- Arnhems meisje opleidingen
Download
Report
Transcript - Arnhems meisje opleidingen
Jeugdstrafrecht
maart 2014
Myriam de Bruijn-Lückers
Recente ontwikkelingen
2
• Recente ontwikkelingen:
• Maatschappij:
– Veel aandacht voor jeugdige daders
– Roep om strengere aanpak
– Ernstige zaken door steeds jongere verdachten
– Facebook moord 14 jarige verdachte
– Moord op Dirk Post: 15 jarige verdachte
3
Enkele cijfers
• In de jaren 2005-2011 is het aantal geregistreerde
minderjarige verdachten afgenomen van 99.000 naar 54.000
• In 2011 werd
– 46% van de minderjarige verdachten geregistreerd voor
vermogensmisdrijven,
– 26% voor vernielingen en
– 19% voor gewelds- en seksuele misdrijven.
• Vergeleken met 2005 is het aandeel geregistreerde
minderjarigen die werden verdacht van vernielingen
afgenomen en voor alle andere delictgroepen iets
toegenomen
• 47% van de minderjarige verdachten is allochtoon
• In 2011 werden ruim 9000 jeugdstrafrechtzaken in eerste
aanleg afgedaan door de rechter
4
Enkele cijfers
• Het aantal jeugddetenties is meer dan gehalveerd van 5.500
in 2005 naar 1.800 in 2011.
• Het aantal taakstraffen nam met 1.600 af.
• De taakstraf wordt bij minderjarigen het meest toegepast. In
2011 legde de rechter 6.400 taakstraffen op. In 2011 is bijna
drie kwart van alle hoofdstraffen tegen minderjarigen een
taakstraf en minder dan een kwart een vrijheidsstraf.
Geldboetes worden weinig opgelegd: in 2011 in totaal nog
geen 400 keer. Dit is 4% van alle opgelegde hoofdstraffen aan
minderjarigen.
5
• Bijna een kwart van de opgelegde boetebedragen lag
in 2011 beneden € 100. Ruim 40% lag tussen € 100
en € 200 en ongeveer een derde daarboven.
• In de periode 2005-2011 is het aandeel van de
(deels) onvoorwaardelijke jeugddetenties op het
totale aantal jeugddetenties weliswaar gestegen,
maar het aantal nam af van 2.300 naar 1.200.
• In 2011 was 21% van het totale aantal opgelegde
hoofdstraffen aan minderjarigen een jeugddetentie.
6
• In de jaren 1997-2007 bedroeg het percentage
(on)voorwaardelijke pijmaatregelen daarvan ongeveer 2%
• In 72% van de gevallen wordt een pro justitia advies
overgenomen
• Pijmaatregel aanzienlijk teruggelopen: leegstand jji
• In 2009 93 onvoorwaardelijke pijmaatregelen tegen 251 in
2006. In 2011 werd de pij maatregel 115 keer opgelegd.
• Looptijd gemiddelde pij is 3,5 jaar
7
cijfers
• In 2009: 92 GBM opgelegd, verwachting was
minimaal 500 per jaar; in 2008 was dat slechts
15 keer. In 2011: 61 keer
• Van de vijf verdachten is er een een meisje.
8
Combizittingen
• Voordelen
• Nadelen
• Samenhang straf civiel
9
Pedagogische karakter
jeugdstrafrecht
10
Casus: recht op vervolging
• Art 40 lid 2 IVRK: berechting zonder vertraging
• Verdachte wordt verdacht van straatroof op
19 april 2009. Hij wordt aangehouden op
diezelfde dag. Drie eerdere dagvaardingen
worden ingetrokken. Eerst op 8 maart 2012
vindt de inhoudelijke behandeling plaats.
• Is OM ontvankelijk?
Recht op vervolging
•
•
•
•
Rb Amsterdam 22 maart 2012, NSr 2012, 365
HR 30 maart 2010, BL3228
Rb Arnhem 5 juni 2012, NSr 2012, 368
Hof Amsterdam 20 augustus 2013,
ECLI:NL:GHAMS:2013:2556
• HR 16 december 2003, LJN: AL9062
HR 16 december 2003
• art. 40, tweede lid sub b onder iii IVRK stelt ten aanzien van
de termijn waarbinnen een strafzaak tegen een jeugdige moet
worden berecht, niet andere, verder gaande, eisen dan reeds
uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. De HR week
daarbij expliciet af van de het standpunt van de AG Vellinga in
diens uitvoerige conclusie:
• AG wijst op : verschil tussen enerzijds afdoening "binnen
redelijke termijn/within reasonable time" als vervat in art. 6
EVRM respectievelijk afdoening "zonder onredelijke
vertraging/witthout undue delay" als bedoeld in art. 14 IVBPR
en anderzijds "zonder vertraging/without delay" (art. 40 lid 2
IVRK) en verbindt daar consequenties aan.
13
Doorlooptijden
• HR 30 maart 2010, BL3228: de redelijke termijn als
bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden.
Overschrijding van die termijn kan niet leiden tot nietontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in
de vervolging. Gelet op de aan de verdachte opgelegde
taakstraf bestaande uit een werkstraf van twaalf uren,
subsidiair zes dagen jeugddetentie en de mate waarin
de redelijke termijn is overschreden, is er geen
aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn
is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal
de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
14
Aanwijzing effectieve afdoening
strafzaken jeugdigen
• HR 5 oktober 2010, BN2325: overschrijding
redelijke termijn ism aanwijzing. Deze richtlijn
is geen recht in de zin van art 79 RO maar een
instructienorm. Verweer was No wegens
overschrijding redelijke termijn. Aanvangen
redelijke termijn en einduitspraak was 2 jaar
en 8 maanden. Overschrijding met 16
maanden.
15
Recht op vervolging
• Rb Amsterdam 22 maart 2012, NSr 2012, 365: OM niet
ontvankelijk wegens overschrijding redelijke termijn 35
maanden ipv 16 maanden
• Rb Arnhem 5 juni 2012, NSr 2012, 368: OM no wegens
overschrijding redelijke termijn, niet verrichten van
door rb opgedragen onderzoekshandelingen en niet
naleven Salduz jurisprudentie. Door de veelheid en de
samenhang van de schendingen van de rechten van de
jeugdige is bewust en met grove veronachtzaming van
de belangen van de verdachte aan zijn recht op een
eerlijke behandeling tekort gedaan.
Rb Zwolle 21 december 2012,
BZ3522
• Overschrijding vervolging jeugdigen met 22
maanden. Gelet op pedagogisch karakter
jeugdstrafrecht OM no. 4 jaar na pleegdatum.
Betrof wel ontucht met minderjarigen van 6
en 9 jaar oud.
17
Hof Amsterdam 20 augustus 2013,
ECLI:NL:GHAMS:2013:2556
• Rb had OM wegens overschrijding redelijke
termijn niet ontvankelijk verklaard. Hof
vernietigt en wijst terug. OM is ook in
jeugdzaken bij overschrijding redelijke termijn
vrijwel altijd ontvankelijk. Betrof feit op 8
oktober 2010 gepleegd en behandeling zaak
op 2 april 2013.
18
• Aandacht voor doorlooptijden in hoger
beroep
19
• Mag het OM niet-ontvankelijk worden
verklaard wegens vervolging van een
bagatelfeit?
20
Opportuniteitsbeginsel
• HR 6 november 2012, BX4280: Het in artikel 167, tweede lid,
van het Wetboek van Strafvordering neergelegde
opportuniteitsbeginsel houdt in dat de officier van justitie
bevoegd is, op gronden aan het algemeen belang ontleend, af
te zien van vervolging. Beslist de officier van justitie dat hij tot
vervolging overgaat, dan staat die beslissing in beginsel niet
ter beoordeling van de rechter. Slechts indien de vervolging in
strijd is met wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen of
met beginselen van een behoorlijke procesorde kan sprake
zijn van een verval van het recht tot strafvordering en van een
door de rechter om die reden uit te spreken nietontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Recht op vervolging
• Rb Roermond 16 februari 2009, BH7431: Schending van de
beginselen van goede procesorde en strijd met het bepaalde
in art. 3 en 40 IVRK, die leiden tot niet-ontvankelijkheid van
openbaar ministerie. Bij de beslissing tot vervolgen van een
minderjarige moet de grootst mogelijke zorgvuldigheid
betracht worden. In casu is de officier van justitie tot
dagvaarding van een zeer jeugdig persoon overgegaan zonder
de in het dossier aanwezige filmbeelden van de gedragingen
die de verdachte verweten worden (te kwalificeren als “het
aanzetten tot ontuchtige handelingen ex. art. 248b Sr) te
bekijken en zich van de ernst van de gedragingen te
vergewissen (kleuters elkaar laten kussen en bij de billen
pakken tegen betaling)
De kinderrechter
•
•
•
•
Art 495 Sv
Art 499 Sv
Art 53 RO
Rapport positionering jeugdrechter van de
raad voor de rechtspraak
• Rapport profilering jeugdrechter
• HR 26 april 2011, BO9872
23
Kinderrechter
• HR 26 april 2011, BO9872: Vier meerderjarige
medeverdachten zijn gedagvaard voor de Rechtbank te 'sGravenhage. De Officier van Justitie heeft de zaak tegen de
verdachte overeenkomstig de hoofdregel van art. 495, eerste
lid, Sv voor de kinderrechter vervolgd. De verdachte is
gedagvaard voor de kinderrechter van zijn woonplaats, te
weten de Kinderrechter in de Rechtbank te Haarlem. Art. 6,
tweede lid, Sv staat niet eraan in de weg dat in een geval als
het onderhavige, waarin sprake is van gelijktijdige vervolging,
de zaak tegen een jeugdige verdachte wordt aangebracht voor
de kinderrechter die op grond van de woonplaats van de
verdachte bevoegd is.
24
ouders
• Wet van 17 december 2009, Stb. 2010, 1
(30143) versterking positie slachtoffer in het
strafproces: verschijningsplicht ouders met
eventueel bevel medebrenging: art 496a Sv
• Oproeping ouders (art 504 Sv) (Check adres)
• Appel door wettelijk vertegenwoordiger (art
503 Sv)
25
Verschijningsplicht ouders
• Artikel 496a 1. Indien de ouders of voogd van een van misdrijf
verdachte minderjarige in gebreke blijven op de terechtzitting
te verschijnen beveelt het gerecht de aanhouding van de zaak
tegen een bepaalde dag en beveelt het tevens hun oproeping.
Het gerecht stelt voorafgaand aan zijn beslissing de verdachte,
de officier van justitie en het slachtoffer dat ter terechtzitting
aanwezig is, in de gelegenheid zich uit te laten over de
wenselijkheid van aanhouding.
• 2. Het gerecht kan bij het bevel tot oproeping een bevel tot
medebrenging verlenen, indien het de aanwezigheid van een
of beide ouders dan wel de voogd bij de behandeling van de
zaak op de terechtzitting noodzakelijk acht. Het gerecht kan
dit bevel ook geven in het geval van de behandeling van de
zaak van een van overtreding verdachte minderjarige.
26
Verschijningsplicht ouders
• 3. Het gerecht kan slechts bevelen dat het
onderzoek niet wordt aangehouden, en dat
een bevel tot medebrenging niet wordt
verleend indien:
• a.het aanstonds een van de uitspraken
bedoeld in artikel 349, eerste lid, doet,
• b.de ouders of voogd geen bekende woon- of
verblijfplaats in Nederland hebben, of
• c.de aanwezigheid van een of beide ouders
niet in het belang van de minderjarige wordt
geacht.
27
Positie ouders 12 en 13 jarige
• Art 51g lid 4 Sv: Indien de vordering van de
benadeelde partij betrekking heeft op een als doen
te beschouwen gedraging van een verdachte die de
leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt en
aan wie deze gedraging als een onrechtmatige daad
zou kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd
daaraan niet in de weg zou staan, wordt zij geacht te
zijn gericht tegen diens ouders of voogd. Versterkin
positie slachtoffer, vervuiling jeugdstrafrecht?
Hoge Raad 23 april 2013, BZ8170
• Art. 51g.4 Sv heeft geen wijziging gebracht in de in het BW
voorziene regeling van de aansprakelijkheid van de ouders
van een kind dat de leeftijd van 14 jaren nog niet heeft
bereikt voor de door een onrechtmatige daad van dat kind
aan een derde toegebrachte schade. Die bepaling biedt
degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een
strafbaar feit, gepleegd door een kind dat de leeftijd van 14
jaren nog niet heeft bereikt, de mogelijkheid zijn vordering tot
schadevergoeding tegen de ouders van het kind in te stellen
in het strafproces tegen het kind. Er is derhalve geen sprake
van een wijziging van de wet t.a.v. de strafbaarstelling of
strafbedreiging m.b.t. het tenlastegelegde feit.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 oktober
2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8409
• De ouders van verdachte, die jonger dan 14 jaar was, zijn
veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de
benadeelde partij. Het hoger beroep is niet binnen twee
weken ingesteld namens verdachte naar aanleiding van een
brief van haar vader. Naar het oordeel van het hof kan deze
brief niet worden aangemerkt als een stuk waarbij door de
ouders hoger beroep is ingesteld op basis van artikel 421 lid 5
van het Wetboek van Strafvordering. Het hoger beroep is niet
ingesteld overeenkomstig bepalingen van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, zodat de civielrechtelijke
appeltermijn van drie maanden niet van toepassing is.
Minderjarige verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in
haar hoger beroep.
30
Verschijningsplicht
art 495a Sv
• HR 18 mei 2004, AO5056:
• verschijningsplicht alleen als verdachte in
gebreke blijft op eerste zitting te verschijnen
en niet op volgende (aangehouden) zittingen,
terwijl het een behandeling op tegenspraak
betreft.
• Bevel medebrenging
31
Gesloten behandeling
art 495 b Sv
• HR 8 juni 2004, AO8370:
• schending van vormvoorschrift
van art 495b Sv leidt niet tot
cassatie,
• nu daarover ter terechtzitting
niet is geklaagd en
• niet blijkt dat verdachte in enig
verdedigingsbelang is geschaad
32
Gesloten behandeling
• Hoge Raad 27 maart 2012, BU8726: Vordering TUL
jeugddetentie en art. 495 Sv. Gelet op de inhoud van het
proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep moet het
ervoor worden gehouden dat het Hof de vordering tot
tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke
jeugddetentie in strijd met art. 495b.1 Sv in het openbaar heeft
behandeld zonder dat blijkt dat die openbare behandeling heeft
plaatsgevonden nadat de Voorzitter daartoe de last had
gegeven als bedoeld in art. 495b.2 Sv. Het moet er daarom
voor worden gehouden dat het Hof de vordering tot
tenuitvoerlegging in strijd met art. 495b.1 Sv in het openbaar
heeft behandeld. In aanmerking genomen dat de behandeling
van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden
toen de verdachte 18 jaar oud was en niet blijkt dat de
verdachte in zijn persoonlijke levenssfeer of in enig
verdedigingsbelang is geschaad, kan voornoemd verzuim niet
tot cassatie leiden.
Gesloten behandeling
• Twee uitzonderingen:
• Voorzitter kan tot bijwoning van de besloten
terechtzitting bijzondere toegang verlenen (lid 1)
• Bp/slachtoffers
• Art 495b Sv: Aan het slachtoffer of de
nabestaanden van het so wordt toegang verleend,
tenzij de voorzitter wegens bijzondere
omstandigheden anders beslist
34
Gesloten behandeling
• Voorzitter gelast openbare behandeling zaak
indien
• belang openbaarheid zitting zwaarder weegt
dan belang bescherming persoonlijke
levenssfeer verdachte/ ouders of voogd (lid 2)
35
raadsman
• Art 489 Sv ambtshalve toevoeging
• Eisen raadsman in jeugdstrafzaken
– (protocol toevoeging advocaten jeugdstrafzaken)
• Art 503 Sv bevoegdheden raadsman
• Raadsman bij eerste politieverhoor EHRM 27
november 2008, Salduz tegen Turkije, appl nr.
36391/02
36
Salduz en jeugdigen
• Raakt een Salduzverweer het pedagogisch
karakter van het jeugdstrafrecht?
Kan een jeugdige afstand doen
van recht op consultatie?
38
Raadsman
• Rb Haarlem 10 november 2009, BK3403: recht op
bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Van
dit recht kan een minderjarige in beginsel zelfstandig
afstand doen. De bescherming die het recht op
raadpleging en aanwezigheid van een advocaat
biedt, is echter alleen effectief wanneer de
minderjarige verdachte heeft begrepen welke
rechten hij heeft en wat de consequenties zijn van
het doen van afstand.
39
Raadsman
• In deze zaak betreft het een 14 jarige verdachte die
functioneert op zwak begaafd niveau. De beperkte
verstandelijke vermogens van vd in combinatie met
zijn jeugdige leeftijd brengen mee dat verbalisanten
er in dit specifieke geval niet zonder meer vanuit
hadden mogen gaan dat verdachte de reikwijdte van
zijn beslissing om afstand te doen kon overzien.
Daarom had voorafgaand aan het verhoor contact
opgenomen moeten worden met een wettelijke
vertegenwoordiger over het recht op het raadplegen
en/ of de aanwezigheid van een advocaat bij het
verhoor.
40
Raadsman
• Rb Amsterdam 13 november 2009, BK4115: Het
recht van een aangehouden minderjarige verdachte
op consultatie van een advocaat vóór de aanvang van
het eerste verhoor door de politie is, net als zijn
recht op bijstand door een raadsman of een andere
vertrouwenspersoon tijdens het verhoor door de
politie, een fundamenteel recht dat ten aanzien van
alle minderjarige verdachten in alle strafzaken geldt.
De kinderrechter is van oordeel dat een minderjarige
aangehouden verdachte geen afstand van het recht
op consultatie van een advocaat kan doen.
41
Raadsman
• HR 5 oktober 2010, BN1705: Indien een aangehouden jeugdige
verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de
gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor
door de politie een advocaat te raadplegen, en/of zich door een
raadsman of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor
door de politie te laten bijstaan, levert dat in beginsel een
vormverzuim op a.b.i. art. 359a Sv. Zulk een verzuim dient, na een
daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat
de jeugdige verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in
ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van genoemde
rechten, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om die
rechten te beperken - te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de
verklaringen van de jeugdige verdachte die zijn afgelegd voordat hij
een advocaat kon raadplegen en/of zonder dat hij zich door een
raadsman of een andere vertrouwenspersoon kon laten bijstaan
(vgl. HR LJN BH3079).
42
Aanwijzing rechtsbijstand
• Inwerking getreden1 april 2010
• Categorie A zaken
• Categorie B zaken: Zaken betreffende misdrijven
waarbij voorlopige hechtenis toegelaten is en die niet
vallen onder categorie A.
• Categorie C: Zaken betreffende misdrijven waarbij
voorlopige hechtenis niet toegelaten is alsmede
zaken betreffende overtredingen.
• Categorie A: altijd rechtsbijstand:
• -ernstige zaken
• Bij jeugdigen:
43
Aanwijzing rechtsbijstand
• zaken van verdachten in de leeftijd van twaalf tot en met vijftien
jaar op de pleegdatum van het feit voor zover deze zaken
betrekking hebben op een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis
toegelaten is;
• zaken van verdachten in de leeftijd van zestien en zeventien jaar op
de pleegdatum van het feit voor zover deze zaken betrekking
hebben op misdrijven:
- met een strafbedreiging van twaalf jaar of meer, óf
- met een strafbedreiging van minder dan twaalf jaar, maar waarbij
sprake is van een dode of evident zwaar lichamelijke letsel, óf
• - dat een zedenmisdrijf behelst met een strafbedreiging van acht
jaar of meer of waarbij sprake is van seksueel misbruik in een
afhankelijkheidsrelatie.
44
Aanwijzing rechtsbijstand
• Bij A-zaken kan de verdachte geen afstand
doen van het recht op consultatiebijstand; bij
B- en C-zaken is het wel mogelijk afstand van
dat recht te doen.
45
Aanwijzing rechtsbijstand
• De aanwezigheid van een vertrouwenspersoon:
De vertrouwenspersoon kan alleen maar
aanwezig zijn bij het verhoor als daarbij geen
raadsman aanwezig is. De aanwezigheid van een
raadsman bij het verhoor sluit de aanwezigheid
van de vertrouwenspersoon uit. De
vertrouwenspersoon heeft geen eigen
(zelfstandig) recht op het bijwonen van het
verhoor. Hij kan slechts bij het verhoor aanwezig
zijn als de minderjarige zelf met zoveel woorden
te kennen heeft gegeven dat hij dat wil.
46
Aanwijzing rechtsbijstand
• De raadsman zal zich terughoudend opstellen om
de voortgang van het verhoor zo min mogelijk op
te houden en te beïnvloeden. Primair zal de
raadsman toezien op het achterwege blijven van
ongeoorloofde druk op de minderjarige. Gelet op
de (kwetsbare) positie van minderjarigen wordt
de raadsman ook in de gelegenheid gesteld om
zich ervan te vergewissen dat de minderjarige de
vragen van de politie en de verslaglegging van het
verhoor begrijpt.
47
Concept wetsvoorstel
• Concept wetsvoorstel rechtsbijstand en
politieverhoor:
• Aanpassing inverzekeringstelling
• Mededeling recht op rechtsbijstand (art 28)
• Art 489 aanwijzing raadsman voor
minderjarige verdachte
• 490 rechtsbijstand aan minderjarige
verdachte: geen differentiatie in leeftijd
minderjarige verdachten
48
Raadsman
• HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:70: Het Hof
had geen onderzoek mogen doen naar de
juistheid van de verklaring van de raadsman
dat hij door de minderjarige verdachte (17
jaar) bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het
instellen van hoger beroep tegen het vonnis
van de Kinderrechter.
49
Gemachtigde raadsman art. 279 Sv
• HR 16 november 2004, AR3228: art 279 Sr ook van
toepassing indien jeugdige verdachte na bevel
medebrenging niet verschijnt en er een gemachtigde
raadsman is.
• Art 503 Sv bevoegdheden raadsman: als een
minderjarige van 14 jaar ook na aanhouding en bevel
medebrenging niet verschijnt, mag de raadsman dan
het woord voeren, verstek/tegenspraak?
50
HR 12 juni 2012, BW7953
• Salduz-verweer. Niet aangehouden jeugdige
verdachte. Het oordeel van het Hof dat de
regels van HR LJN BH3079 in casu niet gelden
nu het Hof heeft vastgesteld dat de jeugdige
verdachte vrijwillig en in het bijzijn van een
vertrouwenspersoon naar het politiebureau is
gegaan en niet is aangehouden, getuigt niet
van een onjuiste rechtsopvatting en is
toereikend gemotiveerd.
51
Salduz
• HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:133: Uit de enkele
omstandigheid dat de advocaat die verdachte na zijn
aanhouding voorafgaand aan zijn eerste verhoor door de
politie heeft geraadpleegd niet heeft medegedeeld dat hij bij
het verhoor van verdachte aanwezig wenste te zijn, kan niet
volgen dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van
het recht zich tijdens het verhoor door de politie te laten
bijstaan door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon.
’s Hofs oordeel dat “onder deze omstandigheden geen sprake
is van schending van de geldende normen ten aanzien van
rechtsbijstand van de verdachte” is niet begrijpelijk.
52
• Het Hof had de verklaring die de minderjarige
verdachte heeft afgelegd zonder dat hij tijdens het
verhoor door een raadsman of andere
vertrouwenspersoon is bijgestaan niet voor het bewijs
mogen bezigen. Gelet op de inhoud van de verklaring
die verdachte op de tz. in e.a. heeft afgelegd en die
door het Hof als bewijsmiddel is gebruikt moet
worden geoordeeld dat verdachte geen rechtens te
respecteren belang heeft bij vernietiging van het
bestreden arrest. Het middel kan niet tot cassatie
leiden.
53
kantonrechter
•
•
•
•
Geen verschijningsplicht
Wel achter gesloten deuren
Oproeping ouders/voogd
In hoger beroep wel verschijningsplicht (art.
501 Sv)
• Leerplichtwetzaken (geen toevoeging)
54
Kan Jeugdstraf(proces)recht van
toepassing zijn op 28 jarige?
55
HR 3 april 2012, BU3452
• De verdachte 28 jaar oud staat terecht voor zedendelicten
gepleegd in 1992 met een meisje tussen de 4 en 7 jaar oud.
Hij was toen 13 tot 15 jaar oud was. Het Hof heeft het vonnis
van de Rb waarbij het OM n-o is verklaard bevestigd. De Rb
heeft kort gezegd het OM n-o verklaard omdat in strijd is
gehandeld met de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake
seksueel misbruik, meer in het bijzonder met het voorschrift
om de LEBZ te consulteren in deze zaak met een aangifte met
aspecten van hervonden herinneringen en waarin, eveneens
in strijd met die Aanwijzing, niet binnen 3 mnd is beslist om te
vervolgen.
56
• Het oordeel van de Rb en het Hof dat de nietnaleving van de bedoelde Aanwijzing op deze punten
een zodanig ernstig vormverzuim oplevert dat dit
moet leiden tot de n-o van het OM in de vervolging
getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat
oordeel is niet onbegrijpelijk en het is toereikend
gemotiveerd. In deze zaak is jeugdstraf(proces)recht
van toepassing op een 28 jarige verdachte.
57
Mag verklaring medewerker
Raad voor de kinderbescherming
voor het bewijs worden
gebruikt?
58
HR 25 september 2012, BX4629
• Gebruik als bewijs van een rapport van de Raad voor
de Kinderbescherming. Verschoningsrecht van de
opsteller van dat rapport.
• HR: Aangenomen moet worden dat de inhoud van een
op de voet van art. 494.1 Sv opgesteld en aan het
openbaar ministerie toegezonden rapport van de Raad
voor de Kinderbescherming in beginsel niet kan
worden gebruikt voor het bewijs. Hieruit vloeit
evenwel niet voort dat de opsteller van een dergelijk
rapport als getuige geen voor het bewijs bruikbare
verklaring zou kunnen afleggen met betrekking tot
hetgeen hij in verband met de totstandkoming van het
rapport heeft waargenomen of ondervonden.
59
• Voor zover aan de als getuige opgeroepen rapporteur vragen
worden gesteld die betrekking hebben op feiten of
omstandigheden waarvan de wetenschap aan de raadsonderzoeker
als zodanig is toevertrouwd, komt hem de bevoegdheid toe zich van
het beantwoorden van die vragen te verschonen als voorzien in art.
218 Sv (vgl. - met betrekking tot reclasseringsambtenaren - HR LJN
AC4872). Indien de opsteller van een rapport, als getuige gehoord,
geen aanleiding heeft gezien zich op het verschoningsrecht te
beroepen, bestaat geen grond voor het oordeel dat de aldus
afgelegde verklaring van het bewijs moet worden uitgesloten. Het
oordeel van het Hof dat de desbetreffende verklaring van de
raadsonderzoekster voor het bewijs kan worden gebezigd, geeft
derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is
niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Conclusie AG:
anders.
60
PIJ
Pij maatregel
PIJ-maatregel (art. 77s lid 1 Sr.)
a. misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten
b. geëist door veiligheid anderen/algemene veiligheid
personen of goederen
c. in belang van zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de
verdachte
62
Pij maatregel
• rechter kan PIJ slechts opleggen na met redenen
omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van
minimaal twee gedragsdeskundigen van verschillende
disciplines (lid 2)
• PIJ kan ook worden opgelegd indien feit wegens
gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis niet aan
verdachte kan worden toegerekend
in dat geval dient er een advies van psychiater te zijn (lid
3)
63
Pij maatregel
Duur PIJ-maatregel (art.77s lid 6)
3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk, was 2 jr
verlenging (art.77t Sr.):
alleen bij misdrijf tegen/gevaar veroorzaakt
voor onaantastbaarheid lichaam één of meer
personen
telkens met maximaal 2 jaar
- maximaal verlengen tot 5 jaar waarvan 1 jaar
voorwaardelijk
- bij gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke
stoornis tot 7 jaar, wv 1 jaar vw
64
• PIJ kan niet meer deels voorwaardelijk worden
opgelegd
• GBM kan niet meer voorwaardelijk worden
opgelegd
65
GBM
gedragsmaatregel
Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen:
in werking getreden 1 februari 2008
GBM
• Nieuwe behandelmaatregel: “lichte pij
maatregel voor minder ernstige delicten met
slechts één rapporterende gedragsdeskundige
en voor maximaal 12 maanden”
• Voor jeugdige veelplegers, recidivisten met
gedragsproblemen, als nazorg bij een ernstig
delict
67
Art. 77w Sr
• advies RvdK niet ouder dan 1 jaar, advies verplicht
• volgen door rechter aan te wijzen programma
eventueel onder begeleiding van een aan te wijzen
organisatie
• Mag niet godsdienstige en of staatkundige vrijheid
beperken
• min. zes maanden, max. een jaar met eenmalige
verlenging (77wd)
68
77w Sr
• Voor verlenging advies RvdK vereist
• Kan door unus
• Taak jeugdreclassering: voorbereiding en
ondersteuning ten uitvoer legging, plan van
aanpak met indicaties voor voorgestelde
behandelingen
• Vervangende jeugddetentie moet worden
bepaald
69
77w Sr
• Vrijheidsbeperkend, dus niet in inrichting
• Programma moet in vonnis/arrest worden
opgenomen
• Kan uit verschillende modules bestaan
• Kan ambulant of in pleeggezin
• Kan jeugdzorg bevatten 77wa
• Rechter kan inhoud tussentijds wijzigen 77wb
70
GBM
• Tul vervangende jeugddetentie door bevel ovj
na melding BJZ
• Tul vervangende jeugddetentie begint
onmiddellijk
• Bezwaarschrift mogelijk bij rechter
– Bezwaarschrift gegrond – herkansing
– Bezwaarschrift ongegrond – tul
– Behandeling aanhouden
71
jurisprudentie
• Hof ‘s-Gravenhage 12 mei 2009, BI3533: In
ernstige zaak GBM maatregel gebruikt als
nazorgtraject naast 24 maanden
jeugddetentie. Noch in eerste aanleg, noch in
voortraject ter sprake geweest. Art 3 Besluit
GBM.
72
Jurisprudentie
• HR 12 juli 2011, BQ4676: Gelet op de wetsgeschiedenis bij de
Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen stond de wetgever bij de
invoering van de gedragsmaatregel als bedoeld in art. 77w Sr
voor ogen dat bij het bestaan van een dergelijke
gedragsmaatregel de beginselen van proportionaliteit en
subsidiariteit meebrengen dat het stellen van voorwaarden
die langer duren dan zes maanden of bijzonder intensief van
aard zijn bij voorkeur worden toegepast in het kader van deze
maatregel in plaats van in het kader van de voorwaardelijke
veroordeling.
73
• Tegen deze achtergrond en gelet op hetgeen door de
verdediging is aangevoerd omtrent de duur en intensiteit van
het behandelprogramma Seks en Grenzen, de geringe ernst
van de bewezenverklaarde feiten en de beperkte mate van
gevaar voor recidive, behoefde nadere motivering waarom
deelname van de verdachte, die volgens de vaststelling van
het hof niet eerder ter zake van een strafbaar feit met justitie
in aanraking is geweest, aan het desbetreffende
behandelprogramma als bijzondere voorwaarde kon worden
opgelegd.
74
Art 77b Sr
• Toepassing volwassen strafrecht op 16 en 17
jarige, zie motivatie in navolgende uitspraken.
• Nodig gelet op beperkte duur jeugddetentie
– 12 maanden voor jongeren jonger dan 16 jaar ttv
plegen feit
– 24 maanden voor 16 en 17 jarige (77c Sr mogelijk
tot 21 jaar)
– Beperkte duur PIJ
75
77b Sr
• Maja Bradaric: Hof Arnhem 3 december 2004,
AR6814
• Murat D: HR 22 november 2005, AU3887
• Moord op echtpaar langs kanaal in Groningen: Rb
Groningen 27 april 2007, BA4035
• Doodslag postbode Hof den Haag 12 mei 2009,
BI3533
• Moord op garagehouder: Hof Amsterdam 2 april
2010, BL9992
76
77b Sr
• Moord op Dirk Post: Rb Zwolle 19 oktober
2010, BO0861
• Facebookmoord: Rb Arnhem 12 november
2012, BY2852; bekrachtigd door Hof
77
77c Sr
• Maar ook:
78
Rb Arnhem 2 april 2012, BW0626
• De rechtbank heeft, gelet op de leeftijd en
persoonlijkheid van de man (18 jaar oud), het
jeugdstrafrecht toegepast. De rechtbank acht
bewezen dat de man één meisje heeft aangerand
(feitelijke aanranding van de eerbaarheid) en dat
hij bij drie anderen pogingen daartoe heeft
gedaan. De rechtbank acht noodzakelijk dat de
man onder toezicht komt van de
jeugdreclassering en dat hij een behandeling
ondergaat.
79
• Verdachte is een zeer onrijpe persoon, met grote
achterstand in sociaal emotioneel opzicht en flinke
cognitieve beperkingen. Het betreft een verdachte met
een autistische stoornis en zwakbegaafdheid.
Geadviseerd wordt de jeugdreclassering in te zetten
gedurende twee jaar in de vorm van een maatregel
Hulp en Steun, uit te voeren door de William Schrikker
Stichting, met als bijzondere voorwaarden dat
verdachte zich houdt aan de voorwaarden van de
jeugdreclassering. Daarnaast wordt geadviseerd een
individuele leerstraf seksualiteit op te leggen. Deze
leerstraf moet tenminste 40 uren bedragen.
80
adolescentenstrafrecht
81
Adolescentenstrafrecht
• Wetsvoorstel adolescentenstrafrecht 8 december 2012,
33498. Aangenomen door de Eerste Kamer. Verwachte datum
inwerkingtreding: 1 april 2014
• Het wetsvoorstel loopt tevens vooruit op de in het
regeerakkoord aangekondigde invoering van de maatregel van
terbeschikkingstelling aan het onderwijs (TBO-maatregel).
Anticiperend op de invoering van deze maatregel, die in een
afzonderlijk wetsvoorstel is opgenomen, kan de verplichting
tot het volgen van onderwijs als bijzondere voorwaarde bij
een jeugdsanctie worden opgelegd.
82
Adolescentenstrafrecht
• Voorbehoud bij art 37 IVRK blijft gehandhaafd
• Flexibele leeftijdsgrenzen 16-23 jr
• Pij kan door de rechter worden omgezet in TBS wanneer
vermoed wordt dat de veroordeelde nog gevaarlijk is wanneer
de pij-maatregel eindigt. PIJ-maatregel nog slechts voor
gestoorde (verminderd toerekeningsvatbare of geheel
ontoerekeningsvatbare) jeugdigen/jongvolwassenen; het
verschil van de maximale duur voor toerekeningsvatbare en
verminderd toerekeningsvatbare of geheel
ontoerekeningsvatbare daders vervalt
• Vaker ISD bij volwassenen
• Toepassing van intensieve op het gezin gerichte
systeemgerichte interventies
83
adolescentenstrafrecht
• Samenwerking jeugd en volwassen reclassering. Het
reclasseringstoezicht op jongeren wordt aangescherpt en er
zal meer elektronisch toezicht worden toegepast..
• GBM time out, ET, nachtdetentie: Versterking van het
beveiligingskarakter van de GBM door combinatie met
elektronisch toezicht, of nachtdetentie om structuur te bieden
en time-out als kortdurende vrijheidsbeneming om te
stimuleren dat weer opnieuw actief aan het GBM-programma
wordt deelgenomen (in het nieuwe artikel 77wc Sr); de GBM
kan dadelijk uitvoerbaar verklaard worden. (De
voorwaardelijke modaliteit van de GBM is op 1 juli 2012 uit de
wet verdwenen.)
84
Adolescentenstrafrecht
• Niet enkel taakstraf bij ernstige delicten
• Maximale jeugddetentie blijft 2 jaar: Hoewel
tijdens de plenaire behandeling een aantal
Kamerleden zich voorstander toonde voor
verhoging naar 4 jaar, blijft de maximale duur
van de jeugddetentie 2 jaar.
85
adolescentenstrafrecht
• De kinderrechter of meervoudige kamer is
bevoegd feiten te berechten van vóór het 18de
jaar en ná het 18de jaar op één tenlastelegging
en ook bij voeging van tenlasteleggingen;
jeugdstrafrecht kan worden toegepast bij de
berechting van alle feiten (nieuw art. 495 Sv)
86
Adolescentenstrafrecht
• Met de tweede nota van wijziging is in het wetsvoorstel
aansluiting gezocht bij de regeling van art. 495a Sv (lid 2 en 3).
Dat wil zeggen dat de jongvolwassene op wie het
adolescentenstrafrecht wordt toegepast geacht wordt in
persoon ter terechtzitting te verschijnen. Indien de adolescent
niet ter terechtzitting aanwezig is, geldt als uitgangspunt dat
de behandeling van de zaak wordt aangehouden en beveelt
de rechter tevens de medebrenging van de verdachte. Slechts
indien van de verdachte geen woon- of verblijfplaats bekend
is of op grond van bijzondere omstandigheden kan de rechter
het geven van een bevel tot medebrenging achterwege laten.
87
Wetsvoorstel tbo-maatregel
• De verplichting voor scholen om jongeren op te nemen die ter
beschikking worden gesteld aan het onderwijs.
• De onderwijsinstellingen die met de jongeren te maken
krijgen, moeten goed en intensief samenwerken met de
(jeugd)reclassering.
• De tbo-maatregel kan worden opgelegd aan jeugdigen en
jongvolwassenen – na invoering van het
adolescentenstrafrecht tot 23 jaar – op wie het
jeugdstrafrecht wordt toegepast. Dit betekent dat de
maatregel niet geldt voor 18-plussers die volgens het
volwassenenstrafrecht worden berecht.
88
Rb Amsterdam 6 september 2012,
FJR, 2013, 32
• Jeugdige verdachte 18 jaar oud. Afpersing.
Adolescentenstrafrecht. Leeftijdsverschil tussen verdachte en
minderjarige medeverdachte beperkt. Zwakbegaafd. Niet
ambtshalve art 77c Sr toegepast, omdat feit niet was begaan
onder invloed van leeftijdsgebonden factoren. 104 dagen
gevangenisstraf. Medeverdachte: 12 dagen jeugddetentie en
werkstraf.
89
Gerechtshof den Haag 11-10-2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:4934
• 77c Sr De 19 jarige verdachte heeft zich samen met twee
anderen schuldig gemaakt aan een meervoudige straatroof. Het
Hof veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de
duur van 460 dagen. Voorts wordt de voorwaardelijke
plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen
gelast welke dadelijk uitvoerbaar is. Omdat het hof er op grond
van al het vorenstaande van uitgaat dat er ernstig rekening mee
moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf
zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de
ontastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, ziet
het hof aanleiding om op de voet van artikel 77za Sr de
dadelijke uitvoerbaarheid van die bijzondere voorwaarden te
bevelen.
90
Hof Den Haag 24-12-2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:4814
• 20 jarige vrouw die vriend heeft gedood geen
jeugdstrafrecht. 10 jaar gevangenisstraf. Uitgangspunt
bij voornoemde wetswijziging is dat ten aanzien van
de berechting van 18- tot 23-jarigen niets verandert.
Op hen is in beginsel het strafrecht voor volwassenen
van toepassing. Toepassing van het jeugdstrafrecht op
deze groep blijft een uitzondering; een uitzondering
voor die gevallen waarbij de rechter in de
persoonlijkheid van de adolescent of de
omstandigheden waaronder het feit is begaan daartoe
grond vindt.
91
• Het hof ziet geen aanleiding de verdachte een
lagere straf op te leggen dan in vergelijkbare
gevallen aan andere personen van dezelfde
leeftijd wordt opgelegd. Daarvoor is ten eerste
redengevend dat uit het vorenstaande volgt dat
van een gewijzigd inzicht van de wetgever ten
aanzien van de berechting van
jongvolwassenen in zijn algemeenheid geen
sprake is.
92