1 - Gemeenteraad Loon op Zand

Download Report

Transcript 1 - Gemeenteraad Loon op Zand

9û ių-
o
2014
Donjon
(rilze en RîjCH
(toíHo
HilvaľenlM'cK
Loon op Zand
(Msterwijk
Tilburg
Y g e n d a
D e e l
W
o
n
e
n
Waalwijk
A
Regionaal Ruimtelijk Overleg
Midden- Braba rit
19 deeeruber WVò
Provincie Noord-Brab ant
R E G I O N A L E AGENDA WONEN 2 0 1 4
R E G I O MIDDEN-BRABANT
DEEL A
Concept 1.6
15 oktober 2013
Regionale Agenda Wonen - deel A
Inhoudsopgave
I. Inleiding
2.1 Regionale
woningbouw
afspraken
2. Resultaten thema's
Regionale Agenda
Wonen 2013
r
2.3 Verduurzaming
bestaande
woningvoorraad
r
3. Actuele
woningmarkt
ontwikkelingen
regio Midden-Brabant
2.2 Aanjagen van
de woningmarkt
2.4 Huisvesting
arbeidsmigranten
2.5 Wonen
met zorg en Welzijn
3.1 Ontwikkeling van
3.2 Kwaliteit van
de woningvoorraad
het programma
3.3 Ontwikkeling
plancapaciteiten
f
4. Actuele thema's
Regionale Agenda
Wonen 2014
J
5. Regionale
woningbouwafspraken
Midden-Brabant
4.1 Kwantitatieve
woningbouw
afspraken
4.3 Regionale
Woonvísie
5.1 Regionale
uitgangspunten
5.3 Ruimte-voorruimte woningen
Regionale Agenda Wonen 201 4 - deel A
4.2 Regionaal
woningbehoefte I
wensenonderzoek
r
5.2 Subregionale
herverdeling
5.4 Regionale
woningbouwafspraken
Pagina 2 van 15
1.
Inleiding
Voor u ligt deel A van de Regionale Agenda Wonen. Deze gezamenlijke agenda van de regio en
provincie kijkt terug en formuleert vanuit de actuele ontwikkelingen op de regionale woningmarkt de
gezamenlijke regionale opgaven die de regio met provincie het komend jaar willen oppakken. Ook zijn
de geactualiseerde woningbouwafspraken voor de regio Midden-Brabant opgenomen.
De regionale agenda bestaat uit twee delen.
Deel A is regio-specifiek en bevat onderwerpen en opgaven die in de regio Midden-Brabant spelen.
Deel B van de agenda is meer algemeen van aard, op heel Brabant gericht en omvat analyses en
achtergronden omtrent verschillende actuele ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Deel B dient
vooral als achtergronddocument om (nieuwe) thema's voor de regionale agenda en opgaven voor de
regionale woningmarkt te 'scherpen'. Zowel deel A als deel B van de regionale agenda worden elk jaar
- in het derde kwartaal - door de provincie geactualiseerd in samenspraak met de regio.
Deel A bestaat uit volgende onderdelen:
1.
Inleiding
Achtergrondschets van de Regionale Agenda Wonen.
2.
Resultaten Regionale Agenda Wonen 2013
De ambtelijke werkgroep wonen heeft in 2012 een aantal regionale opgaven rondom wonen
uitgewerkt. De resultaten vormen de basis voor uitwerking per gemeente.
3.
Regionale ontwikkelingen woningmarkt
Op basis van actuele ontwikkelingen en gemeentelijke gegevens is een korte analyse gemaakt
van het effect van de omvang en samenstelling van het woningbouwprogramma (kwantitatief en
kwalitatief) op de woningbouwproductie in de komende jaren.
4. Actuele regionale opgaven wonen
De regio heeft met de provincie een aantal woonopgaven voor 2014 geformuleerd die zij
gezamenlijk willen oppakken. Alle geformuleerde opdrachten vormen een vervolg op de
bestaande bestuurlijke opdrachten.
5.
Regionale woningbouwafspraken
Jaarlijks worden de regionale woningbouwafspraken geactualiseerd. De huidige afspraken zijn
voor de periode 2012 t/m 2021. De geactualiseerde afspraken betreft de periode 2013 t/m
2022.
Regionale Agenda Wonen 2014 - deel A
Pagina 3 van 15
2.
Ļ - ' .
-
2.1
Resultaten thema's Regionale Agenda Wonen 2013
-
—
—
-
---
J
-
^
—
—
-
-
'
-
uJ
—
Regionale woningbouwafspraken
De regio is met de provincie afgelopen juni tot nieuwe regionale woningbouwafspraken gekomen.
Uitgangspunt daarbij is de actuele provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (2011). Eerder
heeft de regio aangegeven zich te herkennen in de regionale woningbouwopgave voor de periode 2012
t/m 2021 die volgt uit de actuele woningbouwprognose en deze als richtlijn te nemen. Daarnaast is
ingestemd met een aantal uitgangspunten om te komen tot een realistisch kwantitatief en kwalitatief
regionaal afgestemd woningbouwprogramma. In december worden nieuwe afspraken gemaakt voor de
periode 2013 t/m 2022.
2.2
Aanjagen van de woningmarkt
De regio heeft afgelopen juni een regionale rondtafelgesprek georganiseerd over de rol van de overheid
bij het vlottrekken van de woningmarkt. Hiervoor waren gemeenten, provincie en woningcorporaties uit
de regio uitgenodigd. Gemeenten hebben aangegeven vooral op lokaal c.q. gemeentelijk niveau de
woningbouwplannen te herprioriteren en eventueel hierover met marktpartijen in gesprek te gaan.
Daarnaast hebben corporaties en gemeente afgesproken om te onderzoeken of een gezamenlijk
woonruimte verdeelststeem voor de regio haalbaar is.
2.3
Verduurzaming b estaande woningvoorraad
In het najaar van 2012 heeft een eerste regionale bijeenkomst met woningcorporaties en marktpartijen
plaatsgevonden. Het doel was om in samenwerking met corporaties en marktpartijen in de 2 helft van
2013 mogelijkheden te verkennen. Een subwerkgroep is ingesteld om hier stappen in te zetten. Tilburg
trekt de subwerkgroep.
e
2.4
Huisvesting arbeidsmigranten
De regio heeft gekozen om dit vraagstuk breder in te steken door ook andere doelgroepen die
permanente vormen van 'tijdelijke huisvesting' zoeken te betrekken. In 2012 is een eerste stap gezet
met een overleg met uitzendbureaus en werkgevers (voor arbeidsmigranten), woningcorporaties en
zorgpartijen. In 2013 zijn nog geen verdere stappen gezet (wordt doorgeschoven naar 2014).
2.5
Wonen met zorg en welzijn
De regio wil een regionale bijeenkomst organiseren waar dit thema met gemeenten, zorgpartijen en
woningcorporaties wordt besproken. Inmiddels is een subwerkgroep ingesteld om in de 2 helft van
2013 een verkenning van dit thema te gaan doen. Waalwijk trekt de subwerkgroep.
e
Regionale Agenda Wonen 2014 - deel A
Pagina 4 van 15
3.
Actuele woningmarkt ontwikkelingen
regio Midden-Brabant
3.1. Ontwikkeling van de woningvoorraad
De kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende effecten op de financieel­economische crisis op de
woningmarkt heeft ook in de regio Midden­Brabant de afgelopen jaren geleid tot een sterke afname in
de woningbouwproductie. Daarmee is de groei van de woningvoorraad in de regio achtergebleven bij de
verwachtingen op basis van de actuele provinciale bevolkings­ en woningbehoefteprognose (2011).
Sinds 2009 loopt de feitelijke groei achter bij de geprognosticeerde groeiverwachting. Daarbij ziet het er
niet naar uit dat de geprognotiseerde groei op korte termijn zal worden gehaald.
In 2003 werd provincie breed en ook in de regio Midden­Brabant een naoorlogs dieptepunt bereikt in de
woningbouw. De woningvoorraad groeide toen in Midden­Brabant met circa 700 woningen. H et
hoogtepunt in 2007 met circa 2.000 woningen ligt al weer even achter ons. De jaren 2010/2011
markeert voor de regio Midden­Brabant voorlopig het laatste dieptepunt met circa 1.100 woningen. Na
een lichte opleving in 2012 lijkt, op basis van de in aanbouw genomen woningen, de woningbouw­
productie de komende jaren verder af te nemen en wordt het eerder genoemde naoorlogse dieptepunt
mogelijk in 2014 weer genaderd.
Groei woningvoorraad, RRO - MIDDEN-BRABANT, 1998-2018
I
r
—O—fcrteīijkegroei
*
— B — prognose 2011
-•m—verwachte
"
1
ge no men
g r o e i o . b . v . i n a a n b ou w
w o n n g e r1
1 «nn
• - J W
2-000
S
f
I
l
1
.
1
1.000
i m
i W
i
s
\
.
1
0 1998
ū t riiftyrfbotfiY in 2QĨ4
3000
3002
2004
2006
. » g « * T r q 3 ů ! ŵ ů ř d o . t . v gffgŭ-rim ūvrjr n*r aonfūf rmrít
Ė*rì [j/ņrtdjfïqíígtj I r t t c W f i n i g ^ ť i n j * ik»Op van w ţ f l i n g w i * n •jūťť n*l M f i f o
1
2008
2010
1 1 1
r
2014
2016
3018
njnļļ#n « n o J g t ĵ * - * * böuv^. í ŕ p u n Ji[rvgt)fi
m Q c n b o j w genode\y
Í M / O l r g i n ņ i i i i CHKÍB^-nļ n
1
1
'r
2012
d * gpgmJ*f,i v#l"*»rtj
1
De komende jaren loopt de feitelijke groei van de woningvoorraad in de regio dus achter bij de
benodigde groei op basis van de provinciale bevolkings­ en woningbehoefteprognose. Dit betekent dat
de benodigde groei voor de komende 10 jaar waarschijnlijk niet gerealiseerd kan worden binnen deze
periode en dus een langere doorlooptijd kent.
Regionale Agenda Wonen 2 0 1 4 ­ deel A
Pagina 5 van 15
Dit is eveneens terug te zien in de ontwikkeling van de "stagnatie-indicator
2015".
De stagnatie-indicator
geeft in een percentage aan wat naar verwachting de gerealiseerde groei van de woningvoorraad zal
zijn in relatie tot de vooruit berekende groei. Voor Brabant staat deze indicator op 6 0 "/o : naar
verwachting zal 60*70 van de vooruit berekende groei ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Hoewel
het merendeel van de gemeenten in de regio Midden-Brabant boven dit Brabants gemiddelde groeien
ligt het gemiddelde van de regio toch beduidend daaronder. Vooral in Tilburg en Loon op Zand blijft de
daadwerkelijke groei van de woningvoorraad achter. Dit beeld komt overeen met vorig jaar. Een aantal
gemeenten heeft overigens een stagnatie-indicator hoger dan 100 7o; zij zullen waarschijnlijk meer
bouwen meer dan was verwacht. Voor deze regio betreft dat alleen Oisterwijk.
o
1*11.:
|De 'stognah'e-indUqfor 2015', RRO - MIDDEN-BRABANT
1 o
İO»l;
De 'stagnatie-indicator 2014' geeîl aan in welke male (uitgedrukt m
4
t
^ de lol 2014 vooruit berekende
groei van dewoningvoorraad - vanaThet stanĵaar, 2011, van de meest rcceniv pntviiKĨaleņrogiKise naar verwachting ook daadwerkelijk gerealiseerd wordl.
Een waarde ^lOfl geeft aan dal de (feîldijk) verwuchie groei van de woningvoorraad boven de vooruit
berekende groei ligt
Een waarde «UOU geeft aan dat de verwachte groei juist onder de vooruil berekende groei lĩgl.
De verwacliie groei is bepaald door bij de feitelijke groei van de woniogvooniad m 2 0 1 l , liet in 21) 12 en
2013 verwacüle aanial op le leveren nieuwbouwwoningen op le tellen Een (trendmatige) inschatting van
de sloop van woningen İ5 to de gegevens verwerkt evenals een insetailing van het aantal ioevoepngai
anderszins'.
Het verwachte aanial op le leveren nieuwbouwwoningen is bepaald aan de hand van bet aantal waningen,
J
dat IV-- I Á jaar (15 - 21 maanden) eerder in aanbouw is genomen. D e nieuwbouw in 2013 is een
inscfiating- geëxtrapoleerd, op- basis van gegevens over üet aanlaJ reeent in aanbouw genomen woningen
el) a İ Į ĵ q ; v . . u N u i * titv;ii»ii»iinĮO'
De laatste jaren is de groei van de bestaande woningvoorraad regionaal dan ook achtergebleven bij de
geprognotiseerde groei in de regio. Bij een benodigde regionale groei van circa 1 . 7 0 0 woningen per jaar
in de regio Midden­Brabant blijft de groei met ruim 1 . 4 0 0 woningen zo'n 15 7o structureel achter.
0
Regio Midden-Brabant
2012
Toevoeging aan bestaande woningvoorraad, p e r g e m e e r
2004
2003
Dongen
2006
2005
2007
2008
2010
2009
2012
2011
totaal
gemiddeld
66
224
73
36
43
198
99
77
91
140
1.047
100
113
48
73
82
282
30
69
47
31
255
1.030
100
6
32
62
118
214
64
129
200
1
123
949
95
Hitoenbeek
92
16
53
94
34
16
54
­20
23
65
427
43
Loon op Zand
86
6
­9
127
­8
74
1
188
­12
, 105
558
56
Oisterwijk
38
90
15
96
75
145
65
154
81
195
954
95
Tilburg
145
726
1.355
844
1.149
1.294
1.231
307
558
201
7.810
781
Waalwijk
157
311
­27
165
224
70
275
121
290
30
1.616
162
Midden-Brabant
703
1.453
1.595
1.562
2.013
1.891
1.923
1.074
1.063
1.114
14.391
1.432
Gilze en Rijen
Goirïe
Bronnen: Provinciale inventarisatie gemeentelijke woningbouwmatrices
" Betreft netto toevoeging aan woningvoorraad (realisatie minus sloop) voorde periode 2003 t/m 2012
Cũ
Regionale Agenda Wonen 201 4 ­ deel A
Pagina ó van 1 5
ff
3.2. Ontwikkeling van de plancapaciteit
In onderstaande tabellen is voor de komende vijf­ en tienjaarsperiode een overzicht gegeven in
hoeverre de plancapaciteit kan voorzien in de geprognosticeerde woningbouwopgave.
Regio Middon-Brabont
ļWoningbouwcapaciteit en - o p g a v e n 2013 t/m
2022
A a n t a l w o n i n g e n in p l a n n e n t e n o p x i c h t e v a n d e b e n o d i g d e p l a n c a p a c i t e i t
: Capaciteitsin dicatie
2013 t/m
plui
opgave
Korte termijn
verwachte
2017
programma
«loop
- -
M
benodigde
capaciteit
Totale
waarvan
capaciteit
harde
in olannfTi
indicator
indicator
totale
harde
plan capaciteit pīancapacŕ?eit
capaciteit '
:
C 1 0 O ' ,
Dongen
545
95
640
560
360
887,
567.
G i l z e e n Rijen
560
40
600
845
285
1417.
487.
857.
Goirle
390
10
400
565
340
1417.
Hilvarenbeelc
410
35
445
480
380
1087,
857.
Loon o p Z a n d
680
95
775
420
215
547.
287.
435
55
490
385
225
797.
467,
Tilburg
5.965
1.400
7.365
6.525
4.740
897.
647.
Waalwijk
1.235
110
1.345
1.240
725
927.
547.
10.220
1.840
12.060
11.020
7.270
9 1 "/o
60*.
opgave
plu»
ï
indicator
indicator
totale
waarvan
totale
harde
capacmrit
harde
Oisterwijk
Regio
Midden-Brabant
Copocifeltiindtcatie
M ī d d e l o n g e termijn
2013 r / m 2022
vorwachte
programma
«loop "
benodigde
capacrt'irt
in plannrîn
capaciteit
ploncapocittrit plancapacitert
1
ccìWĥ
• 0 0 ­ ­
925
190
1.115
1.020
660
917.
5 9 *
1.095
80
1.175
1.190
350
1017.
307.
Goirle
660
20
680
1.020
340
Ì50X
5 0 *
Hilvarenbeek
680
70
750
725
490
977.
657.
Loon o p Z a n d
995
190
1.185
1.000
295
847.
257.
Oisterwijk
740
110
850
785
240
927.
287.
10.100
2.800
12.900
13.410
5.830
1047.
457.
2.060
220
2 280
2.025
740
897.
327.
17.255
3.6S0
20.935
21.175
8.945
lOl'/o
437»
Dongen
G i l z e e n Rijen
Tilburg
Waalwijk
Regio
Midden-Brabant
Regionaal woningbouwprogrammo 20 1 3 f / m 2 0 2 2 .
D e l e v e r w a c h t e n s l o o p i s , t e n z i j a n d e r s is v e r m e l d , b e r e k e n d o . b . v . d e g e m i d d e l d e s l o o p o v e r d e p e r i o d e 2 0 0 3 t / m
B r o n : o p g a r e n gemeenten in de matrix 'Overzicht woningbouwcapaciteit pōr gemeenle', sland per
Tot d e h a r d e p l a n c a p a a ' t e i t b e h o r e n d e o n h e r r o e p e l i j k e of d o o r g e m e e n t e r a d e n vastgestelde
2012.
1­1­2013; b e w e r k i n g : Provincie N a o r d ­ B r a b a n l . .
woningbouwplannen.
O m d a t d e e r v a r i n g l e e r t d a t v a n d e ( v e l e ) p l a n n e n d i e e e n g e m e e n t e h e e f t e r a l t i j d w e l e e n a a n i a l n i e t o f m e t v e r t r a g i n g w o r d t u i t g e v o e r d , is h e t ­ m e t n a m e v o o r d e
k o r t e r e t e r m i j n ­ v a n b e l a n g r e k e n i n g le h o u d e n m e t ( e n i g e ) o v e r c a p a c i t e i t . D a a r o m w o r d t u i t g e g a a n v a n e e n s t r e e f w a a r d e tussen d e
lOO^io e n 1 3 0 % ( s t e e d s v o o r
de
eerstkomende vijfjaar).
V o o r d e v o o r t g a n g van d e w o n i n g b o u w , m a a r o m t e g e l i j k e r t i j d o o k v o l d o e n d e f l e x i b i l i t e i t in d e p l a n o n t w i k k e l i n g le h o u d e n ; g e l e i b o v e n d i e n o p d e r e g u l i e r e
plannings­
m e t h o d i e k e n d e juridisch g e h a n t e e r d e ( v o o r t s c h r i j d e n d e b e stemming») p l a n p e r i o d e van 10 j a a r , w o r d t v o o r d e 'indicator h a r d e p l a n c a p a a ' t e i t ' v o o r de vijfįaars­,
resp. de
tìenjaarsperiade
uitgegaan van e e n w a a r d e van m a x i m a a l
100*^.
D o o r d e n o d i g e flexibiliteit in l e b o u w e n în ( h a r d e ) w o n i n g b o u w p l a n n e n k a n b e t e r w a r d e n i n g e s p e e l d o p d e m a r g e s e n o n z e k e r h e d e n , d i e ī n h e r e n l zijn a a n ( t o e k o m s t i g e )
d e m o g r a f i s c h e , e c o n o m i s c h e e n w o n i n g b e h o e F t e o n t w î k k e l i n g e n . J u i s t v a n w e g e d e s t e r k e d y n a m i e k o p d e w o n i n g m a r k t is h e t v a n b e l a n g n i e t a l l e s d i r e c t vast te l e g g e n i n
( h o r d e i p l a n n e n e n o o k b i n n e n d e p J a n c a p o c i t o i l d e n o d i g e r u i m t e te h o u d e n v o o r n a d e r e i n v u l l i n g .
Om in de totale woningbehoefte (incl. de verwachte sloop) voor de eerst komende 1 0 jaar te kunnen
voorzien, is in Midden­Brabant een totale plancapaciteit van ca. 2 1 . 0 0 0 woningen benodigd. In z'n
totaliteit liggen in deze regio de totale plancapaciteit en de benodigde capaciteit dicht bij elkaar; in
kwantitatieve zin lijkt sprake te zijn van een (meer) realistisch regionaal woningbouwprogramma. Dit
betekent echter niet dat dit voor alle gemeenten het geval is. In een enkele gemeente is sprake van
overprogrammering. Ook is daarmee niet gezegd dat woningbouwplanning en ­programmering
kwalitatief op orde is.
Regionale Agenda Wonen 2 0 1 4 ­ deel A
Pagina 7 van 15
Ook voor de korte termijn beschikken de meeste gemeente over voldoende plancapaciteit. Daarmee
lijkt de woningbouwplanning, in ieder geval kwantitatief, voor deze gemeenten op orde te zijn. Wat
opvalt is dat een groot deel van de gemeenten een acceptabele harde plancapaciteit heeft op de
tienjaarsperiode: rond 50 Zo van de geprognosticeerde woningbehoefte. Dit biedt deze gemeenten, in
ieder geval in kwantitatieve zin, (voldoende) ruimte om nog (nieuwe) harde plancapaciteit toe te voegen
en dit bovendien op een wijze te doen die tegemoet komt aan de wens om meer flexibiliteit te brengen
in de planning en programmering. De (gemeten) omvang van de harde plancapaciteit zegt echter niet
alles over de hardheid van de plannen. Wanneer bijvoorbeeld een gemeente een intentieovereenkomst
aangaat met een ontwikkelaar, is er al sprake van een vorm van 'hardheid' van het plan. Vooralsnog
vindt provinciale sturing alleen plaats op de harde plancapaciteit zijnde de vastgestelde en onherroepe­
lijke bestemmingsplannen.
o
OrtfWlMïťlJnĝ ī o l a l e plúftťapdcílcrr w o n i n g b o u w *
M I D D Í N BRA BANT
i ­ ĩ V. «
r
t o t a l * aiontapQcitmit
2O0Ò-2Ũ13
woningbouw
a p a c h e ŕ r tm r « o Ü M r t f ) b i n n e n 5 ļ o a
« i p o c r t e i r t* r a a H M r e n b m n e t ) M O į o o r
• c a p o c i T B t t f « r t d i w r t n n o 1 0 foor
M.O00
Jl.ũOO
JOOOO
ÌíjOOO
15.000
IttSOO
Kill
M 7
JTj}/
īīiwl.
i l m l
ii­ii­
wlud.
B H
Vrijwel alle gemeenten hebben het afgelopen jaar hun totale plancapaciteit (voor de komende 10 jaar)
teruggebracht. Daarmee is ook de totale regionale plancapaciteit afgenomen (circa 9 ĥ). De meeste
gemeente beschikken over een gezonde hoeveelheid harde plancapaciteit in relatie tot het programma.
a
Regio Midden-Brabant
C a p a c i t e i t e n g e m e e n t e l i j k e w o n i n g b o u w p r o g r a m m a ' s 2 0 1 3 t/m 2 0 2 2
Dongen
regionaal
totale
harde
Vo harde
programma
plancapaciteit
plancapaciteit
p l a n c a pa cite it
2013 t/m 2022
matrix 2013
2013 t/m 2022
i.r.t. p r o g r a m m a
71 "/o
925
1 022
660
1.095
1 835
352
327o
Goirìe
660
1.386
340
52^0
Hilvarenbeek
680
835
488
72 A
Loon op Zand
995
1.036
295
30 /»
Gilze en Rijen
0
o
740
935
240
32y
Tilburg
10.100
16.059
5.830
58 Zo
Waalwijk
2.060
2.887
738
36­/0
Midden-Brabant
17.255
25.995
8.943
52 /»
Oisterwijk
0
0
0
N.B. H et regionaa programma is afgerond op 5­tallen.
Regionale Agenda Wonen 201 4 ­ deel A
Pagina 8 van 15
3.3. Kwaliteit van het programma
Een goede afstemming van het aanbod op de vraag is, zeker in de huidige tijd, van groot belang. De
kwalitatieve aspecten wijzen nog steeds op een kwalitatieve mismatch tussen de (verander(en)de)
vraag van de woonconsument en de woningbouwprogramma's, zoals de regiogemeenten die de eerst­
komende jaren voor ogen hebben. Dit zijn risicofactoren voor een verdere stagnatie in de woningbouw.
Naar verwachting zal de vraag zich de komende jaren (structureel) meer richten op de huursector en op
het minder dure koopsegment. Dit betekent overigens niet dat er uitsluitend en alleen dergelijke
woningen gebouwd zouden moeten worden; een gevarieerd bouwprogramma, vooral ook in lijn met de
woningbehoeften op lange termijn blijft ­ hoe lastig ook ­ het uitgangspunt.
Aandeel
apparteme
nn
te
Het aandeel appartementen is weer toegenomen, van circa 43Vo in 2012 naar 48Vo in 2013 in de eerst
komende vijfjaarsperiode, en vormt daarmee het hoogste in heel Brabant. Ook dit beeld kan per
gemeente overigens verschillen, vooral in Tilburg, Gilze en Rijen en Waalwijk ligt dit aandeel hoog. De
mate waarin appartementen door de markt kunnen worden opgenomen, hangt samen met verschillende
factoren. De omvang en het tempo, de locatie en de kwaliteit van het appartement (huur/koop ­
prijsklassen) zijn (mede) van belang in het kunnen afzetten van de appartementen.
k o o p - duur ()
plancapaateiren woningb
koop -
375.000,-)
raiddeMuur
k o o p - g o e d k o o p ^ I 95.Q
Kuur . duur { ļ
665,-)
huur - rràdderduur
grondgebonden.
gordkoop;
huur - g o o d k o o p K
7.7V
524,-1
"
k o o p - g r o n d g c boncfa n duur;
14,7*
koop - apporfomanlvn mįddofdu'jj-: I
1,3"..
grondgebonden
i
S koop
appartementen~
duur; 8,6?.
g o o d l c o o p : 5,4*-*
huur . grondgvbandvnduur;
9
3,7*
koop - grondgebonden
middefduur; 15,2*4
trçnm l d d # k W ; B , 6 ^
Opoaf**w 9 * M « r r « n in rj« marrix Ov#r2ichí
* o * d p « r i ;on 201 3 Í Î 0 ) 3 - 2 0 1 7 ) :
ig Provìnc» Noord-Brabant
Dure
koopwo
nni ge
n
De risico­analyse plancapaciteiten woningbouw laat zien welke segmenten mogelijk een temperend
effect hebben op de bouwproductie. Daarbij is het risicovolle deel ­ net als vorig jaar ­ nog steeds meer
dan een derde (ruim 4ũ Zo) van de geplande woningbouwproductie voor de komende vijf jaar. Zowel in
de verhouding koop ­ huur als de verhouding goedkoop ­ duur is sprake van inelasticiteit van woning­
bouwplannen, waarbij de laatste jaren weinig is veranderd. Naar verwachting is aandeel dure koop en
huur in de gemeentelijke woningbouwplanning te hoog onder de huidige marktomstandigheden. Een
kwalitatieve verschuiving van woningbouwplannen naar de segmenten die als meer kansrijk worden
gezien zal de woningbouwproductie ten goede komen.
0
Regionale Agenda Wonen 2014 ­ deel A
Pagina 9 van 15
4.
Actuele thema's Regionale Agenda Wonen 2014
w
i
4.1
-- -
'
1 j
J
:
Kwantitatieve woningbouwafspraken
De regio heeft met de provincie afgesproken om jaarlijks de regionale (kwantitatieve) woningbouwafspraken te actualiseren. Deze actualisatie zal in de regel plaatsvinden in het RRO van december. Dit
betekent dat in de 2e helft van 2014 op basis van de actuele provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose nieuwe regionale woningbouwafspraken worden voorbereid voor de periode 2014
t/m 2023. Daarbij wordt de feitelijke woningvoorraad per 1 januari 2014 als vertrekpunt genomen. Ook
zal de actuele subregionale herverdeling worden meegenomen, evenals een actuele stand van zake
m.b.t. de pilot BBSC (Oisterwijk). Daarnaast wordt de ruimte-voor-woningen voor de regio in beeld
gebracht.
Doel:
Met het oog op de woningbouwproductie worden enerzijds de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering en -planning periodiek gemonitord en anderzijds de regionale (kwantitatieve)
woningbouwafspraken jaarlijks geactualiseerd.
Activiteiten:
1.
2.
3.
Gemeenten leveren tijdig hun actuele woningbouwplanning aan via de provinciale matrix.
Regionaal monitoren gemeenten de gezamenlijk planontwikkeling, vooral ook in relatie tot
bestaande afspraken over de harde plancapaciteit.
De provincie zorgt voor een actueel beeld vanuit de provinciale prognose en haar analyse- en
monitoringsactiviteiten met betrekking tot de actuele ontwikkelingen op de regionale
woningmarkt.
Resultaten in RRO:
1.
In juni 2014 informeert de regio elkaar over ontwikkeling van de gemeentelijke
woningbouwplanning, mede in relatie tot de afspraken over de harde plancapaciteit.
2.
In december 2014 worden nieuwe regionale woningbouwafspraken gemaakt voor de periode
2014 t/m 2023.
Regionale Agenda Wonen 2 0 1 4 - deel A
Pagina 1 0 van 15
4.2
Regionaal Woningbehoefte/wensenonderzoek
De regio Hart van Brabant heeft bestuurlijk afgesproken dat als opmaat naar een Regionale Woonvisie
een Regionaal Woningbehoefte/wensenonderzoek wordt uitgevoerd door het onderzoeksbureau Smart
Agent in samenwerking met de gemeente Tilburg. Daartoe is in oktober 2013 in het BO-Wonen een
plan van aanpak besproken met de portefeuillehouders Wonen. Dit plan van aanpak is vastgesteld in
het poho ROV tijdens de vierde Hart van Brabantdag.
Doel:
Doel van het onderzoek is om als regio een beter en duidelijker beeld te krijgen over de woonvoorkeuren in de regio. De uitkomsten van het onderzoek leveren een bijdrage aan de kwalitatieve
woningbouwafspraken in de regio.
Activiteiten:
1.
2.
3.
4.
Gemeenten en provincie stellen informatie beschikbaar ten behoeve van het onderzoek.
De subwerkgroep Regionale Woonvisie begeleid de uitvoering van het onderzoek.
Smart Agent voert in samenwerking met Tilburg het woningbehoefte/wensenonderzoek uit.
De werkgroep ontvangt tussentijds een terugkoppeling van de resultaten.
Resultaten in RRO:
In juni 2014 worden de rapportage gepresenteerd van het regionaal woningbehoefte I
wensenonderzoek.
Regionale Agenda Wonen 2014 - deel A
Pagina 1 1 van 15
4.3
Regionale Woonvisie
De regio Hart van Brabant heeft bestuurlijk de wens uitgesproken om te komen tot een regionale
Woonvisie. Het in de eerste helft van 2014 uit te voeren Regionaal Woningbehoefte/wensenonderzoek
vormt een opmaat en bouwsteen voor de Regionale Woonvisie.
In 2014 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Voorstel is om de nieuwe colleges het proces van de
Regionale Woonvisie te laten begeleiden. Dit betekent dat dit in de tweede helft van 2014 kan starten.
Doelstelling is om eind 2014 een concept visie te hebben.
Onderwerpen die in de regionale Woonvisie aan de orde komen zijn onder meer:
a. Wonen, zorg en welzijn (is reeds een werkgroep mee bezig),
b. Huisvesting arbeidsmigranten (is reeds een werkgroep mee bezig)
c. Verduurzaming bestaande woningvoorraad (is reeds een werkgroep mee bezig)
d. Regionaal woonruimte verdeelsysteem.
Deze vier onderwerpen zouden afzonderlijk een thema kunnen zijn van de Regionale Agenda Wonen.
Het voorstel is om ze in de Regionale Woonvisie samen te laten komen.
Activiteiten:
1.
2.
3.
Opstellen plan van aanpak Regionale Woonvisie;
Uitvoering geven aan het proces om te komen tot een regionale woonvisie
Als onderdeel van de Regionale Agenda Wonen de volgende woonthema's nader worden
uitgewerkt:
a. De opgave voor wonen, zorg en welzijn lokaal en regionaal nader bepalen,
inclusief de consequenties van de extramuralisering en de transitie Awbz/Wmo;
b. Het komen tot een convenant voor arbeidsmigranten;
c. Opstellen aanpak verduurzaming bestaande woningvoorraad;
d. Onderzoek naar haalbaarheid en wenselijkheid regionaal woonruimte verdeelsysteem.
Resultaten in RRO:
1.
In juni 2014 informeert de regio elkaar over de stand van zaken van de woonthema's uit
de Regionale Agenda Wonen.
2.
In december 2014 wordt een concept Regionale Woonvisie besproken, inclusief een
uitwerking van de onderwerpen uit de Regionale Agenda Wonen.
Regionale Agenda Wonen 2014 - deel A
Pagina 1 2 van 15
5. Regionale W o n i n g b o u w a f s p r a k e n Midden-Brabant
-
5.1
-
;
—
-
-
-
;
- -
- —
-'
'.
-
i:
Regionale uitgangspunten
Het kader voor de regionale en gemeentelijke woningbouwprogramma en -planning wordt gevormd
door de meest actuele provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (2011). Deze prognose
geeft een realistische doorkijk voor de middellange (2023) en lange termijn (2030) voor de regio. Daarbij
richten de gemeenten en provincie zich op een aantal principes l uitgangspunten.
Regio Midden-Brabant
Uitgangspunten regionale woningbouwafspraken
1.
Regionale
woningbouwopgave
De regionale woningopgave die volgt uit de meest actuele provinciale prognose (2011)
vormt de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning en - programmering.
2.
Programmatermijn
Gemeenten gaan voor hun woningbouwprogramma én -planning uit van de woningbehoefte voor de komende 10-jaarsperiode van
1 januari 2013 tot 1 januari 2023
3. Flexibiliteit
plancapaciteit
Gemeenten zorgen voor flexibiliteit binnen hun woningbouwprogramma en -planning Het gemeentelijk woningbouwprogramma richt
zich op maximaal 100?» harde plancapaciteit, zoals vastgelegd in vastgestelde of onherroepelijke bestemmingsplannen, i.r.t. de
regionale programma-afspraken voor de komende 10-jaarsperiode.
4. Kwalitatieve
uitwisselbaarheid
programma's
Gemeenten kunnen onderling programmaruimte uitwisselen uit kwalitatieve overwegingen. Uitwisseling van programma's dient
regionaal vastgesteld te worden in het RRO.
5. Zelfstandige
woningen
De woningbouwopgave betreft de maximale toename van de bestaande woningvoorraad met zelfstandige woningen
op 1 januari 2022 voor de regio, uitgesplitst per gemeente.
6. Pilot Bouwen Binnen Strakke
Contouren
Oisterwijk krijgt de ruimte om de pilot de komende jaren (tot 2020) af te ronden, onder voorwaarde dat alleen de plannen die vallen
onder de pilot worden ontwikkeld. Jaarlijks wordt de voortgang gemonitoord.
7.
Ruimte-voor-Ruimte-woningen
De woningen die worden gerealiseerd in kader van de Ruimte-voor-Ruimte regeling vallen buiten de regionale woningbouwafspraken
Deze woningen zijn aanvullend op de afspraken en tellen hierin niet mee.
8.
Arbeidsmigranten
In de actuele provinciale prognose wordt rekening gehouden met de structurele vraag naar huisvesting van arbeidsmigranten.
Wanneer gemeenten in regionaal overleg kunnen aantonen dat woningen beschikbaar worden gesteld voor de opvang van tijdelijke
arbeidsmigranten is maatwerk mogelijk.
9L
Sloop en
extramuralisering
De regionale woningbouwopgave wordt vooraf niet verhoogd met voorgenomen sloop of extramuralisering. Als een gemeente kan
aantonen dat er binnen een plan woningen worden gesloopt en/of níet-zelfstandige woningen (intramuraal) worden omgezet in zelfsstandige woningen (extramuraal) kan dit aantal extra worden teruggebouwd. Het aantal terug t e bouwen woningen wordt niet
meegenomen in de woningbouwopgave.
10 Jaarlijks
herijking
Tenminste jaarlijks vindt herijking van de regionale (kwantitatieve) woningbouwafspraken plaats en worden ieder jaar uiterlijk op
31 december gemaakt.
Bovenstaande geactualiseerde uitgangpunten zijn vastgesteld door de regio en provincie in RRO d.d. 18 juni 2012.
Regionale Agenda Wonen 2014 - deel A
Pagina 1 3 van 15
5.2
Subregionale herverdeling
De eerder bestuurlijk afgesproken subregionale herverdelingsafspraak tussen de gemeente Tilburg en
de gemeenten Dongen, Goirle en Oisterwijk (2009) is voor de afgelopen jaren en de komende jaren
geconcretiseerd in jaarschijven jaren. Het restant van de herverdelingsafspraak per 1 januari 2013
betreft in totaal 385 woningen (jaarschijven 2013 t/m 2019) en is meegenomen in de geactualiseerde
regionale woningbouwafspraken.
ļ RegioMidden-Brabant
I
ub r e g i o n a l e h e r v e r d e l i n g w o n í n g b o u w p r o g r a m m a 2 0 0 9 ť m 2 0 1 9
[su
jaarschijven
afgesproken
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Dongen
230
20
20
25
65
0
40
20
20
10
10
Goirle
300
30
35
0
60
45
30
35
30
35
Oisterwijk
200
10
80
20
30
50
10
Totaal
730
50
55
35
205
65
70
100
65
40
45
0
730
­730
­50
­55
­35
­205
­65
­70
­100
­65
­40
­45
0
­730
I aantallen
Tilburg
2019
totaal
230
0
300
200
Basis voor deze label vormtde (sub)regionale herverdeling van h e t w o n i n g b o u w p r o g r a m m a 2009 t/m 2019.
zoals vastgelegd in de brief provincie d.d. 10 februari 2010 inzake de regionale woningbouwafspraken.
N B . Alle getallen zijn afgerond op 5­tallen.
5.3
Ruimte-voor-ruimte woningen
Ruimte­voor­ruimte woningen zijn separaat in beeld gebracht omdat deze buiten de regionale woning­
bouwafspraken vallen. Ruimte­voor­ruimte woningen mogen extra worden gerealiseerd, bovenop
hetgeen de prognose stelt en in het regionale woningbouwprogramma is c.q. wordt afgesproken.
De gemeenten is gevraagd om opgave te doen van de reeds gerealiseerde Ruimte­voor­ruimte
woningen (2011 en 2012) en een inschatting te geven van het aantal nog te realiseren Ruimte­voor­
ruimte woningen in de periode 2013 t/m 2022.
Regio Midden-Brabant
Ruimte-voor-ruimte woningen 2011 t/m 2022
Gepland
Gerealiseerd
2018 t / m 2022
totaal
2011
2012
2013 t / m 2017
Dongen
9
3
3
­
15
Gilze en Rijen
­
7
30
37
Goirle
-
­
28
­
28
Hilvarenbeek
4
3
19
25
51
Loon op Zand
­
­
5
­
5
Oisterwijk
-
2
8
15
25
Tilburg
­
­
40
200
Waalwijk
8
4
14
14
40
Midden-Brabant
21
12
110
284
401
11
240
De a a n t a l l e n in 2 0 1 1 en 2 0 1 2 betreffen feitelijk g e r e a l i s e e r d e R u i m t e ­ v o o r ­ r u i m t e w o n i n g e n , v o o r d e periode 2 0 1 3 t/m 2 0 1 7
en 2 0 1 8 t/m 2 0 2 2 h e b b e n d e betreffende g e m e e n t e n e e n i n s c h a t t i n g g e m a a k t o . b . v . b e s t a a n d e p l a n n e n .
11
Betreffen a a n t a l l e n t/m 2 0 2 5 .
Regionale Agenda W onen 2 0 1 4 ­ deel A
Pagina 14 van 15
5.4
Actualisatie woningbouwafspraken
In de onderstaande tabel is de woningbouwopgave voor de regio en per gemeente voor de komende
tienjaarsperiode vanaf 1 januari 2013 opgenomen. Samen met de subregionale herverdeling (tussen
Tilburg en Dongen, Goirle en Oisterwijk) en de extra programmaruimte inzake de pilot Bouwen Binnen
Strakke Contouren (Oisterwijk) vormt dit het regionale woningbouwprogramma.
Regio Midden-Brabant
Woningbouwopgave en -programma regio en per gemeente 2013 t/m 2022
i
1
2
3
4
5
6
feitelijk
prognose
opgave
subregionale
pilot
programma
2013
2023
2013 t/m 2022
herverdeling
BBSC
2013 t/m 2022
100
Dongen
10.635
11.460
825
Gilze en Rijen
10.495
11.590
1.095
Goirle
9.625
10.110
485
Hilvarenbeek
6.000
6.680
680'
Loon op Zand
925
1,095
175
660
680
9.460
10.455
995
Oisterwijk
10.935
11.340
405'
Tilburg
90.565,
101.050
10.485
Waalwijk
19.795
21.855
2.060
2.060
17.030
17.255
Midden-Brabant
167.510
184.540
995
110
225
-385Ĵ
740
10.100
1. Feitelijke woningvoorraad per 1 januari 2013 o.b.v. provincie inventarisatie gemeentelijke woningbouw/ontwikkeling.
2. Geprognosticeerde woningvoorraad per 1 januari 2023 o.b.v. De bevolkings-en woningbehoefteprognose Noord-Brabant,
actualisering 2 0 1 1 .
3. Gewenste woningbouwopgave op basis van de feitelijke woningvoorrad en de actuele prognose (2011).
4. Restant van d subregionale herverdeling woningbouw 2009 t/m 2019, stand van zaken per 1 januari 2013
s
( totaal van de jaarschijven 2013 ťm 2019) op basis van tabel uit paragraaf 5.2.
5. Extra programmaruimte pilot Bouwen Binnen Strakke Contouren (tot 2020), stand van zaken per 01/01/2013
6 R egionale woningbouwprogramma (inclusief eerdere afspraken over herverdeling en ophoging).
N.B. Alle getallen zijn afgerond op 5-tallen..
Regionale Agenda Wonen 201 4 - deel A
Pagina I 5 van 15