vervoeren van gevaarlijke stoffen

Download Report

Transcript vervoeren van gevaarlijke stoffen

Htv2 Wet Vervoer
Gevaarlijke Stoffen
Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Doel: het bevorderen van de openbare veiligheid bij het vervoer
van gevaarlijke stoffen. Dit betekent het voorkomen van
schade of hinder voor mens, dier en milieu, als gevolg van het
vervoer.
Regels voor vervoer:
De WVGS is een zgn. raam- of kaderwet. Dat betekent dat in deze
wet de hoofdlijnen voor regelgeving op het gebied van het
vervoeren van gevaarlijke stoffen worden vastgesteld. Daarna
kunnen bij regelingen en besluiten deze hoofdlijnen verder
worden uitgewerkt. De regelingen zijn:
• Regeling Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen (VLG)
• Regeling vervoer over de binnenwateren van Gevaarlijke
stoffen (VBG)
• Regeling vervoer over Spoor van gevaarlijke stoffen (VSG)
WVGS
Uitzondering vervoer:
De WVGS geeft dus geen regels over het vervoer van gevaarlijke
stoffen over zee en door de lucht of voor het vervoer van
radioactieve stoffen. Voor het vervoer over zee van gevaarlijke
stoffen geldt de IMDG code.
Voor het vervoer door de lucht van gevaarlijke stoffen geldt de
IATA code en de Luchtvaartwet.
De Kernenergiewet geeft regels voor het vervoer van
radioactieve stoffen.
Niet alleen het vervoeren van gevaarlijke stoffen valt onder de
WVGS, maar ook het laden en lossen van deze stoffen.
WVGS
Produceren en opslag van gevaarlijke stoffen:
Dit valt niet onder de WVGS, maar onder de Wet Milieubeheer.
Niet alle chemische stoffen zijn gevaarlijke stoffen in de zin van de
wet- en regelgeving. Dit is afhankelijk van de eigenschappen van
de stof.
Voor de indeling wordt er gekeken naar 5 hoofdeigenschappen en
de sterkte van die eigenschappen:
1.Explosiviteit
2.Brandbaarheid
3.Giftigheid
4.Radioactiviteit
5.bijtendheid
WVGS
De stoffen die vanwege hun eigenschappen/ sterkte horen tussen
het vrije vervoer en het vervoersverbod, vallen onder de
vervoerswetgeving.
Gevarenklasse:
In een gevarenklasse zijn stoffen bij elkaar gebracht die
tijdens het vervoer een overeenkomstig gevaar hebben. Er zijn
9 gevarenklassen:
1.Ontplofbare stoffen en voorwerpen: deze kunnen ontploffen
bij bepaalde temperaturen, schokken, bij wrijving of als ze in
aanraking komen met vuur.
2.Gassen: het gaat hier om samengeperste, tot vloeistof verdichte
of onder druk opgeloste brandbare gassen.
3.Brandbare vloeistoffen: bijv. benzine, kerosine of olie
4.Brandbare vaste stoffen: dit zijn vaste stoffen die gemakkelijk
vlam vatten of die vatbaar zijn voor broei of zelfontbranding en
stoffen die in aanraking met vocht brandbare gassen afgeven.
WVGS
5. Oxiderende stoffen: stoffen die reageren met andere, vooral
brandbare, stoffen. Bij de reactie komt dan veel warmte vrij,
waardoor een verbranding wordt bevorderd.
6. Giftige stoffen: zij worden ook toxische stoffen genoemd. Het
zijn stoffen die door inademing of opname via de mond of de huid
ernstige gevaren voor de gezondheid opleveren, of de dood
veroorzaken.
7. Radioactieve stoffen: vallen niet onder de WVGS, maar onder
de Kernenergiewet (bijv. uranium)
8. Bijtende stoffen: ook wel corrosieve stoffen genoemd. Bij
aanraking tasten deze stoffen levende weefsels aan en tasten ze
andere stoffen aan zoals metaal.
9. Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen: zijn alle stoffen
die tijdens vervoer gevaar kunnen opleveren, maar die niet onder
een andere gevarenklasse vallen (bijv. asbest)
Etiketten en gevaarsymbolen
De WVGS geeft ook regels over de verpakkingen en etiketteringen
van gevaarlijke stoffen.
Op het etiket moet het volgende staan:
1.Naam van de gevaarlijke stof
2.Naam en het adres van degene die de stof heeft gemaakt, in
de handel brengt of in Nederland invoert
3.Hazard statements (H-zinnen), hierin worden risico’s
genoemd die je loopt bij gebruik van de gevaarlijke stof.
Enkele voorbeelden zijn:
•Schadelijk bij inademing
•Schadelijk bij aanraking met de huis
•Vergiftig bij opname door de mond
4.Precautionary statements(P-zinnen), hiermee krijg je tips om
risico’s die je loopt met de stof zoveel mogelijk te beperken. Enkele
vb.: buiten gebruik van kinderen bewaren, op een koele plek
bewaren, goed ventileren bij gebruik
vervolg
5. De gevarenklasse waar de stof bij hoort en het bijbehorende
gevaarsymbool
Etikettering gevaarlijke stoffen:
Er zijn wereldwijd nieuwe afspraken gemaakt om chemische
stoffen op dezelfde manier in te delen. Deze afspraak heet
Globally Harmonized System.
De oranje gevaarsymbolen en bijbehorende gevaarszinnen (Rzinnen) en veiligheidsaanbeveling (S-zinnen) verdwijnen daarmee
en worden vervangen door nieuwe pictogrammen en H- en Pzinnen.
Er geldt een overgangstermijn tot juni 2017.
Opdracht: Zorg ervoor dat de hele klas een nieuw
kaartje krijgt met alle symbolen/pictogrammen erop.
Veiligheidssignalering
Om te voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan, moeten
degenen die op gevaarlijke plaatsen komen worden
gewaarschuwd. Daarom zijn er borden die we
‘veiligheidssignalering’ noemen.
Voorbeelden zijn:
• Waarschuwingsborden: driehoekig geel met zwarte rand
• Verbodsborden: rond, wit met rode rand
• Mededelingenborden: rechthoekig blauw
• Gebodsborden: rond en blauw
• Aanwijzingsborden: rechthoekig groen
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen moeten vervoermiddelen
herkenbaar zijn d.m.v. identificatieborden en gevaarsetiketten.
Bij het vervoer met tankwagens moeten de identificatieborden voor
zien zijn van het gevaarsidentificatienummer (GEVI) en het
stofidentificatienummer (STOFI)
Identificatieborden en gevaarsetiketten
Id. borden: Om aan te geven dat een voertuig gevaarlijke stoffen
vervoert, wordt aan de voor- en achterzijde een aanduiding
gebruikt van egaal oranje borden. Allen bij tankvervoer staat er een
nummering op. De borden zijn retroflecterend. Ook moeten er
gevaarsetiketten op het voertuig zijn aangebracht.
De gevaarsetiketten die gebruikt worden zijn:
• Klasse 1: ontplofbare stoffen
• Klasse 2: brandbare gassen
• Klasse 3 brandbare vloeistoffen
• Klasse 4.1: brandbare vaste stoffen
• Klasse 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen
• Klasse 4.3: stoffen die in contact met water brandbare
gassen ontwikkelen
• Klasse 5.1: oxiderende stoffen
vervolg
•
•
•
•
•
•
•
•
Klasse 5.2: organische peroxiden
Klasse 6.1: giftige stoffen
Klasse 6.2: infectueuze stoffen
Klasse 7: radioactieve stoffen
Klasse 8: bijtende stoffen
Klasse 9: diverse gevaarlijke stoffen
Milieugevaarlijke stoffen
Stof in verwarmde toestand
GEVI en STOFI
GEVI: Op de bovenste helft van de borden die tankers voeren
staat het gevaarsidentificatienummer. Dit getal bestaat uit
minimaal 2 en maximaal 3 cijfers. Een herhaling van de cijfers
geeft een toename van het gevaar aan. Een X voor de cijfers geeft
aan dat de stof gevaarlijk reageert met water.
Voorbeelden GEVI-nummers:
1= gevaar voor explosie
2= er kan gas vrijkomen als gevolg van druk of chemische reactie
3= gevaar voor ontbranding van vloeistoffen en gassen
4= gevaar voor ontbranding van vaste stoffen
5= gevaar voor oxiderende werking
6= gevaar voor giftigheid of besmettingsgevaar
7= gevaar voor radioactiviteit
8= gevaar voor corrosie
9= gevaar voor spontane, hevige reactie
STOFI
Op de onderste helft staat het stofidentificatienummer. Het STOFInummer wordt ook wel UN-nummer (United Nations) genoemd.
Voorbeelden:
1972= sterk gekoeld gas
1005= ammoniak
1203= benzine
1202= diesel
Opdracht:
Zoek de betekenis van de hele gevaarscodering op.
(eerste cijfer 2=gas, tweede of derde cijfer 3 is
gevaar voor brand etc. en betekenis dubbele cijfers
specifiek etc.)
Documenten
• Vervoersdocument of vrachtbrief
Hiervoor is geen wettelijk model, maar wel is voorgeschreven
welke gegevens er op moeten staan vermeld.
1. Gegevens afzender
2. Gegevens ontvanger
3. UN-nummer
4. Naam stof
5. Gevarenklasse
6. Sub-classificatie
7. Aantal colli
8. Brutogewicht lading
9. Netto massa van de stof, het totaal en de massa per soort
10.De afkorting ADR (of bij internationaal vervoer VLG)
vervolg
Er zijn 2 manieren om gegevens te vermelden:
• UN0335, vuurwerk, 1.3G of
• Vuurwerk, 1.3G, UN0335
Bij internationaal vervoer moeten de gegevens ook in het Frans,
Duits of Engels vermeld staan.
Opdracht: Zoek een voorbeeld van een
vervoerdocument op.
Gevarenkaart
Deze kaart moet door de afzender bij het vervoer worden
meegegeven aan de chauffeur. De kaart heet officieel de
“schriftelijke instructie”.
Voor de gevarenkaart is geen wettelijk model vastgesteld. Naast
de kaarten voor een enkele stof zijn er ook groepskaarten, waarin
groepen omschreven staan zonder dat de naam van de stof wordt
vermeld.
Er moeten wel de volgende gegevens op staan:
1.Aard van het gevaar
2.Maatregelen bij een ongeval (voor gewaarschuwde instanties)
3.Maatregelen die de chauffeur kan nemen zonder gevaar voor
zichzelf
4.Blusmiddel dat NIET gebruikt mag worden
5.Persoonlijke beschermingsmiddelen
6.EHBO maatregelen
7.Telefoonnummer van fabrikant of afzender
keuringsdocument
Om aan te tonen dat een voertuig voldoet aan de eisen, wordt er
een keuringsdocument afgegeven door de Rijksdienst voor het
Wegverkeer.
Gegevens op keuringsdocument:
1.Kenteken voertuig
2.Naam bedrijf/eigenaar
3.Stoffen die vervoerd mogen worden
4.Geldigheidstermijn
Behalve de bijzondere eisen wordt ook gekeken naar de eisen van
de APK.
Dit document mag max. 1 jaar geldig zijn.
ADR-certificaat en routeontheffing
ADR:
Het document dat aangeeft dat de bestuurder een speciale
opleiding heeft gevolgd voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Dit certificaat is ma. 5 jaar geldig en daarna moet de chauffeur
opnieuw examen doen.
Routeontheffing:
Dit is noodzakelijk bij het vervoer van routeplichtige stoffen, via
andere wegen dan routes gevaarlijke stoffen.
Dit document kan voor eenmalig gebruik worden afgegeven, maar
ook worden jaarontheffingen afgegeven.
Aanvraag gebeurd bij de plaatselijke autoriteiten.
Vergunning of ontheffing
Als de afzender niet kan voldoen aan alle wettelijke verplichtingen
(bijv. verpakking voldoet niet), kan er een vergunning worden
afgegeven om toch te mogen vervoeren.
Er kan ook een ontheffing worden afgegeven om een stof te
vervoeren die normaal niet vervoerd mag worden. Deze moeten bij
het vervoer aanwezig zijn.
Opdrachten
Geef uitgebreid antwoord op de volgende vragen:
1.Voor welke handelingen met gevaarlijke stoffen stelt de WVGS
regels?
2.Beschrijf de verschillende gevarenklassen en zoek bij elke klasse
het bijbehorende etiket.
3.Welke formulieren heeft een chauffeur nodig wanneer hij
gevaarlijke stoffen vervoerd? Noem daarbij de gegevens die op de
verschillende formulieren staan.
4.Wat is het doel van de WVGS?
5.Geef aan wat de getallen betekenen die op het bord van een
tankauto staan vermeld.
6.Welk document geeft aan of er gevaarlijke stoffen worden
vervoerd?
7.In welke gevarenklassen zijn de gevaarlijke stoffen
onderverdeeld?
Vervolg opdracht
8. Voor welke gevaarlijke stoffen geldt een uitzondering op de
WVGS?
9. Geef aan welke borden er worden gebruikt voor
veiligheidssignalering.