1e jaar Marketing H1

Download Report

Transcript 1e jaar Marketing H1

Vak: Marketing
Docent: Anja Lorié
Iedereen stelt zich kort voor:
- Naam
- Talenten
- Met wie zou je 1uur in een lift opgesloten
willen worden en waarom?


Je bent op tijd; de deur gaat 5 minuten na
aanvang van de les dicht. (Bij een blokuur ben
je het 2e uur welkom.)
Je hebt je boek/schrift/pen bij je;
◦ zonder deze spullen ben je niet welkom
◦ Als je elke les je spullen op orde hebt, krijg je bij je
toets 0,5 punt cadeau




Geen eten in de klas
Geen drinken in de klas; flesje water mag
Telefoon is opgeborgen
We hebben respect voor elkaar!
AGENDA 2014 – 2015
 PERIODE A
◦ Introductie Marketing
◦ Hoofdstuk 1 & 2 Marketingoriëntatie

PERIODE B

PERIODE C

Periode D
◦ Hoofdstuk 9 & 10 & 11Marketingoriëntatie
◦ Kerntaak 1 & Hoofdstuk 12 Marketingoriëntatie
◦ Kerntaak 1 & Hoofdstuk 12 Marketingoriëntatie
Leerdoelen
 Je kan benoemen wat Marketing is
 Je kan benoemen wat het nut van Marketing
is op commercieel gebied
Marketing bestudeert het gedrag van afnemers
en stelt daarbij hun behoeften centraal.
De functie van Marketing is om op
winstgevende wijze de wensen en behoeften
van de afnemers te bevredigen.
 COCA-COLA
CASE

Op welke manier(en) past Coca Cola het
Marketingprincipe toe?

Denken; alleen, 5 minuten

Delen; met je buurman/vrouw, 5 minuten

Uitwisselen in de klas; 15 minuten
Op welke behoefte(n) speelt Coca-Cola in?
 Delen is het nieuwe nemen
 Het delen van leuke/mooie momenten samen
 We leven in een wereld waar we bijzondere,
gekke, gewone momenten/belevenissen
willen delen met elkaar
Share a coke!
Deel een selfie van jou en je flesje Coke
Deel virtuele Coca-cola
Je kunt een gepersonaliseerd glazen flesje
bestellen en, indien gewenst, rechtstreeks naar een
vriend of familie laten sturen om zo een Coca-Cola
te delen.
Waar zie je nog meer dat we deze behoefte van
delen hebben?
 Facebook
 Instagram
 Twitter
 Snapchat
Leerdoelen
 Je kan benoemen wat Marketing is
 Je kan benoemen wat het nut van Marketing
is op commercieel gebied
Vak: Marketing
Docent: Anja Lorié
Periode: A
Leerdoelen
 Je kunt de 5 marktbenaderingsconcepten
benoemen
 Je kunt de 4 marketinginstrumenten (=
Marketingmix) benoemen
Marktbenaderingsconcepten
 Productieoriëntatie
 Productoriëntatie
 Verkooporiëntatie
 Marketingoriëntatie
 Maatschappelijke oriëntatie
Productieoriëntatie
Zoveel mogelijk produceren tegen zo laag
mogelijke kosten
 Intern gericht
 Efficient productieproces
 Verkopersmarkt
Productoriëntatie
Consument koopt alleen die producten die het
meeste waar voor hun geld bieden
 Meer concurrentie
 Kwaliteit belangrijker
 Intern gericht
Verkooporiëntatie
 Overvloed aan producten
 Onderneming moet meer moeite doen om
zijn producten te verkopen
 Kopersmarkt
 Aandacht op verhogen en de effectiviteit van
de verkoop
 Reclame en omvangrijk verkoopapparaat
werd belangrijker
Marketingoriëntatie
De onderneming richt zich meer op de markt.
 Wensen en verlangens van afnemers staan
centraal
 Extern gericht
 Marktonderzoek
Maatschappelijke oriëntatie
Onderneming houdt zich ook bezig met de
belangen van de maatschappij
 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
 Bescherming van het milieu
WAT
BEDENK VAN ELKE MARKTBENADERINGSMETHODE
EEN VOORBEELD
HOE
ALLEEN
TIJD
5 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WE KLASSIKAAL
KLAAR
STIL
WAT
BESPREEK DE VOORBEELDEN VAN DE
MARKTBENADERINGSMETHODE EN KIES ER EEN UIT
HOE
MET JE BUURMAN/VROUW
TIJD
5 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WE KLASSIKAAL
KLAAR
STIL
Marktbenaderingsconcepten
Productieoriëntatie
Productoriëntatie
Verkooporiëntatie
Marketingoriëntatie
Maatschappelijke oriëntatie
MARKETINGMIX
PRODUCT: Productmix
 Fysieke tastbare product
 Verpakking
 Garantie
 Service
 Merk
 Assortiment
 kwaliteit
PRIJS
Waarin verschilt de prijs ten opzichte van de
andere marketingmixinstrumenten?
“De Prijs is het enige Marketingmixinstrument
dat geen geld kost maar juist geld oplevert.”
Prijs vaststellen

Kostengeoriënteerde prijsstelling

Concurrentiegeoriënteerde prijsstelling

Vraaggeoriënteerde prijstelling
PLAATS
De plaats heeft betrekking op de wijze waarop
de ondernemer de producten in de richting van
de consument wil distribueren.
distributiebeleid
DISTRIBUTIEBELEID
PROMOTIE; Promotiemix
 Reclame
 Sales promotion
 Public relations
 Persoonlijke verkoop
 Sponsoring
De drie R’s
 Reputatie
 Relatie
 Ruil
Eerst een Reputatie opbouwen, die leidt tot
opbouwen van Relaties en uiteindelijk Ruil.
OPDRACHT STARBUCKS
De marketingstrategie van Starbucks bestaat
uit het positioneren van de Starbucks winkels
als een derde vaste plaats waar mensen
vertoeven naast thuis en werk.
OPDRACHT STARBUCKS
WAT
VERNIEUW DE MARKETINGMIX VOOR
STARBUCKS
HOE
MET ZIJN VIEREN
HULP
BOEK EN AANTEKENINGEN
TIJD
15 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WIJ KLASSIKAAL
Leerdoelen
 Je kunt de 5 marktbenaderingsconcepten
benoemen
 Je kunt de 4 marketinginstrumenten (=
Marketingmix) benoemen
Vak: Marketing
Docent: Anja Lorié
Periode: A
LEERDOELEN:
 Je kunt benoemen wat interne
omgevingsfactoren zijn
 Je kunt benoemen wat externe
omgevingsfactoren zijn
OMGEVINGSFACTOREN
 Interne omgevingsfactoren
 Externe omgevingsfactoren
Interne omgevingsfactoren:
 Binnen het bedrijf; micro-omgeving
 Het zijn beheersbare factoren; dat wil zeggen
dat we daar zelf invloed op kunnen
uitoefenen
OPDRACHT INTERNE OMGEVINGSFACTOREN
WAT
WELKE FACTOREN SPELEN BINNEN HET
BEDRIJF EEN ROL?
HOE
MET JE BUURMAN/VROUW
TIJD
5 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WE KLASSIKAAL
KLAAR
STIL
INTERNE OMGEVINGSFACTOREN
 Productiecapaciteit

Financiering

Marketingmix

Personeel
Externe omgevingsfactoren
 Buiten het bedrijf
 NIET beheersbare omgevingsfactoren
 Meso-omgeving; vanuit de markt of branche
(bedrijfstak)
 Macro-omgeving; vanuit de maatschappij
OPDRACHT EXTERNE OMGEVINGSFACTOREN
WAT
WELKE FACTOREN SPELEN BINNEN DE
MARKT (MESO-OMGEVING) EEN ROL?
WELKE FACTOREN SPELEN BINNEN DE
MAATSCHAPPIJ (MACRO-OMGEVING) EEN
ROL?
HOE
MET JE BUURMAN/VROUW
TIJD
10 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WE KLASSIKAAL
KLAAR
STIL
Externe omgevingsfactoren
Meso-omgeving:
 Toeleveranciers
 Concurrentie
 De tussenhandel
 De consument
 De media
 Brancheorganisaties
 De Kamer van Koophandel
 De overheid
 Actiegroepen
 Belangenorganisaties
 Publieke opinie
Externe omgevingsfactoren
Macro-omgeving:
 Economische omgevingsfactoren
 Demografische omgevingsfactoren
 Politiek-juridische omgevingsfactoren
 Sociaal-culturele omgevingsfactoren
 Technologische omgevingsfactoren
 Maatschappelijke omgevingsfactoren
OPDRACHT OMGEVINGSFACTOREN
WAT
ONTWIKKEL EEN MOODBOARD MET
FOTO’S DIE DE MESO- EN MACROOMGEVING IN KAART BRENGEN
HOE
IN GROEPJES VAN VIER
TIJD
15 MINUTEN
RESULTAAT
BESPREKEN WE KLASSIKAAL
KLAAR
STIL
LEERDOELEN:
 Je kunt benoemen wat interne
omgevingsfactoren zijn
 Je kunt benoemen wat externe
omgevingsfactoren zijn
SPELREGELS
 INDIVIUDEEL SPEL
 GEEN HULPMIDDELEN
 GEEN OVERLEG
 SPELBEDERF IS DISKWALIFICATIE





Wat staat er in het marketingconcept
centraal?
A: De verkoop aan de afnemers
B: De winst van de onderneming
C: De behoeften van de afnemers
D: De productie van de artikelen



Klopt de volgende stelling?
De functie van marketing is om op
winstgevende wijze de behoeften van de
afnemers te bevredigen.
A: Ja
B: Nee

Bedrijf X wil 50.000 euro uitgeven aan een
reclamecampagne in Vogue Magazine. Dit doet
men om de vrouwen doelgroep te benaderen,dat
men milieuvriendelijke events organiseert.
Welke marktbenaderingsconcept wordt hier
genoemd.
A: promotieorientatie
B: marketingorientatie
C: maatschappelijke oriëntatie
D: verkooporientatie





Wat wordt verstaan onder het begrip
marketingmix?
A: Het combineren van reclame en
verkoopactiviteiten
B: De juiste toepassing van de 4p’s
C: De 4p’s die in een land gebruikt.
D: De marketinginstrumenten die een bedrijf
op een bepaald moment hanteert.






Nokia wil de garantietermijn met een jaar
verlengen om de verkoop te stimuleren. Tot welk
onderdeel van de marketingmix behoort deze
actie.
A: Product
B: Prijs
C: Plaats
D: Promotie





Zet het 3R model in de juiste volgorde.
A: ruil- reputatie - relatie
B: reputatie – relatie – ruil
C: reputatie – reclame – ruil
D: reclame – ruil- relatie





Tot welk onderdeel van de marketingmix
behoort deze actie.
A: Product
B: Prijs
C: Plaats
D: Promotie





Op welke omgeving heeft een onderneming
invloed en beheersing.
A: Meso omgeving
B: Macro omgeving
C: Micro omgeving
D: Geen van allen
Welke omgeving wordt in het filmpje
genoemd?
omgeving?





A: macro omgeving
B: micro omgeving
C: meso omgeving
D: meso en macro omgeving





Welk onderdeel van de marketing wordt hier
getoond?
A: concurrentie
B: promotiemix
C: formule 1
D: sponsoring





Wat staat er in het marketingconcept
centraal?
A: De verkoop aan de afnemers
B: De winst van de onderneming
C: De behoeften van de afnemers
D: De productie van de artikelen
 ANTWOORD:
C

Klopt de volgende stelling?
De functie van marketing is om op
winstgevende wijze de behoeften van de
afnemers te bevredigen.

A: Ja
B: Nee

ANTWOORD: A


Bedrijf X wil 50.000 euro uitgeven aan een
reclamecampagne in Vogue Magazine. Dit doet men om de
vrouwen doelgroep te benaderen en deze doelgroep te
laten weten dat men milieuvriendelijke events organiseert.
Welke marktbenaderingsconcept wordt hier genoemd.
A: promotieorientatie
B: marketingorientatie
C: maatschappelijke oriëntatie
D: verkooporientatie
ANTWOORD: C






Wat wordt verstaan onder het begrip
marketingmix?
A: Het combineren van reclame en
verkoopactiviteiten
B: De juiste toepassing van de 4p’s
C: De 4p’s die in een land gebruikt.
D: De marketinginstrumenten die een bedrijf op
een bepaald moment hanteert.
ANTWOORD: D

Nokia wil de garantietermijn met een jaar
verlengen om de verkoop te stimuleren. Tot welk
onderdeel van de marketingmix behoort deze
actie.

A: Product
B: Prijs
C: Plaats
D: Promotie

ANTWOORD: A




Zet het 3R model in de juiste volgorde.

A: ruil- reputatie - relatie
B: reputatie – relatie – ruil
C: reputatie – reclame – ruil
D: reclame – ruil- relatie

ANWTOORD: B




Tot welk onderdeel van de marketingmix
behoort deze actie.

A: Product
B: Prijs
C: Plaats
D: Promotie

ANTWOORD: B




Op welke omgeving heeft een onderneming
invloed en beheersing.

A: Meso omgeving
B: Macro omgeving
C: Micro omgeving
D: Geen van allen

ANTWOORD: C



Welke omgeving wordt in het filmpje
genoemd?
omgeving?


A: macro omgeving
B: micro omgeving
C: meso omgeving
D: meso en macro omgeving

ANTWOORD: A




Welk onderdeel van de marketing wordt hier
getoond?

A: concurrentie
B: promotiemix
C: formule 1
D: sponsoring

ANTWOORD: D


