geldt een vastgesteld
beleidsplan “Toelating en verwijdering van
een leerling”. De scholen van stichting
PCPO Chrono staan midden in de
samenleving. Dat betekent dat in beginsel
alle kinderen van harte welkom zijn om bij
ons onderwijs te volgen. Als wij een
leerling niet toelaten, verwijzen of
verwijderen moeten wij hier een hele
goede reden voor hebben. De beslissing
over toelating en verwijdering van
leerlingen berust formeel bij het bestuur.
In de praktijk wordt de beslissing over
toelating genomen door de directeur en
over de verwijdering/ verwijzing en het
niet toelaten door de voorzitter college
van bestuur op voorstel van de directeur.
9.2 Algemene uitgangspunten
toelatingsbeleid
1.
Met ingang van 1 augustus 2014
hebben alle scholen, in het kader
van Passend Onderwijs, de
zorgplicht om aangemelde
leerlingen die extra ondersteuning
behoeven een zo passend mogelijk
onderwijsaanbod te doen.
2.
Ouders hebben een keuzevrijheid:
zij zoeken een school die het beste
aansluit bij hun eigen opvattingen
en ideeën over goed onderwijs en
die zij het beste vinden aansluiten
bij aard en karakter van hun kind
(levensbeschouwelijke,
pedagogische en didactische
uitgangspunten).
3.
In principe zijn alle kinderen
welkom op één van de scholen
ressorterend onder het bevoegd
gezag. Er wordt geen onderscheid
gemaakt op grond van
levensbeschouwing, cultuur of
handicap.
4.
Ouders moeten hun kind schriftelijk
aanmelden(aanmeldingsformulier)
vanaf de dag dat het kind drie jaar
wordt en ten minste tien weken
37
voor de datum waarop ze toelating
vragen.
5.
Ouders zijn verplicht bij aanmelding
aan te geven bij welke school ze
eveneens om toelating hebben
verzocht.
6.
De school die de het
aanmeldingsformulier als eerste
ontvangt, moet een zo passend
mogelijk onderwijsaanbod doen, dus
een plek vinden op een school waar
het kind daadwerkelijk geplaatst
kan worden.
7.
8.
9.
10.
Het schoolbestuur (dit is
gedelegeerd aan de schoolleiding)
beoordeelt of een aanmelding een
kind betreft dat extra ondersteuning
behoeft en moet een oordeel vellen
over de ondersteuningsbehoefte van
de aangemelde leerling. Hiertoe kan
het bestuur (via de cat, school) de
ouders vragen gegevens te
overleggen over stoornissen of
handicaps van het kind of de
beperkingen in de
onderwijsparticipatie.
De school waarvoor toelating wordt
verzocht, toetst de
ondersteuningsbehoefte aan het
eigen ondersteuningsprofiel. Het
profiel is te vinden op de
schoolwebsite.
De (on)mogelijkheden van de
individuele basisschool zijn bepalend
voor de plaatsing van een kind op
de school waar het kind wordt
aangemeld, deze staan beschreven
in het School ondersteuningsprofiel,
hierna te noemen SOP). Hierbij
wordt o.a. gekeken naar:
a. de capaciteiten van het
team in relatie tot de
gewenste zorg van het
kind;
b.
de groepsgrootte;
c.
de groepssamenstelling;
d.
de beschikbare
huisvesting;
e.
de beschikbare
personeelsformatie.
De toelating van een kind mag niet
afhankelijk zijn van een financiële
bijdrage van de ouders.
11. Als een school een leerling die extra
zorg behoeft moet weigeren, is zij
verplicht er voor te zorgen dat deze
leerling bij een andere school
terecht kan. Dit is een
resultaatverplichting.
12.
Ouders en leerlingen dienen de
bijzondere grondslag van de school
te onderschrijven of te respecteren.
13.
Leerlingen zijn verplicht met alle
activiteiten mee te doen;
uitsluitingen, bijvoorbeeld van het
bijwonen van vieringen en
godsdienstlessen zijn niet mogelijk
een en ander met inachtneming van
artikel 58 WPO.
Voor toelating tot onze speciale
school voor basisonderwijs geldt
bovendien:
Voor de leerling moet een positieve
beschikking zijn afgegeven door de
Permanente Commissie
Leerlingenzorg
van ons samenwerkingsverband.




9.3 Toelating van een kind
Aanmelding is mogelijk gedurende
het schooljaar (zie ook nr. 4
Algemene uitgangspunten
toelatingsbeleid).
Ouders die kun kind willen
aanmelden op de school van hun
keuze, dienen eerst contact op te
nemen met de directeur van de
school. Er wordt een afspraak
gemaakt voor een gesprek waarin
de ouders informatie ontvangen
over het onderwijs op de school.
Daarbij wordt in ieder geval de
schoolgids aan de ouders
overhandigd.
Ouders zijn verplicht alle relevante
informatie over het kind te
verstrekken aan de school: het
achterhouden van informatie kan
het weigeren van de inschrijving tot
gevolg hebben, ook met
terugwerkende kracht.
Een toekomstige kleuter leerling
wordt voorafgaande aan de
definitieve plaatsing zodra het de
leeftijd van 3 jaar en 10 maanden
heeft bereikt, in de gelegenheid
gesteld kennis te maken met de
school, de kinderen en de
leerkracht. De kennismaking omvat
minimaal 1 en maximaal 5
38






dagdelen. Definitieve plaatsing is
mogelijk vanaf het vierde
levensjaar. In het speciaal
basisonderwijs bestaat, onder
voorwaarde van goedkeuring door
de inspectie, de mogelijkheid om op
speciale gronden een leerling toe te
laten vanaf de leeftijd van 3 jaar en
6 maanden.
Indien de leerling afkomstig is van
een andere basisschool, vindt
voorafgaand aan de inschrijving
altijd overleg plaats met de directie
van de andere basisschool.
De directeur van de ontvangende
school stuurt vervolgens een bewijs
van inschrijving naar de school van
herkomst.
De school van herkomst is verplicht
een onderwijskundig rapport van de
leerling aan te leveren aan de
nieuwe school van het kind. (Art. 42
WPO)
Een zorgdossier kan reden zijn om
een kind niet toe te laten tot de
school indien aantoonbaar is dat de
benodigde zorg door de school niet
geboden kan worden. Een kind heeft
een zorgdossier wanneer:
o het een speciaal
onderwijsindicatie heeft,
d.w.z. een lichamelijke of
geestelijke handicap of een
beschikking voor een
school voor speciaal
basisonderwijs;
o het een pedagogischdidactisch/psychologisch
onderzoek heeft gehad,
waarin een advies voor
verwijzing naar het
speciaal basisonderwijs is
opgenomen;
o er sprake is van
gedragsproblemen;
o het een afwijkend
programma volgt in een of
meer vakgebieden.
Wanneer de (terug)plaatsing van
een kind met een
lichamelijke/geestelijke handicap
problemen geeft op de school
bespreekt de directeur van de
desbetreffende school dit met het
College van Bestuur.
Een beschikking van de Commissie
Arrangeren en Toewijzen (CAT) /
zorg advies team (ZAT) waarbij een
kind wordt verwezen naar een
school voor speciaal basisonderwijs,




kan reden zijn om een kind niet toe
te laten tot de school.
Plaatsing van een toekomstige
leerling in een minder geschikte
periode (december/ laatste weken
van het schooljaar) wordt in overleg
met de ouders afgesproken.
Ouders dienen het inschrijfformulier
geheel en naar waarheid in te vullen
en te ondertekenen. Indien het
formulier niet volledig en/of niet
naar waarheid is ingevuld kan
plaatsing worden geweigerd.
Leerlingen worden geacht verzorgd
op school te verschijnen volgens
algemeen gangbare normen, dit ter
beoordeling van de schoolleiding.
De schoolleiding heeft de
bevoegdheid voorschriften te geven
en te wijzigen terzake van uiterlijk
en kleding van leerlingen.
9.4 Toelating en (vrijwillige)
ouderbijdrage
Conform artikel 40 WPO, maar ook in de
internationale verdragsteksten is
opgenomen dat het primair onderwijs
kosteloos beschikbaar moet zijn. Er kan
dus geen sprake zijn van een verplicht
lidmaatschap van een school - of
ouderraad waarvoor contributie wordt
geheven.
Het al dan niet heffen van een vrijwillige
ouderbijdrage is een zaak van de aan de
school verbonden M.R. / klankbordgroep.
9.5 Schorsing van een leerling
Schorsing was tot 1 augustus 2014 niet
wettelijk geregeld in de Wet op het
primair onderwijs. Nu zijn dezelfde regels
als in het voortgezet onderwijs van
toepassing. Dit betekent dat het bestuur
met opgave van reden een leerling voor
een periode van ten hoogste één week
kan schorsen. Het besluit tot schorsing
wordt schriftelijk aan de ouders
bekendgemaakt. Tenslotte stelt het
bestuur de onderwijsinspectie van de
schorsing voor een periode langer dan één
dag schriftelijk en met opgave van
redenen in kennis.
9.6 Procedure voor verwijdering van
een leerling
Verwijdering van een leerling is een
ordemaatregel die een directeur slechts in
het uiterste geval en dan nog uiterst
zorgvuldig moet nemen. Er moet sprake
zijn van ernstig wangedrag en een
onherstelbaar verstoorde relatie tussen
leerling en school en/of ouder en school.
39
Wanneer de directeur de beslissing tot
verwijdering heeft genomen moet
vervolgens de wettelijk vastgestelde
procedure worden gevolgd.
Stapsgewijs komt dat neer op het
volgende:
•
Voordat het bevoegd gezag/de
directeur tot verwijdering van een
leerling besluit hoort het zowel de
betrokken groepsleerkracht(en)
als de ouders.
•
De ouders ontvangen een
gemotiveerd schriftelijk besluit
waarbij wordt gewezen op de
mogelijkheid om binnen zes weken
schriftelijk bezwaar te maken
tegen het besluit.
•
Het bevoegd gezag/de directeur
meldt het besluit tot verwijdering
terstond aan de
leerplichtambtenaar en de
onderwijsinspectie.
•
Indien de ouders bezwaar maken
hoort de bevoegd gezag/de
directeur hen over dit
bezwaarschrift.
•
De bevoegd gezag/de directeur
neemt binnen vier weken na ontvangst
van het bezwaarschrift een besluit.
Definitieve verwijdering van een leerling
kan alleen wanneer het bestuur er voor
heeft gezorgd dat een andere school
bereid is de leerling toe te laten. Het
bestuur heeft een resultaatsverplichting
om een andere school te vinden, voordat
een leerling verwijderd kan worden. Het
verdient de voorkeur dat door
correspondentie met andere scholen vast
te leggen.
Ook hier geldt dat de leerplichtambtenaar
en de onderwijs in kennis moeten worden
gesteld. De school houdt een dossier bij,
waarin opgenomen welke problemen zijn
opgetreden, wat de school er aan gedaan
heeft om ze op te lossen om verwijdering
van de leerling te voorkomen. In het
dossier bevindt zich in ieder geval een
schriftelijke waarschuwing van de school
aan de (ouders van de) leerling, waarbij
gewezen wordt op mogelijke verwijdering
als het wangedrag aanhoudt. De beslissing
tot verwijdering van een leerling moet
immers een eventuele rechtelijke toets
kunnen doorstaan.
Dit komt in het basisonderwijs en ook op
onze scholen gelukkig heel weinig voor.
Mocht het wel aan de orde komen dan is
het genoemde beleidsplan leidend.
Geschillencommissie Passend Onderwijs
De regels voor het indienen van bezwaar
tegen besluiten over de weigering van
toelating of het verwijderen van een
leerling blijven ongewijzigd. Nieuw is wel
dat er per 1 augustus 2014 een Tijdelijke
Geschillencommissie Toelating en
Verwijdering is gekomen, kortweg
Geschillencommissie Passend Onderwijs.
Aan deze commissie kunnen ouders
geschillen voorleggen over de weigering
tot toelating en de verwijdering van elke
leerling. Zie voor meer informatie de
folders over de Geschillencommissie
Passend Onderwijs voor ouders en
besturen op www.onderwijsgeschillen.nl
40
10. Tot slot
Wij hebben geprobeerd u een zo volledig
en goed mogelijk beeld van onze school te
geven. Natuurlijk zijn er nog veel meer
zaken waarover wij u zouden kunnen
informeren. Voor de andere zaken die
voor u van belang kunnen zijn, is er het
informatieblad, ons wekelijks
informatiebulletin.
Voor data die voor u van belang zijn
verwijzen wij u naar de jaarkalender die
ieder jaar, aan het begin van het
schooljaar verschijnt. Opmerkingen of
suggesties om de inhoud te verbeteren
zijn van harte welkom! U kunt deze via
mail aan ons doorgeven.
41
11. Dit zijn wij
Coby vd KolkA. Renting
I. Van Faassen
Vedelaar
E. Landstra
directeur
intern begeleider
groepsleerkracht
groepsleerkracht
W. Hegger
R. Dekker Kuilder
A. van der Veen Eikelboom
F. Oostra Heinhuis
groepsleerkracht
groepsleerkracht
groepsleerkracht
groepsleerkracht
A. Hakkers
G. Gerrits
A. Maathuis Willems
L. Luijmes
groepsleerkracht
groepsleerkracht
groepsleerkracht
F. Brink
M. Vugteveen
L. Dekker
N. Luisman
groepsleerkracht
groepsleerkracht
vakleerkracht gym
vakleerkracht gym
groepsleerkracht
invaller
42
K. van Beugen Sasbrink
M. BuitenhuisV.d. Leest
L. Withaar
I. Groen
groepsleerkracht
logopedist
onderwijsassistent
Onderwijsassistent
G. EsselinkNiezink
J. Baksteen
M. Rooseboom Drok
C. Marsman
onderwijsassistent
onderwijsassistent
psych. assistente &
administratie
Ambulant
begeleider
M. Ottink
D. Keute
J. Olthof Beuving
B. Mee-Gort
orthopedagoog
conciërge
schoolschoonmaak
ster
schoolschoonmaak
ster
J. Seubrink
schoolmaatschappelijk werker
43
12. Inhoudsopgave
Voorwoord
1
Colofon
2
Van de directeur/bestuurder van Chrono
3
1. Wie zijn wij?
1.1 Visie van de school
Christelijke visie
Onderwijskundige visie
1.2 Algemene doelstellingen
1.3 Beleidsvorming
1.4 Kwaliteitsmonitor
6
6
6
6
6
7
7
2. Hoe helpen wij onze leerlingen
2.1 Zorgbeleid op school
2.2 Intern begeleidster
2.3 Onderwijsassistenten
2.4 Logopedie
2.5 Fysiotherapie
2.6 Leerlingenzorg door externen onder schooltijd
2.7 Leerling gebonden financiering (LGF)
2.8 Sociaal emotionele ontwikkeling (SEO)
2.9 Leerlingenvolgsysteem
2.10 Leerlingendossiers
2.11 Informatieverstrekking
2.12 Groeps-/leerlingenbespreking
2.13 Commissie van Begeleiding (CvB)
2.14 Voortgezet onderwijs
2.15 JGZ/GGD IJsselland
2.16 Schoolmaatschappelijk werk
2.17 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
2.18 Sociale veiligheid
8
8
8
9
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
11
11
12
12
12
3. Passend onderwijs
3.1 Samenwerkingsverband
3.2 Passend onderwijs
3.3 Commissie voor Arrangeren en Toewijzing - CAT
3.3.1 Toewijzen
3.3.2 Adviseren
3.3.3 Arrangeren
3.4 Zorgverbreding
3.5 Samenhang met het afdelingsplan
3.6 Doel van het SWV
3.7 Manifesto
3.8 Talentenklas ba.o.-VO
13
13
13
15
15
16
17
17
17
44
4. Hoe werken wij
4.1 Wat leren de kinderen
4.2 Bijbelse geschiedenis
4.3 Onderwijs aan jonge kinderen
4.4 Lezen
4.5 Nederlandse taal
4.6 Spelling
4.7 Schrijven
4.8 Rekenen
4.9 Wereldoriëntatie
4.10 Expressievakken
4.11 Bevordering burgerschap en sociale integratie
4.12 ICT
18
18
18
18
18
19
19
19
19
19
19
19
19
5. Informatie en oudercontacten
5.1 Algemeen
5.2 Ouderbijdrage
5.3 Schoolgids
5.4 Jaarkalender
5.5 Het informatieblad
5.6 Ouderinformatieavond
5.7 Huisbezoek
5.8 Bijeenkomst ouders van nieuwe leerlingen
5.9 Kennismakingsbijeenkomst
5.10 Rapport
5.11 Rapportspreekuren
5.12 Extra spreekuur
5.13 Ouderavond
5.14 Afscheidsavond groep 8
5.15 Gesprek
5.16 Intakegesprek
5.17 Exitgesprek
5.18 Open dag
5.19 Website
5.20 Rommelmarkt
5.21 Klusdag
5.22 Publicatie van foto’s en filmpjes
5.23 Bij ziekte van het kind
5.24 Bij calamiteiten thuis
5.25 Bij ziekte van de groepsleerkracht
5.26 Bij calamiteiten in de groep
5.27 Informatie aan gescheiden ouders
5.28 Ouderklankbordgroep
5.29 Ouderwerkgroep
5.30 MR en GMR
20
20
20
20
21
21
21
21
21
21
21
21
21
21
21
21
22
22
22
22
22
22
22
22
22
22
22
22
23
23
23
45
5.31 Klachtenregeling Chrono
24
6. Praktische zaken
6.1 Schoolorganisatie
6.2 Regels/afspraken
6.3 Regel van de week
6.4 Fietsen op school
6.5 Verzekering
6.6 Ongevallenverzekering
6.7 Kader buitenschoolse activiteiten
6.8 Schooltijden
6.9 Overblijven
6.10 Schoolkamp
6.11 Gymnastiek
6.12 Activiteiten
6.13 Schoolfotograaf
6.14 Verjaardagen kinderen
6.15 Verjaardagen van meester of juf
6.16 Verjaardagen van familieleden
6.17 Sinterklaasfeest
6.18 Kersfeest
6.19 Paasviering
6.20 Projecten
6.21 Voor een goed doel
6.22 Schoolontbijt
6.23 Wisselmorgen/wisseldag
6.24 Vervanging leerkrachten
6.25 Vervoer van kinderen
6.26 Taxivervoer
6.27 Sponsoring
6.28 Ziekte en afwezigheid
6.29 Luizencontrole
6.30 Gevonden voorwerpen
6.31 Waardevolle spullen
6.32 Buitenschoolse opvang
26
26
26
27
27
27
27
27
28
28
28
28
28
28
28
28
29
29
29
29
29
29
29
29
29
29
29
30
30
30
30
31
31
7. Leerplicht, verlof, vakantie en vrije dagen
7.1 Regels van de leerplicht
7.2 Verlof leerling
7.3 Onderwijs tijdens langdurige ziekteperiode
7.4 Belangrijke data
7.5 Studiedagen
7.6 Vakantierooster
32
32
33
33
34
34
34
8. Omgangsnormen Chrono
8.1. Wat mag u van de PWS verwachten
8.2. Wat mag de PWS van u verwachten
35
35
36
46
9. Toelating, verwijdering en schorsing van leerlingen
9.1 Toelating en verwijdering
9.2 Algemene uitgangspunten en toelatingsbeleid
9.3 Toelating van een kind
9.4 Toelating en ouderbijdrage
9.5 Schorsing van een leerling
9.6 procedure voor verwijdering van aan leerling
37
37
37
38
39
39
39
10. Tot slot
41
11. Dit zijn wij – voorstellen teamleden
42
12. Inhoudsopgave
44
47